Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8898

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-10-2019
Datum publicatie
02-01-2020
Zaaknummer
AWB 19/3131
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Urgentieverklaring, geen aanvraag en geen besluit, enkel een mondelinge mededeling, bezwaar terecht niet-ontvankelijk, beroep ongegrond, wel kritisch over aanvraagprocedure bij gemeente Amsterdam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/3131

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2019 in de zaak tussen

[eiseres] , te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. L.A.M. van der Geld),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: J.E. Carter).

Conclusie

1. De rechtbank stelt eiseres niet in het gelijk. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen aanvraag voor een urgentieverklaring heeft ingediend. Verweerder (hierna: de gemeente) heeft ook geen besluit genomen. Eiseres kon daarom geen bezwaar maken en de gemeente heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Wat is er gebeurd?

2.1.

Eiseres had op 13 februari 2019 een afspraak bij het Sociaal Loket van de gemeente. Eiseres heeft bij die afspraak gesproken met een screeningsmedewerker over het verkrijgen van een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning.

2.2.

Eiseres heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen een mededeling die de screeningsmedewerker tijdens dat gesprek heeft gedaan, te weten dat eiseres niet voor een urgentieverklaring in aanmerking komt. De gemeente heeft het bezwaar bij besluit van 29 april 2019 niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft op 8 oktober 2019 het beroep op zitting behandeld. Daarbij waren eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van de gemeente aanwezig.

2.3.

De rechtbank toetst in deze uitspraak het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden die eiseres daartegen inbrengt.

Beoordelingskader

3. Op grond van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Heeft de gemeente een besluit genomen over de urgentieverklaring?

4. De gemeente is van mening dat er geen besluit is genomen over de vraag of eiseres wel of niet voor een urgentieverklaring in aanmerking komt. Eiseres heeft van de screeningsmedewerker een uitleg gekregen over de voorwaarden voor een urgentieverklaring. De screeningsmedewerker heeft een negatief advies gegeven en daarom kreeg eiseres geen intakegesprek bij de gemeente. Eiseres heeft vervolgens geen aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend. De screeningsmedewerker heeft geen bevoegdheid om een besluit over een urgentieverklaring te nemen en heeft enkel een mondelinge mededeling gedaan. Eiseres kan alsnog een aanvraag voor een urgentieverklaring indienen.

5. Eiseres vindt dat de gemeente wel een besluit heeft genomen over haar urgentieverklaring, omdat er sprake is van een beoogd rechtsgevolg. Daarnaast vindt eiseres dat zij voor een urgentieverklaring in aanmerking zou moeten komen, omdat zij de afgelopen twee jaar binding heeft gehad met Amsterdam, op dit moment dakloos is en een minderjarig kind heeft.

6. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen aanvraag voor een urgentieverklaring heeft ingediend. Zij heeft hier enkel met een screeningsmedewerker over gesproken. De mededeling van de screeningsmedewerker dat eiseres niet voor een urgentieverklaring in aanmerking komt, kan niet als een besluit in de zin van de Awb worden gezien. Het is immers geen schriftelijke beslissing, maar een mondelinge mededeling. Ook is de mededeling niet op een rechtsgevolg gericht. Aangezien er geen aanvraag is ingediend, kan deze ook niet zijn afgewezen, en kan de mededeling van de screeningsmedewerker geen rechtsgevolgen in het leven roepen. Zoals de gemeente in het besluit op bezwaar heeft uitgelegd, staat het eiseres vrij om alsnog een aanvraag voor een urgentieverklaring in te dienen. De gemeente heeft het bezwaar van eiseres daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eiseres is dus ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Hoe gaat het nu verder?

7. Eiseres heeft op 14 november 2019 alsnog een afspraak heeft bij de gemeente voor een intakegesprek. Tijdens dat intakegesprek kan zij haar aanvraag voor een urgentieverklaring indienen. De gemeente zal daarna een beslissing op haar aanvraag nemen.

Kritische kanttekening over de werkwijze van de gemeente

8. De rechtbank wil wel een kritische kanttekening plaatsen bij de werkwijze van de gemeente. De rechtbank begrijpt dat de gemeente burgers die een urgentieverklaring willen aanvragen, eerst wil voorlichten over de voorwaarden waar ze aan moeten voldoen. Het gesprek dat eiseres bij de gemeente had, dat door de gemeente een screening wordt genoemd, was zo’n voorlichtingsgesprek. De rechtbank vindt het echter belangrijk dat zo’n voorlichtingsgesprek niet een onnodige drempel vormt voor de burger die een urgentieverklaring wil aanvragen. Het is niet de bedoeling dat het indienen van een aanvraag onmogelijk is, wanneer de screeningsmedewerker vindt dat de burger niet aan de voorwaarden voldoet. Ook als de screeningsmedewerker een negatief advies geeft, moet de burger alsnog, zonder verdere belemmeringen, een aanvraag kunnen indienen. Tegen een mondelinge mededeling van de screeningsmedewerker staan immers geen rechtsmiddelen open. De burger blijft dan met lege handen achter. Ten behoeve van de rechtsbescherming moet een burger altijd een aanvraag kunnen indienen, waarop de gemeente een schriftelijk besluit moet nemen. Op die manier kan de burger daarna in bezwaar en beroep gaan als hij of zij het niet eens is met het besluit van de gemeente.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr. F.P. van Straelen, gerechtsjurist. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019.

rechter

gerechtsjurist (griffier ter zitting)

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet met de beslissing eens?

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.