Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8642

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-10-2019
Datum publicatie
22-11-2019
Zaaknummer
7879307 EA VERZ 19-492
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een kinderopvang mocht een pedagogisch medewerkster op staande voet ontslaan. De kantonrechter is met de kinderopvang eens dat een medewerkster onnodig een zeer onveilige, bedreigende, situatie voor een kind heeft doen ontstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7879307 EA VERZ 19-492

beschikking van: 10 oktober 2019

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

nader te noemen: [verzoekster] ,

gemachtigde: mr. R.H. Edens,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CALEIDO KIDZZ OSDORPERBAN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

nader te noemen: Caleido Kidzz,

gemachtigde: M. Manisa.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoekster] heeft op 9 juli 2018 een verzoek, met producties, ingediend dat primair strekt tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Caleido Kidzz met nevenverzoeken.

Caleido Kidzz heeft een verweerschrift ingediend, met producties.

Voorafgaande aan de zitting heeft Caleido Kidzz een tegenverzoek ingediend.

De verzoeken zijn mondeling behandeld op 19 september 2019. [verzoekster] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde en namens Caleido Kidzz is [naam 1] verschenen, eveneens vergezeld door haar gemachtigde. Partijen hebben hun standpunt, de gemachtigde van [verzoekster] mede aan de hand van een pleitnota, toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na verder debat is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald.

Feiten

1.1.

Caleido Kidzz exploiteert sinds juni 2015 een kindercentrum in Amsterdam Osdorp, bestaande uit een kinderdagverblijf en een buitenschoolse opvang. De buitenschoolse opvang biedt plaats aan 19 kinderen en het kinderdagverblijf aan 35 kinderen. Er zijn 14 medewerkers in dienst. [naam 1] , hierna ook genoemd de directrice, is aandeelhouder en bestuurder van Caleido Kidzz.

1.2.

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] , is sinds 8 augustus 2016 in de functie van pedagogisch medewerkster in dienst getreden van Caleido Kidzz. Het salaris bedroeg € 2.459,00 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

1.3.

Van 31 maart tot en met 15 september 2018 heeft [verzoekster] samen met andere medewerkers van Caleido Kidzz de cursus “oog voor interactie, taal- en interactievaardigheden pedagogisch medewerker” op kosten van Caleido Kidzz gevolgd. Zij is hiervoor (uiteindelijk) geslaagd.

1.4.

Bij handgeschreven brief van 11 april 2018 heeft een ouder geklaagd over [verzoekster] :

“(…)

Ik en meerdere ouders hebben aangekaart dat we niet tevreden zijn met de handelingen van uw personeel [verzoekster] die werkzaam is bij de BSO groep bij Caleido Kidzz. Ze blijkt vaker te schreeuwen tegen de kinderen en pakt de kinderen hardhandig (knijpend) bij hun armen en kijkt ze heel streng aan. Ze gebruikt ook grof taalgebruik. Ze gedraagt zich als een puber ipv dat ze een rolmodel is voor de kinderen. (…) Ik heb dit en meerdere gevallen vaker mondeling aangekaart, maar dit is echt niet meer acceptabel. (…)”.

1.5.

Op 20 juli 2018 is [verzoekster] met een aantal kinderen naar het zwembad geweest. Tijdens dit uitje hebben de kinderen zich misdragen. [verzoekster] was bij terugkomst op de buitenschoolse opvang emotioneel en heeft de rest van de dag vrij gekregen.

1.6.

Naar aanleiding van dit incident heeft een gesprek plaatsgevonden met [naam 2] van Caleido Kidzz, waarbij een formulier is ingevuld, waarin onder meer is vermeld:

“(…)

Waarom is het ingebrachte onderwerp een probleem?

Afgelopen vrijdag, is de situatie uit de hand gelopen. Een groep kinderen (o.a. drie meiden), gedroegen zich niet netjes tijdens het uitje. (…)

Bijvoorbeeld:

niet op tijd uit het zwembad

– onvriendelijk tegen elkaar

– niet luisteren in de auto, gevaarlijke situaties

Wat ging er tot nu toe mis?

Afgelopen maandag ging het mis. Ondanks het voldoende bkr, blijkt het toch, dat er een uitje onder begeleiding van twee pm’ers moet gebeuren.

Is het altijd een probleem (…)?

Ja

Wat zijn belangrijke factoren?

