Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1512

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-03-2020
Datum publicatie
11-03-2020
Zaaknummer
13/997047-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek 26Àstoria. Invoer van een kleine hoeveelheid heroïne nadat de oorspronkelijke partij (1297 kg) in Engeland door de autoriteiten is onderschept. Daarnaast bewezenverklaring van witwassen contant geldbedrag - legale herkomst niet aannemelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/997047-19

Datum uitspraak: 5 maart 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] ,

gedetineerd in [detentieplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 27 november 2019 en 20 februari 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mrs. B.C. Niks en J.F. de Boer, en van wat de gemachtigde raadsvrouw van verdachte, mr. K.C. van de Wijngaart, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

  1. het invoeren van 6,58 gram heroïne in Nederland op 2 september 2019, al dan niet in vereniging gepleegd;

  2. het treffen van voorbereidingshandelen die zien op de invoer van 1297 kilo heroïne in Nederland, al dan niet in vereniging gepleegd;

  3. witwassen, door het voorhanden hebben van €17.300,- op 3 september 2019 te Delft, al dan niet in vereniging gepleegd.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officieren van justitie zijn ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Feiten en omstandigheden

Het opsporingsonderzoek 26Astoria is op 2 september 2019 gestart naar aanleiding van het bericht dat het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) ontving van de Dienst Landelijk Informatie Organisatie (DLIO), waaruit bleek dat er in de haven van [naam haven] (Groot-Brittannië) een container is onderschept die bestemd was voor Nederland ( [bedrijf 1] , Schiphol), met daarin 1.297 kilo heroïne verstopt in een deklading handdoeken. De lading heroïne is door de Britse autoriteiten vervangen door dummies en er is een monster van 6,58 gram heroïne teruggeplaatst in de container, die vervolgens doorgetransporteerd is naar Antwerpen, België. Vanaf Antwerpen is de container door een vrachtwagen, voorzien van kenteken [kentekennummer 1] en een oplegger met kenteken [kentekennummer 2] , Nederland ingevoerd, met als bestemming [bedrijf 2] te Bergschenhoek. Een observatieteam ziet dat verdachte, bestuurder van eerder genoemde vrachtwagen, spreekt met twee personen: medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , bestuurder van een Volkswagen Caddy, voorzien van kenteken [kentekennummer 3] . [medeverdachte 2] geeft aanwijzingen aan verdachte, waarna de vrachtwagen aan de achterkant van het terrein van [bedrijf 2] wordt geparkeerd. Gezien wordt dat medeverdachte [medeverdachte 3] met een Jumbo-tas het terrein komt opgelopen. Nadat er is begonnen met het uitladen van de container, wordt [medeverdachte 3] samen met verdachte en [medeverdachte 1] aangehouden. In de loods van [bedrijf 2] wordt op de grond een opengesneden dummy-pakketje aangetroffen en een Jumbo-tas, met daarin handschoenen, tape, stanleymessen en containerzegels, die na onderzoek nagemaakt blijken te zijn. Medeverdachte [medeverdachte 2] wordt gevolgd en even later aangehouden.

Onder medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] worden iPhones aangetroffen die waren voorzien van Sky Ecc encryptie software, die daags voor de aanhouding vermoedelijk tegelijkertijd zijn geactiveerd op dezelfde plaats (Den Haag). Daarna hebben zij op meerdere momenten verbinding gemaakt met dezelfde basisstations. Ook in de auto van medeverdachte [medeverdachte 2] werd een iPhone aangetroffen voorzien van Sky Ecc encryptiesoftware.

Tijdens de doorzoeking van de woning waar verdachte verbleef op het adres [adres 2] die op de aanhouding is gevolgd, werd in een contant geldbedrag aangetroffen ter hoogte van €17.300,-.

4.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot integrale bewezenverklaring.

