Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1467

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-03-2020
Datum publicatie
06-03-2020
Zaaknummer
C/13/679305 / KG ZA 20-101
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een bedrijf mocht geen negatieve uitlatingen doen over een concurrent van wie ze per ongeluk een formulier met (potentiele) klanten in handen had gekregen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/679305 / KG ZA 20-101 MvW/MV

Vonnis in kort geding van 5 maart 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VATFREE NL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 10 februari 2020,

advocaat mr. S.T. Blom te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INNOVA TAXFREE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. Ph.W.M. ter Burg te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna VATfree en Innova worden genoemd.

1 De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 20 februari 2020 heeft VATfree de dagvaarding toegelicht. Innova heeft verweer gevoerd.

Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Innova heeft tevens een conclusie van antwoord in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:

aan de zijde van VATfree [naam 1] met mr. Blom;

aan de zijde van Innova [naam 2] en [naam 3] met J.M. Bult (tolk Engels), mr. ter Burg en mr. [naam 4] .
Na verder debat is vonnis bepaald op 5 maart 2020.

2 De feiten

2.1.

VATfree is in 2007 opgericht. VATfree biedt aan inwoners van buiten de EU een dienst aan die inhoudt dat zij de btw-teruggave regelt indien die personen in Nederland privéaankopen hebben gedaan en die aankopen vervolgens meenemen naar een land buiten de EU. VATfree levert daarnaast diensten aan Nederlandse winkeliers, gericht op het faciliteren van btw-teruggave aan bovengenoemde particulieren.

2.2.

Innova is een dochteronderneming van de Spaanse vennootschap Innova Taxfree Group S.L. Innova is in 2015 opgericht en biedt sinds dat jaar op de Nederlandse markt dezelfde dienst aan als VATfree.

2.3.

VATfree heeft een viertal e-mails van 16 mei 2017, 13 oktober 2018, 5 mei 2019 en 23 oktober 2019 in het geding gebracht die Innova heeft gestuurd aan verschillende winkeliers aan wie zij haar diensten aanbiedt. In de e-mail van 16 mei 2017 wordt VATfree niet genoemd en deze e-mail is niet afkomstig van Innova. In die van 13 oktober 2018 staat dat een dag eerder door Innova “de huidige situatie van VAT FREE op Schiphol” is weergegeven. In de e-mail van 5 mei 2019 is onder meer opgenomen dat veel bonnen die zijn bedoeld voor VATfree in de brievenbus van Innova op Schiphol worden gedeponeerd (omdat VATfree niet op Schiphol aanwezig is), wat ertoe leidt dat de klanten van VATfree niet de service krijgen die zij verwachten. In de e-mail van 23 oktober 2019 is onder meer het volgende opgenomen.
“Momenteel maakt u gebruik van VAT Free, een bedrijf dat niet op Schiphol staat en dat merken we o.a. doordat vele bonnen bij ons in de bus terecht komen.
Bovendien heeft VAT Free zojuist ook een rechtszaak verloren die aangespannen was tegen Schiphol.
Dit houdt in dat klanten vaak hun BTW niet terug krijgen, ik heb een voorbeeld toegevoegd.
VAT Free betaalt ook vaak klanten pas uit nadat ze bij jullie de BTW teruggeboekt heeft, wij betalen de toerist meteen uit.
Wij hebben zelfs een service die we bij juweliers toepassen dat de klant in de winkel als zijn btw terug kan krijgen bij grote aankopen.
(…)”

2.4.

Bij brief van 8 november 2019 heeft de rechtsbijstandsverzekeraar van VATfree onder meer het volgende aan Innova bericht.
“Het is VATfree onlangs gebleken dat u aan haar gerichte poststukken, die abusievelijk bij uw kantoor en/of dropboxen werden afgeleverd, heeft geopend en vervolgens de afzender (de winkelier die een klant van VATfree is en door haar wordt vertegenwoordigd) heeft benaderd.
Daarbij schroomt u kennelijk niet om zich in negatieve zin en op misleidende wijze over VATfree uit te laten in een poging om de desbetreffende klant ertoe te bewegen over te stappen naar Innova Tax Free. VATfree heeft hierover reeds telefonisch contact met u opgenomen, waarbij u te kennen gaf niet voornemens te zijn om de hiervoor omschreven handelwijze te staken.
(…) VATfree accepteert de hiervoor omschreven handelwijze niet. Ik verzoek u om binnen zeven dagen na dagtekening van deze brief aan mij te bevestigen dat u de hiervoor omschreven handelwijze onmiddellijk zult staken en zult bevorderen dat aan VATfree gerichte post, die bij u terecht is gekomen, VATfree zo spoedig mogelijk alsnog bereikt.
(…)”

2.5.

