Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1151

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-02-2020
Datum publicatie
27-02-2020
Zaaknummer
C/13/678976 / KG ZA 20-73
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

kort geding; vordering tot rectificatie van een artikel in het FD over het onderbrengen van vennootschappen van Isabel Dos Santos bij een trustmaatschappij die 'onder de radar van De Nederlandsche Bank' zit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/678976 / KG ZA 20-73 MW/EB

Vonnis in kort geding van 25 februari 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UNITED INTERNATIONAL MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 3 februari 2020,

advocaat mr. Ch.E. Koster te 's-Gravenhage,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HET FINANCIEELE DAGBLAD B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

volgens de dagvaarding [woonplaats] ,

vrijwillig verschenen,

3. [gedaagde sub 3],

volgens de dagvaarding [woonplaats] ,

vrijwillig verschenen,

gedaagden,

advocaat mr. R.D. Chavannes te Amsterdam.

Partijen zullen hierna United en het FD worden genoemd. Afzonderlijk zullen gedaagden ook wel het Financieele Dagblad, [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] worden genoemd.

1 De procedure

Op de zitting van 11 februari 2020 heeft United de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding en de akte houdende vermeerdering van eis toegelicht. Het FD heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s ingediend. Vonnis is bepaald op vandaag.

Op de zitting waren aan de kant van United aanwezig [medewerker United 1] ( [functie] ), [medewerker United 2] ( [functie] ) en mr. Koster met een medewerker van haar kantoor. Aan de kant van het FD waren aanwezig [gedaagde sub 3] ( [functie] ), [gedaagde sub 2] ( [functie] ) en [medewerker FD] ( [functie] bij het Financieele Dagblad) met mr. Chavannes en zijn kantoorgenoten mr. D.M.C. Nijhuis en mr. A.J. Tromp.

2 De feiten

2.1.

United verleent onder meer trustdiensten. Vanaf ongeveer eind 2013 waren de vennootschappen Exem Energy B.V., Exem Oil & Gas B.V., Overseas Investment Holdings B.V. en Esperaza Holding B.V. cliënten van United. Medio 2016 zijn deze vennootschappen overgestapt naar de kleinere trustmaatschappij Trust Company Amsterdam (TCA).

2.2.

Vanaf eind 2014 heeft De Nederlandsche Bank (DNB) in persberichten aandacht besteed aan de gebrekkige integriteitsbeheersing binnen de trustsector. Meer speciaal is ingegaan op de bestaande risico’s van witwassen van corrupt geld door trustkantoren. DNB heeft daarbij maatregelen aangekondigd en aanwijzingen aan de trustsector gegeven.

2.3.

Exem Energy, Exem Oil & Gas en Overseas Investment Holdings zijn vennootschappen van zakenvrouw Isabel dos Santos , ook wel de rijkste vrouw van Afrika genoemd, en/of haar man Sindika Dokolo . Dos Santos is een dochter van de voormalige president van Angola en zij heeft haar fortuin vergaard in de decennia dat haar vader aan de macht was. Esperaza Holding is eigendom van Exem en van staatsoliebedrijf Sonangol, aan welk bedrijf Dos Santos tijdens het presidentschap van haar vader leiding heeft gegeven. Naar de herkomst en het beheer van het vermogen van Dos Santos wordt onderzoek gedaan, zowel strafrechtelijk als – in ieder geval vanaf medio 2013 – door de pers. De aandacht daarvoor heeft een nieuwe impuls gekregen doordat een hacker zich toegang heeft verschaft tot interne administratie van bedrijven van Dos Santos . Het International Consortium of Investigative Journalism (ICIJ) stelt gelekte stukken in handen te hebben gekregen en heeft die gedeeld met onder meer het FD. De hierna te noemen e-mails behoren tot die stukken.