Combinatie van de kinderen, communicatie met de ouders. [verzoekster] heeft het gevoel dat zij niet serieus genomen wordt door de ouders. (…)

[naam 2] : samen naar een conferentie “ouderbetrokkenheid”

(…)

[verzoekster] vindt regels belangrijk, maar geeft toe dat zij soms de druk niet aankan (combinatie van kinderen).

(…) Als coach bevorder ik in deze fase het creatieve denkproces bij de gecoachte en structureer ik de output. Uiteraard draag ik ook ideeën aan.

Wat zou je kunnen doen?

(…)

– niet schreeuwen in de groep, rustig praten met kinderen. Wanneer je het gevoel hebt dat er niet naar je geluisterd wordt, neem je even time-out. (…)

Tweede coaching gesprek zal plaatsvinden in week 21. In deze gesprek, zullen wij verder gaan met Wrap-up / actieplan”

1.7.

Op 10 juni 2019 was het tweede pinksterdag en was het kindercentrum gesloten. Bij what’s app gesprek van 10 juni 2019 heeft [naam 1] van Caleido Kidzz [verzoekster] uitgenodigd voor een gesprek de volgende dag.

1.8.

Op 11 juni 2019 om 11.00 uur heeft dit gesprek plaatsgevonden. Aan het einde van het gesprek heeft [verzoekster] een beëindigingsovereenkomst getekend gedateerd op 27 mei 2019, waarmee de arbeidsovereenkomst per 27 juni 2019 zou eindigen.

1.9.

Caleido Kidzz heeft een handgeschreven verklaring van een collega van [verzoekster] , [naam collega] , in het geding gebracht, waarin onder meer is vermeld:

“(…) Op 7 juni 2019 einde van de middag kwam de moeder van het kind binnen. Zij heeft mij verteld dat haar kind [op 31 mei 2019, ktr] is geslagen door mijn collega. Ik schrok daarvan en vroeg om de situatie. Het kind vertelde dat hij zijn telefoon moest inleveren en dat hij dat niet had gedaan en dat hij daarom geslagen werd. Nogmaals vroeg ik of hij dat zeker wist, want het was een collega van mij waarmee ik afgelopen 2 jaar samen heb gewerkt. En ik heb zo iets nooit eerder gezien of gehoord. Mijn leidinggevende was op het moment van de overdracht niet aanwezig. Ik heb besloten om het de eerst volgende werkdag te vertellen aan mijn leidinggevende. Ik heb het op 11 juni 2019 kunnen vertellen aan mijn leidinggevende omdat de weekend en de pinksteren tussen zat.”

1.10.

Op 12 juni 2019 heeft Caleido Kidzz aan de ouders kenbaar gemaakt dat [verzoekster] niet meer bij haar werkte en vervangen werd door [naam 3] .

1.11.

Bij brief van 13 juni 2019 heeft de gemachtigde van [verzoekster] aan Caleido Kidzz medegedeeld dat [verzoekster] de getekende beëindigingsovereenkomst ontbindt. Hij heeft daarbij vermeld dat [verzoekster] aan hem heeft laten weten dat zij door Caleido Kidzz werd gedwongen om de overeenkomst te tekenen.

1.12.

Op 17 juni 2019 heeft een telefonisch gesprek plaatsgevonden tussen de gemachtigde van Caleido Kidzz en de gemachtigde van [verzoekster] , waarbij is medegedeeld dat [verzoekster] op grond van de die ochtend ontvangen camarabeelden op staande voet zal worden ontslagen. De gemachtigde heeft daarop verzocht om de camarabeelden te mogen bekijken en daartoe is op 18 juni 2019 een afspraak gemaakt.

1.13.

Op 18 juni 2019 heeft Caleido Kidzz een brief, gedateerd op 17 juni 2019, aangetekend verstuurd aan [verzoekster] , waarin onder meer is vermeld:

“(…)

Caleido Kidzz hecht er aan dat de door ons opgevangen kinderen veilig, verantwoord en correct worden behandeld. Zij verwezenlijkt dit doel door, onder meer, haar medewerkers zorgvuldig te selecteren en structureel te coachen. In de afgelopen periode bent u meerdere keren mondeling gewaarschuwd. Uw functioneren was niet naar verwachting. De gesprekken zijn met u gevoerd door onze persoonlijke coach teneinde vooruitgang in uw functioneren te verwezenlijken. (…)

Op 31 mei jl. was u ingeroosterd (…). Tijdens deze dienst hebt u ongewenst gedrag in de richting van een kind vertoond. De klacht is onlangs ontvangen. Naar aanleiding van deze klacht hebben wij camarabeelden opgevraagd bij het beveiligingsbureau om te onderzoeken in hoeverre de klacht daadwerkelijk klopt. Deze beelden hebben wij vandaag ontvangen.

