Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:9813

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-10-2019
Datum publicatie
22-01-2020
Zaaknummer
C/13/673570 / JE RK 19-950
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Gesloten jeugdhulp. Mede gezien de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper die uitdrukkelijk pleit voor een verlening voor ‘een heel korte periode’, zal de kinderrechter de machtiging voor een kortere duur verlenen dan verzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Amsterdam

Zaakgegevens : C/13/673570 / JE RK 19-950

datum uitspraak: 28 oktober 2019

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp (met instemming ouder)

in de zaak van

DE JEUGD- & GEZINSBESCHERMERS, handelend namens het college van de gemeente Amstelveen, hierna ook te noemen de GI.

betreffende de minderjarige

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] .

[de moeder] , wonende te [woonplaats] , is de moeder.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: de minderjarige en de moeder.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI, ingekomen bij de griffie op 10 oktober 2019

- de instemmende verklaring d.d. 15 oktober 2019 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- de geschreven reactie van [minderjarige] op het verzoek, binnengekomen op 16 oktober 2019.

- het behandelplan van De Koppeling van 11 oktober 2019, ingekomen op 16 oktober 2019.

Op 28 oktober 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [minderjarige] , ook apart gehoord, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. N. Bevelander,

- de moeder,

- de heer [medewerker Jeugdzorg] vertegenwoordiger van de GI.

De feiten en het verzoek


Het gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

Bij beschikking van 30 juli 2019 is een machtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te plaatsen voor de duur van drie maanden, te weten tot 30 oktober 2019.

In dat kader verblijft [minderjarige] in De Koppeling te Amsterdam.

De GI heeft een machtiging verzocht om [minderjarige] na 30 oktober 2019 aansluitend in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden.

De moeder stemt in met het verblijf in een gesloten accommodatie.

De standpunten

Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd. Het traject in De Koppeling duurt langer dan gepland, onder andere door de zomervakantie, en dat is spijtig. [minderjarige] heeft meegewerkt, maar de verlofmomenten zijn nog te kort geweest om een goede inschatting voor het vervolg te kunnen maken. De verlofmomenten bij de moeder zullen steeds meer worden uitgebreid. Verder wordt er naar een buitenschool gezocht. Daarnaast dient er thuis hulp te worden ingezet wanneer [minderjarige] weer bij haar moeder gaat wonen. Een machtiging voor de duur van drie maanden wordt nog nodig geacht.

De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij het eens is met het verzoek. Er dient uit de komende periode nog zoveel mogelijk te worden gehaald om zo een stevige basis te leggen. De positieve ontwikkelingen bij [minderjarige] en in de relatie met de moeder zijn namelijk nog pril en broos. Er is intensieve hulp vanuit De Koppeling voor zowel [minderjarige] als voor hen samen. Verder is van belang dat de buitenschool goed wordt geregeld en dat zij ook echt lessen kan gaan volgen op de [school] school.

[minderjarige] heeft aangegeven dat zij de gesloten plaatsing, na meerdere open groepen, als heftig heeft ervaren. De derde week is zij twee keer weggelopen en dat had zij niet moeten doen. Voor de rest heeft zij altijd meegewerkt en zich aan de regels gehouden. Haar verloven zijn uitgebreid en het contact met haar moeder is verbeterd. Zij snapt dat het goed is voor haar om nog even in De Koppeling te blijven voordat zij bij haar moeder kan gaan wonen. Zij wil daar echter niet nog drie maanden zitten. [minderjarige] is begonnen op een kleine school, [school] te Amstelveen. Daarnaast sport zij.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er opnieuw een gesloten machtiging kan worden verleend, maar dat de duur daarvan aanzienlijk korter dient te zijn dan verzocht. [minderjarige] is een programma voorgespiegeld dat kortdurend zou zijn, waarna zij weer bij haar moeder kan gaan wonen. Dit duurt nu langer door redenen die vooral buiten haar schuld liggen. Desondanks heeft zij stappen gemaakt en is zij bereid te blijven meewerken. Zij wil echter niet weer drie maanden gesloten worden geplaatst, maar voor bijvoorbeeld 4 tot 6 weken. Ook de gedragswetenschapper is van mening dat de plaatsing van korte duur moet zijn.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat aan dat criterium nog steeds wordt voldaan.

Alle betrokkenen zijn het er over eens dat het goed is geweest dat [minderjarige] in De Koppeling is geplaatst vanwege de grote zorgen over haar grensoverschrijdende gedrag en haar persoonlijke ontwikkeling. De methode Samen Krachtig is ingezet om [minderjarige] binnen een periode van drie maanden weer veilig bij haar moeder te kunnen laten wonen. Het is helaas niet gelukt om het traject binnen deze periode af te ronden. Er is niet voortvarend genoeg te werk gegaan binnen De Koppeling, en ook [minderjarige] heeft zichzelf tot twee keer toe onttrokken aan de behandeling. Dit heeft ertoe geleid dat de verloven nog niet voldoende opgebouwd zijn om op dit moment de overgang naar huis mogelijk te maken. Ook moet de buitenschool nog worden bestendigd. Het is van belang dat [minderjarige] een stabiele schoolgang heeft. Aan deze punten zal de komende periode vanuit De Koppeling verder moeten worden gewerkt. Ook zullen de therapieën doorgaan. Mede gezien de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper die uitdrukkelijk pleit voor een verlening voor ‘een heel korte periode’, zal de kinderrechter de machtiging voor een kortere duur verlenen dan verzocht. De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen, en wel voor de periode van twee maanden, te weten tot 31 december 2019. Hopelijk kan [minderjarige] dan met een voldoende stevige basis weer bij haar moeder gaan wonen en kan het vertrouwen in hun relatie weer worden hersteld. Het verzoek zal voor het overige worden afgewezen.

De beslissing


De kinderrechter:

- verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 30 oktober 2019 tot uiterlijk 31 december 2019 betreffende de minderjarige [minderjarige] ;

- wijst het verzoek voor het overige AF.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.C. Hoogeveen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mrs. P. Tanis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2019.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 november 2019.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam