Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1513

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-03-2020
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
13/997048-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek 26Astoria. Invoer van een kleine hoeveelheid heroïne nadat de oorspronkelijke partij (1297 kg) in Engeland door de autoriteiten is onderschept. Daarnaast bewezenverklaring van aanwezig hebben ruim 26 gram cocaïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/997048-19

Datum uitspraak: 5 maart 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] ,

gedetineerd in [detentieplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 27 november 2019 en 20 februari 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mrs. B.C. Niks en J.F. de Boer, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. K. Blonk, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

  1. het invoeren van 6,58 gram heroïne in Nederland op 2 september 2019, al dan niet in vereniging gepleegd;

  2. het treffen van voorbereidingshandelen die zien op de invoer van 1297 kilo heroïne in Nederland, al dan niet in vereniging gepleegd;

  3. het aanwezig hebben van 26,98 gram cocaïne op 2 september 2019 te Rijswijk, al dan niet in vereniging gepleegd.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officieren van justitie zijn ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Feiten en omstandigheden

Het opsporingsonderzoek 26Astoria is op 2 september 2019 gestart naar aanleiding van het bericht dat het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) ontving van de Dienst Landelijk Informatie Organisatie (DLIO), waaruit bleek dat er in de haven van [naam haven] (Groot-Brittannië) een container is onderschept die bestemd was voor Nederland ( [bedrijf 1] , [plaats] ), met daarin 1.297 kilo heroïne verstopt in een deklading handdoeken. De lading heroïne is door de Britse autoriteiten vervangen door dummies en er is een monster van 6,58 gram heroïne teruggeplaatst in de container, die vervolgens doorgetransporteerd is naar Antwerpen, België. Vanaf Antwerpen is de container door een vrachtwagen, voorzien van kenteken [kentekennummer 1] en een oplegger met kenteken [kentekennummer 2] , Nederland ingevoerd, met als bestemming [bedrijf 2] te [plaats] . Een observatieteam ziet dat medeverdachte [medeverdachte 1] , bestuurder van eerder genoemde vrachtwagen, spreekt met twee personen: verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] , bestuurder van een Volkswagen Caddy, voorzien van kenteken [kentekennummer 3] . [medeverdachte 2] geeft aanwijzingen aan [medeverdachte 1] , waarna de vrachtwagen aan de achterkant van het terrein van [bedrijf 2] wordt geparkeerd. Gezien wordt dat medeverdachte [medeverdachte 3] met een Jumbo-tas het terrein komt opgelopen. Nadat er is begonnen met het uitladen van de container, wordt [medeverdachte 3] samen met verdachte en [medeverdachte 1] aangehouden. In de loods van [bedrijf 2] wordt op de grond een opengesneden dummy-pakketje aangetroffen en een Jumbo-tas, met daarin handschoenen, tape, stanleymessen en containzegels, die na onderzoek nagemaakt blijken te zijn. [medeverdachte 2] wordt gevolgd en even later aangehouden.

Onder verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] worden iPhones aangetroffen die waren voorzien van Sky Ecc encryptie software, die daags voor de aanhouding vermoedelijk tegelijkertijd zijn geactiveerd op dezelfde plaats (Den Haag). Daarna hebben zij op meerdere momenten verbinding gemaakt met dezelfde basisstations. Ook in de auto van medeverdachte [medeverdachte 2] werd een iPhone aangetroffen voorzien van Sky Ecc encryptiesoftware.

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte op het adres [adres 2] die op de aanhouding is gevolgd, werd in totaal 26,98 gram cocaïne aangetroffen.

4.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot integrale bewezenverklaring.