I. Een e-mail van 25 juni 2015 van [medewerker United 3] ( [functie] van United) aan [vermogensbeheerder] (van Fidequity, de vermogensbeheerder van Dos Santos en haar echtgenoot), Jorge Brito Pereira (een Portugese advocaat van Dos Santos ) en [zakenpartner] ( [functie] van diamantbedrijf Nemesis en financieel adviesbureau Finexem, en zakenpartner van de echtgenoot van Dos Santos ). Deze e-mail heeft de volgende inhoud:

“We wanted to ask you if we can meet in Amsterdam on short term regarding the files of Exem Energy BV, Exem Oil & Gas BV and Overseas Investments BV. It has been some time since we last met and there are several subjects and recent developments we would need to discuss in relation to these files and the regulatory environment in the Netherlands, including:

 Status of the files

 Tax update

 Dutch and European regulatory developments

 Compliance requirements (…)”

Een e-mail van 23 juli 2015 van Brito Pereira aan drie medewerkers van Sonangol en Fidequity met voor zover hier van belang de volgende inhoud, in de door het FD overgelegde Nederlandse vertaling:

“Beste mensen,

[vermogensbeheerder] en ik hadden gisteren een vergadering bij UNITED met [medewerker United 3] (die onze kwesties coördineert), [medewerker United 1] (de verantwoordelijke Partner) en de [functie] (ik geloof [medewerker United 4] ). De vergadering ging over de EXEM-bedrijven die daar gevestigd zijn (…), maar alles wat is gezegd geldt ook voor Esperaza. Zij waren hier heel duidelijk in. In essentie vertelden zij ons het volgende:

 Dat de Nederlandsche Bank hen onlangs heeft verzocht uitleg te geven vanwege zorgen die er waren over ondernemingen die in verschillende regio’s zijn ondergebracht bij UNITED, met name Zuid-Amerika en Afrika, en dat het een heleboel informatie over die ondernemingen heeft gevraagd. Ik wijs erop dat UNITED als Trust Company gereguleerd is door de Nederlandsche Bank.

 Dat naar aanleiding van wat de Nederlandsche Bank hen had verteld en het feit dat de wetgeving onlangs veranderd is, zij de diensten niet op dezelfde voorwaarden kunnen voortzetten; het gaat hier met name om de volgende drie gebieden:

Vestiging. Zij kunnen de vestigingsdiensten niet meer bieden en stellen voor dat wij een eigen ruimte huren (een klein kantoor in hetzelfde gebouw kost ongeveer € 1.500 per maand (…))

Lokale bestuurders. Zij kunnen niet doorgaan met het leveren van diensten als trustbestuurders. Ik herinner eraan dat het voor de fiscale onderbouwing erg belangrijk is dat het aantal lokale bestuurders gelijk of groter moet zijn. Zij vertellen ons dat er verschillende onafhankelijke bestuurders zijn die gevraagd kunnen worden om functies te bekleden in de ondernemingen, maar naar mijn mening zitten daar twee nadelen aan – (i) ze zijn onafhankelijk, wat betekent dat we hen niet kunnen vertrouwen vanwege de “instantie” die hen benoemt en (ii) ze zijn veel duurder (ze hadden het tegen ons over ongeveer € 25.000 per jaar per bestuurder bij een andere cliënt die onlangs voor deze oplossing heeft gekozen).

Boekhouding en juridische thema’s. Als er een oplossing wordt gevonden voor de twee bovengenoemde punten, dan zouden ze er geen problemen mee hebben om steun te blijven geven bij thema’s zoals boekhouding/Accountancy en juridische onderwerpen/Legal.

 Ze staan niet onder druk om dit punt op korte termijn op te lossen, maar ze moeten het wel in de komende maanden hebben opgelost (ik denk dat het een redelijke aanname is dat dit uiterlijk tegen het eind van het jaar moet zijn).

In dit verband is er een probleem waar we een oplossing voor moeten vinden. Tenzij iemand een beter voorstel heeft, hebben we drie manieren om dat aan te pakken:

 Optie 1 - doen wat zij voorstellen, een ruimte huren, onafhankelijke bestuurders inhuren en de boekhoudkundige en juridische dienstverlening blijft bij UNITED. Deze oplossing heeft echter twee grote nadelen – (i) we moeten vertrouwen hebben in mensen die we niet kennen, die geen band hebben met een gerenommeerde instantie; (ii) de administratieve kosten zullen aanzienlijk stijgen (…); (iii) en, belangrijker nog, ik ben bang dat we vroeger of later problemen krijgen met de lokale banken, die, als ze zien dat we “onafhankelijk” zijn, strengere eisen gaan stellen op het gebied van compliance, met als gevolg dat onze vestiging in Nederland niet meer aangehouden kan worden. (…)

 Optie 2 - we proberen andere, kleinere Trustmaatschappijen, die niet meteen op de radar staan. Deze oplossing, als dit al mogelijk zou zijn, heeft uiteraard niet alleen als nadeel dat het een “downgrade” van de dienstverlening en het aanzien is, maar ook dat we hiermee alleen maar wat tijd rekken, omdat deze ondernemingen na een paar maanden vast en zeker door de Nederlandsche bank onder druk worden gezet om hetzelfde te doen als wat United nu aan het doen is.

 Optie 3 – Wij gaan weg uit Nederland en vinden een andere oplossing die fiscaal efficiënt is (…).”

Een e-mail van 20 mei 2016 van [vermogensbeheerder] (Fidequity) aan

[zakenpartner] (Finexem) waarin onder meer het volgende staat:

“Since 2015 United Trust informed us that the companies with Isabel and Sindika as UBO were being scrutinized frequently by the Dutch Authorities and the KYC [know your customer, vzr.] procedures were extremely complex.

They also informed us that they wouldn’t want to maintain their position as Directors of the above mentioned companies [Exem Energy, Exem Oil & Gas en Overseas Investment Holdings, vrz.].

Due to that information, we contacted Trust Company Amsterdam to transfer the files from United Trust. (…)”

2.4.

Op 19 december 2019 heeft [gedaagde sub 3] per e-mail aan United aangekondigd dat het Financieele Dagblad en Trouw onderzoek doen naar een aantal zaken die betrekking hebben op Angola, en een aantal vragen ter beantwoording voorgelegd. Die vragen hebben betrekking op de dienstverlening van United aan Exem Energy, Exem Oil & Gas, Overseas Investment Holdings en Esperaza Holding en de redenen voor het overstappen van die vennootschappen van Intertrust (dat vóór United trustdiensten aan de vennootschappen had verleend) naar United Trust, en van United Trust naar TCA. Gevraagd is of daaraan compliance redenen ten grondslag lagen. United heeft op 7 januari 2020 via haar advocaat op de e-mail gereageerd. Kort gezegd komt die reactie erop neer dat United in algemene bewoordingen ontkent bij haar dienstverlening regelgeving te hebben geschonden. Zij heeft verder verzocht de context van de op handen zijnde publicatie duidelijk te maken, de gelekte stukken aan haar te verstrekken en haar voorinzage in het te publiceren artikel te geven.

2.5.

[gedaagde sub 3] en mr. Koster hebben vervolgens nog een aantal e-mails over de kwestie uitgewisseld, waarna is afgesproken dat United op 17 januari 2020 op de redactie van Het Financieele Dagblad de gelekte stukken mocht inzien.

2.6.

Op 17 januari 2020 is alleen mr. Koster namens United op de redactie verschenen. Zij heeft samen met [gedaagde sub 3] de stukken doorgenomen. Na afloop van het bezoek heeft mr. Koster een e-mail aan [gedaagde sub 3] gestuurd waarin onder meer de volgende passage staat:

“(…) Het gespreksverslag dat ik in zijn geheel heb ingezien [de e-mail van 23 juli 2015 van Brito Pereira, zie 2.3 onder II, vzr.], kent cliënte niet (zoals ook eerder geschreven). Het is ook niet eerder met haar gedeeld; uit het verslag (de e-mail) blijkt ook dat dit slechts is gedeeld tussen de Portugese advocaat en haar cliënten.

Voor de inhoud daarvan neemt zij geen enkele verantwoordelijkheid. In dat licht wil zij wel toevoegen aan haar eerdere mededeling over gedeelten van dit verslag, dat zij tijdens de meeting waar het verslag op pretendeert te zien een kort overzicht heeft gegeven van het regulatore kader van de in Nederland geldende wet- en regelgeving. Dat geeft zij overigens aan iedere cliënt. Cliënte heeft noch geadviseerd, noch bewoordingen gebruikt zoals in het document zijn opgenomen. Daar neemt zij dan ook uitdrukkelijk afstand van. Mocht uw publicatie melding maken van het gespreksverslag, dan verzoeken wij u ook te melden dat cliënte hier uitdrukkelijke afstand van neemt. (…)”

2.7.

[gedaagde sub 3] heeft die e-mail nog dezelfde dag als volgt beantwoord:

“Dank voor de nadere toelichting namens United.

Zoals gezegd zullen we vermelden dat United het verslag niet kent en daar afstand van neemt. Goed weekend.”

2.8.

[gedaagde sub 3] en mr. Koster hebben ieder een eigen verslag opgesteld van het redactiebezoek, waarin zij zijn ingegaan op de gemaakte afspraken/gedane toezeggingen over het in de publicatie op te nemen weerwoord van United.

In het verslag van mr. Koster staat daarover:

“De advocaat van United Trust en het Financieele Dagblad nemen afscheid met de afspraak dat Het Financieele Dagblad in haar publicatie expliciet zal melden dat United Trust het verslag niet kent en daar uitdrukkelijk afstand van neemt.”

In het verslag van [gedaagde sub 3] staat:

“Nogmaals gezegd dat we zullen melden United het verslag niet kent. CK zegt dat dit al meerdere malen is gemeld en dat United daar geen verantwoordelijkheid voor neemt.”

2.9.

Op 21 januari 2020 heeft het Financieele Dagblad op de voorpagina een artikel van [gedaagde sub 3] geplaatst over het strengere toezicht op de trustsector en de buitenlandse klanten met een slechte reputatie die daardoor uit Nederland vertrekken. Op zowel pagina 10 van de papieren editie als online is onder de kop “Bv’s Dos Santos duiken onder de radar” een tweede artikel van [gedaagde sub 3] gepubliceerd. In dat artikel staan onder meer de volgende passages:

“(…)

‘Zoek een trustkantoor dat kleiner is en meer onder de radar zit’. Het is een van de overwegingen die in de zomer van 2015 ter tafel komen. Vertegenwoordigers van Isabel dos Santos , de dochter van de toenmalige president van Angola, noteren deze optie als een van de mogelijkheden voor haar Nederlandse bv’s na een gesprek met medewerkers van United Trust.

Dat trustkantoor wil de dienstverlening aan die vennootschappen stoppen. Uit het gespreksverslag blijkt dat dit mede zou zijn gebeurd na aandringen van De Nederlandsche Bank (DNB), de toezichthouder op de trustkantoren in Nederland. (…)

Twee jaar later [in 2015, vzr.] komt het idee bovendrijven om de bv’s opnieuw te verhuizen, naar een nog kleiner kantoor dat ‘meer onder de radar zit’. Een medewerker van Dos Santos zegt in een e-mail: ‘United Trust heeft ons geïnformeerd dat de bedrijven waar Isabel en Sindika eigenaar van zijn, stelselmatig zijn onderzocht door de Nederlandse autoriteiten en dat het klantonderzoek extreem complex is. Zij hebben ons gemeld dat zij niet meer de bestuurders van deze bedrijven willen zijn.’

(…)

Vanwege het stoppen van de dienstverlening door United Trust zitten vertegenwoordigers van Dos Santos en medewerkers van het trustkantoor in juni 2015 bij elkaar om mogelijke alternatieven te bespreken. Volgens het gespreksverslag van Dos Santos ' Portugese advocaat Jorge Brito Pereira liggen er drie opties op tafel: uit Nederland vertrekken, een eigen ruimte in Nederland huren en managers inhuren of een kleiner trustkantoor zoeken dat ‘meer onder de radar zit’. (…)”

In het artikel staat, binnen een kader “Reacties trustkantoren”, voor zover het United betreft het volgende:

“United Trust zegt het gespreksverslag van Dos Santos ’ advocaat niet te kennen en ook niet verantwoordelijk te zijn voor de inhoud. ”

3 Het geschil

3.1.

