Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:1110

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-02-2020
Datum publicatie
28-02-2020
Zaaknummer
13/706185-11
Rechtsgebieden
Internationaal strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Executie-EAB Italië, zaak naar Italiaans recht verjaard, Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/706185-11

RK-nummer: 11/1577

Datum uitspraak: 4 februari 2020

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 11 maart 2011 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 8 maart 2011 door de Office of the Prosecutor General attached to the Court of Appeal of Naples (Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Italië) op [geboortedag] 1964,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1 Procesgang

Zitting 17 mei 2011

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 17 mei 2011. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. al Mansouri. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R.A. van der Horst, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft het onderzoek op die zitting geschorst voor onbepaalde tijd om – kort gezegd – de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit om aanvullende informatie te verzoeken.

Zitting 4 februari 2020

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 4 februari 2020. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie
mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon en zijn raadsman zijn – in overleg – niet ter zitting verschenen.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd, omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Italiaanse nationaliteit heeft.

3 Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat uit de e-mails van 10 december 2019 en
13 december 2019 van SIRENE blijkt dat de signalering is ingetrokken. Blijkens die informatie is de zaak naar Italiaans recht verjaard.

Daarnaast heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het geschorste bevel tot inverzekeringstelling dient te worden opgeheven.

De rechtbank zal het Openbaar Ministerie op grond van het bovenstaande niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

4 Beslissing

VERKLAART het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering van 11 maart 2011.

STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.

Aldus gedaan door

mr. R. Godthelp, voorzitter,

mrs. E.M.M. Gabel en M.E.M. James-Pater, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. Wijkman, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 4 februari 2020.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.