Op de beelden is te zien dat het kind (9 jaar) aan een tafel, op een stoel zit. Hij is waarschijnlijk bezig met een mobiel toestel dat hij in zijn handen houdt. Vervolgens is op de beelden te zien dat u vanuit een hoek aan komt stormen. Het kind wordt van achteren beet gepakt en praktisch van het bankje af gesleurd. Ook als hij eenmaal van het bankje af is, blijft u aan het kind trekken. Het kind probeert zich los te maken omdat hij niet begrijpt wat er gebeurd, maar vooral uit zelfverdediging. Hierbij maakt hij lichte maaiende bewegingen met zijn armen om los te komen van uw greep. U blijft het kind echter aanvallen door hem steeds terug te trekken, aan zijn armen te trekken, tegen hem te schreeuwen en iedere keer dat hij zich los wilt maken, harder aan zijn arm te trekken. Op de beelden is te zien dat het kind even roerloos blijft staan. Ook dan gaat u echter verder. Om de paar seconden trekt u opnieuw aan de arm van het kind. Er lijkt geen einde aan te komen. Dit duurt bijna anderhalve minuut.

Het is onbegrijpelijk dat u op een dergelijke onverantwoorde wijze met een aan ons toevertrouwd kind bent omgegaan. Op de beelden is niet te zien dat u direct voorafgaand aan dit incident in gesprek gaat met het kind. Voor het kind komt de bedreiging uit een onverwachte hoek. Hij kan zich niet verweren. Het verschil in lengte, het onverwachts toesnellen en de wijze waarop er tegen hem is geschreeuwd maken dat het kind zich op moment ongetwijfeld enorm machteloos en onveilig heeft gevoeld. De ouders hebben gemeld dat hij wonden op zijn armen had na het voorval. Ongeacht het onderwerp van discussie, is het door u tentoongestelde gedrag absoluut onacceptabel. Als pedagogisch medewerker weet u als geen ander hoe u om dient te gaan met kinderen. Er zijn zeer strenge regels in de kinderopvangbranche en van overheidswege die het absoluut verbieden om handtastelijk te worden en een kind op deze wijze te behandelen. Tegen de achtergrond van deze gegevens, hebt u er alsnog voor gekozen om over te gaan tot de bovengenoemde handelingen.(…) Het is niet mogelijk om u nog langer in dienst te houden omdat wij de aan ons toevertrouwde kinderen niet meer aan u kunnen toevertrouwen. Bovendien is met name het kind erg bang voor u. Wij kunnen hem niet confronteren met uw aanwezigheid. Het is ook niet meer uit te sluiten dat een dergelijk voorval zich wederom zal voor doen. Ook als dit wel uit te sluiten was, is het enkele gegeven dat u een kind ongewenst hebt benaderd voldoende om te besluiten dat wij u niet langer in dienst kunnen houden. U wordt daarom op staande voet ontslagen (…).

1.14.

Op 19 juni 2019 heeft de gemachtigde van Caleido Kidzz een e-mailbericht verstuurd naar de gemachtigde van [verzoekster] met betrekking tot het ontslag op staande voet.

1.15.

De gemachtigde van [verzoekster] heeft verweer gevoerd tegen het gegeven ontslag op staande voet en [verzoekster] heeft zich beschikbaar gehouden voor werk.

1.16.

Caleido Kidzz heeft een factuur overgelegd van Megtech beveiligings systemen van 8 juli 2019 met referentie: “Camarabeelden 12 juni” en omschrijving “in opdracht van [naam 1] 12 juli camarabeelden veiligstelde en 17 juli geleverd door Megtech”, met factuurdatum: “08-07-2019 en “te betalen binnen 14 dagen (voor 22-07-2019)”.

1.17.

De moeder van het kind heeft op 5 juli 2019 aangifte gedaan bij de politie van eenvoudige mishandeling van haar kind door [verzoekster] op 31 mei 2019.

1.18.

De gemachtigde van Caleido Kidzz heeft de camarabeelden tijdens de mondelinge behandeling laten zien.

Verzoek

2. [verzoekster] verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen, het loon door te betalen en haar weder te werk te stellen. Verder verzoekt [verzoekster] Caleido Kidzz te veroordelen tot betaling van € 3.248,62 bruto aan ingehouden overuren, € 4.162,00 aan verlofuren en € 110,66 aan vakantiegeld over de periode van augustus 2018 tot en met juni 2019, met veroordeling van Caleido Kidzz in de proceskosten.