United vordert na vermeerdering van haar eis, kort gezegd:

  1. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot plaatsing van een rectificatie van het artikel in zowel de papieren krant als online op de wijze zoals weergegeven in het petitum van de dagvaarding;

  2. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot aanpassing van de online versie van het artikel, door middel van primair de in de akte vermeerdering eis opgenomen toevoegingen danwel subsidiair de in die akte genoemde weglatingen;

  3. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 10.000,00 aan United, vermeerderd met rente, bij wijze van voorschot op de immateriële schadevergoeding; en

  4. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een dwangsom als niet volledig wordt voldaan aan de onder I) en II) gevorderde veroordelingen;

  5. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met rente.

3.2.

Het FD voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Het toetsingskader

4.1.

Toewijzing van de vorderingen zou de meningsuiting beperken. Die beperking moet bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM).

4.2.

Wil sprake zijn van een beperking die bij de wet is voorzien, dan zal de publicatie onrechtmatig jegens United moeten zijn. Om uit te maken of dat het geval is, moet de belangen van partijen tegen elkaar worden afgewogen. Daarbij is het belang van United dat zij niet door de publicatie wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van het FD is dat zij zich kritisch en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken.

De publicatie

4.3.

Partijen zijn het erover eens dat corruptie, witwassen en de mogelijke betrokkenheid daarbij van de trustsector een ernstige misstand is die de samenleving raakt en waarover het FD mag berichten. Ook zijn partijen het erover eens dat op 22 juli 2015 een bespreking heeft plaatsgevonden tussen enerzijds vertegenwoordigers van United, waaronder [medewerker United 1] , en anderzijds Brito Pereira en [vermogensbeheerder] . Ter zitting heeft [medewerker United 1] desgevraagd meegedeeld dat United niet beschikt over eigen gespreksaantekeningen en dat hij zich uit zijn hoofd de inhoud van het gesprek herinnert. Volgens hem was het een heel gewoon exitgesprek waarin United heeft uitgelegd waarom de dienstverlening zou worden beëindigd. Verder heeft hij meegedeeld dat het niet zo is gegaan zoals door Brito Pereira is opgeschreven. Volgens United wordt in het artikel ten onrechte de suggestie gewekt (i) dat zij betrokken is geweest bij advisering die erop gericht was om de vennootschappen van Dos Santos “onder de radar” te brengen en (ii) dat zij haar dienstverlening zou hebben beëindigd onder druk van DNB. Haar integriteit wordt hiermee in twijfel getrokken en dat berokkent haar veel schade, aldus United.

(i) De suggestie dat United betrokken is geweest bij advisering gericht op het “onder de radar brengen” van de vennootschappen.

4.4.

In het artikel staat dat de optie om de vennootschappen onder te brengen bij een kantoor dat meer onder de radar zit, door vertegenwoordigers van Dos Santos is genoteerd na een gesprek met medewerkers van United. Dat is ook wat er is gebeurd, afgaande op de e-mail van Brito Pereira van 23 juli 2015. In die e-mail staat dat hij een dag eerder overleg met United had gevoerd en somt hij drie oplossingen op, waarvan er één is: het overstappen naar een kleiner trustkantoor dat meer onder de radar opereert. Vooralsnog is er geen reden om de authenticiteit van de e-mail van Brito Pereira en de andere gelekte stukken in twijfel te trekken, zoals United doet. Eén van de gelekte stukken is een e-mail van United zelf (zie hiervoor onder 2.3. I). Ter zitting heeft United het bestaan en de inhoud van deze e-mail bevestigd. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de andere stukken dan niet authentiek zouden zijn.

4.5.

