Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8470

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-10-2019
Datum publicatie
12-11-2019
Zaaknummer
13/665247-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Eindvonnis in zedenzaak na observatie in PBC. Veroordeling tot 42 maanden gevangenisstraf en Tbs met voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/665247-18 (Promis)

Datum uitspraak: 30 oktober 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op 2 januari 1991,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] , gedetineerd in de [detentieplaats]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 18 oktober 2018, 3 december 2018, 20 februari 2019, 7 mei 2019, 25 juli 2019 en 16 oktober 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.J. de Graaf en van wat verdachte en zijn raadsman mr. T.J. Roest Crollius naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 1 november 2018, overwogen dat het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde bewezen is. Ook heeft de rechtbank het onderzoek heropend en vervolgens geschorst om een persoonlijkheidsonderzoek naar verdachte te verrichten in het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) in Utrecht. Het onderzoek is op 16 oktober 2019 met instemming van de officier van justitie en de verdediging inhoudelijk voortgezet vanaf de persoonlijke omstandigheden van verdachte en is vervolgens gesloten.

2 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

3 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

4 Motivering van de straf en maatregel

4.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 16 oktober 2019 gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar met aftrek van het voorarrest. Verder heeft hij geëist dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) met dwangverpleging zal worden opgelegd. Volgens de officier van justitie kan een tbs-maatregel met voorwaarden de veiligheid van de samenleving onvoldoende waarborgen. Er is sprake van een verdachte met een complexe persoonlijkheids-problematiek. In het verleden is veelvuldig en tevergeefs geprobeerd om verdachte te behandelen. Dat maakt dat een tbs-maatregel met dwangverpleging meer passend is bij deze verdachte en bij de ernst van de door hem gepleegde feiten.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de op te leggen gevangenisstraf niet veel langer te laten duren dan het voorarrest. Een veel langere gevangenisstraf dient namelijk geen doel meer, zowel verdachte als de samenleving hebben er meer baat bij als verdachte snel wordt behandeld. De verdediging kan zich vinden in de oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden. Een tbs-maatregel met dwangverpleging is echter een te zwaar middel, verdachte is consequent gemotiveerd om aan zichzelf te werken. Ook biedt de voorwaardelijke maatregel voldoende veiligheid voor de samenleving.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft een jonge vrouw (zonder dat zij dat wist) gedrogeerd en haar vervolgens seksueel misbruikt, waardoor zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Deze schokkende gebeurtenis heeft zich als volgt afgespeeld. Via een datingapp zijn verdachte en slachtoffer [slachtoffer] met elkaar in contact gekomen. Zij hadden die bewuste avond met elkaar afgesproken in de stad en vervolgden de date bij verdachte thuis. Daar voerde verdachte [slachtoffer] verschillende glazen wijn met daarin GHB. Dit zonder medeweten van [slachtoffer] , omdat verdachte wel wist dat zij dat niet zou willen gebruiken, maar hij memorabele seks wilde beleven. Op het moment dat [slachtoffer] geen drank meer wilde, goot hij de wijn in haar mond. Vervolgens heeft hij seks gehad met [slachtoffer] , waarvan zij zich slechts vlagen kan herinneren. Ook heeft verdachte toen een groot voorwerp in haar vagina geduwd. Het betrof een vibrator die absoluut niet geschikt is voor inwendig gebruik. [slachtoffer] raakte daarbij gewond en begon hevig te bloeden. Verdachte heeft zich vervolgens niet bekommerd om [slachtoffer] , maar is alleen met zichzelf bezig geweest. Gebleken is dat verdachte die nacht verschillende strafrechtadvocaten heeft gebeld en contact met de zedenpolitie heeft opgenomen. Toen [slachtoffer] de volgende ochtend bijkwam was voor haar sprake van een afschuwelijke nachtmerrie. Zij heeft in haar aangifte beschreven dat zij zich moeilijk kon bewegen, dat zij niet wist wat er was gebeurd en dat zij hevige pijn voelde in haar vagina. Vervolgens is zij door haar zus uit het huis van verdachte begeleid en naar het ziekenhuis gebracht. Daar bleek sprake te zijn van verschillende rupturen in haar vagina en volgde een operatie.

