Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8437

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-10-2019
Datum publicatie
14-11-2019
Zaaknummer
7838256 CV EXPL 19-13181
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet tijdig ingesteld. Vonnis is niet in persoon betekend. De verzettermijn is gaan lopen nadat de advocaat van de opposant om toezending van het vonnis heeft gevraagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7838256 CV EXPL 19-13181

vonnis van: 28 oktober 2019

fno.: 454

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[opposant]

wonende te [woonplaats]

opposant

nader te noemen: [opposant]

gemachtigde: mr. A. Frederiksen

t e g e n

de besloten vennootschap 4Kids B.V.

gevestigd te Heino

geopposeerde

nader te noemen: 4Kids

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen)

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure valt af te leiden uit:

  • -

    de oorspronkelijke dagvaarding van 8 juli 2015 met producties;

  • -

    het verstekvonnis van 24 augustus 2015;

  • -

    de verzet-dagvaarding van 29 mei 2019 met producties;

  • -

    het instructievonnis van 1 juli 2019;

  • -

    de conclusie van antwoord in oppositie met producties;

  • -

    de rolmededeling van 14 oktober 2019;

  • -

    de conclusie van repliek in oppositie;

  • -

    de brief d.d. 15 oktober 2019 met een rectificatie van een zin in de conclusie van repliek in oppositie;

  • -

    dagbepaling vonnis

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

Bij vonnis van 24 augustus 2015 (kenmerk CV EXPL 15-19869), gewezen bij verstek van [opposant] , is [opposant] veroordeeld om aan de besloten vennootschap 4Kids B.V. (hierna: 4Kids) € 276,00 aan hoofdsom, € 859,94 aan buitengerechtelijke kosten en € 201,85 aan rente te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 25 juni 2015. [opposant] is daarnaast veroordeeld in de proceskosten.

1.2.

Bij exploot van 21 oktober 2015, dat niet aan [opposant] in persoon is uitgereikt, is voormeld vonnis aan [opposant] betekend.

1.3.

Bij brief van 2 november 2017 heeft de gemachtigde van 4Kids aanspraak gemaakt op betaling van een bedrag van € 2.273,59.

In de brief staat onder meer vermeld:

Daarnaast heeft u ook van onze deurwaarder een betekening van het vonnis/dwangbevel ontvangen

Alsmede

Op dit moment dient u het volgende bedrag te betalen:

Dossier [dossiernr.] 4Kids B.V./ [opposant] met titel d.d. 24 augustus 2015”

1.4.

Bij brief van 24 januari 2019 heeft [opposant] aan de gemachtigde van 4Kids geschreven:

Ik ontving een constante brief met een factuur van Euro 2.273,59 die aan je outfit moet worden betaald.

1.5.

De advocaat van [opposant] heeft op 10 mei 2019 om toezending van de dossierstukken verzocht aan de gemachtigde van 4Kids.

Standpunten van partijen

2. [opposant] vordert dat hij bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zal worden ontheven van de veroordeling die tegen hem is uitgesproken bij het onder 1.1 bedoelde vonnis en om de vordering alsnog af te wijzen.

3. 4Kids heeft zich op het standpunt gesteld dat [opposant] niet ontvankelijk moet worden verklaard in het verzet, omdat dit niet tijdig is gedaan.

4. [opposant] heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzet tijdig is gedaan. [opposant] betwist dat hij een overeenkomst met 4Kids heeft gesloten.

Beoordeling

5. De eerste vraag die moet worden beantwoord is of het verzet tijdig is ingesteld. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de verzettermijn aanvangt na de betekening van het vonnis aan de gedaagde partij in persoon dan wel nadat de gedaagde partij een daad heeft gepleegd waaruit bekendheid met de inhoud van het verstekvonnis blijkt. Achterliggende gedachte hiervan is dat een partij de gelegenheid moet worden geboden om zich te verweren tegen een veroordeling die jegens die partij is uitgesproken. Dat kan alleen als die partij van de inhoud van die veroordeling op de hoogte is.

6. Vaststaat dat het vonnis niet in persoon aan [opposant] is betekend. Derhalve zal moeten worden bezien wanneer [opposant] een daad heeft gepleegd waaruit kan worden afgeleid dat hij van de inhoud van het vonnis op de hoogte was. Enkel bekendheid over het bestaan van een verstekvonnis is niet voldoende.

7. Het voorgaande betekent dat het feit dat [opposant] op 24 januari 2017 per brief contact heeft opgenomen naar aanleiding van de brief van 2 november 2017 van de gemachtigde van 4Kids niet voldoende is om de verzettermijn te doen aanvangen. [opposant] heeft betwist dat bij de brief van 2 november 2017 het vonnis was gevoegd. 4Kids heeft weliswaar gesteld dat [opposant] in zijn brief van 24 januari 2019 heeft gerefereerd aan het openstaande saldo maar zij heeft niet gesteld, laat staan geconcretiseerd, dat [opposant] in zijn brief uitlatingen heeft gedaan op grond waarvan zou kunnen worden verondersteld dat hij op dat moment bekend was met de inhoud van het vonnis. Dit valt ook niet op te maken uit de brief van 24 januari 2019 van [opposant] .

8. Onweersproken is gebleven dat de advocaat van [opposant] op 10 mei 2019 heeft gevraagd om toezending van de dossierstukken. Tussen die stukken was het verzetvonnis gevoegd. De termijn van artikel 143 RV is gelet op het voorgaande niet eerder aangevangen dan op 10 mei 2019. Dit leidt ertoe dat het verzet, dat op 29 mei 2019 is gedaan, tijdig is ingesteld. [opposant] kan dan ook in het verzet worden ontvangen.

9. De oorspronkelijke vordering van 4Kids dient dan ook inhoudelijk te worden beoordeeld. 4Kids heeft niet gereageerd op het inhoudelijke verweer dat [opposant] heeft gevoerd. Dat 4Kids ervoor heeft gekozen om enkel te debatteren over de ontvankelijkheid van het verzet komt voor haar rekening. [opposant] heeft bestreden dat hij een overeenkomst met 4Kids heeft gesloten. Tegenover dit verweer is de algemene stelling in de oorspronkelijke dagvaarding dat op [opposant] een betalingsverplichting rust omdat 4Kids in opdracht en voor rekening van [opposant] kinderopvang heeft verzorgd onvoldoende om daarvan uit te kunnen gaan. Dit betekent dat de (destijds door 4Kids in de dagvaarding gestelde) overeenkomst van opdracht niet is komen vast te staan. Het verzet is gegrond en de vordering moet alsnog worden afgewezen.

4Kids dient als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten te worden belast, met dien verstande dat de kosten voor het uitbrengen van de verzetdagvaarding voor rekening van [opposant] komen.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart het verzet gegrond en vernietigt het verstekvonnis dat op 24 augustus 2015 met kenmerk CV EXPL 15-19869 tussen partijen gewezen is;

wijst de vordering van 4Kids af;

veroordeelt 4Kids in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [opposant] begroot op € 360,00 aan salaris voor de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief BTW;

veroordeelt 4Kids tot betaling van een bedrag van € 60,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en 4Kids niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.