Bij brief van 13 november 2019 heeft de raadsman van Innova hierop als volgt gereageerd:
“De weergave van de feiten in uw brief is onjuist. Waarschijnlijk als gevolg van het feit dat uw cliënte faciliteiten op Schiphol ontbeert deponeren reizigers ingevulde formulieren van uw cliënte in de daar aanwezige brievenbussen van Innova. Het betreft in het algemeen formulieren die in de brievenbussen worden gedeponeerd zonder gebruikmaking van een enveloppe.
In haar brievenbussen gedeponeerde formulieren van uw cliënte worden door Innova doorgezonden aan uw cliënte. Indien formulieren gevat in een enveloppe zijn gedeponeerd in haar brievenbussen, dan worden deze enveloppen door Innova niet geopend. Er is wat dat betreft dus geen enkele sprake van schending van het briefgeheim door Innova.
Er is in beginsel geen enkele reden waarom het Innova niet zou zijn toegestaan detaillisten waarmee zij bekend wordt door zonder enveloppe in haar brievenbussen gedeponeerde formulieren van uw cliënte te benaderen om haar eigen diensten aan deze aan te bieden. In zonder enveloppe gedeponeerde formulieren is de naam van die detaillist ten slotte open en bloot kenbaar. Innova betwist ten stelligste zich op een onrechtmatige wijze over uw cliënte uit te laten.
(…)”

3 Het geschil

3.1.

VATfree vordert – kort gezegd – het volgende:
I. Innova te verbieden de gegevens van partijen vermeld op aan VATfree gerichte correspondentie te gebruiken en deze partijen te benaderen;
II. Innova te gebieden aan VATfree gerichte correspondentie (waaronder btw-teruggaveaanvragen) per ommegaande aan VATfree te doen toekomen en een digitaal afschrift daarvan vooruit te sturen;
III. Innova te verbieden zich in negatieve zin uit te laten over VATfree en haar bedrijfsvoering en/of zich met VATfree te vergelijken;
IV. Innova te gebieden om aan 47 winkeliers die volgens VATfree zijn overgestapt van VATfree naar Innova een rectificatie te sturen met de volgende tekst:

“RECTIFICATIE

Geachte heer/mevrouw,
Innova (handelend onder de naam ‘TAXfree’) probeert sinds haar oprichting in 2015 voeten aan de grond te krijgen op de Nederlandse markt.
U bent c.q. was klant bij VATfree. Teneinde u te bewegen klant te worden bij Innova, is u voorgehouden dat:
● VATfree niet op Schiphol staat en dat aan VATfree gerichte btw- teruggaveaanvragen gedeponeerd worden in de brievenbus van Innova;

● VATfree een rechtszaak verloren zou hebben die zij heeft aangespannen tegen Schiphol;

● klanten van VATfree hun btw dikwijls niet zouden terugkrijgen;

● VATfree klanten pas zou uitbetalen nadat zij de btw terugontvangen heeft, terwijl Innova direct uitbetaalt.
Een procedure bij de Voorzieningenrechter te Amsterdam, met Innova als gedaagde en VATfree als eiseres, heeft Innova moeten doen inzien dat zij op oneigenlijke wijze heeft getracht een marktaandeel te verkrijgen.
Dit bericht dient dan ook ter verificatie van het vorenstaande.
Met vriendelijke groet,
V. een en ander op straffe van dwangsommen; en
VI. met veroordeling van Innova in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

VATfree stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat Innova ongeveer 100 winkeliers waarmee VATfree samenwerkt heeft benaderd en dat van die winkeliers er 47 zijn overgestapt naar Innova. VATfree is hierdoor ongeveer
€ 70.000,- aan omzet misgelopen. Dat Innova klanten van VATfree op een wervende manier benadert en dat zij zich daarbij negatief uitlaat over VATfree, blijkt uit de hiervoor onder 2.3 genoemde e-mails van 16 mei 2017, 13 oktober 2018, 5 mei 2019 en 23 oktober 2019.
De handelwijze van Innova gaat verder dan normale concurrentie (waar VATfree niets op tegen heeft) en is onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW. Die onrechtmatigheid bestaat eruit dat Innova structureel de handelsnaam TAXfree gebruikt, waardoor klanten van VATfree partijen met elkaar verwarren. Innova houdt formulieren die klanten van VATfree aan VATfree richten achter en benadert deze klanten vervolgens met als doel dat zij overstappen naar Innova. Innova laat zich daarbij in negatieve zin uit over VATfree, waarbij Innova zichzelf als een beter alternatief presenteert. Innova maakt daarbij gebruik van vertrouwelijke persoonsgegevens. Een en ander is ook onrechtmatig in de zin van artikel 6:194a lid 1 BW. Het is Innova op grond van artikel 6:196 BW verboden om de met VATfree vergelijkende teksten specifiek te richten aan haar klanten. Door het openen van aan VATfree gerichte enveloppen, schendt Innova bovendien het briefgeheim. De stelling van Innova dat klanten van VATfree hun btw vaak niet terugkrijgen of pas laat terugkrijgen is verder onjuist en schaadt de reputatie van VATfree.
VATfree heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen, onder meer omdat het gebruik door Innova van aan VATfree gerichte poststukken per direct moet worden gestaakt.

