Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:9152

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-12-2019
Datum publicatie
13-12-2019
Zaaknummer
8014897 CV EXPL 19-18795
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De koper van een tweedehands Porsche uit de Verenigde Staten die zijn geld terug wilde van de autohandelaar vanwege vervalste stempels in het onderhoudsboekje, krijgt niets terug.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8014897 CV EXPL 19-18795

vonnis van: 10 december 2019

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. E. Aydogmus

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V.

gevestigd te Hilversum

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De kantonrechter is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:

- dagvaarding van 29 mei 2019, met producties;
- conclusie van antwoord, met producties;
- vonnis van 28 augustus 2019 waarbij de zaak is verwezen naar de kantonrechter omdat de vordering voortkomt uit een consumentenkoopovereenkomst;
- instructievonnis;
- dagbepaling mondelinge behandeling;
- mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 12 november 2019. [eiser] is verschenen, vergezeld door de gemachtigde. [gedaagde] is vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] , vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben nadere producties in het geding gebracht. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen die zijn overgelegd. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:

1.1.

Autofest B.V. is een bedrijf dat in Aalsmeer is gevestigd. Autofest B.V. heeft op 14 juli 2016 in de Verenigde Staten een Porsche 911, 3.2 Targa (bouwjaar 1984) aangekocht. Autofest B.V. heeft de auto naar Nederland laten transporteren. De auto is in september 2016 in Nederland aangekomen.

1.2.

Autofest B.V. heeft de auto op 10 oktober 2016 aan [gedaagde] verkocht. [gedaagde] heeft de carrosserie van de auto (bij)gespoten en heeft de auto een onderhoudsbeurt gegeven. Verder heeft [gedaagde] de auto van nieuwe achterlichten en koplampen voorzien.

1.3.

[gedaagde] heeft de auto op haar website te koop aangeboden met de volgende tekst:
Porsche 911 3.2 Targa
Bouwjaar: jul-84
Kenteken: [kenteken]
Transmissie: handgeschakeld
Tellerstand: 90.123 km
Exterieur kleur: Zilver Metallic
Interieur kleur: Zwart
Geleverd door: Californië
Afgifte Nederland: okt-16
Details / opties: 16’’ Velgen
Airco
Centrale Deurvergrendeling
Elektrisch Verstelbare Stoelen
Elektrische Ramen
Getint Glas
Nieuwe Koppeling
Onderhoudsboekje Aanwezig
Radio-CD Speler
Rechter Buitenspiegel
Sticker Onder Voorklep Aanwezig
Volledig Gereviseerde Motor
Volledig Lederen Interieur
Zes maanden Garantie
Prijs: € 72.000,- (Incl. btw)

1.4.

[gedaagde] heeft de auto aan [eiser] verkocht. De overeengekomen koopprijs bedraagt € 71.000,--, met één jaar garantie. Bij levering van de auto aan [eiser] , eind oktober 2017, heeft [gedaagde] ook de documenten die bij de auto horen aan [eiser] ter hand gesteld. Daarbij bevond zich ook een onderhoudsboekje.

1.5.

Bladzijde 20 en bladzijde 21 van het onderhoudsboekje zijn als volgt:

1.6.

Partijen nemen tot uitgangspunt dat de stempels, waarbij als datum is genoemd: 8 augustus 1989, 3 december 1994, 5 juni 1997, 21 september 2003, (onleesbaar) 2007, 3 februari 2008, 3 februari 2009 en 10 september 2012 de volgende tekst bevat:
211 0841
PORSCHE
Porsche Centrum
Amsterdam
Het nummer “211” staat bij Porsche voor de Nederlandse markt. Het nummer “0841” is het dealernummer van Porsche-dealer “Porsche Centrum Amsterdam”.

1.7.

De betreffende stempels zijn echter niet door Porsche Centrum Amsterdam in het onderhoudsboekje geplaatst. De auto bevond zich op die data immers nog in de Verenigde Staten. Porsche Centrum Amsterdam heeft op die data, anders dan door de stempels tot uitdrukking wordt gebracht, in werkelijkheid dan ook geen onderhoud aan de auto verricht.

1.8.

Bij brief van 8 maart 2019 aan [gedaagde] heeft [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijke vernietigd op grond van bedrog dan wel dwaling en (subsidiair) ontbonden op grond van “non-conformiteit”. [eiser] heeft [gedaagde] gesommeerd tot terugbetaling van de koopprijs, tegen teruglevering van de auto aan [gedaagde] . Verder is [gedaagde] in die brief gesommeerd tot vergoeding van € 1.500,-- aan schade, waaronder kosten voor juridische bijstand. [gedaagde] heeft geen gehoor gegeven aan die sommatie.

1.9.

Een e-mail van 31 oktober 2019 van Autofest B.V. aan de raadsman van [eiser] houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:
(…) Het onderhoudsboekje is echter niet in deze vorm, met deze stempels door ons zo aan [gedaagde] verstrekt. (…) Autofest BV heeft deze stempels ook zeker niet zelf in het boekje gezet, dus het boekje is met zekerheid zonder deze stempels aan [gedaagde] geleverd. Wie de stempels vervolgens heeft geplaatst is voor ons niet vast te stellen, maar Autofest heeft dit met zekerheid niet gedaan. (…)

Vordering

2. [eiser] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
dat de koopovereenkomst op 8 maart 2019 door [eiser] buitengerechtelijk is vernietigd, althans ontbonden, of de koopovereenkomst alsnog te vernietigen, althans te ontbinden;
dat [gedaagde] is gehouden de koopprijs van € 71.000,-- aan [eiser] terug te betalen en aansprakelijk is voor de schade die [eiser] heeft geleden als gevolg van het feit dat de auto niet beantwoordt aan de koopovereenkomst, althans dat [eiser] heeft gedwaald bij de totstandkoming van de koopovereenkomst;
subsidiair
[gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 26.000,-- wegens waardedaling van de auto wegens de vervalste onderhoudshistorie;
te vermeerderen met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten;
met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3. [eiser] stelt dat [gedaagde] het onderhoudsboekje heeft voorzien van vervalste stempels. [gedaagde] heeft [eiser] bij het aangaan van de koopovereenkomst opzettelijk in de waan gebracht dat de onderhoudshistorie van de auto in het onderhoudsboekje was gedocumenteerd. Dat kwalificeert volgens [eiser] als bedrog. De koopovereenkomst is in ieder geval onder invloed van dwaling tot stand gekomen, aldus [eiser] . Op grond van de informatie die [gedaagde] bij het sluiten van die overeenkomst heeft verstrekt, is hij er ten onrechte vanuit gegaan dat de auto was onderhouden overeenkomstig hetgeen daarover in het onderhoudsboekje was vermeld. Subsidiair stelt [eiser] dat de auto om dezelfde reden niet beantwoordt aan hetgeen hij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten: [gedaagde] heeft geen auto geleverd met een onderhoudshistorie die in het onderhoudsboekje is gedocumenteerd. [eiser] stelt dat hij als gevolg daarvan schade heeft geleden.

Verweer

4. [gedaagde] voert verweer. Op hetgeen zij naar voren heeft gebracht, zal hierna worden ingegaan voor zover dat voor de beoordeling van belang is.

Beoordeling

5. [gedaagde] betwist dat zij met het onderhoudsboekje heeft gefraudeerd. De stempels in het onderhoudsboekje, hiervoor in rechtsoverweging 1.6 genoemd, zijn namelijk niet door haar in het onderhoudsboekje geplaatst, aldus [gedaagde] . Zij bestrijdt dan ook dat de koopovereenkomst tussen haar en [eiser] tot stand is gekomen onder invloed van door haar gepleegd bedrog.

6. [eiser] beroept zich op e-mails van Porsche Centrum Gelderland en Autofest B.V.
In de overgelegde e-mail van Porsche Centrum Gelderland wordt uitsluitend beschreven dat de stempels in het onderhoudsboekje niet afkomstig (kunnen) zijn van Porsche Centrum Amsterdam, maar dat is ook niet tussen partijen in geschil. Bevestiging van de stelling van [eiser] dat de stempels door [gedaagde] in het onderhoudsboekje zijn geplaatst, is echter niet te vinden in de e-mail van Porsche Centrum Gelderland.

7. In de hiervoor weergegeven e-mail van Autofest B.V. wordt, kort gezegd, door haar ontkend dat zij de stempels in het onderhoudsboekje heeft geplaatst. Ook als die verklaring voor juist wordt gehouden, kan daaruit, anders dan [eiser] kennelijk meent, niet automatisch de conclusie worden getrokken dat de stempels dús door [gedaagde] in het onderhoudsboekje zijn aangebracht.

8. In de visie van [eiser] moet het desondanks echter wel zo zijn dat [gedaagde] met de stempels in het onderhoudsboekje heeft gefraudeerd. Maar concrete feiten die deze vergaande beschuldiging aan het adres van [gedaagde] daadwerkelijk kunnen schragen, heeft [eiser] niet naar voren gebracht. Voor onderzoek naar die feiten en het waarheidsgehalte van de bewering van [eiser] is dan ook geen plaats. De stelling van [eiser] dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen onder invloed van door [gedaagde] gepleegd bedrog, wordt verworpen.

9. [gedaagde] heeft bij het te koop aanbieden van de auto op haar website vermeld: “Onderhoudsboekje Aanwezig”. [gedaagde] heeft bij de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat die mededeling van haar juist was: er wás een onderhoudsboekje aanwezig (in letterlijke zin). Anders gezegd: volgens [gedaagde] mocht [eiser] er vanuit gaan dat een onderhoudsboekje aanwezig was, maar niet dat de gegevens in het onderhoudsboekje met betrekking tot het onderhoud dat aan de auto verricht is, juist zouden zijn. Het onderhoudsboekje is er echter juist voor om gegevens met betrekking tot het verrichte onderhoud vast te leggen. Als niet van de juistheid daarvan uitgegaan kan worden, is de mededeling: “Onderhoudsboekje Aanwezig” zonder enige waarde of betekenis. Door de mededeling van [gedaagde] op haar website: “Onderhoudsboekje Aanwezig”, mocht [eiser] er niet alleen vanuit gaan dat het onderhoudsboekje aanwezig was (in letterlijke zin), maar ook dat de gegevens die in dat boekje vermeld waren, juist zijn.

