Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:924

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
15-02-2019
Zaaknummer
6665856 CV EXPL 18-3930
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een man die voor minder dan 10 euro per nacht een appartement boekte in het centrum van het Poolse Gdansk via Booking.com had moeten weten dat het om een foute prijsopgave ging. Daarom is er geen overeenkomst tussen de man en Booking.com gesloten en heeft Booking.com niet onrechtmatig gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6665856 CV EXPL 18-3930

vonnis van: 12 februari 2019

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. Y.K. Kunze

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Booking.com B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: Booking.com

vertegenwoordigd door: [naam]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De kantonrechter is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:

  • -

    dagvaarding van 26 januari 2018 met producties;

  • -

    antwoord met producties;

  • -

    instructievonnis;

  • -

    repliek met een productie;

  • -

    dupliek;

  • -

    dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:

1.1.

Op 2 september 2016 heeft [eiser] via de website Booking.com het appartement [naam appartement] , gelegen [adres] ) (hierna: het appartement) geboekt van 1 september 2017 tot en met 14 september 2017 tegen een prijs van 40 PLN per nacht (omgerekend € 9,47), in totaal € 124,72.

1.2.

Bij e-mail van 5 september 2016 (in het Duits) heeft Booking.com aan [eiser] bericht dat de prijs bij de boeking verkeerd was en dat de correcte prijs 375 PLN per nacht bedraagt en dat hij kenbaar dient te maken of hij akkoord kan gaan met die prijs.

1.3.

[eiser] heeft bij e-mail van 6 september 2016 meegedeeld te persisteren bij zijn boeking en het aanbod af te wijzen onder de mededeling dat hij twee vergelijkbare aanbiedingen van hotels heeft gezien, maar dat deze kamers inmiddels niet meer beschikbaar zijn.

1.4.

Op 6 oktober 2016 heeft Booking.com aan [eiser] bericht dat de boeking gestorneerd is.

1.5.

Op het verzoek van [eiser] om schadevergoeding van 9 augustus 2017 heeft Booking.com afwijzend gereageerd.

Vordering en verweer

2. [eiser] vordert - kort gezegd - Booking.com bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen aan hem te betalen:

  • -

    € 370,52 aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 12 augustus 2017 tot de voldoening;

  • -

    € 76,25 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de voldoening,

met veroordeling van Booking.com in de proceskosten, inclusief nakosten.

3. [eiser] voert daartoe primair aan dat er sprake is van een boekingsovereenkomst tussen hem en Booking.com. Nu Booking.com in Nederland gevestigd is, is op grond van artikel 4 lid 1 Verordening EU 1215/2012 de Nederlandse rechter bevoegd. Dit volgt ook uit artikel 11 van de algemene voorwaarden van Booking.com, voor zover die van toepassing zijn. Op de overeenkomst is op grond van artikel 4 van EG Verordening 539/2008 (Rome I) Nederlands recht van toepassing. Met de boekingsbevestiging heeft Booking.com het aanbod van [eiser] aanvaard en door haar verplichtingen uit die overeenkomst niet na te komen, wanprestatie ex artikel 6:74 BW gepleegd. Voor zover er algemene voorwaarden van toepassing zijn, hetgeen [eiser] betwist, zijn deze onredelijk bezwarend omdat zij (nagenoeg) iedere aansprakelijkheid van Booking.com uitsluiten. [eiser] vordert vernietiging van artikel 2 van deze voorwaarden. [eiser] vordert schadevergoeding ter hoogte van het prijsverschil dat hij meer heeft moeten betalen voor zijn verblijf in een gelijkwaardige accommodatie. Subsidiair vordert [eiser] hetzelfde bedrag op grond van een onrechtmatige daad, in welk geval een en ander op grond van artikel 4 lid 1 van EG Verordening 864/2007 (Rome II) naar Duits recht beoordeeld moet worden.

4. Booking.com voert verweer, waarop hierna bij de beoordeling verder wordt ingegaan.

Beoordeling

5. Op grond van artikel 4 van de Brussel 1bis-Verordening (hierna: de EEX-verordening) acht de kantonrechter zich terzake van het geschil bevoegd, nu Booking.com haar zetel in Nederland heeft en is verschenen zonder die bevoegdheid te betwisten.

6. Het gaat in deze zaak om een boeking voor een appartement in het centrum van Gdansk voor minder dan € 10,00 per nacht in de maand september van 2017. De kantonrechter stelt vast, dat Booking.com onweersproken als verweer heeft aangevoerd dat de reservering een goed lopend appartement in het centrum van Gdansk betrof met zeer goede reviews. Uit de bevestiging blijkt dat het gaat om appartement [naam appartement] aan de [adres] . Uit de site van Booking.com, die als algemeen bekend mag worden verondersteld, blijkt dat het gaat om een appartement met een grote zitkamer met open keuken, en naar het zich laat aanzien, meerdere slaapkamers. Eveneens is onweersproken het verweer van Booking.com dat geen sprake was van een stuntaanbieding en dat Booking.com nergens op haar site appartementen in Gdansk aanbood voor een soortgelijke prijs, laat staan appartementen met een dergelijke beoordeling en locatie. De kantonrechter gaat bij de beoordeling uit van deze feiten en oordeelt dan als volgt.