Verdachte heeft niet alleen een gruwelijk en schokkend delict gepleegd maar ook daarna telkens weer kwalijke en onbegrijpelijke keuzes gemaakt. Zo heeft de rechtbank zich onder meer afgevraagd waarom verdachte er niet voor heeft gekozen om direct het ziekenhuis te bellen, waarom hij ervoor heeft gekozen om [slachtoffer] niet te vertellen wat er was gebeurd en waarom hij de schuld bij [slachtoffer] heeft willen leggen. Al deze keuzes van verdachte laten overduidelijk zien dat verdachte zich steeds heeft laten leiden door zijn eigen belang en zich niet heeft bekommerd om [slachtoffer] . Verdachte heeft [slachtoffer] een onbeschrijfelijk leed aangedaan. Leed dat zij voor de rest van haar leven bij zich zal moeten dragen. [slachtoffer] heeft op de zitting verteld dat zij de blinde paniek, de intense pijn en het gevoel van onveiligheid niet kan vergeten. De gebeurtenis heeft haar groot verdriet gedaan. Ook hebben de feiten vervelende gevolgen voor haar beleving van seksualiteit en het vertrouwen in mensen. Sinds het incident heeft [slachtoffer] moeite met studeren en werken. Zij is niet langer de persoon die zij voor het incident was. [slachtoffer] hoopt dat zij de gebeurtenis achter zich kan laten en langzaam haar oude ‘zelf’ kan terugvinden.

Naast deze vreselijke feiten heeft verdachte verschillende harddrugs voorhanden gehad en heeft hij zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno. De aangetroffen filmpjes waarop hele jonge kinderen seksueel misbruikt worden, zijn in het bijzonder schokkend en gruwelijk. Door dergelijke afbeeldingen en filmpjes te downloaden houdt verdachte de illegale markt voor kinderporno in stand en draagt verdachte bij aan het seksueel geweld tegen kinderen wereldwijd. Ook dat neemt de rechtbank verdachte erg kwalijk.

Over verdachte is op 9 oktober 2018 gerapporteerd door psycholoog H.E.W. Koornstra. De rechtbank was van oordeel dat op basis van dit rapport onvoldoende zicht was verkregen op de persoonlijkheids-problematiek van verdachte en de mogelijkheden voor een passende afdoening. Vervolgens is verdachte geobserveerd in het Pieter Baan Centrum (PBC), wat heeft geresulteerd in een uitvoerig rapport over verdachte van 20 juni 2019. De deskundigen van het PBC komen tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een complexe, nauw met elkaar verweven problematiek in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met borderline, narcistische en antisociale kenmerken, een seksuele ontwikkelingsstoornis en ernstige verslavingsproblematiek. Zijn persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door identiteitsproblematiek, emotieregulatieproblematiek met een grillig verloop van zijn emotionele belevingswereld, grenzeloosheid en hechtingsproblemen. Bij oplopende spanningen is sprake van een narcistische en antisociale afweer. De seksuele stoornis wordt gekenmerkt door hyperseksualiteit en een afwijkende seksuele interesse in de vorm van ‘heftige’ seks. Bij verdachte is ook sprake van pedofilie van het niet-exclusieve type en van een parafilie in brede zin. Verder is sinds het twaalfde levensjaar van verdachte sprake van ernstige verslavingsproblematiek. De beschreven gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens en de ziekelijke stoornissen waren ook ten tijde van de tenlastegelegde feiten aanwezig. In aanloop naar het incident met [slachtoffer] was sprake van grote spanningen doordat de relatie van verdachte was verbroken. Door deze spanningen kwam de persoonlijkheid van verdachte onder druk te staan. Ook zijn de feiten gedreven door de parafilie van verdachte, zijn seksuele beleving raakte vermengd met machtsbeleving. Verdachte gebruikt sinds jonge leeftijd seks als copingsmechanisme. De persoonlijkheidspathologie en seksuele pathologie versterkten elkaar, waarbij de verdovende middelen een katalyserende werking hebben gehad. De combinatie van die factoren hebben geleid tot het incident met [slachtoffer] . Daarom adviseert het PBC om de feiten in verminderende mate aan verdachte toe te rekenen. Datzelfde advies geldt voor de feiten 3, 4 en 5. De rechtbank onderschrijft deze conclusies van het PBC en zal deze ook overnemen.

