Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8618

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-10-2019
Datum publicatie
21-11-2019
Zaaknummer
C/13/671421 / KG ZA 19-908
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering intrekken gunningsbeslissing en inschrijving van eisers geldig te verklaren, afgewezen.

Voor eiseres als behoorlijk geïnformeerde inschrijver had duidelijk moeten zijn dat zij de kosten voor schade niet onder de post

‘Aanname, intake en claim schade’ kosten had mogen opvoeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/671421 / KG ZA 19-908 AB/TF

Vonnis in kort geding van 11 oktober 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPIE INFRATECHNIEK B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres bij dagvaarding van 27 augustus 2019,

advocaat mr. M.M. Fimerius te Rijswijk,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. E. van der Hoeven te Amsterdam,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DYNNIQ NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

tussengekomen partij,

advocaat mr. D.R. Versteeg te Amsterdam,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPEER INFRA B.V.,

gevestigd te Naarden,

tussengekomen partij,

mr. F.R.H. Kuiper te Hattem.

Partijen zullen hierna Spie, de Gemeente, Dynniq en Speer worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Voorafgaand aan de zitting van 26 september 2019, waar deze zaak gelijktijdig is behandeld met de zaak met nummer C/13/671419 / KG ZA 19-907, hebben Dynniq en Speer elk een akte incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging ingediend. Bij e-mail van 25 september 2019 en op de zitting heeft Spie bezwaar gemaakt tegen de tussenkomst/voeging van Speer, omdat Speer geen nadeel ondervindt van dit kort geding, dat ziet op [locatie 2] en dit kort geding niet in de weg staat aan gunning van [locatie 1] aan Speer. Als bezwaar tegen de tussenkomst heeft Spie aanvullend betoogd dat Speer geen gronden heeft aangevoerd waarop haar vordering berust. Op de zitting is aan Dynniq toegestaan om tussen te komen, nu haar verzoek aan de criteria voldoet en Spie en de Gemeente daartegen geen bezwaar hadden. Speer is eveneens toegelaten - omdat ook een voorwaardelijk belang een belang is - maar de beslissing of het tussenkomst wordt dan wel voeging is aangehouden. Verder is aangekondigd dat als in de zaak met nummer C/13/671419 / KG ZA 19-907 de vorderingen van Dynniq worden afgewezen, de pleitnota van Speer in deze zaak buiten beschouwing zal worden gelaten, omdat zij in dat geval geen belang meer heeft bij haar vordering.

1.2. Ter zitting heeft Spie gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. De Gemeente heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Dynniq en Speer hebben eveneens verweer gevoerd, dan wel gevorderd zoals hierna vermeld. Spie en de Gemeente hebben producties in het geding gebracht. Alle partijen hebben een pleitnota overhandigd. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:

aan de zijde van Spie: [betrokkene 1] en [betrokkene 2] met mr. Fimerius,

aan de zijde van de Gemeente: [betrokkene 3] met mr. Van der Hoeven,

aan de zijde van Dynniq: [betrokkene 4] en [betrokkene 5] met mr. Versteeg,

aan de zijde van Speer: [betrokkene 6] met mr. Kuiper.

2 De feiten

2.1.

Op 12 april 2019 heeft de Gemeente een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor een “Tijdelijk onderhoudscontract openbare verlichting Amsterdam”. De aan te besteden opdracht is onderverdeeld in [locatie 1] en [locatie 2] . Voor beide percelen heeft de Gemeente een afzonderlijke RAW-Raamovereenkomst opgesteld.

Op de aanbestedingsprocedure zijn het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) en bepalingen van de Standaard RAW-Bepalingen 2015 van toepassing verklaard. Inschrijvers zijn in deze aanbesteding verplicht op beide percelen in te schrijven. Een inschrijver kan slechts in aanmerking komen voor gunning van maximaal 1 perceel. De raamovereenkomsten hebben een looptijd van een jaar, met twee verlengingsopties van zes maanden.