3. Aan dit verzoek legt [verzoekster] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet en dat dit ontslag niet onverwijld is gegeven.

4. Caleido Kidzz heeft verweer gevoerd en een tegenverzoek ingediend, waarbij zij verzoekt [verzoekster] te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding ten bedrage van € 6.147,50, vermeerderd met de wettelijke rente.

5. Caleido Kidzz heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [verzoekster] door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst op zeggen en daarom een vergoeding is verschuldigd. Nu ingevolge de CAO kinderopvang de reguliere opzegtermijn twee maanden bedraagt en [verzoekster] op 17 juni 2019 is ontslagen, bedraagt de gefixeerde schadevergoeding 2,5 keer het bruto maandloon.

6. Tegen dit laatste verzoek heeft [verzoekster] verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen zal hieronder voor zover van belang nader worden ingegaan.

Beoordeling

7. De kantonrechter dient te beoordelen of de reden die de werkgever aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd als een dringende reden kwalificeert als bedoeld in artikel 7:677 BW en of er onverwijld is opgezegd. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag moeten de omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden bezien. De aard en de ernst van het gedrag van de werknemer spelen daarbij een rol, evenals de duur van de arbeidsovereenkomst en ook de (persoonlijke) omstandigheden van de werknemer en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor de werknemer heeft.

8. Volgens Caleido Kidzz is het ontslag op staande voet onverwijld gegeven. Zij voert aan dat het incident van 31 mei 2019 pas op 11 juni 2019 na het gesprek met [verzoekster] aan haar directrice is gemeld door haar medewerkster, [naam collega] . [naam collega] heeft dit niet eerder gemeld omdat de moeder van het kind pas vrijdag aan het einde van haar dienst het incident meldde en de eerst volgende werkdag, dinsdag 11 juni 2019, haar eerste dienst pas om 13.30 uur begon, zoals volgt uit haar schriftelijke verklaring. De dag daarop heeft de directrice de camarabeelden opgevraagd om een en ander te onderzoeken en zij heeft deze pas op 17 juni 2019 ontvangen, zoals blijkt uit de factuur van het beveiligingsbureau. Daarop heeft de gemachtigde van Caleido Kidzz direct contact opgenomen met de gemachtigde van [verzoekster] en het ontslag op staande voet aangekondigd. Nadat [verzoekster] en haar gemachtigde de camarabeelden de volgende dag hadden bekeken, heeft Caleido Kidzz diezelfde dag de ontslagbrief aan [verzoekster] verstuurd en op 19 juni 2019 de gemachtigde daarover bericht, aldus Caleido Kidzz.

9. [verzoekster] betwist dat onverwijld is opgezegd en heeft aangevoerd dat Caleido Kidzz op 11 juni 2019 tijdens het gesprek al wist van het incident op 31 mei 2019, maar heeft dit tegenover de met stukken onderbouwde stellingen van Caleido Kidzz onvoldoende toegelicht. In de door Caleido Kidzz overgelegde factuur van het beveilingsbureau wordt weliswaar vermeld dat de camarabeelden op 12 juli in plaats van op 12 juni zijn opgevraagd en op 17 juli in plaats van op 17 juni zijn verstrekt, maar dit moet gelet op de datum van de factuur en de betalingstermijn een verschrijving zijn. Er wordt dan ook van uit gegaan dat Kaleido Kidzz niet eerder dan op 17 juni 2019 in het bezit was van de camarabeelden. Verder geldt dat [verzoekster] op 11 juni 2019 in de ochtend reeds de beëindigingsovereenkomst had getekend, zodat op het moment dat de directrice van Caleido Kidzz hoorde van het incident in de middag van 11 juni 2019 geen dienstverband met [verzoekster] meer bestond. Nadat de beëindigingsovereenkomst op 13 juni 2019 door [verzoekster] is ontbonden, heeft Caleido Kidzz voortvarend gehandeld door direct toen zij de camarabeelden had ontvangen aan de gemachtigde van [verzoekster] te melden dat zij op grond daarvan zal worden ontslagen op staande voet, maar dat zij eerst de reactie van [verzoekster] op de beelden wilde afwachten. Nadat [verzoekster] en haar gemachtigde de beelden op 18 juni 2019 hadden bekeken, is diezelfde dag de ontslagbrief verzonden. Dit tijdsverloop is het gevolg geweest van een zorgvuldig onderzoek naar het incident en het ontslag is dan ook voortvarend genoeg gegeven.