De volgende vraag die beantwoord moet worden is welke straf passend is. Voor de bepaling van de strafmaat is onder andere de justitiële documentatie van verdachte van 17 september 2019 van belang. Hieruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Bij een verkrachting is het uitgangspunt een gevangenisstraf van 24 maanden. De rechtbank zal dat oriëntatiepunt als vertrekpunt nemen voor de bepaling van de straf. In deze zaak is echter niet alleen sprake van een verkrachting, maar ook van een zware mishandeling en drugs- en kinderpornobezit. Dat maakt dat een gevangenisstraf van langere duur passend is. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat een hogere straf in dit geval ook wel degelijk een doel dient, namelijk dat van vergelding voor het leed dat [slachtoffer] is aangedaan. De rechtbank zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf van 42 maanden opleggen.

Vervolgens moet de rechtbank de vraag beantwoorden of aan verdachte een maatregel moet worden opgelegd en zo ja, welke. Door het PBC is geconstateerd dat er veel risicofactoren zijn met weliswaar beschermende factoren, maar dat deze volstrekt onvoldoende opwegen tegen de risicofactoren. Als verdachte niet wordt behandeld is de verwachting dat hij al snel hevige stress zal ervaren, met name op relationeel gebied, en dat hij vanwege zijn beperkte coping snel zal terugvallen in middelengebruik. De druk op de persoonlijkheid van verdachte zal vervolgens toenemen. Aangezien verdachte in het verleden veelvuldig is behandeld, zonder dat dat de bewezenverklaarde feiten heeft kunnen voorkomen, wordt een behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden onvoldoende geacht om recidive te voorkomen. Het PBC adviseert daarom de tbs-maatregel met voorwaarden. Verdachte kan voor langere duur worden opgenomen in een FPK zodat hij abstinent blijft van verdovende middelen en nadere diagnostiek kan plaatsvinden. Ook kan hij optimaal worden ingesteld medicatie. Daarnaast kan hij worden behandeld voor zijn persoonlijkheidsproblematiek en de daarmee verweven seksuele stoornissen. Vervolgens kan worden toegewerkt naar meer vrijheden, zoals begeleid wonen en een adequate daginvulling. Op de zitting is de psycholoog van het PBC als deskundige gehoord. Hij bleef bij het advies. De psychiater benadrukt in het rapport dat verdachte intrinsiek gemotiveerd is om aan zichzelf te werken en dat een tbs-maatregel met voorwaarden voldoende is om de veiligheid van de samenleving te waarborgen. Ook de reclassering adviseert positief over de tbs-maatregel met voorwaarden in haar advies van 29 augustus 2019. Verdachte heeft zich in dat kader bereid verklaard tot medewerking aan de volgende voorwaarden: geen strafbaar feit meer plegen, meewerken aan reclasseringstoezicht, meewerken aan time-out, niet naar het buitenland gaan, meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), drugsverbod, alcoholverbod, contactverbod, sociaal netwerk, geen andere huisvesting zonder toestemming, meewerken aan middelencontrole, meewerken aan budgetbeheer/bewindvoering, vermijden kinderporno en seksualiteit. Verdachte kan worden opgenomen in [instelling] , deze instelling is gespecialiseerd in zedenproblematiek. Ook biedt die kliniek een intensieve delictpreventieve behandeling in een hoog beveiligde omgeving. Op die manier kan verdachte op een veilige en waardevolle manier terugkeren in de samenleving. De rechtbank sluit zich aan bij dit advies en zal aan verdachte een tbs-maatregel met voorwaarden opleggen. Verdachte zal ongetwijfeld een moeilijke periode tegemoet gaan en de spanningen zullen door de behandeling en confrontaties naar alle waarschijnlijkheid oplopen. De motivatie en het ziekte-inzicht van verdachte maakt echter dat de maatregel met voorwaarden niet op voorhand kansloos wordt geacht. Bovendien zijn er geen aanwijzingen dat niet tijdig zal kunnen worden ingegrepen op het moment dat het toestandsbeeld van verdachte verslechtert. In dat geval kan de tbs met voorwaarden zo nodig worden omgezet in een tbs met dwangverpleging. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het advies van de deskundigen en zal de eis van de officier van justitie om tbs met dwangverpleging op te leggen op dat punt niet worden gevolgd.