In paragraaf 0.07 van de Leidraad staat dat het gunningscriterium de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteit verhouding is, die per Perceel bestaat uit:

- de inschrijvingssom;

- kwaliteitscriterium A: Continuïteitsborging,

bestaande uit:

  • -

    A1 Plan van aanpak

  • -

    A2 Risicodossier

- kwaliteitscriterium B: Duurzaamheid.

In de Leidraad staat dat als inschrijving met de beste prijs-kwaliteit verhouding wordt aangemerkt de inschrijving met de laagste fictieve inschrijfsom die bestaat uit de daadwerkelijke inschrijfsom met aftrek van de op basis van de kwalitatieve gunningscriteria toe te kennen fictieve korting (maximaal € 1,8 miljoen). De kwalitatieve onderdelen worden beoordeeld door een beoordelingscommissie.

Een score op een kwaliteitscriterium is altijd een cijfer. De scores worden volgens de onderstaande tabel omgezet in een percentage van de maximale fictieve korting per kwaliteitscriterium:

In de Leidraad staat verder dat de inschrijving als ongeldig kan worden beschouwd als deze niet voldoet aan het bestek.

2.2.

In de Leidraad staat in bestekpost [nummer 1] het volgende:

Aanname, intake en claim schade

Het veiligstellen n.a.v. schades ontstaan door aanrijdingen. De aannemer neemt een schade in behandeling en maakt hiervan een intake en schadeclaim. Indien nodig dient de lichtmast mechanisch en elektrisch veiliggesteld te worden. De situatie moet dusdanig worden achtergelaten dat er geen gevaar is voor aanraking van voedingskabels of ander gevaar voor derden/leken.

Alle losse materialen dienen van de locatie verwijderd en afgevoerd te worden

Deze schade claimt de aannemer bij het Waarborgfonds of de verzekeraar. De aannemer verstuurt een kopie van de claim (in cc) aan de directievoerder van de Gemeente Amsterdam. De melding van een schade is gelijk aan het proces bij storingen. Een schade moet binnen 5 werkdagen definitief zijn hersteld.

In artikel 34 12 32 “Aanrijdingsschade” in deel 3 van de Leidraad (of het bestek) staat voor zover van belang het volgende:

(…) 01 De schadeafhandeling geschiedt door de aannemer. Aannemer verzorgt de volledige schadeafhandeling van aanrijdingsschades.

02 Na constatering van een aanrijdschade dient de aannemer de volgende stappen te ondernemen:

- het veiligstellen van de installatie door middel van noodmaatregelen zodanig opgeheven en/of hersteld te worden, dat de installatie elektrisch veilig is en er geen gevaar voor de omgeving of weggebruiker bestaat. (…)

03 Onder schadeafhandeling valt het administratief verwerken en adequaat verhalen van, door derden met een motorvoertuig toegebrachte schades aan de openbare verlichting in eigendom van de opdrachtgever.

(…)

14 (…) De gemeente is gevrijwaard van kosten. (…)

15 Indien het Waarborgfonds niet tot uitkering overgaat, mogen de kosten van het herstel van deze schade ten gevolge van een aanrijding per gebeurtenis afzonderlijk worden gefactureerd aan de opdrachtgever. Per gebeurtenis moet de factuur vergezeld worden van een volledige specificatie van de gebruikte materialen, arbeid én een gemotiveerde en gewaarmerkte afwijzing van het Waarborgfonds.

(…)

17 De kosten die bij afwijzing door het waarborgfonds in rekening worden gebracht bij lid 15 van werkzaamheden en de materialen mogen niet afwijken van die uit deel 2.2 van dit bestek.

(…)

2.3.

In de eerste Nota van Inlichtingen (NvI) voor [locatie 2] staat voor zover van belang het volgende:

(…) BETREFT: Post [nummer 2]

VRAAG : [nummer 2] dient de aannemer voor de claim het lichtmastenconvenant aan te houden?

Hoe worden de kosten met elkaar verrekend aangezien de aannemer de arbeid levert en de moffen, aansluitkabels, diverse klein materialen en de gemeente de masten, armaturen, lampen, enz? Hoe worden de kosten met Liander verrekend?

ANTWOORD: Alle kosten dienen in de besteksposten verrekend te zijn. De kosten met Liander worden verrekend door Gemeente met ON (…)”

2.4.