3.3.

Innova heeft – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat zij gebruik maakt van de naam Innova Taxfree, welke naam haar moederbedrijf al vanaf 2002 gebruikt. Er is geen sprake van een handelsnaaminbreuk: “taxfree” is een beschrijvende aanduiding en het is niet zo dat Innova hiermee bewust aanhaakt bij VATfree. Ook de logo’s van beide bedrijven lijken in het geheel niet op elkaar. Dat er toch formulieren die zijn bestemd voor VATfree in de brievenbussen van Innova op Schiphol terechtkomen, kan ermee te maken hebben dat VATfree daar zelf geen brievenbussen of balie meer heeft. Vanaf oktober 2019 ontvangt Innova echter nog maar 1 of 2 keer per week een formulier dat voor VATfree is bestemd. Innova stuurt die formulieren binnen 15 dagen door naar VATfree. Zit een formulier in een gesloten enveloppe met de naam VATfree dan opent Innova die enveloppe niet. Innova opent alleen blanco enveloppen om de juiste adressant te achterhalen. Niet onderbouwd is dat Innova 100 winkeliers die klant zijn van VATfree zou hebben benaderd. Van de 47 winkeliers die zouden zijn overgestapt is een aantal nooit door Innova benaderd en/of nooit klant van Innova geweest. Wel is het zo dat Innova als recente toetreder tot de Nederlandse markt, die hele markt heeft benaderd, ook die winkeliers die stonden vermeld op de voor VATfree bedoelde formulieren die in de brievenbussen van Innova zijn gedeponeerd. Dit staat haar vrij omdat het geen geheime informatie betreft. De namen van die winkeliers zijn immers ook te vinden op de website van VATfree. In de communicatie naar (potentiële) nieuwe klanten heeft Innova geen misleidende of nodeloos grievende uitlatingen gedaan over VATfree. Zij heeft enkel op sommige punten een feitelijk juiste en op waarheid berustende vergelijking getrokken. De werkwijze van Innova heeft nu eenmaal tot gevolg dat de btw sneller wordt terugbetaald.
Al met al is Innova van mening dat er geen sprake is van een onrechtmatige daad of van verboden vergelijkende reclame. De reputatie van VATfree wordt niet aangetast. Ook is er geen schending van het briefgeheim. Tot slot bestrijdt Innova het spoedeisend belang, nu zij nog maar 1 of 2 keer per week een voor VATfree bestemd formulier aantreft.

4 De beoordeling

4.1.

VATfree heeft een spoedeisend belang bij het in behandeling nemen van haar vorderingen in dit kort geding, uitgaande van haar stellingen dat met een zekere regelmaat formulieren die voor haar zijn bestemd in de brievenbussen van Innova worden gedeponeerd en dat Innova hiermee op onrechtmatige wijze haar voordeel doet.

4.2.

Uitgangspunt is dat het Innova vrij staat VATfree te beconcurreren, ook wanneer VATfree daarvan nadeel ondervindt. In dat kader heeft VATfree ook te dulden dat Innova relaties van haar benadert. Bijkomende omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de handelingen van Innova als onrechtmatige concurrentie moeten worden aangemerkt (vgl. het arrest Boogaard/Vesta, Hoge Raad 9 december 1955, NJ 1956,157). Van onrechtmatige concurrentie kan bijvoorbeeld sprake zijn als het duurzame bedrijfsdebiet van VATfree stelselmatig en substantieel wordt afgebroken, met hulpmiddelen die vertrouwelijk zijn verkregen.

4.3.

De meeste handelingen van Innova vallen binnen de grenzen van toegestane concurrentie. Het gebruik van het woord “taxfree” in haar handelsnaam/logo is gezien de beschrijvende aard van dat woord hoe dan ook toegestaan. Niet kan worden gezegd dat Innova hierdoor op onrechtmatige wijze “aanhaakt” bij (de naam) VATfree of hierdoor op onrechtmatige wijze verwarring wekt tussen partijen.