Ook is aan de vereisten voor de oplegging van een tbs-maatregel voldaan. Zo volgt uit de rapporten van de deskundigen dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde, een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Daarnaast betreffen deze feiten een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Verder eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel. Minder ingrijpende maatregelen zijn niet effectief gebleken, zoals ook is aangegeven door de deskundigen. Verder is sprake van een risicovolle situatie op het moment dat verdachte onbehandeld terugkomt in de maatschappij. Behandeling is daarom noodzakelijk en vereist om herhaling van ernstige delicten te voorkomen. De rechtbank zal de voorwaarden overnemen die door de reclassering zijn geadviseerd. Ook zal de rechtbank bevelen dat de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

5 Beslag

Onder verdachte zijn voorwerpen in beslag genomen die staan vermeld op de beslaglijst in bijlage I.

Teruggave aan verdachte

De in de beslaglijst opgenomen goederen onder 1, 3 tot en met 9, 11 en 13 behoren toe aan verdachte en kunnen aan hem worden teruggegeven.

Onttrekking aan het verkeer

Nu met behulp van de goederen onder 2, 10 en 12 het onder 3 en 4 bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Verbeurdverklaring

Ook het goed onder 14 behoort aan verdachte toe. Met behulp van dit goed is echter het onder 1 en 2 bewezen geachte feit begaan, daarom wordt dit voorwerp verbeurdverklaard.

6 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert € 26.500,97 aan materiële schadevergoeding en € 32.500,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig moet worden toegewezen en dat daarbij de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

De raadsman heeft ten aanzien van de materiële schade het volgende betoogd. Het gederfde woongenot staat niet in causaal verband met de strafbare feiten. Verder is bij de opgevoerde medicijnkosten sprake van een dubbeltelling. De benadeelde heeft namelijk ook vergoeding van het eigen risico gevorderd, de verzekering zou de medicijnkosten moeten dekken. Daarnaast is het feit dat de benadeelde studievertraging heeft opgelopen niet volledig aan verdachte te wijten, de benadeelde volgt immers een studie op eigen tempo.