Kortgezegd is ten aanzien van feiten 1 en 2 aangevoerd dat verdachte als medepleger kan worden beschouwd van de invoer van 6,58 gram heroïne en de voorbereidingshandelingen die zien op de invoer van 1297 kilo. Er is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en niemand van de verdachten heeft slechts een bijdrage van ondersteunende aard geleverd. Verdachte is op heterdaad aangehouden in de loods, op het moment dat er was aangevangen met het uitladen van de container. Naast medeverdachte [medeverdachte 3] was er in de loods op dat moment niemand aanwezig. Omgevallen dozen lagen op de grond met daarnaast opengesneden getapete pakketjes en gereedschap. Daarnaast is onder verdachte een telefoon aangetroffen met Sky ECC Software om versleuteld te communiceren. Dit alles duidt er (naar uiterlijke verschijningsvorm) op dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van heroïne in de container en opzet op het invoeren van heroïne. Het onder 2 ten laste gelegde feit moet worden gezien als een cumulatieve-/alternatieve tenlastelegging. Niet alleen het ‘trachten te bewegen’ is ten laste gelegd, maar ook het eigen handelen. Dat verdachte verschillende voorbereidingshandelingen niet zelf heeft verricht, maakt niet dat dit hem niet kan worden aangerekend, nu er sprake is van medeplegen, gelet op de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten.

Ten aanzien van feit 3 heeft het Openbaar Ministerie zich op het standpunt gesteld dat tot een bewezenverklaring kan worden gekomen, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, het aantreffen van de verdovende middelen en het drugsrapport.

4.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte (deelnemings)handelingen heeft verricht vóór het arriveren van de vrachtwagen in [plaats] , zodat medeplegen van het binnen het grondgebied van Nederland brengen van heroïne niet bewezen kan worden. De enkele aanwezigheid van verdachte bij de vrachtwagen en in de loods is onvoldoende om ervan uit te gaan dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van heroïne in de container.

Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte in elk geval niet in verband kan worden gebracht met het eerste, tweede, derde en zesde gedachtenstreepje. Deze gedachtenstreepjes kunnen ook niet via medeplegen voor rekening van verdachte komen. Met betrekking tot het vierde gedachtenstreepje geldt dat niet kan worden gesteld dat verdachte daadwerkelijk de lading gelost heeft. Als dat wel het geval is, moet dat worden gezien als een uitvoeringshandeling, en niet als een voorbereidingshandeling in de zin van artikel 10a van de Opiumwet. Ten aanzien van het vijfde gedachtenstreepje geldt dat niet kan worden vastgesteld hoe lang verdachte de telefoon met SKY Ecc software in zijn bezit had en of deze telefoon is gebruikt ten behoeve van het transport. Verder is feit 2 toegespitst op artikel 10a lid 1 onder 1 van de Opiumwet: geenszins kan worden gezegd dat verdachte heeft getracht een ander te bewegen tot het verrichten van voorbereidingshandelingen.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, gelet op de bekennende verklaring van verdachte dat hij de aangetroffen cocaïne in bezit had voor eigen gebruik.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1.

Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank acht niet bewezen wat onder 2 is ten laste gelegd. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet volgt dat verdachte, al dan niet samen met anderen, heeft getracht iemand te bewegen tot de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. De rechtbank is het niet eens met de officieren van justitie ten aanzien van het punt dat er sprake is van een cumulatieve-/alternatieve tenlastelegging, waardoor het wegstrepen van het bestanddeel “een ander trachten te bewegen” geen problemen oplevert. Feit 2 op de tenlastelegging is naar het oordeel van de rechtbank enkel toegespitst op artikel 10a lid 1 sub 1 van de Opiumwet. Niet kan worden gesteld dat verdachte met zijn handelen of gedragingen een ander heeft getracht te bewegen tot één van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. Het wegstrepen van dit bestanddeel zou betekenen dat de grondslag van de tenlastelegging wordt verlaten. Dit alles leidt ertoe dat verdachte van dit feit zal worden vrijgesproken.

4.4.2.

