Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:888

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
28-02-2019
Zaaknummer
C/13/660076 / KG ZA 19-19
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming kraakpand. Voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat in beginsel gebruik kan maken van de hem in artikel 551a Sv verleende bevoegdheid tot ontruiming. Het in artikel 8 lid 2 EVRM besloten proportionaliteitsvereiste brengt mee dat de voorzieningenrechter, naast de wederrechtelijkheid, tevens heeft te toetsen of de in abstracto door de wetgever gegeven voorrang aan het belang van de openbare orde/de bescherming van de rechten van derden boven het huisrecht van de kraker, in de concrete omstandigheden van het geval de proportionaliteitstoets kan doorstaan. De belangen van de Staat en van de eigenaar van het onroerend goed bij ontruiming prevaleren boven de belangen van de krakers. Verbod tot ontruiming voor duur van een week gerechtvaardigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/660076 / KG ZA 19-19 MDvH/JE

Vonnis in kort geding van 5 februari 2019

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers bij dagvaarding van 8 januari 2019,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelende te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. M. Beekes te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1] , [eiser sub 2] en de Staat worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 22 januari 2019 hebben [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. De Staat heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig [eiser sub 1] en [eiser sub 2] met mr. Uppal en M. Abdullahi (tolk Somalisch), vergezeld van een aantal andere leden van de beweging ‘We are Here’. Aan de zijde van de Staat was aanwezig mr. Beekes. Daarnaast waren voor de eigenaar van het gekraakte pand aanwezig [naam 1] en [naam 2] (beheerder).

2 De feiten

2.1.

Op 9 december 2018 heeft een groep mensen van de beweging ‘We are Here’ (uitgeprocedeerde asielzoekers), onder wie [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , het pand aan het [adres] te [plaats] (hierna: het pand) gekraakt.

2.2.

De eigenaar van het pand is Stichting Achmea Dutch Residential Fund (hierna: Stichting Achmea).

2.3.

Stichting Achmea heeft op 10 december 2018 bij de politie aangifte gedaan van lokaalvredebreuk.

2.4.

Stichting Achmea heeft op 20 december 2018 een overeenkomst gesloten met Ad Hoc Beheer B.V. voor tijdelijk beheer van het pand.

2.5.

Op 31 december 2018 heeft de officier van justitie op grond van artikel 138 e.v. van het Wetboek van Strafrecht (Sr) aangekondigd dat het voornemen bestaat vóór 27 februari 2019 tot ontruiming van het pand over te gaan.

3 Het geschil

3.1.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] vorderen na eisvermindering – samengevat – de Staat tot 1 juli 2019 te verbieden op strafrechtelijke gronden over te gaan tot ontruiming van het pand aan de [adres] in [plaats] , waaronder begrepen het verlenen van medewerking aan overhandiging van het pand aan derden, dan wel het niet optreden tegen huisvredebreuk jegens eisers gedurende hun afwezigheid, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de Staat in de proceskosten.

3.2.

De Staat voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben een spoedeisend belang bij hun vordering, nu is aangekondigd dat de ontruiming zal plaatsvinden vóór 27 februari 2019.

4.2.

Vooropgesteld wordt dat kraken strafbaar is gesteld in de artikelen 138, 138a en 139 Sr. In geval van een verdenking van overtreding van deze wetsartikelen kan de Staat op de voet van artikel 551a Wetboek van Strafvordering overgaan tot ontruiming (zie Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9880). Een (al dan niet onherroepelijke) veroordeling van de strafrechter is daarvoor niet nodig.

4.3.

Stichting Achmea heeft aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] (en de overige krakers) geen toestemming gegeven voor het gebruik van het pand. Met de aangifte van 10 december 2018 is voldoende aangetoond dat sprake is van verdenking van een misdrijf ingevolge de artikel 138, 138a en 139 Sr. De Staat kan daarom in beginsel gebruik maken van de hem in artikel 551a Sv verleende bevoegdheid tot ontruiming. De wettelijke basis voor de beperking van het huisrecht zoals vereist in artikel 8 lid 2 EVRM is daarmee gegeven.

4.4.

Het in artikel 8 lid 2 EVRM besloten proportionaliteitsvereiste brengt mee dat de voorzieningenrechter, naast de wederrechtelijkheid, tevens heeft te toetsen of de in abstracto door de wetgever gegeven voorrang aan het belang van de openbare orde/de bescherming van de rechten van derden boven het huisrecht van de kraker, in de concrete omstandigheden van het geval de proportionaliteitstoets kan doorstaan. In het kader van de proportionaliteitstoets dient te worden bezien of in het concrete geval tot een andere dan de door de wetgever gemaakte afweging moet worden gekomen. De wetgever heeft het als een regulier belang van de Staat beschouwd om aan een strafbare toestand, mede in het belang van de eigenaar van een gekraakt pand, een einde te maken. In het algemeen bestaat het belang van een eigenaar of huurder erin dat hij naar eigen goeddunken over het pand kan beschikken.

4.5.