Wat de immateriële schade betreft heeft de raadsman verzocht om deze te matigen tot € 5.000,-. Dat bedrag sluit beter aan bij soortgelijke zaken.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 1 en 2 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de materiële schade als volgt. Uit de toelichting bij de vordering volgt dat de benadeelde onder meer kosten heeft gemaakt voor kleding, taxiritten, reizen, eigen risico en therapie. Deze schadeposten zijn voldoende onderbouwd en zullen ook volledig worden toegewezen. Verder is gebleken dat de benadeelde door de strafbare feiten arbeidsvermogensschade en studievertraging heeft opgelopen. De benadeelde heeft een lange periode niet kunnen werken en stage kunnen lopen, daarom is zij inkomsten misgelopen. Ook is voldoende vast komen te staan dat de benadeelde ten gevolge van het incident haar studie heeft moeten staken. Door de benadeelde is deze schadepost met behulp van de Letselschaderaad geschat. De rechtbank acht deze kosten voldoende onderbouwd en zal deze ook volledig toewijzen. Verder is niet gebleken dat de medicijnkosten reeds door het eigen risico zijn gedekt, ook die post komt daarom voor vergoeding in aanmerking. Dat geldt niet voor het gederfde woongenot van de door haar gehuurde woning omdat de benadeelde bij haar moeder is ingetrokken na de verkrachting. De rechtbank oordeelt dat het rechtstreeks verband tussen die kosten en het incident onvoldoende is onderbouwd. Daarom zal zij in dat onderdeel van de schadevordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank concludeert dat de vordering tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 25.900,97 zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ook heeft de benadeelde immateriële schade geleden. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde ten gevolge van de strafbare feiten lichamelijk en geestelijk letsel heeft opgelopen. Ook is er een ernstige inbreuk gepleegd op de lichamelijke integriteit van de benadeelde. De rechtbank houdt bij de begroting van de schade rekening met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend en de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden. Vaststaat dat de benadeelde gedrogeerd en verkracht is, waarbij een groot voorwerp in haar vagina is gebracht. De benadeelde moest hiervoor een spoedoperatie ondergaan, omdat sprake was van een vaginawandruptuur. De benadeelde heeft veel pijn en last ondervonden van het lichamelijk letsel. Ook is haar vertrouwen in anderen beschadigd. Daarnaast hebben de strafbare feiten grote invloed op haar dagelijkse leven; zij kan moeilijk slapen door de angst en spanning. Verder is gebleken dat de benadeelde moeite heeft met kijken naar eigen lichaam en is zij erg angstig om nieuwe seksuele relaties aan te gaan. De benadeelde is met EMDR behandeld voor het trauma. De herinnering zal zij echter waarschijnlijk voor de rest van haar leven bij zich dragen. De raadsman van de benadeelde partij heeft uitspraken bijgevoegd waarbij vergelijkbare bedragen zijn toegekend. De rechtbank vindt de aangehaalde zaak met nummer 1418 het meest passend en vergelijkbaar met deze zaak. Bij de benadeelde was immers ook sprake van een gewelddadige verkrachting waarbij zij ernstig inwendig en uitwendig letsel heeft opgelopen en waarbij een bedrag van € 20.000,- was toegewezen. Een forse schadevergoeding is dan ook billijk in de gegeven omstandigheden. De rechtbank begroot de immateriële schade daarom op een bedrag van € 20.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Het overige deel van de immateriële schadevordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde kan haar vordering, voor het deel dat niet-ontvankelijk is verklaard, aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden en dat levert een onevenredige belasting op voor het strafgeding.

De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 38, 38a, 55, 57, 240b, 242, 243, 248 en 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

8 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen op grond van de in de bijlage II bij het tussenvonnis van 1 november 2018 vervatte bewijsmiddelen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals in voornoemd tussenvonnis, onder rubriek 4, is vermeld, te weten dat hij:

1.

in de periode van 29 maart 2018 tot en met 30 maart 2018 te Amsterdam, door geweld

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer] heimelijk meermalen GHB toegediend, door die GHB in de wijn van die [slachtoffer] te doen en

- vervolgens zijn penis en met kracht een voorwerp in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd;

en

in de periode van 29 maart 2018 tot en met 30 maart 2018 te Amsterdam, met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn verkeerde, dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte zijn penis en met kracht een voorwerp in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd, welk feit zwaar lichamelijk letsel, te weten rupturen in en aan de vagina en vaginawand ten gevolge heeft gehad;

2.

in de periode van 29 maart 2018 tot en met 30 maart 2018 te Amsterdam, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten rupturen in en aan de vagina en vaginawand, heeft toegebracht, door met dat opzet met kracht een voorwerp in de vagina van die [slachtoffer] te brengen en/of duwen;

3.

op 9 juli 2018 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- 3 flesjes met in totaal ongeveer 604 ml van een materiaal bevattende GHB en

- ongeveer 20 tabletten en ongeveer 10,6 gram aan tabletblokjes, overeenkomend met 19,8 tabletten en 70,2 gram aan tabletbrokjes, overeenkomend met 143 tabletten en een hoeveelheid van 0,38 gram en 5,33 gram kristallen, van een materiaal bevattende MDMA;

4.

in de periode van 22 april 2017 tot en met 15 januari 2018 te Amsterdam, vijf afbeeldingen, te weten foto's bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarop telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken in bezit heeft gehad, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit

1) (FileName : [naam 1] )

Te zien is een jong meisje in de geschatte leeftijd van ongeveer 13 tot 15 jaar oud. Dit jonge meisje was gekleed in een onderbroek. Dit jonge meisje poseerde in een erotisch getinte houding, waarbij de nadruk was gelegd op de geslachtsdelen van dit jonge meisje. Dit jonge meisje haar borsten waren zichtbaar en zij had een deel van haar linkerhand in haar onderbroekje.

