Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1288

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-02-2020
Datum publicatie
02-03-2020
Zaaknummer
C/13 / 675976 / FA RK 19-7425
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing nieuwe voorwaardelijke machtiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13 / 675976 / FA RK 19-7425

kenmerk: 1058749

Beschikking van 6 februari 2020 betreffende een nieuw voorwaardelijke machtiging

De officier van justitie heeft op 27 november 2019 een verzoek ingediend tot het verlenen van een nieuwe voorwaardelijke machtiging met betrekking tot:

[betrokkene]

geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder een op 14 november 2019 ondertekende verklaring van B. Bos, psychiater, als bedoeld in artikel 14c lid 5 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ). Voorts is kennisgenomen van een behandelingsplan en van een door de behandelaar overgelegde beschrijving, als bedoeld in artikel 14c lid 7 van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 14a lid 5 van de Wet BOPZ, en van een door de behandelaar overlegde beschrijving, als bedoeld in artikel 14c lid 5 van de Wet BOPZ. Het onderhavige verzoek is behandeld op de mondelinge behandeling van 6 februari 2020.

Gehoord en/of verschenen zijn: betrokkene;

raadsman betrokkene, mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam;

behandelend psychiater, de heer E. Barkhof;

verpleegkundige, de heer M. Jansen.

1 De beoordeling

Uit de overgelegde stukken, de gehouden verhoren en de verkregen inlichtingen is het volgende gebleken.

De betrokkene verzet zich tegen de machtiging. Betrokkene hoort nu wel nog stemmen. Naar verluidt heeft hij hiervan geen last. Ten aanzien van de medicatie verklaart betrokkene dat hij dit zal blijven slikken. Vanwege de bijwerkingen zou hij dit wel willen afbouwen. Betrokkene is minder welwillend met betrekking tot behandeling.

De raadsman concludeert tot afwijzing van het onderhavige verzoek. Betrokkene is over een lange periode psychose vrij, medicatietrouw en het blijft goed gaan. Betrokkene ontkent de diagnose en zijn verleden niet. Betrokkene is het vertrouwen in de GGZ verloren. Dit verklaart waarom betrokkene minder welwillend is voor behandeling. Betrokkene slikt dagelijks zijn medicatie. Daarbij is sprake van een netwerk, bestaande uit familie en vrienden, die de gevaren kennen wanneer betrokkene decompenseert en toezicht zullen houden. De raadsman benadrukt de rol van de moeder van betrokkene. Zij zal erop toezien dat betrokkene zijn medicatie blijft slikken.

De behandelaar verklaart dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie. Middels een voorwaardelijke machtiging kan adequaat worden gehandeld indien het niet goed gaat met betrokkene. Zonder een machtiging bestaat de vrees dat betrokkene weigert om medicatie te blijven slikken en afspraken met behandelaren weigert.

Bij beschikking van deze rechtbank van 31 januari 2019 is met betrekking tot betrokkene een voorwaardelijke machtiging verleend voor de duur van 12 maanden.

Het onderhavige verzoek van de officier van justitie is ingediend binnen de in artikel 14c lid 6 van de Wet BOPZ gestelde termijn.

De rechtbank heeft vastgesteld dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie. Hierbij bestaat het risico op een psychose wanneer betrokkene stopt met de voorgeschreven medicatie. Evenwel is de rechtbank van oordeel dat betrokkene een netwerk heeft dat kan toezien op het welzijn van betrokkene en zijn medicatie inname. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het gevaar kan worden afgewend buiten een psychiatrisch ziekenhuis en zonder nieuwe voorwaardelijke machtiging. De rechtbank zal het verzoek derhalve afwijzen.

De rechtbank heeft acht geslagen op het bepaalde in de artikelen 8, 9 en 14c van de Wet BOPZ.

2 De beslissing

De rechtbank:

Wijst af het verzoek tot een nieuwe voorwaardelijke machtiging met betrekking tot betrokkene.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H.J. Evers, rechter, in tegenwoordigheid van G.P. Menkveld, griffier, op 6 februari 2020.