Het is goed mogelijk dat bij de lezer van het artikel de indruk ontstaat dat de mogelijkheid om met een kleiner trustkantoor onder de radar van de DNB te blijven opereren (optie 2) tijdens het gesprek van 22 juli 2015 door United is genoemd of met United is besproken. Dat is dan een gevolg van de tekst van Brito Pereira. Bij de eerste van de drie opgesomde opties vermeldt hij expliciet dat die door United is geadviseerd (“doen wat zij voorstellen”). Bij de tweede en derde optie staat iets dergelijks niet, maar er staat ook niet dat die opties níet zijn besproken. De e-mail van Brito Pereira laat dus ruimte voor de veronderstelling dat alle opties met United zijn besproken. De e-mail biedt op dit punt voldoende steun voor de strekking van het artikel.

4.6.

Het FD heeft in het artikel niets gedaan om de indruk te versterken dat United optie 2 heeft geadviseerd of dat zij betrokken is geweest bij het overleg daarover. Integendeel, het FD maakt duidelijk dat die optie alleen terugkomt in stukken die zijn opgesteld door vertegenwoordigers van Dos Santos . Zij vermeldt immers dat vertegenwoordigers van Dos Santos die optie noteren als een van de mogelijkheden, en dat volgens het gespreksverslag van Dos Santos ’s Portugese advocaat drie opties op tafel liggen.

(ii) De suggestie dat United haar dienstverlening onder druk van DNB heeft gestaakt.

4.7.

Volgens het artikel blijkt uit het gespreksverslag (de e-mail van Brito Pereira) dat United mede na aandringen van DNB de dienstverlening aan de Dos Santos -vennootschappen wilde stopzetten. In de e-mail van Brito Pereira staat dat DNB United om uitleg heeft gevraagd in verband met zorgen van DNB over ondernemingen die bij United waren ondergebracht, en dat United naar aanleiding van de mededelingen van DNB en van gewijzigde wetgeving haar diensten niet op dezelfde voorwaarden kon voortzetten. Dat strookt met de tekst in het artikel en wordt ook bevestigd door de latere e-mail van Fidequity aan Finexem (zie onder 2.3, nr. III). Daarin staat dat United sinds 2015 heeft laten weten dat de Dos Santos -vennootschappen regelmatig werden onderzocht door de Nederlandse autoriteiten, dat de KYC procedures zeer complex waren en dat United niet langer als bestuurder van de vennootschappen wilde optreden. Ook deze uitlating in het artikel wordt dus gedragen door het ten tijde van de publicatie beschikbare feitenmateriaal.

4.8.

United kan het FD niet kwalijk nemen dat zij is afgegaan op de gelekte stukken, omdat zij zelf geen andere duidelijke reden voor de beëindiging van haar dienstverlening heeft gegeven. Zij heeft het gelaten bij “een focusverschuiving van haar eigen dienstverlening en cliëntportfolio”, zonder daarbij concreter te worden. Voorshands is niet aannemelijk dat haar geheimhoudingsplicht het haar geheel onmogelijk maakt een nadere toelichting te geven op haar besluit haar werkzaamheden voor de Dos Santos -vennootschappen te staken. United heeft ook niet duidelijk kunnen maken waarom het nodig was om ‘compliance requirements’ als agendapunt op te nemen (2.3 onder I) als dat niet relevant was voor het exitgesprek. Haar toelichting dat zij dat standaard doet bij exitgesprekken, overtuigt niet.

4.9.

Mogelijk heeft United uit eigen beweging gekozen voor beëindiging van haar dienstverlening, maar voorshands is aannemelijk dat het strengere toezicht van DNB op de trustsector die dienstverlening lastiger maakte en daarom wel (mede) redengevend is geweest voor het staken van de werkzaamheden. De stelling van United dat DNB de Dos Santos -vennootschappen niet ‘op de hielen zat’, komt niet erg geloofwaardig over gezien de inhoud van de onder 2.3 genoemde e-mails. Of United al dan niet een bezoek, oproep of waarschuwing van DNB heeft ontvangen in verband met haar dienstverlening aan de Dos Santos -vennootschappen is niet van doorslaggevend belang. In het artikel staat ook niet dat daarvan sprake is geweest.

Wederhoor

4.10.