7. Voor zover [eiser] zich beroept op het bestaan van een overeenkomst met Booking.com, welk bestaan door de laatste uitdrukkelijk is betwist, oordeelt de kantonrechter dat indien die vraag al bevestigend zou moeten worden beantwoord, dit niet kan leiden tot toewijzing van de vordering. De zaak moet dan overeenkomstig artikel 4 van Rome I beoordeeld worden naar Nederlands recht, omdat Booking.com hier haar gewone verblijfplaats heeft, er geen (andere) rechtskeuze door partijen is gemaakt en [eiser] als consument de keuze heeft gemaakt de zaak in Nederland aanhangig te maken. In dat geval beroept Booking.com zich op het ontbreken van een geldig aanbod, aangezien de wil ontbrak om het appartement voor een fractie van de gebruikelijke prijs aan te bieden. Met hetgeen hiervoor onder 6. is vastgesteld, heeft Booking.com afdoende onderbouwd dat bij haar de wil ontbrak om het appartement tegen deze prijs aan te bieden, zodat dan in beginsel geen overeenkomst tot stand komt (artikel 3:33 BW), tenzij [eiser] een beroep op artikel 3:35 BW toekomt. Kort gezegd, mocht [eiser] - alle omstandigheden in aanmerking genomen - gerechtvaardigd vertrouwen op dit aanbod? De kantonrechter is van oordeel dat de prijs van nog geen € 10,00 per nacht gezien de periode van boeking, de plaats in het centrum en de omvang van het appartement zodanig laag is, dat voor [eiser] duidelijk was of had moeten zijn dat sprake was van een foute prijsopgave. [eiser] heeft in dit verband weliswaar aangevoerd dat hij ten tijde van de boeking twee vergelijkbare aanbiedingen van hotels heeft gezien, hetgeen door Booking.com uitdrukkelijk is betwist, maar heeft deze stelling niet nader onderbouwd en daarvan ook geen specifiek nader bewijs aangeboden. De in het geding gebrachte productie 8 betreft een e-mail van [eiser] , waarin enkel zijn stelling over die hotels is opgenomen, maar geen onderbouwing, bijvoorbeeld om welke hotels het dan zou gaan of een advertentie van die hotels met prijzen. Deze stelling van [eiser] kan dan ook niet worden gevolgd. Het beroep van [eiser] op artikel 3:35 BW wordt daarom verworpen. Nu er geen overeenkomst tot stand is gekomen, dient de vordering gebaseerd op wanprestatie op grond van artikel 6:74 BW reeds op deze grond te worden afgewezen.

8. Voor het geval er geen sprake is van een overeenkomst tussen [eiser] en Booking.com, welke situatie zich gezien de overwegingen onder 7. hier voordoet, stelt [eiser] dat er sprake is van een onrechtmatige daad door Booking.com. De vraag of daarvan sprake is moet ingevolge artikel 4 van Rome II beoordeeld worden naar Duits recht. Paragraaf 823 van das Bürgerliches Gesetzbuch (BGB) luidt, voor zover hier relevant:

“(1) Wer vorsätzlich oder fahrlässig das Leben, den Körper, die Gesundheit, die Freiheit, das Eigentum oder ein sonstiges Recht eines anderen widerrechtlich verletzt, ist dem anderen zum Ersatz des daraus entstehenden Schadens verplichtet”

9. [eiser] heeft aangevoerd, dat het onrechtmatig handelen is gelegen in het feit, dat Booking.com [eiser] heeft uitgenodigd een boeking te doen, waarop Booking.com later is teruggekomen, althans waarvan later is gebleken dat de uitnodiging onjuiste informatie bevatte. Booking.com is als adverteerder en reisaanbieder gehouden correcte en duidelijke prijzen te hanteren.

10. Booking.com voert als verweer, zo begrijpt de kantonrechter, dat sprake was van een kennelijke vergissing, die voor [eiser] ook kenbaar moest zijn.

11. De kantonrechter oordeelt in lijn met hetgeen hiervoor onder 6. en 7. is overwogen dat voor [eiser] kenbaar was, althans had moeten zijn dat er hoogstwaarschijnlijk sprake was van een fout in de prijsopgave. De stelling van [eiser] dat dit niet zo was wordt daarmee gepasseerd. Tegen die achtergrond kan de onjuiste prijsopgave niet aangemerkt worden als een onrechtmatig handelen van Booking.com. Ook de vordering op deze grondslag kan daarom niet slagen.

12. Hetgeen verder door partijen is aangevoerd over het al dan niet bestaan van een overeenkomst, de aard van die overeenkomst en de verplichtingen die daaruit voortvloeien, kan onbesproken blijven, nu dit niet leidt tot een ander eindoordeel.

13. Uit het voorgaande vloeit voort dat de vordering zal worden afgewezen, evenals de daaraan verbonden nevenvorderingen.

14. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu Booking.com de procesvoering in eigen hand heeft gehouden, zullen deze kosten op nihil worden gesteld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten die aan de zijde van Booking.com tot op heden worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F.A. van Buitenen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.