Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1550

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
05-06-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 714
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Brp. Verweerder heeft tijdig beslist op het correctieverzoek van eiseres. Geen sprake van een te laat genomen besluit. Beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/714

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te Amsterdam, eiseres,

en

het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. M. van Looij).

Procesverloop

Eiseres heeft op 12 november 2019 een correctieverzoek gedaan voor het wijzigen van haar adresgegevens in de Basisregistratie personen (Brp).

Eiseres heeft op 30 januari 2020 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek.

Verweerder heeft een schriftelijke reactie gegeven.

De rechtbank doet uitspraak zonder een rechtszitting te houden.

Overwegingen

1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.2Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.3

2. Eiseres heeft op 12 november 2019 een correctieverzoek gedaan voor het wijzigen van haar adresgegevens. Op een verzoek op grond van de Wet Brp dient binnen acht weken na ontvangst van het verzoek door verweerder beslist te worden.4 De rechtbank stelt vast dat verweerder op 22 november 2019 tijdig op het verzoek van eiseres heeft beslist. Dat betekent dat geen sprake is van een te laat genomen besluit. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

3. Voor zover eiseres heeft betoogd dat zij het besluit van 22 november 2019 nooit heeft ontvangen, overweegt de rechtbank dat zij dit naar voren kan brengen in haar bezwaarprocedure. Deze procedure ziet namelijk slechts op het uitblijven van een besluit op haar verzoek. De rechtbank zal de stukken van eiseres met bijlagen met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb doorzenden aan verweerder ter afdoening als bezwaarschrift.

4. Aangezien het beroep van eiseres wordt doorgezonden als bezwaarschrift, is zij geen griffierecht verschuldigd. Het betaalde griffierecht zal worden teruggestort.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku rechter, in aanwezigheid van mr. L. El Ouardiji, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.

3 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

4 Artikel 4:13, tweede lid van de Awb.