4.4.

Wat echter niet is toegestaan is dat Innova haar voordeel doet met de formulieren waarop persoonsgegevens staan van klanten, die zijn bestemd voor VATfree en die per ongeluk in de brievenbussen van Innova worden gedeponeerd. Wat evenmin is toegestaan is dat Innova VATfree in een negatief daglicht stelt, zoals Innova heeft gedaan in de laatste twee e-mails van 5 mei 2019 en 23 oktober 2019 (zie onder 2.3). Het is Innova wèl toegestaan de desbetreffende winkeliers te benaderen indien de namen van die winkeliers (ook) te vinden zijn op de website van VATfree of uit een andere openbare bron zijn af te leiden, mits Innova VATfree hierbij niet in een negatief daglicht stelt. Informatie die aantoonbaar juist is, bijvoorbeeld dat VATfree niet op Schiphol aanwezig is en dat VATfree een rechtszaak hierover tegen Schiphol heeft verloren, mag Innova hierbij wèl melden. Ten aanzien van de mededelingen van Innova dat klanten van VATFree hun btw vaak niet terugkrijgen of pas (te) laat, geldt dat in dit kort geding, dat zich niet leent voor een nader onderzoek naar de feiten, niet kan worden vastgesteld of die mededelingen juist zijn. Partijen hebben hun standpunten hierover niet met stukken onderbouwd, dus dit blijft onduidelijk. Het standpunt van Innova dat zij alleen maar een feitelijk juiste en op waarheid berustende vergelijking heeft getrokken kan dan ook niet worden aangenomen.

4.5.

Ook is Innova gehouden formulieren, die zijn bestemd voor VATfree en die in de brievenbussen van Innova worden gedeponeerd, zo snel mogelijk naar VATfree door te sturen (en van haar kan worden verlangd deze digitaal “vooruit” te sturen). VATfree heeft hierbij onmiskenbaar een (spoedeisend) belang.

4.6.

Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot toewijzing van vordering I van VATfree op de in het dictum opgenomen wijze. Een verbod “deze” partijen te benaderen (onderdeel van vordering I) is te algemeen om te kunnen worden toegewezen. Dit zou tot executiegeschillen kunnen leiden. Vordering II is toewijsbaar. Ook vordering III is toewijsbaar, waarbij geldt dat zolang de onduidelijkheid over juistheid van de negatieve vergelijking tussen VATfree en Innova blijft bestaan, het belang van VATFree dat Innova zich van dergelijke uitlatingen onthoudt zwaarder weegt dan het belang van Innova om daar voorlopig mee door te gaan. Dit betekent dat uitlatingen met de strekking zoals opgenomen in de e-mails van 5 mei 2019 en 23 oktober 2019 (zie onder 2.3) niet zijn toegestaan. Vordering IV zal worden afgewezen. VATfree heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Innova de desbetreffende 47 winkeliers heeft benaderd. Aan degenen die wel benaderd zijn (zie de e-mails genoemd onder 2.3) kan VATfree dit vonnis tonen. Daarmee kan zij waar gewenst de inhoud van de e-mail recht zetten. Een rectificatie is dus niet nodig. De dwangsommen zullen worden gemaximeerd als na te melden. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, zal Innova worden veroordeeld in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.7.

Voor zover VATfree zich erop heeft beroepen dat Innova zich schuldig maakt aan misleidende vergelijkende reclame, kan dat niet tot een ander oordeel leiden. In deze zaak is immers geen sprake van reclame, maar van niet openbare e-mails gezonden aan individuele winkeliers.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt Innova de gegevens te gebruiken van partijen, vermeld op aan VATfree gerichte correspondentie, waaronder btw-teruggaveaanvragen,

5.2.

gebiedt Innova originele aan VATfree gerichte correspondentie, waaronder btw-teruggaveaanvragen, per ommegaande aan VATfree te doen toekomen, alsmede een digitaal afschrift daarvan vooruit te sturen (waarbij dit bestand na verzending door Innova direct dient te worden verwijderd),

5.3.

verbiedt Innova zich in negatieve zin uit te laten over VATfree en haar bedrijfsvoering en zich met VATfree te vergelijken, als bedoeld onder 4.6 van dit vonnis,

5.4.

bepaalt dat Innova een dwangsom verbeurt van € 500,- per overtreding van de onder 5.1 tot en met 5.3 genoemde ge- en verboden, met een maximum van in totaal € 50.000,-,

5.5.

veroordeelt Innova in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van VATfree begroot op € 87,99 aan dagvaardingskosten, € 656,- aan griffierecht en € 980,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2020.1

1 type: MV coll: jd