10. Vervolgens moet worden beoordeeld of het ontslag op staande voet gerechtvaardigd is gegeven.

11. De kantonrechter en de griffier hebben op de mondelinge behandeling de camarabeelden zonder geluid bekeken. Daarop was het volgende te zien. Een jongen zit alleen stil aan een tafel met zijn handen onder de tafel en zijn gezicht naar zijn handen gericht. Ineens komt [verzoekster] aangesneld en loopt van achteren naar de jongen en trekt hem van zijn stoel. [verzoekster] trekt aan de arm van de jongen en de jongen maakt maaiende bewegingen met zijn armen. [verzoekster] is groter dan de jongen; de jongen is ongeveer 1,40 meter groot. [verzoekster] blijft trekken aan de jongen. Op een gegeven moment staat de jongen even stil en laat [verzoekster] hem los, terwijl zij tegen hem blijft praten. Daarna trekt [verzoekster] opnieuw meerdere keren aan (de arm van) de jongen. In totaal duurde het filmpje anderhalve minuut. De beelden komen aldus grotendeels overeen met de beschrijving daarvan in de ontslagbrief.

12. [verzoekster] heeft hierover verklaard dat de jongen niet wilde luisteren. Volgens de regels van de buitenschoolse opvang mocht de jongen 20 á 30 minuten spelletjes spelen op zijn zelf meegebrachte mobiele telefoon. Deze tijd was allang verstreken en [verzoekster] had de jongen al meermaals gevraagd de telefoon weg te leggen. Dit deed hij niet en hij weigerde mee te doen aan de groepsactiviteiten. [verzoekster] heeft toen tegen de jongen gezegd dat zij de telefoon af zou nemen. Daarop zei de jongen dat het zijn telefoon is en dat hij alleen bepaalde wanneer hij spelletjes speelt en niemand anders. Daarop is [verzoekster] naar hem toegelopen en heeft ze geprobeerd de telefoon van de jongen af te pakken. Dat is niet gelukt. In het schriftelijke dagrapport van 31 mei 2019 heeft [verzoekster] vermeld dat contact moet worden opgenomen met de ouders van de jongen om het gedrag van de jongen te bespreken en te laten weten dat hij geen mobiele telefoon meer mag meenemen. Volgens [verzoekster] (en haar gemachtigde) heeft zij hiermee op de juiste manier gehandeld.

13. Met Caleido Kidzz wordt echter geoordeeld dat deze handelswijze ontoelaatbaar is voor een pedagogisch medewerker op een buitenschoolse opvang. Hoe vervelend en ongehoorzaam het gedrag van een kind ook moge zijn, een pedagogisch medewerker aan wiens zorg een kind is toevertrouwd mag een kind, tenzij de veiligheid van het kind, de andere kinderen, de pedagogisch medewerkers en/of omstanders dit noodzakelijk eisen, niet handtastelijk, bedreigend of intimiderend benaderen. In dit geval was geen sprake van een acute (nood)situatie, integendeel het kind zat rustig aan de tafel. Hoewel hij iets deed wat niet was toegestaan (spelen op zijn telefoon) werd daardoor de veiligheid van de aanwezigen niet in gevaar gebracht. Het had dan ook op de weg van [verzoekster] , als geschoold pedagogisch medewerker, gelegen om mondeling, zonder het kind daarbij aan te raken, de situatie op te lossen. Als dat niet lukte, had zij óf hulp moeten vragen aan een collega óf een en ander later met de ouders moeten bespreken, er was immers op dat moment geen acute noodzaak om direct in te grijpen. Vervolgens had zij maatregelen kunnen nemen, zoals het telefoongebruik voortaan niet meer toelaten of in het uiterste geval het kind niet meer opvangen.