Spie, Dynniq en Speer hebben alle op beide percelen ingeschreven.

2.5.

Speer heeft op beide percelen de economisch meest voordelige inschrijving gedaan, waarop de Gemeente haar [locatie 1] als voorkeursperceel voorlopig heeft gegund. Voor [locatie 2] kwam als eerste de als tweede geëindigde Dynniq in aanmerking en als tweede de als derde geëindigde Spie.

2.6.

Nadat de Gemeente de inschrijving van Dynniq als ongeldig had aangemerkt, is zij gaan onderzoeken of zij tot voorlopige gunning aan Spie kon overgaan. Zij heeft Spie gevraagd of zij de in de RAW-overeenkomst genoemde bewijsstukken en financiële onderbouwing kon aanleveren.

2.7.

In de gunningsbeslissing van 7 augustus 2019 heeft de Gemeente de inschrijving van Spie als ongeldig terzijde gelegd.

In de beslissing staat voor zover van belang het volgende:

(…) De reden voor de ongeldigverklaring is dat u in de post “aanname, intake en claim schade” alle kosten voor het afhandelen van de schade ook het herstel van de schade heeft opgenomen, wat niet de bedoeling is. Daarmee zijn in de eenheidsprijs voor “aanname, intake en claim schade” kosten verwerkt die daar niet in thuis horen. Dat is in strijd met de algemene en administratieve bepalingen van de RAW.

Geconstateerd is dat u niet conform het bestek heeft ingeschreven. Het gaat hier ook niet om gegevens die klaarblijkelijk een eenvoudige precisering behoeven, of om het recht zetten van kennelijke materiële fouten zoals bedoeld in het SAG-arrest. Het geven van gelegenheid tot het aanpassen van de inschrijfstaat is dan ook niet aan de orde. Dit alles leidt dan ook tot de conclusie dat uw inschrijving ongeldig is verklaard. (…)

2.8.

Op 20 augustus 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de Gemeente en Spie.

2.9.

Omdat ook de inschrijving van Dynniq ongeldig is verklaard, is de Gemeente van plan om voor [locatie 2] met Spie en Dynniq een onderhandelingsprocedure te gaan voeren. In de gunningsbeslissing van 7 augustus 2019 staat hierover:

Vervolg aanbesteding [locatie 2]

Aangezien beide inschrijvingen die voor gunning in aanmerking kwamen ongeldig zijn verklaard is er voor [locatie 2] geen inschrijving ingediend aan wie de voorgenomen gunning kan worden uitgebracht. De aanbestedende dienst zal daarom overgaan op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking conform artikel 2.32 lid 1a van de aanbestedingswet 2012.

De aanbestedende dienst is voornemens beide partijen, SPIE Infratechniek en Dynniq uit te nodigen. U zult op korte termijn daarover hierover geïnformeerd worden.

3 Het geschil

3.1.

Spie vordert – samengevat –:

1. de Gemeente op straffe van een dwangsom te gebieden de gunningsbeslissing van 7 augustus 2019 voor [locatie 2] in te trekken,

2. de Gemeente op straffe van een dwangsom te verbieden de aanbestedingsprocedure voor [locatie 2] te vervolgen met een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging als bedoeld in artikel 2.32 lid 1 Aanbestedingswet 2012,

3. - primair de Gemeente op straffe van een dwangsom te gebieden de inschrijving van Spie geldig te verklaren en de opdracht voor [locatie 2] , voor zover zij deze nog wenst te gunnen, aan haar te gunnen,

- subsidiair de Gemeente op straffe van een dwangsom te gebieden Spie te vragen om een schriftelijke toelichting op de volgens de Gemeente onjuist onder bestekpost [nummer 1] opgenomen kosten en de inschrijving van Spie opnieuw te beoordelen en de tot [locatie 2] behorende opdracht, voor zover zij deze nog wenst te gunnen, uitsluitend aan haar te gunnen met inachtneming van deze herbeoordeling,

- meer subsidiair de Gemeente op straffe van een dwangsom te gebieden om de tot [locatie 2] behorende opdracht, voor zover zij deze nog wenst te gunnen, opnieuw aan te besteden.