Kortgezegd is ten aanzien van feiten 1 en 2 aangevoerd dat verdachte als medepleger kan worden beschouwd van de invoer van 6,58 gram heroïne en de voorbereidingshandelingen die zien op de invoer van 1297 kilo. Er is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en niemand van de verdachten heeft slechts een bijdrage van ondersteunende aard geleverd. Verdachte is bestuurder van de vrachtwagen waarmee de container met heroïne van België naar Nederland is vervoerd. Hij krijgt contant betaald per transport, beschikt niet over een vergunning voor beroepsgoederenvervoer en heeft een transportopdracht gefingeerd die hij naar zijn eigen e-mailadres heeft gestuurd. Daarnaast wordt de container naar een andere bestemming gereden dan de bestemming die op de vrachtpapieren genoteerd staat. De rol van verdachte is onmisbaar, nu hij de container heeft opgehaald en heeft bezorgd bij de loods van [bedrijf 2] . Dit alles duidt er (naar uiterlijke verschijningsvorm) op dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van heroïne in de container en opzet op het invoeren van heroïne.

Het onder 2 ten laste gelegde feit moet worden gezien als een cumulatieve-/alternatieve tenlastelegging. Niet alleen het ‘trachten te bewegen’ is ten laste gelegd, maar ook het eigen handelen.

Ten aanzien van feit 3 heeft het Openbaar Ministerie zich op het standpunt gesteld dat tot een bewezenverklaring van witwassen kan worden gekomen. Verdachte kan het geld niet hebben verdiend met zijn werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur, nu hij pas drie maanden heeft gewerkt en hij - volgens zijn eigen verklaring - €200,- per vier weken verdient. Daarnaast volgt uit de ICOV-bevraging van verdachte dat hij een negatief banksaldo heeft en een hoge schuld. Er is sprake van witwastypologieën: verdachte heeft grote hoeveelheden contant geld voorhanden, zonder daar een noodzaak toe te hebben op grond van beroep of bedrijf en hij weigert iets te verklaren over de (werkelijke) werkomst van het geld. Verdachte heeft het witwasvermoeden niet weerlegd.

4.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van de feiten 1 en 2 heeft zij aangevoerd dat verdachte slechts zijn beroep uitoefende: als vrachtwagenchauffeur heeft hij een container opgehaald en volgens opdracht naar Bergschenhoek gereden. Uit het dossier blijkt niet dat hij wetenschap had van de invoer van heroïne. Uit de door de verdediging overgelegde vrachtbrief volgt dat verdachte de vracht naar Rotterdam moest brengen. Wijziging van de bestemming (Bergschenhoek) heeft hij onderweg telefonisch doorgekreven, hetgeen vaker gebeurt in de vrachtindustrie. Verdachte heeft niets van doen gehad met het uitladen van de vracht.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte al jaren geen eigen woning heeft, waardoor hij geen tot weinig vaste lasten heeft. Omdat hij bij zijn vriendin of dochter verbleef, heeft hij veel kunnen sparen. Verdachte heeft zijn uitkering telkens contant opgenomen. Het restantbedrag is bijelkaar gespaard door de chauffeursritten waarvoor hij €100,- contant per rit heeft ontvangen. Het valt niet uit te sluiten dat het geld een legale herkomst heeft.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1.

Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank acht niet bewezen wat onder 2 is ten laste gelegd. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet volgt dat verdachte, al dan niet samen met anderen, heeft getracht iemand te bewegen tot de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. De rechtbank is het niet eens met de officieren van justitie ten aanzien van het punt dat er sprake is van een cumulatieve-/alternatieve tenlastelegging, waardoor het wegstrepen van het bestanddeel “een ander trachten te bewegen” geen problemen oplevert. Feit 2 op de tenlastelegging is naar het oordeel van de rechtbank enkel toegespitst op artikel 10a lid 1 sub 1 van de Opiumwet. Niet kan worden gesteld dat verdachte met zijn handelen of gedragingen een ander heeft getracht te bewegen tot één van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. Het wegstrepen van dit bestanddeel zou betekenen dat de grondslag van de tenlastelegging wordt verlaten. Dit alles leidt ertoe dat verdachte van dit feit zal worden vrijgesproken.

4.4.2.