14. Nu zij dit niet heeft gedaan, maar heeft gehandeld zoals op de beelden was te zien, heeft zij onnodig een zeer onveilige, bedreigende, situatie voor de jongen en de andere kinderen van de groep, die het gezien hebben, doen ontstaan. Niet alleen door langdurig steeds weer aan de arm van de jongen trekken, maar ook door het kind plotseling van achteren te benaderen en door hem hardhandig van zijn stoel af te trekken. Daarbij geldt dat onbetwist is gebleven dat [verzoekster] , die zeker twintig centimeter langer is dan de jongen, tijdens het trekken aan zijn arm recht op staand hard tegen de jongen bleef praten. Dat de jongen de situatie als niet prettig heeft ervaren blijkt ook wel uit de omstandigheid dat hij het incident bij zijn moeder heeft gemeld. Verder geldt nog dat [verzoekster] op de hoogte was van de gevoelige geschiedenis van de negenjarige jongen. De jongen is getuige geweest van huiselijk geweld, zijn ouders zijn vervolgens gescheiden, zijn vader is uit het ouderlijk gezag ontheven en perioden mocht de jongen niet mee naar zijn vader. Inmiddels mag de jongen zijn vader weer zien, maar de bekendheid met deze geschiedenis maakt de handelswijze van [verzoekster] jegens deze specifieke jongen nog minder acceptabel.

15. Zeker voor een kleine onafhankelijke kinderopvangonderneming, die pas sinds 2015 is opgericht, is het van groot belang dat zij tegenover de ouders, haar klanten, de veiligheid van de kinderen kan waarborgen en het gedrag van [verzoekster] ten strengste afkeurt. Daarbij is in aanmerking genomen dat onbetwist is gebleven dat het incident bekend is geworden bij de andere ouders en de andere medewerkers. Als zij een minder vergaande maatregel dan ontslag op staande voet had getroffen en [verzoekster] op de opvang had laten terugkeren, zou zij het risico hebben gelopen dat de ouders hun opvangovereenkomst zouden opzeggen en voor een andere opvang zouden kiezen, hetgeen de ondergang van de onderneming zou zijn. Zij kon immers niet uitsluiten dat een en ander nog eens zal gebeuren, nu [verzoekster] , ook na het zien van de beelden, niet inzag dat haar handelen ontoelaatbaar is. Het lijkt erop dat niet gehoorzame kinderen, haar dusdanig emotioneren dat zij getriggerd wordt om niet meer alleen mondeling met de kinderen te communiceren en niet beseft dat dat te allen tijde ontoelaatbaar is.

16. Daarnaast is in aanmerking genomen dat [verzoekster] pas drie jaar in dienst was bij Caleido Kidzz, dat meerdere ouders al eerder over haar hebben geklaagd, dat zij ook op 20 juli 2018 moeite heeft gehad om niet gehoorzame kinderen in het gareel te houden en dat zij daarna in ieder geval één coachinggesprek heeft gevoerd met [naam 2] , zonder dat dat tot verbetering heeft geleid. Dit was kennelijk al voldoende aanleiding om [verzoekster] op 11 juni 2019 een beëindigingsregeling aan te bieden. Tot slot is nog in de overweging betrokken dat de verwachting bestaat dat [verzoekster] , gelet op haar leeftijd van 28 jaar en de huidige hoog conjunctuur, in staat zal zijn binnen niet al te lange tijd een nieuwe baan te vinden, zodat de conclusie van het voorgaande is dat het ontslag op staande voet gerechtvaardigd is gegeven. De verzoeken van [verzoekster] met betrekking tot de vernietiging hiervan worden dan ook afgewezen.

17. Verder verzoekt [verzoekster] Caleido Kidzz te veroordelen tot betaling van € 3.248,62 bruto aan ingehouden overuren, € 4.162,00 bruto aan verlofuren en € 110,66 bruto aan vakantiegeld over de periode van augustus 2018 tot en met juni 2019. Hiertegen heeft Caleido Kidzz geen verweer gevoerd, zodat dit verzoek toewijsbaar is.

18. Caleido Kidzz heeft een tegenverzoek gedaan en daarbij de gefixeerde schadevergoeding gevorderd. Nu hierboven is geoordeeld dat [verzoekster] Caleido Kidzz een dringende reden heeft gegeven voor ontslag, die aan haar schuld is te wijten, is de gevorderde schadevergoeding toewijsbaar. Daarbij geldt dat [verzoekster] tegen de gevorderde hoogte daarvan geen verweer heeft gevoerd.

19. In het bovenstaande wordt aanleiding gezien om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

ten aanzien van de verzoeken van [verzoekster] :

veroordeelt Caleido Kidzz tot betaling van € 3.248,62 bruto aan ingehouden overuren, € 4.162,00 bruto aan verlofuren en € 110,66 bruto aan vakantiegeld over de periode van augustus 2018 tot en met juni 2019;

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af;

ten aanzien van het tegenverzoek van Caleido Kidzz:

veroordeelt [verzoekster] tot betaling van € 6.147,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2019 tot aan de dag van volledige voldoening;

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af;

Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Berkum, kantonrechter en op 10 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.