(p. 100 van het dossier)

en

2) (FileName : [naam 2] )

Te zien is een jong meisje, in de geschatte leeftijd van ongeveer 13 tot 15 jaar oud. Dit jonge meisje was geheel naakt en stond poserend voor een spiegel, waarbij zij mogelijk een selfie heeft gemaakt met haar mobiele telefoon.

(p. 100 van het dossier)

en

3) (FileName : [naam 3] )

Te zien is een jong meisje, in de geschatte leeftijd van ongeveer 12 tot 14 jaar oud. Dit jonge meisje was gekleed in een bh en droeg een onderbroek welke naar beneden getrokken was en halverwege haar bovenbenen zat, waardoor haar vagina goed zichtbaar was. Dit jonge meisje, poseerde in een erotisch getinte houding, waarbij de nadruk was gelegd op de geslachtsdelen van dit jonge meisje.

(p. 100 van het dossier)

en

4) (FileName : [naam 4] )

Te zien is een jong meisje, in de geschatte leeftijd van ongeveer 12 tot 14 jaar oud. Dit jonge meisje droeg enkel een kort rokje, welke zij omhoog hield.

(p. 101 van het dossier)

en

5) (FileName : [naam 5] )

Te zien is een jong meisje, in de geschatte leeftijd van ongeveer 12 tot 14 jaar oud. Dit jonge meisje was voor zover te zien geheel naakt en zat op haar knieën. De borsten van dit jonge meisje waren goed zichtbaar. Aan weerszijde van het hoofd van dit jonge meisje stond een manspersoon, welke beide geheel naakt waren en hun stijve geslachtsdeel in hun handen hadden. Beide mannen hielden hun stijve geslachtsdeel richting de mond van het jonge meisje.

Het jonge meisje hield van beide mannen hun bovenbeen vast;

(p. 101 van het dossier)

5.

in de periode van 16 januari 2018 tot en met 9 juli 2018 te Amsterdam, vijf, althans een of meer afbeeldingen te weten foto’s en films bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarop een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken in bezit heeft gehad, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit

1) (FileName : [naam 6] )

Te zien is een meisje met een geschatte leeftijd van 6-10 jaar. Het meisje staat in het begin van de film met alleen haar te wijde onderbroek aan, die ze uittrekt, waardoor zicht is op haar vagina. Het meisje lijkt behoorlijk mager. In een volgend shot ligt het meisje, van wie het gezicht nu zichtbaar is, op haar rug op een bed en heeft zij met haar rechterhand de penis van een volwassen man vast, die zij in haar mond steekt en waar zij op zuigt. Deze volwassen man is niet in beeld, behalve zijn schaamstreek en geslachtsdelen en zijn rechterbeen. Dan likt het meisje met haar tong langs de eikel van de penis van de volwassen man en omklemd zij de penis hierbij met twee handen. Zij kijkt af en toe in de richting van de camera of een object vlak daar bij. Ook kijkt zij af en toe naar boven, naar de man. Hierna zuigt ze met kracht aan de eikel van de penis. In weer een volgend shot is opnieuw te zien dat het meisje een te grote onderbroek omlaagtrekt. Hierna gaat het meisje met haar benen omhoog achterover op een bed liggen. Hierbij trekt ze haar billen uit elkaar, waardoor haar vagina en anus goed zichtbaar zijn. Hierna draait het meisje zich om en spreidt nogmaals haar billen, zodat haar anus en vagina nog beter te zien zijn. Dan wordt ingezoomd op haar anus. Hierbij is te zien dat haar anus langzaam pulserende bewegingen maakt, kennelijk ten gevolge van spiercontracties. In een volgend shot is te zien dat de volwassen man op zijn rug ligt, met zijn hoofd, dat niet zichtbaar is, in de richting van de camera. Op hem zit het meisje, met gespreide benen en met haar voorkant in de richting van de camera, dus kijkend in de richting van het gezicht van de man. De man duwt zijn penis in de anus van het meisje en penetreert haar anaal gedurende de rest van de film. Het meisje beweegt hierbij haar onderlichaam heen en weer op de penis van de man.