Bewijsoverwegingen

4.4.2.1. Het oordeel over het onder 1 ten laste gelegde

Op basis van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat verdachte als bestuurder van de vrachtwagen een hoeveelheid van 6,58 gram heroïne heeft ingevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door het vervoeren van de container een actieve en belangrijke bijdrage geleverd aan de invoer van 6,58 gram heroïne. Hoewel er slechts een kleine hoeveelheid is ingevoerd, leidt de rechtbank uit het dossier af dat een veel grotere partij van 1.297 kilo heroïne ingevoerd had moeten worden. Deze partij is door de Britse autoriteiten onderschept, waarna er een monster van 6,58 gram is teruggeplaatst. De rechtbank is op basis van voornoemde omstandigheden van oordeel dat het naar de uiterlijke verschijningsvorm niet anders kan dan dat verdachte wist dat er verdovende middelen in de container zaten.

Een dergelijk grote partij met een straatwaarde tussen de 25.000.000 en 50.000.000 Euro wordt niet toevertrouwd aan willekeurige personen. Daar komt bij dat verdachte, die contant wordt betaald voor zijn werkzaamheden, niet naar het adres op de vrachtbrief is gereden, maar naar een ander adres, te weten [bedrijf 2] in Bergschenhoek. De verdediging heeft geen stukken overgelegd, waaruit volgt dat de bestemming is gewijzigd. Dat dit telefonisch zou zijn gebeurd blijkt niet uit de stukken en is ook niet door verdachte verklaard. Ook komt de naam van verdachte voor in het handmatig ingevoerde ‘woordenboek’ op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] , over wie de rechtbank van oordeel is dat hij een aansturende en coördinerende rol heeft gehad ten aanzien van het drugstransport. Tot slot was verdachte nog in de buurt op het moment dat de medeverdachten waren aangevangen met het uitladen van de container en het opensnijden van pakketjes. Al deze omstandigheden schreeuwen om een verklaring, die verdachte niet heeft gegeven.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte tevoren van het werkelijke inhoud van de lading op de hoogte is gesteld. Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank dan ook vast dat de verdachte opzet heeft gehad op de invoer van de heroïne in Nederland.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het medeplegen van de invoer van de ten laste gelegde hoeveelheid heroïne, waarbij de rechtbank zich baseert op het in de container teruggeplaatste monster. Uit het dossier volgt dat verdachte met anderen heeft samengewerkt bij de uitvoering van het drugstransport, waarbij zijn eigen bijdrage van voldoende gewicht is geweest om van medeplegen te spreken.

4.4.2.2. Het oordeel over het onder 3 ten laste gelegde

Om tot een bewezenverklaring van witwassen te komen, moet het zo zijn dat het op grond van vastgestelde omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan verdachte om dit witwasvermoeden te weerleggen aan de hand van een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.

Verdachte was niet op de zitting aanwezig en heeft nooit enige verklaring afgelegd waaruit de legale herkomst van het geldbedrag zou blijken. Ook de verdediging heeft op zitting het witwasvermoeden niet kunnen weerleggen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat verdachte het contante geldbedrag in de loop de jaren bij elkaar gespaard heeft. Hoewel verdachte geen kosten maakt ten behoeve van een woning, zal hij altijd kosten maken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Daarnaast heeft verdachte een grote schuld bij de bank. De rechtbank is van oordeel dat de door de raadsvrouw gegeven verklaring voor de aanwezigheid van het contante geld onvoldoende concreet en verifieerbaar is. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een contant geldbedrag van € 17.300,-.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage 2 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 2 september 2019 te Bergschenhoek, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 6,58 gram heroïne;

3.