10. De gegevens die door middel van acht vervalste stempels in het onderhoudsboekje zijn vermeld, hebben betrekking op een tijdsspanne van drieëntwintig jaar. De stempels vermelden dat gedurende die periode van drieëntwintig jaar acht keer een “Engine Oil Change” en/of “Emission Control Maintenance” heeft plaatsgevonden, één keer “Maintenance Service” en één keer “Vehicle Maintenance”. De vraag is welke rol deze onjuiste informatie voor [eiser] heeft gespeeld bij zijn beslissing tot het sluiten van de koopovereenkomst. Voor een geslaagd beroep op dwaling is namelijk vereist dat [eiser] de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet (althans niet met dezelfde inhoud) zou hebben gesloten.

11. Indien de gegevens in het onderhoudsboekje voor [eiser] destijds van dermate groot belang waren, had voor de hand gelegen dat bij het aangaan van de koopovereenkomst, in enigerlei mate, aandacht zou zijn uitgegaan naar (de inhoud van) het onderhoudsboekje. Feiten of omstandigheden waaruit is af te leiden dat dit het geval is geweest, zijn gesteld noch gebleken, althans niet op voldoende duidelijke wijze.

12. Verder zou [eiser] , indien het onderhoudsboekje bij het aangaan van de koopovereenkomst de betekenis had die hij daaraan in deze procedure geeft, ook uit de doeken hebben kunnen doen welk verschil het in concreto voor hem maakt dat het onderhoudsboekje de hiervoor genoemde onjuiste informatie bevat. Dat heeft [eiser] evenmin gedaan. Hij stelt dat de auto (mede) als gevolg van de vervalsingen in het onderhoudsboekje niet € 71.000,-- , maar slechts € 45.000,-- waard is/was. Hij verwijst daarbij naar de adviezen van Porsche Centrum Amsterdam en Porsche Centrum Gelderland, maar in de overgelegde stukken is geen enkele onderbouwing of houvast voor de juistheid van dat standpunt te vinden.

13. Evenmin is voldoende dat [eiser] met de aankoop van de auto een “goede investering” wilde doen. Dat beoogt iedereen die € 71.000,-- spendeert aan een aankoop. Bovendien is, zoals hiervoor is overwogen, niet gebleken dat de auto veel minder waard was/is dan dat bedrag en dat [eiser] dus geen “goede investering” heeft gedaan. Het gaat erom of het onderhoudsboekje van zodanig belang was voor [eiser] dat hij de auto niet zou hebben gekocht of daaraan niet € 71.000,-- zou hebben uitgegeven indien hij toen had geweten wat hij nu weet. Dat kan echter, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet blijken uit hetgeen hij naar voren heeft gebracht.

14. Op zichzelf genomen is juist dat [eiser] bij het aangaan van de koopovereenkomst op grond van het onderhoudsboekje mocht veronderstellen, dat de – onweersproken – goede technische staat van de auto door het onderhoudsboekje werd gedocumenteerd. Het onderhoudsboekje bevat echter vervalste informatie. De slotsom is echter dat niet is komen vast te staan dat die informatie voor [eiser] bij het aangaan van de koopovereenkomst zodanig van belang was dat hij die overeenkomst, bij een juiste voorstelling van zaken, niet (op dezelfde voorwaarden) zou hebben gesloten. Zijn vorderingen, gericht op vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling, stuiten daarop af.

15. Het onderhoudsboekje dat bij de auto hoort, beantwoordt niet aan hetgeen [eiser] daarvan op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Gelet op de aard van de tekortkoming (het betreft het onderhoudsboekje en niet de auto zelf) en de gevolgen van het “algeheel terugdraaien” van de koop, wordt geoordeeld dat die tekortkoming te gering is om ontbinding van de koopovereenkomst te rechtvaardigen. De vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst is om die reden evenmin toewijsbaar.

16. [eiser] heeft subsidiair vergoeding van zijn schade gevorderd. Daarover is hiervoor reeds overwogen dat in hetgeen [eiser] naar voren heeft gebracht geen houvast of aanknopingspunt is te vinden dat hij als gevolg van de tekortkoming schade zoals bedoeld in artikel 6:95 lid 1 BW heeft geleden.

17. Omdat zijn vorderingen niet toewijsbaar zijn gebleken, zal [eiser] als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten worden belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst hetgeen gevorderd is af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten die aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot worden op € 1.442,-- aan salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,-- aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.