Bewijsoverwegingen

4.4.2.1. Het oordeel over het onder 1 ten laste gelegde

Op basis van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat door medeverdachte [medeverdachte 1] als bestuurder van de vrachtwagen een hoeveelheid van 6,58 gram heroïne is ingevoerd. Vervolgens is er door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] begonnen met het uitladen van de vrachtwagen. In de loods was er naast hen niemand anders aanwezig, de motor van de vorkheftruck draaide en er lagen omgegooide pallets op de grond, alsmede een opgengesneden dummypakket. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte hiermee een uitvoeringshandeling verricht en zo een actieve en belangrijke bijdrage geleverd aan de invoer van 6,58 gram heroïne. Hoewel er slechts een kleine hoeveelheid is ingevoerd, leidt de rechtbank uit het dossier af dat een veel grotere partij van 1.297 kilo heroïne ingevoerd had moeten worden. Deze partij is door de Britse autoriteiten onderschept, waarna er een monster van 6,58 gram is teruggeplaatst. . Een dergelijk grote partij met een straatwaarde tussen de 25.000.000 en 50.000.000 Euro wordt niet toevertrouwd aan willekeurige personen. Daar komt bij dat verdachte beschikte over een telefoon voorzien van SKY Ecc encryptiesoftware, waarmee versleuteld gecommuniceerd kan worden. Het is algemeen bekend dat dit soort telefoons in het criminele circuit worden gebruikt om door middel van versleutelde berichten veilig met elkaar te kunnen communiceren. Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen dat er daadwerkelijk berichtenverkeer is geweest met betrekking tot dit transport, heeft verdachte geen verklaring gegeven over de reden waarom hij een dergelijke telefoon in zijn bezit had. De rechtbank acht het aannemelijk dat deze telefoon is gebruikt ten behoeve van het drugstransport, nu deze telefoon daags voor het transport is geactiveerd, gelijktijdig en op dezelfde plaats als eenzelfde soort telefoon die onder medeverdachte [medeverdachte 3] is aangetroffen.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte tevoren van het werkelijke inhoud van de lading op de hoogte was. Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank dan ook vast dat de verdachte opzet heeft gehad op de invoer van de heroïne in Nederland.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het medeplegen van de invoer van de ten laste gelegde hoeveelheid heroïne, waarbij de rechtbank zich baseert op het in de container teruggeplaatste monster. Uit het dossier volgt dat verdachte met anderen heeft samengewerkt bij de uitvoering van het drugstransport, waarbij zijn eigen bijdrage van voldoende gewicht is geweest om van medeplegen te spreken.

4.4.2.2. Het oordeel over het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank acht op basis van de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting, het proces-verbaal omtrent het aantreffen van de verdovende middelen en het drugsrapport bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde aanwezig hebben van cocaïne. Verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen, nu daarvoor enige aanwijzing in het dossier ontbreekt.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage 2 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 2 september 2019 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 6,58 gram heroïne;

3.

op 2 september 2019 te Rijswijk, opzettelijk aanwezig heeft gehad 26,98 gram cocaïne.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de door hen onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 (acht) jaren en 9 (negen) maanden, met aftrek van voorarrest en daarnaast voor de verbeurdverklaring van €705,-, subsidiair een geldboete van €705,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 14 (veertien) dagen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en de rechtbank dan ook verzocht geen straf of maatregel aan verdachte op te leggen. Subsidiair heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht om bij de straftoemeting rekening te houden met de ondergeschikte rol die verdachte zou hebben gehad. Ook heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte: verdachte heeft drie dochters voor wie hij zorg draagt.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het binnen het grondgebied van Nederland brengen van heroïne. Hoewel er maar een kleine hoeveelheid is ingevoerd, volgt uit het dossier dat er een zeer grote partij heroïne, namelijk 1297 kilo, zoals onderschept in Engeland, ingevoerd had moeten worden. De rechtbank gaat bij de straftoemeting dan ook uit van de gehele partij heroïne. Een dergelijk grote partij brengt een enorme winstgevendheid met zich mee. Verdachte heeft gehandeld uit winstbejag en heeft zich niet bekommerd om de nadelige gevolgen die handel in verdovende middelen met zich meebrengt. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van cocaïne. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren voor de gezondheid van gebruikers ervan kunnen opleveren en dat het gepaard gaat met overlast in de samenleving en andere vormen van ernstige criminaliteit.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 23 januari 2020, waaruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De destijds aan hem opgelegde straffen hebben hem er niet van weerhouden onderhavige strafbare feiten te plegen.