Tot slot vordert Spie de Gemeente te veroordelen in de kosten van dit geding (inclusief nakosten).

3.2.

Spie stelt hiertoe primair dat haar inschrijving op [locatie 2] ten onrechte ongeldig is verklaard en dat dit disproportioneel is en haar eerst om een nadere toelichting had moeten worden gevraagd (zie onder 3.3.) en subsidiair dat de aanbestedingsstukken onduidelijk zijn, wat moet leiden tot een heraanbesteding.

Spie heeft in bestekpost [nummer 1] geen herstelkosten voor schade opgenomen, maar kosten die zien op het veiligstellen van aanrijdingsschades. Dit was vereist in deze bestekpost en omschreven in artikel 34 12 32 02 van de RAW-Raamovereenkomst. De opdrachtnemer dient de kosten in verband met aanrijdingschades te verhalen op (de verzekeraar) de veroorzaker van de schade, dan wel op het Waarborgfonds. Volgens artikel 15 van artikel 34 12 32 mogen de kosten worden gedeclareerd bij de Gemeente als het Waarborgfonds niet uitkeert. Daarvoor zijn op grond van artikel 17 de in het kader van de Aanbestedingsprocedure opgegeven eenheidsprijzen bepalend. Daarnaast heeft de Gemeente expliciet aangegeven dat inschrijvers alle door hen met betrekking tot een bestekpost te maken kosten dienen op te nemen in de desbetreffende bestekpost en dus te verantwoorden in hun open begroting. Dit volgt uit de eerste NvI over post [nummer 2] en [nummer 3] voor [locatie 1] die een gelijkluidende tekst hebben als de bestekposten [nummer 1] en [nummer 2] voor [locatie 2] . Spie heeft dan ook alle kosten die worden gemaakt voor de werkzaamheden in bestekpost [nummer 1] opgenomen. Dit is conform paragraaf 01.01.06 lid 2 van de Standaard 2015 en paragraaf 0.04 lid 6 van de Leidraad voor [locatie 1] .

Het standpunt van de Gemeente dat onder de bestekpost [nummer 1] alleen administratieve kosten en geen kosten voor fysieke werkzaamheden kunnen worden opgenomen is onjuist. Uit de tekst van deze bestekpost blijkt dat niet. Verder heeft de Gemeente dit standpunt pas tijdens het gesprek op 20 augustus 2019 naar voren gebracht. Het is de Gemeente op grond van vaste jurisprudentie echter niet toegestaan om de reden voor ongeldigverklaring te wijzigen. Deze reden moet immers in de gunningsbeslissing worden vermeld.

3.3.

Spie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de Gemeente op zoek is gegaan naar een ongeldigheid in de inschrijving, omdat zij naar het oordeel van de Gemeente met een te hoge prijs heeft ingeschreven. Immers als de inschrijving van Spie geldig was verklaard, had zij de aanbestedingsprocedure niet kunnen beëindigen en niet de door haar gewenste onderhandelingsprocedure kunnen volgen. Dit verklaart ook waarom de Gemeente Spie ten onrechte niet om een toelichting op haar inschrijving heeft gevraagd. Ten onrechte, omdat op grond van artikel 01.01.07 lid 2 van de RAW 2015 de Gemeente om een schriftelijke toelichting op de open begroting had moeten vragen als de voor bestekpost [nummer 1] opgegeven eenheidsprijs kostenposten bevat die daarin niet thuishoren. Spie had een toelichting kunnen geven waarom zij die posten wel kon opnemen. De Gemeente had daarmee akkoord kunnen gaan en de ongeldigheid zou van de baan zijn geweest.

3.4.

De Gemeente, Speer en Dynniq voeren verweer.

3.5.

Speer vordert de vorderingen van Spie af te wijzen en de Gemeente te verbieden ingeval van toewijzing van de vorderingen van Dynniq in de zaak met nummer C/13/671419 / KG ZA 19-907, voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen, deze aan een ander dan Speer te gunnen en Spie te gebieden en te gehengen en gedogen dat de opdracht (voor [locatie 1] ) aan Speer wordt gegund.