Stichting Achmea biedt het pand al enige tijd via Fris Makelaars te huur aan. Uit een verklaring van de makelaar, [naam 3] , blijkt dat hij voor de kraak in gesprek was met een serieuze kandidaat, een tandartspraktijk. Met deze kandidaat was een tweede bezichtiging gepland, die niet is doorgegaan omdat het pand was gekraakt. Daarnaast heeft Stichting Achmea een overeenkomst gesloten met Ad Hoc Beheer B.V. om het pand tijdelijk in bruikleen te geven aan ondernemers en atelierhouders. Voldoende aannemelijk is dat het pand direct na ontruiming in gebruik zal worden genomen, ook als het niet meteen wordt verhuurd. Het feit dat de overeenkomst met Ad Hoc Beheer B.V. pas is gesloten na de kraak van het pand doet daar niet aan af, nu het de eigenaar vrijstaat de voorkeur te geven aan tijdelijk gebruik via Ad Hoc Beheer B.V. boven gebruik door [eiser sub 1] , [eiser sub 2] en hun medebewoners.

4.6.

Daar staat tegenover het belang van huisvesting van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . Tussen partijen is in geschil of voor hen (en voor de groep waartoe zij behoren) voldoende andere opvangmogelijkheden bestaan. Uit de door de Staat overgelegde nota van de gemeente Amsterdam blijkt dat de gemeente toewerkt naar 24-uursopvang voor ongedocumenteerden en ernaar streeft om 500 van dit soort plekken beschikbaar te maken. De daarvoor benodigde nieuwe opvanglocaties zijn er nog niet en bij de huidige locaties in Amsterdam die 24-uursopvang aanbieden is alleen voor kwetsbare mensen nog een beperkt aantal plekken beschikbaar. Wel kunnen uitgeprocedeerde asielzoekers de periode dat er voor hen nog geen plek is in 24-uursopvang overbruggen door gebruik te maken van de bed-bad-brood regeling (BBB) van de winteropvang. [naam 4] van de gemeente Amsterdam heeft aan mr. Beekes meegedeeld dat uitgeprocedeerde asielzoekers die zich melden bij het Vreemdelingenloket zich op de wachtlijst kunnen laten plaatsen voor 24-uursopvang en toegang kunnen krijgen tot de winteropvang, waar zij kunnen overnachten. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] beschikken allebei over het daarvoor vereiste V-nummer. Dat zich onder de bewoners van het pand ook mensen bevinden die geen V-nummer hebben, kan buiten beschouwing blijven, nu zij geen partij zijn in deze procedure, en de voorzieningenrechter dit dehalve ook niet kan controleren. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] bij ontruiming van het pand elders onderdak kunnen krijgen. Volgens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] is de BBB onvoldoende, aangezien deze niet voorziet in opvang overdag. Hoewel ook de gemeente Amsterdam in haar nota tot uitgangspunt neemt dat de BBB voor ongedocumenteerden niet toereikend is en geen duurzaam perspectief biedt, geldt dit evenzeer voor het pand waarin [eiser sub 1] en [eiser sub 2] nu verblijven. Het pand is bedrijfsruimte, bestaat uit één grote ruimte en beschikt niet over behoorlijke sanitaire voorzieningen. Het is dan ook eigenlijk niet geschikt voor bewoning.

4.7.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] behoren tot een kwetsbare groep uitgeprocedeerde asielzoekers voor wie de huidige opvangmogelijkheden, hoewel de gemeente werkt aan verbetering, (nog) niet ideaal zijn. Dit kan er echter niet toe leiden dat zij tot 1 juli 2019 in het pand mogen blijven. De positie en opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers zijn immers een maatschappelijk probleem, dat niet kan worden verlegd naar deze individuele onroerend-goed-eigenaar. De belangen van de Staat en van Stichting Achmea bij ontruiming prevaleren boven de belangen van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . Wel is, mede omdat de overeenkomst tussen Stichting Achmea en Ad Hoc Beheer B.V. geen concrete ingangsdatum heeft, een verbod tot strafrechtelijke ontruiming voor een korte periode van een week gerechtvaardigd, waarin [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hun vertrek kunnen voorbereiden en zich kunnen aanmelden bij het Vreemdelingenloket ten einde opvang te vinden.

4.8.

Nu de Staat gerechtelijke uitspraken pleegt na te komen zal geen dwangsom worden opgelegd.

4.9.

Eisers zijn uitgeprocedeerde asielzoekers die vanwege deze status geen inkomen mogen verwerven en geen recht op een uitkering hebben. Vanwege het geheel ontbreken van financiële middelen bij deze personen, zou het een ontoelaatbare belemmering van het recht op toegang tot de rechter opleveren als zij het kostenrisico zouden moeten meewegen in hun afweging of zij een kort geding aanhangig wensen te maken ter toetsing van het gebruik dat het openbaar ministerie in het concrete geval van zijn ontruimingsbevoegdheid wenst te maken (vgl. HR 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:607). Gelet op het voorgaande zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt de Staat (de officier van justitie) tot en met 12 februari 2019 op strafrechtelijke gronden tot ontruiming van het pand aan de [adres] te [plaats] over te gaan, waaronder begrepen het verlenen van medewerking aan overhandiging van het pand aan derden dan wel het niet optreden tegen huisvredebreuk jegens eisers gedurende hun afwezigheid, bijvoorbeeld gedurende de tijd dat eisers na aanhouding voor verhoor op het politiebureau verblijven,

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

compenseert de kosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.M. Eisenhardt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2019.1

1 type: JE coll: EB