hij 2 september 2019 te Delft, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft hij toen en daar, een voorwerp, te weten een geldbedrag van 17.300,- euro (contant aangetroffen bij de doorzoeking in de woning aan het [adres 2] ), voorhanden gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de door hen onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 (acht) jaren en 9 (negen) maanden, met aftrek van voorarrest en daarnaast voor feit 3 de verbeurdverklaring van €18.000,-, subsidiair een geldboete van €18.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 120 (honderdtwintig) dagen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en de rechtbank dan ook verzocht geen straf of maatregel aan verdachte op te leggen. Subsidiair heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht om bij de straftoemeting geen aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten die zien op de invoer van de gehele partij van 1297 kilo heroïne, maar op de kleine hoeveelheid van 6,58 gram.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het binnen het grondgebied van Nederland brengen van heroïne. Hoewel er maar een kleine hoeveelheid is ingevoerd, volgt uit het dossier dat er een zeer grote partij heroïne, namelijk 1297 kilo, zoals onderschept in Engeland, ingevoerd had moeten worden. De rechtbank gaat bij de straftoemeting dan ook uit van de gehele partij heroïne. Een dergelijk grote partij brengt een enorme winst op. Verdachte heeft gehandeld uit winstbejag en heeft zich niet bekommerd om de nadelige gevolgen die handel in verdovende middelen met zich meebrengt. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren voor de gezondheid van gebruikers ervan kunnen opleveren en dat het gepaard gaat met overlast in de samenleving en andere vormen van ernstige criminaliteit. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. Witwassen vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 23 januari 2020. Hieruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een Opiumwetdelict en dat zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling vorig jaar beëindigd was, waarover de rechtbank ook meerdere rapportages van reclasseringsinstanties heeft gelezen. Hoewel verdachte na zijn vorige detentie gemotiveerd leek te zijn een positieve wending aan zijn leven te geven door als vrachtwagenchauffeur te werken, is verdachte opnieuw vervallen in delictgedrag.

Bij het bepalen van de strafmaat is gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS en naar de straffen die door deze rechtbank in overeenkomstige zaken zijn toegepast. De oriëntatiepunten van de LOVS schrijven geen straffen voor die zien op dergelijk grote partijen. Deze reikt tot een hoeveelheid van twintig kilo of meer, waarvoor een gevangenisstraf tussen de zestig en tweeënzeventig maanden wordt voorgeschreven. De rechtbank acht in dit geval dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur op zijn plaats. De rechtbank ziet aanleiding om enigszins af te wijken van de straf die door de officieren van justitie is gevorderd, nu zij minder feiten bewezen acht. Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zeven en een half jaar passend en geboden, waarin zij de recidive van verdachte heeft meegenomen. Daarnaast zal de rechtbank ten aanzien feit 3 komen tot een verbeurdverklaring van € 17.300,- als bijkomende straf, nu dit geldbedrag aan de verdachte toebehoort of hij het in elk geval ten eigen bate kan aanwenden en met betrekking tot dit geld het bewezenverklaarde witwassen is begaan.

9 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1.

Geld Euro

€ 12.100,-

LO026.01.01.001

2.

Geld Euro

€ 5.200,-

LO026.01.01.002

3.

1.00 STK Niet te definiëren goederen (SATELLIC OBU 1379+; (000410001579007))

85BFN9.01

4.

1.00 STK USB-stick (memorykaart) kleur: roze

85BFN9.02

5.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; FASHION GPS Tracker incl. SIM-kaart (IMEI 868017030795590)

85BFN9.03

6.

1.00 STK Navigator Garmin Nüvi 255 1BW397728 incl. oplaadsnoer

85BFN9.04

7.

1.00 STK Navigator Pioneer x11-15297 GICZ002671EW

85BFN9.05

8.

Geld Euro (30 x €10; 20 x € 20)

€ 700,-

MARTS65.01

9.

1.00 STK Simkaart van zaktelefoon Lycamobile

MARTS65.02

10.

1.00 STK Zaktelefoon Samsung

OK55LP.01.01.001

11.

1.00 STK Zaktelefoon Samsung

OK55LP.01.01.002

12.

1.00 STK Zaktelefoon Samsung Duos

OK55LP.01.02.001

13.

1.00 STK Zaktelefoon Huawei

OK55LP.01.02.002

14.

1.00 STK Navigator Kenmoo incl. oplader

OK55LP.01.02.003

15.

1.00 STK Document; papieren

OK55LP.01.02.004

16.

1.00 STK Paspoort [verdachte]

OK55LP.01.03.001

17.

1.00 STK Document; vrachtbrief

OK55LP.01.04.001

18.