en

2) (Filename: [naam 7] )

In het begin van de film is het naakte onderlichaam van een meisje te zien, dat een geschatte leeftijd heeft van 2-5 jaar. Het meisje ligt op haar rug met opgetrokken benen. Te zien is dat een volwassen penis tegen de vagina van het meisje geduwd wordt door een man, terwijl tegelijkertijd wordt ingezoomd op de vagina en billen van het meisje. De behaarde buik van de man is even zichtbaar. De man beweegt de penis langs de vagina en de bilnaad van het meisje, met zijn linkerhand. Daarna duwt hij met zijn rechterhand zijn penis harder tegen de onderkant van de vagina en tussen de billen van het meisje en duwt hij met zijn rechterwijsvinger de penis in de anus van het meisje. Hij pakt de penis in zijn rechterhand en haalt deze er een beetje uit om hem er weer in te duwen. Dit herhaalt hij een paar keer.

en

3) (Filename: [naam 8] )

De film bestaat uit een aantal losstaande scenes, waarin een naakt blank meisje met een geschatte leeftijd van 5-7 jaar oud en een naakte volwassen blanke man te zien zijn. Niet zeker is, of het hier telkens om dezelfde personen gaat, omdat hun gezichten in geen van de scenes zichtbaar zijn. In de eerste scene, voorafgegaan door de titel "wow and only 5", is te zien dat een naakt meisje met een geschatte leeftijd van 5-7 jaar een vibrator tegen haar vagina/clitoris houdt en een dildo inbrengt in haar vagina of anus. In de tweede scene, getiteld "my daughter at 5" zien we een volwassen man en een kind, die beiden op hun knieën zitten op een bed. De volwassen man zit achter het kind en maakt wilde op en neergaande bewegingen tegen haar (rijbewegingen). In de derde scene, getiteld: "slamming a 6 year old" is te zien dat een kind met een geschatte leeftijd van 4-7 jaar voorover ligt op een bank/bed met lakens eroverheen. De benen van het kind liggen over de rand. Een volwassen man staat achter het kind en pakt de benen van het kind op en penetreert het kind vaginaal (waarschijnlijk) of anaal met zijn penis. De volgende scene heet "daddy and me at 6". Hierin is een volwassen man te zien, die op zijn rug ligt op een bed, met zijn benen over de bedrand. Op hem zit een meisje met een geschatte leeftijd van 5-8 jaar. De volwassen man heeft zijn penis vast en heeft daarmee het meisje vaginaal gepenetreerd. Het meisje maakt op en neer gaande bewegingen. Dan volgt een scene, genaamd "my niece at age 4" Hierin is opnieuw het lichaam van een naakte volwassen man te zien, met een meisje dat op zijn buik zit, maar nu met de rug naar zijn gezicht toe. De man heeft het meisje bij de heupen vast en penetreert het meisje vaginaal met de penis. De volgende scene heet "my daughter at 5". Hierin is een 5-8 jarig meisje te zien dat op haar zij ligt. Zij wordt met de penis gepenetreerd door de volwassen man die achter haar ligt en die zijn armen om haar heen heeft geslagen. Het meisje heeft haar linkerbeen om het linkerbeen van de man geslagen. De man maakt op en neer gaande bewegingen met zijn penis in de vagina van het meisje.

en

4) (Filename:

[naam 9] )

Op deze afbeelding zijn 12 foto's te zien, blijkens het bijschrift kennelijk snapshots uit een film. Op de foto's zijn telkens de vagina en de billen zichtbaar van een meisje met een geschatte leeftijd van 2-5 jaar. Te zien is dat een volwassen man zijn penis tegen de vagina en bilnaad van het meisje duwt en haar anaal penetreert met zijn penis.

en

5) Filename: [naam 10] )

Op deze afbeelding zijn 12 snapshots te zien, blijkens het bijschrift afkomstig uit een film. Op de snapshots is een naakt meisje met een geschatte leeftijd van 5-7 jaar oud te zien en een naakte volwassen man, die het meisje vaginaal penetreert met de penis.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

onder 1:

eendaadse samenloop van verkrachting en met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het misdrijf zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

onder 2 primair:

zware mishandeling;

onder 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

onder 4 en 5:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 (tweeënveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast dat veroordeelde ter beschikking zal worden gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

