Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1538

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-02-2020
Datum publicatie
12-03-2020
Zaaknummer
679554 / FA RK 20-614
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

voortzetting crisismaatregel toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: 679554 / FA RK 20-614

kenmerk: OMZ400137

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 12 februari 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. N. de Vos te Amsterdam.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 10 februari 2020 opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 10 februari 2020;

  • -

    de medische verklaring d.d. 10 februari 2020;

  • -

    een episodejournaal;

- een uittreksel uit het curateleregister.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2020, op de locatie GGZInGeest, locatie [locatie] te Amsterdam.

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de advocaat van betrokkene;

- de heer D. van Leeuwen, behandelend arts.

1.3.

De officier van justitie is niet ter zitting verschenen, omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is.

1.4.

De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De behandeling heeft buiten zijn aanwezigheid plaatsgevonden. Desgevraagd heeft de advocaat, na overleg met betrokkene, laten weten het standpunt van betrokkene te kunnen formuleren.

2 Beoordeling

2.1.

De advocaat van betrokkene heeft ter zitting verklaard dat betrokkene stelt dat met hem niets aan de hand is. Hij vindt dat alle Surinamers weg moeten. Betrokkene vindt ook niet dat sprake is van onmiddellijk ernstig dreigend nadeel, derhalve verzoekt de advocaat van betrokkene tot afwijzing van het onderhavige verzoek.

2.2.

De behandelend arts heeft verklaard dat betrokkene sinds 10 februari 2020 is opgenomen en dat er sprake is van een psychotische decompensatie met waanideeën. Zo denkt betrokkene dat zijn buurman hem wil vermoorden. Er was sprake van ambulante zorg via de huisarts. Hier is echter gebleken dat niet alle medicijnen door betrokkene zijn afgehaald en hij al zeker een week geen medicatie gebruikt. In 2018 is betrokkene ook opgenomen geweest en hij is toen gestabiliseerd met seroquel. De behandelend arts is voornemens deze medicatie opnieuw te gaan starten.

2.3.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is naar het oordeel van de rechtbank, en anders dan door de advocaat van betrokkene betoogd, gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

2.4.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van psychotische decompensatie in het kader van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De komende tijd dient betrokkene opnieuw ingesteld te worden op medicatie. In het verleden heeft dit middel goed gewerkt. Nu gebleken is dat betrokkene in een ambulante situatie niet, dan wel in onvoldoende mate zijn medicatie ophaalt en inneemt, is een gesloten setting op dit moment noodzakelijk.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg, te weten:

  • -

    toedienen van medicatie;

  • -

    beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    insluiten;

  • -

    uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • -

    opnemen in een accommodatie,

noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

De rechtbank zal de verzochte verplichte zorg in de vorm van toedienen van vocht en voeding niet toewijzen, nu betrokkene zich niet verzet tegen eten en/of drinken. Ook zal de verzochte verplichte zorg in de vorm van het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen niet worden toegewezen nu daartoe naar het oordeel van de rechtbank en verkregen inlichtingen tijdens de mondelinge behandeling geen aanleiding toe bestaat. Betrokkene werkt hier aan mee.

2.7.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien [betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , voor zover het de in rechtsoverweging 2.5. genoemde vormen van verplichte zorg betreft;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 maart 2020;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is op 12 februari 2020 mondeling gegeven door mr. D. van den Brink, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door J.M. Vos als griffier, en op 21 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.