1.00 STK Zaktelefoon

WE007.01.01.001

19.

1.00 STK Administratie; div. adm. bescheiden

WE007.02.01.001

20.

1.00 STK Heroïne (plastic koker met heroïne)

MRKU25.01.01.001

21.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; zwart getaped pakket

MRKU25.01.01.002

22.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; zwart getaped pakket

MRKU25.01.01.003

23.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; zwart getaped pakket

MRKU25.01.01.004

24.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; zwart getaped pakket

MRKU25.01.01.005

9.1.

Verbeurdverklaring

Naast de onder 1 en 2 genummerde geldbedragen, zoals eerder genoemd, zullen ook de onder 6, 7, 11, 17 en 18 genummerde voorwerpen worden verbeurdverklaard. Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe en zijn tot het begaan van het onder 1 bewezen geachte bestemd of met behulp van deze voorwerpen is het onder 1 bewezen geachte is begaan.

9.2.

Onttrekking aan het verkeer

De onder 20, 21, 22, 23 en 24 genummerde voorwerpen zijn van dien aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Deze voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.

9.3.

Teruggave aan verdachte

De onder 3, 4, 5, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 15, 16 en 19 genummerde voorwerpen behoren aan verdachte toe en zullen aan hem worden teruggegeven, nu het belang van strafvordering zich hier niet tegen verzet.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 420bis van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

ten aanzien van feit 3:

witwassen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte voor feit 1 tot een gevangenisstraf van 7 (zeven) jaar en 6 (zes) maanden

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd voor feit 3 het onder verdachte inbeslaggenomen geldbedrag (beslagnrs. 1 en 2, resp. LO026.01.01.001 en LO026.01.01.002) van €17.300,- (zeventienduizenddriehonderd euro).

Ten aanzien van het overige beslag:

Verklaart verbeurd:

6.

1.00 STK Navigator Garmin Nüvi 255 1BW397728 incl. oplaadsnoer

85BFN9.04

7.

1.00 STK Navigator Pioneer x11-15297 GICZ002671EW

85BFN9.05

11.

1.00 STK Zaktelefoon Samsung

OK55LP.01.01.002

18.

1.00 STK Zaktelefoon

WE007.01.01.001

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

20.

1.00 STK Heroïne (plastic koker met heroïne)

MRKU25.01.01.001

21.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; zwart getaped pakket

MRKU25.01.01.002

22.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; zwart getaped pakket

MRKU25.01.01.003

23.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; zwart getaped pakket

MRKU25.01.01.004

24.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; zwart getaped pakket

MRKU25.01.01.005

Gelast de teruggave aan verdachte van:

3.

1.00 STK Niet te definiëren goederen (SATELLIC OBU 1379+; (000410001579007))

85BFN9.01

4.

1.00 STK USB-stick (memorykaart) kleur: roze

85BFN9.02

5.

1.00 STK Niet te definiëren goederen; FASHION GPS Tracker incl. SIM-kaart (IMEI 868017030795590)

85BFN9.03

8.

Geld Euro (30 x €10; 20 x € 20)

€ 700,-

MARTS65.01

9.

1.00 STK Simkaart van zaktelefoon Lycamobile

MARTS65.02

10.

1.00 STK Zaktelefoon Samsung

OK55LP.01.01.001

12.

1.00 STK Zaktelefoon Samsung Duos

OK55LP.01.02.001

13.

1.00 STK Zaktelefoon Huawei

OK55LP.01.02.002

14.

1.00 STK Navigator Kenmoo incl. oplader

OK55LP.01.02.003

15.

1.00 STK Document; papieren

OK55LP.01.02.004

16.

1.00 STK Paspoort [verdachte]

OK55LP.01.03.001

19.

1.00 STK Administratie; div. adm. bescheiden

WE007.02.01.001

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. R.A.J. Hübel en H.E. Hoogendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.E. van der Burg, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 maart 2020.

[(...)]

[(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

[(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]

[(...)]

[(...)]

[(...)]

[(...)]

[(...)]

[(...)]

  • -

    [(...)]

  • -

    [(...)]