Bij het bepalen van de strafmaat is gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS en naar de straffen die door deze rechtbank in overeenkomstige zaken zijn toegepast. De oriëntatiepunten van de LOVS schrijven geen straffen voor die zien op dergelijk grote partijen. Deze reikt tot een hoeveelheid van twintig kilo of meer, waarvoor een gevangenisstraf tussen de zestig en tweeënzeventig maanden wordt voorgeschreven. De rechtbank acht in dit geval dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur op zijn plaats. Dat verdachte zorg draagt voor zijn drie dochters, maakt dit niet anders. Hier was ook al sprake van ten tijde van het plegen van het delict. De rechtbank ziet aanleiding om enigszins af te wijken van de straf die door de officieren van justitie is gevorderd, nu zij minder feiten bewezen acht. Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar passend en geboden.

9 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1.

1.00 STK Zaktelefoon (Nokia E72)

TUL012.01.01.001

2.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; beveiligingsrecorder Walkertone WT-POENVR

TUL012.01.02.001

3.

1.00 STK DS Patroon; Blazer .22 Long Rifle patronen

TUL012.02.01.001

4.

1.00 STK Zaktelefoon (Apple iPhone)

TUL012.03.03.001

5.

1.00 STK Rijbewijs

SWIKA68.03

6.

1.00 STK Zaktelefoon (Apple iPhone 6S A1688)

SWIKA68.04

7.

1.00 STK Poeder (doorzichtig zakje wit poeder)

TUL012.03.01.001

8.

1.00 STK Poeder kl. wit (wit schaaltje met wit poeder)

TUL012.03.02.001

9.

Geld Euro (14 x €50; 1 x €5)

€705,-

SWIKA68.01

9.1.

Verbeurdverklaring

De onder 4 en 6 genummerde voorwerpen worden verbeurdverklaard. Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe en zijn tot het begaan van het onder 1 bewezen geachte bestemd of met behulp van deze voorwerpen is het onder 1 bewezen geachte begaan.

9.2.

Onttrekking aan het verkeer

De onder 3, 7 en 8 genummerde voorwerpen zijn van dien aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Deze voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.

9.3.

Teruggave aan verdachte

De onder 1, 2, 5 en 9 genummerde voorwerpen behoren aan verdachte toe en zullen aan hem worden teruggegeven, nu het belang van strafvordering zich hier niet tegen verzet. De rechtbank ziet onvoldoende verband tussen het bewezenverklaarde en het inbeslaggenomen geldbedrag.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

ten aanzien van feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 (zeven) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Ten aanzien van het beslag:

Verklaart verbeurd:

4.

1.00 STK Zaktelefoon (Apple iPhone)

TUL012.03.03.001

6.

1.00 STK Zaktelefoon (Apple iPhone 6S A1688)

SWIKA68.04

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

3.

1.00 STK DS Patroon; Blazer .22 Long Rifle patronen

TUL012.02.01.001

7.

1.00 STK Poeder (doorzichtig zakje wit poeder)

TUL012.03.01.001

8.

1.00 STK Poeder kl. wit (wit schaaltje met wit poeder)

TUL012.03.02.001

Gelast de teruggave aan verdachte van:

1.

1.00 STK Zaktelefoon (Nokia E72)

TUL012.01.01.001

2.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; beveiligingsrecorder Walkertone WT-POENVR

TUL012.01.02.001

5.

1.00 STK Rijbewijs

SWIKA68.03

9.

Geld Euro (14 x €50; 1 x €5)

€705,-

SWIKA68.01

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. R.A.J. Hübel en H.E. Hoogendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.E. van der Burg, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 maart 2020.

[(...)]

[(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

[(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

[(...)]

[(...)]

[(...)]

[(...)]

[(...)]

[(...)]