  1. veroordeelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;

  2. veroordeelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Hij meldt zich op afspraken bij de reclassering, zo vaak de reclassering dat nodig vindt. Ook laat hij één of meer vingerafdrukken afnemen en laat hij een identiteitsbewijs zien. Verder houdt veroordeelde zich aan de aanwijzingen van de reclassering. Veroordeelde overhandigt aan de reclassering een actuele foto waarop het gezicht van veroordeelde herkenbaar is. Daarnaast werkt veroordeelde mee aan huisbezoeken. Hij geeft de reclassering inzicht in de voortgang van behandeling en/of begeleiding door andere instellingen en/of hulpverleners. Veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming daarvoor van de reclassering. Ook werkt hij mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contract hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het reclasseringstoezicht;

  3. veroordeelde werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) tenzij de reclassering dat niet of niet langer noodzakelijk acht. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar;

  4. veroordeelde gaat niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen zonder toestemming daarvoor van het Openbaar Ministerie;

  5. veroordeelde laat zich opnemen in [instelling] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor de plaatsing. De opname duurt totdat de reclassering dat niet langer nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

  6. veroordeelde gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met een urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd;

  7. veroordeelde gebruikt geen alcohol en werkt mee aan controle op dit verbod. De reclassering bepaalt welke controlemiddelen worden gebruikt en hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek;

  8. veroordeelde geeft openheid van zaken over zijn financiële situatie en bestedingspatroon. Hij werkt mee aan budgetbeheer of bewindvoering, indien en zolang de reclassering dit nodig vindt;

  9. veroordeelde zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met [slachtoffer] zolang het Openbaar Ministerie dit verbod noodzakelijk acht. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

  10. veroordeelde zal geen omgang hebben met personen die zijn resocialisatie in gevaar (kunnen) brengen en stelt zich open wat betreft het aangaan van nieuwe relaties of bestaande relaties. Hij heeft geen bezwaar dat deze relaties op gepaste en discrete wijze door de reclassering worden gescreend;

  11. veroordeelde onthoudt zich op welke wijze dan ook van het seksueel getint communiceren met minderjarigen, gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen en gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd. Verder bespreekt veroordeelde tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt voornoemd gedrag te voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. Veroordeelde werkt mee aan de controle van digitale gegevensdragers;

  12. veroordeelde geeft openheid inzake zijn seksualiteitsbeleving naar zijn behandelaren en de reclassering.

Geeft de opdracht aan genoemde instellingen de terbeschikkinggestelde bij de naleving van die aanwijzingen hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Gelast de teruggave aan veroordeelde van:

- de goederen op de beslaglijst onder 1, 3 tot en met 9, 11 en 13 met goednummers: 5515404, 5515406, 5515407, 5515408, 5515409, 5515410, 5515411, 5515412, 5599826 en 5599829.

Verklaart onttrokken aan het verkeer van:

- de goederen op de beslaglijst onder 2, 10 en 12 met goednummers: 5515416, 5515413 en 5599828.

Verklaart verbeurd van:

- het goed op beslaglijst onder 14 met goednummer: 5599831.

Ten aanzien van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van [slachtoffer], wonende te [woonplaats slachtoffer] , gedeeltelijk toe tot € 45.900,97 (zegge vijfenveertigduizendnegenhonderd euro en zevenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (30 maart 2018) tot aan de dag van betaling.

Voormeld bedrag bestaat uit € 25.900,97 materiële schade en € 20.000,- immateriële schade.

Veroordeelt veroordeelde tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd.

Veroordeelt veroordeelde verder in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.

Legt veroordeelde de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer], € 45.900,97 (zegge vijfenveertigduizendnegenhonderd euro en zevenennegentig eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (30 maart 2018) tot aan de dag van betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door hechtenis van 264 (tweehonderdvierenzestig) dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. K.A. Brunner, voorzitter,

mrs. C.A. van Dijk en J.W.P. van Heusden, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. M.N. Greeven en L. van Breukelen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 oktober 2019.