United vindt dat haar niet voldoende gelegenheid is geboden voor het geven van een weerwoord. Dat is echter niet terecht. Het FD heeft haar bijna een maand de tijd gegeven om de gestelde vragen te beantwoorden. Toen haar bovendien de mogelijkheid van inzage in de gelekte stukken werd geboden, is de advocaat van United naar de redactie gegaan, in plaats van medewerkers die bij het overleg van 22 juli 2015 aanwezig waren en/of die bekend waren met de bedrijfsvoering van United. United kan zich dan nu niet beklagen dat zij onvoldoende gelegenheid tot weerwoord heeft gekregen. De bij het redactiebezoek beschikbare vertalingen (van stukken in het Portugees en Engels) waren overigens voldoende duidelijk om daarop te kunnen reageren. United heeft ook niet duidelijk gemaakt op welke concrete punten die vertalingen te wensen over lieten.

4.11.

Het weerwoord van United en de andere trustkantoren is in het artikel binnen een kader geplaatst, met daarboven in vette letters “Reacties trustkantoren”. Door die weergave valt het weerwoord op. United heeft bezwaar tegen de plaatsing van het kader. Het weerwoord – dat United het gespreksverslag niet kent en dat zij niet verantwoordelijk is voor de inhoud daarvan – staat volgens United te ver af van de plaatsen in het artikel waarin het gespreksverslag wordt genoemd, waardoor volgens haar iedere relatie met de aantijgingen ontbreekt. Daarmee doet United de lezer echter tekort, zoals het FD terecht heeft aangevoerd.

4.12.

In het weerwoord van United staat dat zij het verslag van Brito Pereira niet kent en ook niet verantwoordelijk is voor de inhoud. Er staat niet dat zij afstand neemt van de inhoud van de e-mail van Brito Pereira. Afstand nemen houdt in het gewone taalgebruik iets meer in dan niet verantwoordelijk zijn voor de inhoud. Met afstand nemen wordt bedoeld dat iemand het er niet mee eens is, terwijl niet verantwoordelijk zijn neutraler is. Partijen verschillen van mening of FD had toegezegd in het weerwoord te vermelden dat United afstand nam. Tijdens het redactiebezoek is al gesproken over de inhoud van het weerwoord, maar partijen hebben daarover elk een andere lezing, zoals blijkt uit de door hen opgemaakte verslagen van het bezoek. Volgens mr. Koster is afgesproken dat het FD in haar publicatie expliciet zal vermelden dat United het verslag niet kent en daar uitdrukkelijk afstand van neemt. Volgens [gedaagde sub 3] is alleen besproken dat United het verslag niet kent en dat zij daarvoor geen verantwoordelijkheid neemt. Na afloop van het redactiebezoek heeft mr. Koster per e-mail verzocht om te vermelden dat United afstand neemt van het gespreksverslag van Brito Pereira. [gedaagde sub 3] heeft toegelicht dat hij die e-mail zag als bevestiging van de afspraak die volgens hem tijdens het redactiebezoek was gemaakt. Die toelichting vindt steun in de woorden “zoals gezegd”, in zijn antwoord van 17 januari 2020. Tegen deze achtergrond is voorshands niet aannemelijk dat het FD zich heeft verplicht om in het weerwoord letterlijk op te nemen dat United afstand neemt van de inhoud van de e-mail van Brito Pereira. Het verschil tussen de wel gepubliceerde tekst en dit door United gewenste weerwoord is niet zodanig groot dat de gepubliceerde variant om die reden onrechtmatig is jegens United.

De conclusie

4.13.

De tekst en strekking van het artikel vinden voldoende steun in de e-mails die zijn genoemd onder 2.3. Dit maakt dat de publicatie niet onrechtmatig is jegens United en er is dan ook geen grond voor toewijzing van de gevorderde rectificatie of aanpassing. Vanwege het ontbreken van onrechtmatigheid is er ook geen reden voor toewijzing van een voorschot op schadevergoeding. De vordering zal in zijn geheel worden afgewezen.

De proceskosten

4.14.

United zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van het FD worden begroot op:

- griffierecht € 2.042,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 3.022,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt United in de proceskosten, aan de zijde van het FD tot op heden begroot op € 3.022,00,

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2020.1

1 type: eB coll: mb