3.6.

Dynniq vordert de vorderingen van Spie af te wijzen en de Gemeente te gebieden de inschrijving van Spie ongeldig verklaard te houden, dan wel zo nodig nogmaals ongeldig te verklaren.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang van Spie volgt uit de aard van het geschil.

4.2.

In deze procedure wordt de tussenkomst van Speer toegestaan, omdat benadeling of verlies van een recht van Speer dreigt zolang de vorderingen in de zaak met nummer C/13/671419 / KG ZA 19-907 niet zijn afgewezen, waarmee het vereiste ‘belang’ aanwezig is. Nu de vorderingen in die zaak bij vonnis van heden worden afgewezen, zal het verweer van Speer echter, bij gebrek aan belang, niet meer worden meegenomen in deze zaak.

4.3.

Spie heeft in bestekpost [nummer 1] ‘Aanname, intake en claim schade’ kosten opgenomen die zij moet maken voor het ‘veiligstellen n.a.v. schades ontstaan door aanrijdingen’, zoals noodreparaties en het verwijderen van brokstukken.

Uit de omschrijving van deze bestekpost en artikel 34 12 32 “Aanrijdingsschade” in deel 3 van het bestek, in onderlinge samenhang bezien, volgt echter dat de in deze bestekpost op te voeren kosten slechts zien op kosten van administratieve werkzaamheden en niet op kosten van werkzaamheden ter plaatse.

4.4.

Zowel in bestekpost [nummer 1] als in artikel 34 12 32 staat omschreven wat precies van de aannemer wordt verwacht, nadat door een aanrijding schade is ontstaan. Daarbij staan weliswaar ook werkzaamheden ter plaatse, zoals het mechanisch en elektrisch veiligstellen van de situatie en het verwijderen en afvoeren van alle losse materialen, maar het leeuwendeel van de taken is administratief en gericht op ‘het administratief verwerken en adequaat verhalen van’ dergelijke schades, dat volgens artikel 34 12 32 onder 03 valt onder de aan de aannemer opgedragen schadeafhandeling. Kosten die hier moeten worden opgenomen zullen dus zien op de gehele administratieve afhandeling die van de aannemer wordt verwacht. In bestekpost [nummer 1] staat bovendien direct na de omschrijving van de daarnaast door de aannemer ter plaatse te nemen noodmaatregelen; “Deze schade claimt de aannemer bij het Waarborgfonds of de verzekeraar.” Die schade komt in deze opzet dus niet voor rekening van de Gemeente en hoort dan ook niet in het bestek thuis. Het is uiteraard niet de bedoeling dat de aannemer deze schade twee keer betaald krijgt, zowel door het Waarborgfonds als door de Gemeente. Alleen als het Waarborgfonds niet uitkeert, kan de aannemer een onderbouwde claim voor deze kosten en voor de kosten van het verdere herstel indienen bij de Gemeente. Die claim staat echter, zoals de Gemeente heeft opgemerkt, los van het bestek, maar valt onder meerwerk.

4.5.

Het antwoord in de NvI over post [nummer 2] leidt niet tot een ander gezichtspunt. Daar wordt een vraag beantwoord over het Convenant “Landelijke normering lichtmastschaden”, het in deze aanbesteding toepasselijke systeem waarbinnen de opdrachtnemer namens de Gemeente de schade claimt bij het Waarborgfonds en waarbij wordt uitgegaan van vaste bedragen. Uit de vraagstelling blijkt dat er onduidelijkheid bestond over de verrekening van kosten, omdat zowel de aannemer als de Gemeente zaken levert. Het antwoord op de vraag luidt; “Alle kosten dienen in de bestekposten verrekend te zijn”. Anders dan Spie meent, volgt hieruit niet dat alle kosten voor werkzaamheden die zijn beschreven onder bestekpost [nummer 1] moesten worden opgenomen in het bestek. Er is ook niet specifiek gevraagd welke kosten mochten worden opgevoerd.

4.6.

Spie stelt verder dat zij ook op grond van de RAW systematiek, in het bijzonder artikel 01.01.06 lid 01 en 02 Standaard 2015, gehouden was de kosten voor ‘het veiligstellen’ in bestekpost [nummer 1] op te nemen. Volgens Spie wordt met deze RAW regeling immers beoogd te voorkomen dat inschrijvers gaan schuiven met hun kosten en moet kostenspeculatie worden voorkomen. Schuiven met kosten of kostenspeculatie is hier echter niet aan de orde. Het ging immers niet om door de Gemeente te vergoeden kosten, maar om schade die door de verzekeraar of het Waarborgfonds wordt vergoed.

4.7.

Al met al had het voor Spie als behoorlijk geïnformeerde normaal oplettend inschrijver duidelijk moeten zijn dat zij de kosten voor ‘het veiligstellen’ niet had mogen opvoeren. De aanbestedingsstukken waren op dit onderdeel voldoende duidelijk. Een nadere schriftelijke toelichting had Spie niet kunnen baten. Daar zou het immers niet anders van zijn geworden. Er was voor de Gemeente dan ook geen reden om artikel 01.01.07 Standaard 2015 te hanteren.

4.8.

De inschrijving van Spie is dus terecht ongeldig verklaard. De offerte beantwoordde niet aan de voorschriften van het bestek en de beslissing was dan ook niet disproportioneel. De Gemeente heeft een en ander in haar gunningsbeslissing van 7 augustus 2019 voldoende gemotiveerd, ook al heeft zij daarin niet specifiek vermeld dat Spie ten onrechte ‘kosten voor het veiligstellen’ heeft opgenomen, maar heeft zij het gehad over ‘kosten voor het herstel van schade’. Deze meer algemene termen waren in dit verband immers duidelijk genoeg.

Het verweer van Dynniq dat Spie in haar eenheidsprijzen winst heeft opgenomen, hoeft geen verdere bespreking. De vorderingen van Spie zullen worden afgewezen.

4.9.

Resteert de vordering om de Gemeente te verbieden de aanbestedingsprocedure voor [locatie 2] te vervolgen met een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging als bedoeld in artikel 2.32 lid 1 Aanbestedingswet 2012. Dat is volgens Spie alleen aan de orde als geen of geen geschikte inschrijvingen zijn ingediend. Ongeschikt is haar inschrijving in ieder geval niet. Dat zou alleen het geval zijn als zij niet relevant is voor de opdracht, omdat zij zonder ingrijpende wijzigingen kennelijk niet voorziet in de in de aanbestedingsstukken omschreven behoeften en eisen van de aanbestedende dienst, aldus Spie.

4.10.

Volgens de Gemeente zijn ongeschikte inschrijvingen onaanvaardbaar of onregelmatig. Onregelmatige inschrijvingen zijn volgens haar inschrijvingen die niet voldoen aan de vereisten in de aanbestedingsstukken.

4.11.

Dat laatste standpunt lijkt voorshands te kort door de bocht en de Gemeente zal zich daarover nog eens moeten beraden. Omdat dit kort geding in de eerste plaats dient om uit te maken of de inschrijving van Spie al dan niet terecht ongeldig is verklaard en het debat over hoe het vervolgens verder zou moeten maar beperkt is gevoerd, zal nu echter geen verbod worden uitgesproken. Daarmee zou de Gemeente te veel voor de voeten worden gelopen.

4.12.

De vordering van Speer zal bij gebrek aan belang worden afgewezen.

De vordering van Dynnig zal gezien al het voorgaande eveneens bij gebrek aan belang worden afgewezen.

4.13.

Spie zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente, Dynniq en Speer worden telkens begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

4.14.

De door de Gemeente, Speer en Dynniq gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook op de navolgende wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt Spie in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente, Dynniq en Speer voor elk tot op heden begroot op € 1.960,00, voor Speer te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.3.

veroordeelt Spie in de na dit vonnis ontstane kosten, aan de zijde van de Gemeente, Dynniq en Speer begroot op € 157,- voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 82,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt, voor Speer te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2019.1

1 type: GHF coll: LO