Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:9809

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-10-2019
Datum publicatie
22-01-2020
Zaaknummer
C/13/672509 / JE RK 19-876
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

jeugdzaak. Van gesloten jeugdhulp naar open plaats. Via spoedverzoek omdat deze plek direct beschikbaar was en een langere gesloten plaatsing niet noodzakelijk was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Amsterdam

Zaakgegevens : C/13/672509 / JE RK 19-876

datum uitspraak: 1 oktober 2019

beschikking uithuisplaatsing

in de zaak van

JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM, hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI),

gevestigd te Amsterdam

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] .

[de moeder] , wonende te [woonplaats] , is de moeder.

[de vader] , wonende te [woonplaats] , is de vader.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [minderjarige] en de ouders

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het (spoed)verzoek met bijlagen (waaronder het psychodiagnostisch onderzoek) van de GI van 18 september 2019, ingekomen bij de griffie op 18 september 2019;

- de beschikking van de kinderrechter van 18 september 2019 waarbij een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing is verleend.

Op 1 oktober 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige, die apart is gehoord,

- de ouders, bijgestaan door een tolk en door hun raadsvrouw mr. S. Benayad,
- mevrouw [medewerker Jeugdzorg] , namens de GI.

De feiten en het verzoek

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

Bij beschikking van 27 mei 2019 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld en bij beschikking van 30 augustus 2019 is zij definitief onder toezicht gesteld tot 27 augustus 2020.

Bij beschikking van 30 augustus 2019 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 27 september 2019. In dat kader verblijf zij in De Lindenhorst te Zeist.

De GI heeft op 18 september 2019 de (spoed)uithuisplaatsing van [minderjarige] verzocht voor verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (Pinq Amsterdam, open groep) voor de duur van zes maanden.

Bij voornoemde beschikking van 18 september 2019 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend voor verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken, onder aanhouding van het overige.

De standpunten

Ter zitting heeft de GI gepersisteerd bij het verzoek en dit mondeling toegelicht. [minderjarige] is overgeplaatst vanuit gesloten jeugdhulp naar de open groep van Pinq. Het is de bedoeling dat zij steeds meer vrijheden en verlof krijgt en er naar huis wordt toegewerkt. Zij leert omgaan met social media. De GI vindt dat traumabehandeling nodig is, maar [minderjarige] is hier nog niet aan toe. Men blijft hierover in gesprek met [minderjarige] . De relatie met de ouders dient aandacht te krijgen. Hieraan wordt al op een goede manier gewerkt in de vorm van systeemtherapie. Om dit verder vorm te geven en uit te bouwen is naar verwachting nog wel zes maanden nodig, aldus de GI.

[minderjarige] heeft naar voren gebracht dat zij graag weer bij haar ouders wil gaan wonen zodra dat kan. Ook zou ze graag in de weekenden naar huis gaan. De plek bij Pinq is wel beter dan De Lindenhorst want zij krijgt daar ook meer vrijheden.

De raadsvrouw van de ouders heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek kan worden toegewezen, maar bij voorkeur voor een kortere duur, bijvoorbeeld voor vier maanden. De ouders willen dat [minderjarige] weer snel naar huis komt. Zij beseffen echter ook dat er nog veel moet gebeuren en dat er ook bij hen veel is misgegaan. Inmiddels is er sfeer die meer open is, ook door de systeemtherapie.

De ouders wensen dat het goed gaat met haar dochter. Zij vinden het fijn om meer met elkaar te praten en zij verheugen zich op het moment dat [minderjarige] weer thuis komt. Van belang is dat zij haar school kan blijven doen en dat zij daar het materiaal ook voor krijgt.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting volgt dat [minderjarige] gesloten is geplaatst in verband met de grote zorgen over haar (wegloop)gedrag. Daarbij was ook vanuit de ouders sprake van dreiging. Inmiddels is de situatie voldoende gestabiliseerd en is [minderjarige] met een spoedmachtiging geplaatst op een open groep van Pinq. Deze was nodig omdat deze plek direct beschikbaar was en een langere gesloten plaatsing niet noodzakelijk was. Er is systeemtherapie ingezet om de relatie met de ouders en [minderjarige] te verbeteren en over en weer meer begrip te krijgen. Zij maken nu stappen in de goede richting. Het doel is dat [minderjarige] op den duur weer thuis gaat wonen. Hiervoor is het nodig dat het contact tussen de ouders en [minderjarige] verder herstelt, [minderjarige] aan haar trauma’s werkt en haar verlof wordt opgebouwd. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de spoeduithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk was en het voortduren van die machtiging tot uithuisplaatsing voor de verzochte periode noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding van [minderjarige] (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter wijst aldus de verzochte zes maanden toe en niet, zoals verzocht, een kortere periode, om de GI de tijd te geven die nodig is. Als alles voorspoediger gaat, kan een eerdere thuisplaatsing wellicht aan de orde zijn.

De beslissing

De kinderrechter:

- handhaaft de beslissing van 18 september 2019;

- verleent aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot uiterlijk 18 maart 2020;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Dinjens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. P. Tanis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2019.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 oktober 2019.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam