Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:820

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-02-2019
Datum publicatie
08-02-2019
Zaaknummer
C/13/658536 / KG ZA 18-1322
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De Hogeschool van Amsterdam hoeft de aanbestedingsprocedure voor schoonmaakdiensten die zij heeft uitgeschreven, niet over te doen of de inschrijvingen opnieuw te beoordelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/658536 / KG ZA 18-1322 MDvH/BB

Vonnis in kort geding van 4 februari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASITO B.V.,

gevestigd te Almelo,

eiseres bij dagvaarding van 10 december 2018,

advocaat mr. L.E.M. Haverkort te Deventer,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

2. de stichting

STICHTING HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

gedaagden,

advocaten mr. G. Verberne en mr. M.J. de Meij te Amsterdam,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CSU B.V.,

gevestigd te Uden,

gevoegde partij aan de zijde van gedaagden,

advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam.

Eiseres zal hierna Asito worden genoemd en gedaagden gezamenlijk HvA. De gevoegde partij zal hierna worden aangeduid als CSU.

1 De procedure

1.1.

Ter terechtzitting van 21 januari 2019 heeft CSU bij incidentele conclusie verzocht om zich in de procedure tussen Asito en HvA te mogen voegen aan de zijde van HvA. HvA heeft geen bezwaar gemaakt tegen de voeging. Asito heeft te kennen gegeven geen bezwaar tegen voeging te hebben, mits niet alle stukken uit de procedure aan CSU worden verstrekt. Met name de producties 4 en 5 zouden bedrijfsgevoelige informatie bevatten. Buiten aanwezigheid van CSU is vervolgens afgesproken dat uit de producties 4 en 5 voor CSU de informatie over ‘prijs’ verwijderd dan wel onleesbaar gemaakt zou worden. Vervolgens zijn deze aangepaste producties aan CSU verstrekt en is het verzoek tot voeging toegestaan.

1.2.

Asito heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. HvA en CSU hebben ieder voor zich verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Alle partijen hebben producties in het geding gebracht en Asito en HvA tevens een pleitnota.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Asito: [directeur Asito] (directeur) en [sales manager] (sales manager) met mr. Haverkort;

aan de zijde van HvA: [projectleider] (projectleider en facilitair manager) en [contractmanager] (contractmanager) met mr. Verberne en mr. De Meij;

aan de zijde van CSU: [directeur CSU] (directeur) met mr. Brackmann.

2 De feiten

2.1.

Op 20 juli 2018 heeft HvA op TenderNed een Europese aanbesteding aangekondigd voor de opdracht ‘Schoonmaak UvA/HvA’. De opdracht is verdeeld in vijf percelen.

2.2.

Asito heeft (onder meer) geldig ingeschreven op perceel 4. Perceel 4 betreft het uitvoeren van schoonmaakdiensten voor de gebouwen van de HvA op de Amstelcampus, Leeuwenburg en Fraijlemaborg, waarbij het gaat om ongeveer negen locaties (onderwijs, kantoren en laboratoria) in Amsterdam. Het contract dient in te gaan op 1 april 2019 en de initiële looptijd is twee jaar met verlengingsopties tot in totaal maximaal tien jaar. Asito is de huidige dienstverlener voor de schoonmaak-werkzaamheden op de locaties van perceel 4.

2.3.

In de leidraad van deze aanbesteding zijn (onder meer) de gunningscriteria met bijbehorende maximale score voor perceel 4 benoemd. In totaal kon een 100% score worden behaald, verdeeld over verschillende gunningscriteria die een verdeling kende van 85% kwaliteit en 15% prijs.

In de leidraad is onder meer het volgende opgenomen:

Beoordelingsproces

1.1.6.

De evaluatie van de inschrijving geschiedt in meerdere stappen”

(…)

(…)

Daarna zal beoordeeld worden hoeveel punten worden gescoord met gunningscriteria. De beoordeling wordt per perceel uitgevoerd door een ter zake kundig beoordelingsteam dat is samengesteld uit medewerkers van de aanbestedende dienst, studenten en de door de aanbestedende dienst ingeschakelde consultants van CSG. De leden van het beoordelingsteam worden geselecteerd op basis van hun ruime ervaring in facilitaire inkoop, schoonmaakdienstverlening en/of hun rol als belanghebbende en betrokken eindgebruiker. In totaal worden er vijf beoordelingsteams samengesteld. De beoordeling van de kwantitatieve en kwalitatieve onderdelen uit de inschrijvingen is strikt gescheiden. Concreet betekent dit dat geen van de beoordelaars van de open vragen en casus vooraf kennis heeft van de prijzen, uren en overige cijfermatige gegevens gedurende de periode waarin zij hun beoordeling doen. De inhoud van de inschrijving wordt beoordeeld op basis van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving, de beste prijs-kwaliteit verhouding. De beoordelingsteams beoordelen alle inschrijvingen per perceel en brengen op basis daarvan een gezamenlijk gunningsadvies uit aan de aanbestedende dienst.’

De kwalitatieve gunningscriteria zijn in de leidraad als volgt geformuleerd:

‘2.1. Algemene vragen

Bijgaand treft de ondernemer de wensen aan die aanbestedende dienst stelt aan de kwaliteit van het resultaat van de opdracht. Op basis van de beantwoording van de geformuleerde vragen wordt de ‘Kwaliteit’ van de inschrijving beoordeeld in overeenstemming met de systematiek van beoordeling en puntentoekenning.

(…)

Kwaliteit

2.1.1.

In de afgelopen jaren is de openstelling van de campussen steeds ruimer geworden en is de bezetting steeds hoger geworden. Hoewel de schoonmaakwerkzaamheden hier wel op aangepast zijn, bijvoorbeeld door een extra schoonmaakronden ten behoeve van toiletten, zijn de schoonmaaktijden van de schoonmaakmedewerkers hier niet altijd op aangepast. Op welke wijze draagt u voor dit specifieke contract zorg voor een schoonmaakkwaliteit die continu voldoet aan de afgesproken schoonmaakkwaliteit en op welke wijze borgt u dit? Verwerk hierin uw referentie van kerncompetentie 3.

(…)

Personeel

2.1.2.

In het voorjaar 2018 heeft de UvA gesprekken gevoerd met de schoonmakers werkzaam op de campus Roeterseiland. (…) Tevens heeft de UvA/HvA in maart/april gesprekken gevoerd met de schoonmaakmedewerkers van alle campussen. (…)

Een van de hoofdonderwerpen bij de KPI’s is “tevreden medewerkers”.

  • -

    Welke acties gaat u treffen om de tevredenheid en/of de werkomstandigheden voor de medewerkers (verder) te verbeteren?

  • -

    Hoe gaat u om met de duurzame inzetbaarheid van het Personeel?

  • -

    Op welke wijze geeft u invulling aan de termen “respect” en “omgangsregels” en op welke wijze borgt u dat iedereen hiervan op de hoogte is en hiernaar handelt?

2.2.

Perceel gerelateerde vragen

(…)

Doelstellingen van de aanbesteding

2.2.1.

Hoe gaat u gedurende de looptijd van het contract invulling geven aan de organisatiedoel-stellingen als beschreven in de hoofdtender bij eisen voor schoonmaak paragraaf 2.1. Doelstellingen van de aanbesteding. Geef daarin uw prioritering aan die aansluit bij de bovenstaande situatieschets van het perceel.

(…)

Eén aanspreekpunt

2.2.2.

De faculteiten hebben de wens uitgesproken voor één aanspraakpunt tot wie zij zich kunnen wenden als zij iets willen melden of vragen, een vast en vertrouwd gezicht die voor de faculteiten zichtbaar en benaderbaar is. Twee locaties binnen dit perceel liggen verder van de andere locaties af. Dit betreft Leeuwenburg en Fraijlemaborg. Op welke wijze gaat u hier invulling aan geven en zorgt u ervoor dat de aandacht evenredig verdeeld wordt?

(…)

Implementatie

2.2.3.

Overleg een plan waaruit opgemaakt kan worden op welke wijze de voorbereiding op de

(door-)start van de contractwerkzaamheden alsmede de contractimplementatie ter hand worden genomen en welke middelen hierbij beschikbaar zijn en worden ingezet. Benoem hierin de kritieke momenten die u voorziet en de wijze waarop u deze beheerst.’

2.4.

Bij brief van 20 november 2018 heeft HvA aan Asito medegedeeld dat zij voornemens is de opdracht voor perceel 4 aan CSU te gunnen. In de brief staat voor zover hier relevant het volgende vermeld:

2.5.

Asito heeft bezwaar gemaakt tegen de beoordeling van haar inschrijving en de motivering van de voorgenomen gunningsbeslissing. Daarop heeft op 30 november 2018 tussen Asito en HvA een gesprek plaatsgevonden. Naar aanleiding van dat gesprek heeft HvA bij brief van 4 december 2018 onder meer het volgende aan Asito geschreven:

Wij hebben op basis van uw inschrijving berekend dat met deze extra
productie ureninzet en het door Asito ingediende uurtarief het productie
uurtarief zakt naar (…). Met het door Asito ingediende uurtarief en de extra
in te zetten uren komt dit neer op een geldwaarde van (…). Tevens blijkt dat
de door Asito genoemde ureninzet in de beantwoording afwijkt van de ureninzet
welke in de prijzenbladen is opgenomen.

3 Het geschil

3.1.

Asito vordert samengevat, op straffe van dwangsommen,

primair:

I. HvA te verbieden de opdracht voor perceel 4 te gunnen aan CSU;

II. HvA te gebieden, voor zover zij perceel 4 wenst te gunnen, de inschrijvingen opnieuw te laten beoordelen op de puntentoekenning op de gunningscriteria door een nieuw te vormen beoordelingsteam, bestaande uit externe deskundigen;

III. HvA te verbieden de opdracht te gunnen voordat een nieuwe termijn voor het aanhangig maken van een kort geding ongebruikt is verstreken en hangende een eventueel door een inschrijver aanhangig te maken kort geding;

subsidiair:

IV. HvA te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden;

V. HvA te verbieden de opdracht te gunnen anders dan na heraanbesteding;

meer subsidiair:

VI. HvA te gebieden de maatregelen te treffen die door de voorzieningenrechter noodzakelijk worden geacht.

Ten slotte vordert Asito om HvA in de proceskosten en nakosten te veroordelen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Ter zitting heeft Asito te kennen gegeven dat de primaire vordering in die zin kan worden aangepast dat indien na een herbeoordeling CSU weer als beste naar voren komt en een nieuw gunningsvoornemen is geuit met een nieuwe motivering, de opdracht wel aan CSU moet kunnen worden gegund. HvA heeft dit gekwalificeerd als een wijziging van eis, waartegen zij bezwaar heeft gemaakt.

3.2.

Asito vordert primair een herbeoordeling van de inschrijvingen door een nieuwe beoordelingscommisie en subsidiair dat de gehele aanbestedingsprocedure opnieuw wordt uitgevoerd. Zij heeft daartoe gesteld dat uit de motivering van de gunningsbeslissing blijkt dat i) beoordelingscriteria door elkaar zijn gaan lopen en dat buiten het beoordelingskader is getreden, ii) eigen spelregels niet zijn gevolgd en iii) in de beoordeling op de kwalitatieve gunningscriteria inhoudelijke fouten zijn gemaakt. Meer specifiek heeft Asito de volgende bezwaren:

  1. Op grond van 2.2.1 van de Leidraad moeten inschrijvers uitwerken hoe zij invulling gaan geven aan de organisatiedoelstellingen als beschreven in paragraaf 2.1 Doelstellingen van de aanbesteding. In die paragraaf 2.1 staan tien organisatiedoelstellingen opgesomd. Bij de beoordeling is ten onrechte een elfde niet in paragraaf 2.1 genoemde doelstelling, te weten ‘een schone campus’ betrokken.

  2. HvA heeft ten onrechte bij het subcriterium Kwaliteit (2.1.1.) een aspect laten meewegen dat hoort bij het subcriterium ‘Eén aanspreekpunt’ (2.2.2.). Het gaat volgens Asito om de door HvA omschreven onwenselijkheid van schakelen met meer dan één objectleider. Deze beoordeling is volgens Asito bovendien tegenstijdig met het oordeel van HvA bij het subcriterium ‘Eén aanpreekpunt’ dat de (door Asito voorgestelde) inzet van vier objectleiders te summier is.

  3. De vrees van de commissie voor extra kosten voor HvA vanwege de door Asito in het plan van aanpak aangeboden kwaliteit, zoals door HvA benoemd in de motivering voor de score op het subcriterium ‘Personeel’ (2.1.2), is niet op zijn plaats, hetgeen volgens Asito door HvA ook is toegegeven. Daar komt bij dat uit de motivering blijkt dat de beoordelingscommissie kennis heeft gehad van kwantitatieve onderdelen van de inschrijvingen terwijl onder paragraaf 1.1.6 van de Leidraad staat vermeld dat de beoordeling van de kwantitatieve en kwalitatieve onderdelen uit de inschrijvingen strikt gescheiden is.

Asito heeft ten slotte gesteld dat in de beoordeling sprake is van feitelijke onjuistheden en beoordelingsfouten. Zij heeft in dit verband allereerst verwezen naar de motivering bij het criterium ‘Kwaliteit’ dat het antwoord van Asito niet zou zijn toegespitst op het perceel en dat een toelichting op dekking en bezetting van schoonmakers ontbreekt. Dit is volgens Asito allebei onjuist. Haar plan van aanpak is per defenitie toegespitst op perceel 4 omdat zij alleen op dit HvA perceel heeft ingeschreven en de toelichting op dekking en bezetting van schoonmakers heeft Asito ook opgenomen in het plan van aanpak deel 2.1.1. ‘Kwaltiteit’ onder het kopje ‘Focus op planning’. Ten slotte heeft Asito over de motivering bij criterium ‘Eén aanspreekpunt’ gesteld dat, naast de hiervoor onder 2 genoemde tegenstrijdigheid, HvA in haar brief van 4 december 2018 een nieuwe motivering heeft toegevoegd, namelijk dat het op operationeel niveau onduidelijk is waar de FM-ers en de faculteit moeten zijn bij afwezigheid. Dat is niet toelaatbaar en bovendien bestaat die onduidelijk niet, aldus Asito.

3.3.

HvA en CSU hebben ieder voor zich verweer gevoerd. Zij hebben zich daarbij over en weer bij elkaars standpunten aangesloten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vooropgesteld wordt dat Asito niet het beoordelingskader op zich ter discussie stelt, maar enkel de in haar ogen onjuiste toepassing van dit kader door de beoordelingscommissie en de vraag of de beoordelingscommissie wel binnen dit kader is gebleven.

4.2.

De kritiek van Asito op de gunningsbeslissing van HvA ziet op de beoordeling van kwaliteitscriteria. Bij de beoordeling van kwaliteitscriteria door een aanbestedende dienst is enige mate van subjectiviteit onontkoombaar. Dit levert geen strijd op met de aanbestedingsrechtelijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling zolang (a) van een kandidaat-inschrijver duidelijk is wat van hem wordt verwacht, (b) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (c) de gunningsbeslissing zodanig wordt gemotiveerd dat een afgewezen inschrijver de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden kan toetsen. Omdat de aanbestedende dienst met name bij de toetsing van kwaliteitscriteria een ruime beoordelingsvrijheid heeft, is alleen bij evidente onjuistheden plaats voor ingrijpen door de rechter.

4.3.

Verder is van belang dat, zoals CSU terecht heeft aangevoerd, hier geen sprake is van subcriteria. In de leidraad is de wijze van beoordeling toegelicht. Daarnaast zijn in de Leidraad de gunningscriteria opgenomen en is het gewicht dat hieraan toekomt tot uitdrukking gebracht in een percentage. Daarbij is onder het kopje ‘Algemene vragen’ uitdrukkelijk vermeld dat de gunningscriteria wensen bevatten die gebruikt worden om de ingediende inschrijvingen te beoordelen. Bij de toelichting op deze gunningscriteria heeft HvA vervolgens aangegeven waarop de inschrijvers in dienden te gaan bij hun inschrijving. Dit betreffen dus geen subcriteria maar aandachtspunten die kunnen dienen als een hulpmiddel voor de inschrijvers bij de opstelling van hun offertes. Deze keuze is ook begrijpelijk, nu het hier gaat om een beoordelingssystematiek die erop is gericht vast te stellen wat de inschrijving is met de beste prijs-kwaliteitsverhouding. Daarbij past het te zorgen voor een zekere mate van vergelijkbaarheid van de inschrijvingen door het opnemen van sub-elementen die in de inschrijvingen moeten worden behandeld. Inschrijvers worden zo geprikkeld tot het leggen van eigen accenten door het onderlinge belang van die sub-elementen niet te specificeren en aldus ruimte te laten voor het behandelen van onderwerpen die niet als sub-element zijn genoemd. Aldus krijgen inschrijvers de nodige ruimte om bij de vertaling van offertewensen in een aanbod hun creativiteit te laten spreken. De beoordelingscommissie krijgt zo de ruimte om werkelijk op meerwaarde te selecteren. (vergelijk ECLI:NL:RBNHO:2018:10027)

4.4.

Asito heeft de tekst van haar inschrijving, waarvan een deel in het geding is gebracht, grotendeels onleesbaar gemaakt waardoor niet te controleren valt wat haar exacte antwoord per gunningscriterium is geweest. Vaststaat wel dat zij voor haar antwoorden op de gunningscriteria ‘Kwaliteit’ (2.1.1), ‘Personeel’ (2.1.2), ‘Doelstellingen van de aanbesteding’ (2.2.1) en ‘Eén aanspreekpunt’ (2.2.2) niet de maximale score A (‘uitstekend’) heeft gekregen maar een score B (‘beter’).
In de brief van 20 november 2018, waarin HvA haar voorgenomen gunningsbeslissing heeft gemotiveerd, heeft HvA per criterium toegelicht hoe zij tot die score is gekomen. In de brief van 8 december 2018 heeft zij, naar aanleiding van een tussen HvA en Asito plaatsgevonden gesprek, nog een verdere toelichting gegeven. Hetgeen in die brief staat vermeld kan niet worden gezien als een nieuwe motivering, zoals Asito ten aanzien van sommige punten heeft gesteld.

4.5.

Ten aanzien van gunningscriterium ‘Kwaliteit’ heeft HvA in haar gunningsbeslissing als reden voor het niet behalen van de maximale score genoemd:
1) dat het antwoord van Asito niet is toegespitst op het perceel;
2) dat de inzet van leiding aan de hoge kant is, en
3) dat de toelichting op dekking en bezetting van de schoonmakers ontbreekt.
Dit heeft HvA in haar brief van 4 december 2018 nader toegelicht door Asito erop te wijzen dat:
ad 1) door alleen HvA als geheel te benoemen niet specifiek voor perceel 4 is ingeschreven en in het antwoord de verscheidenheid in en van de gebouwen is gemist;
ad 2) de inzet van vier objectleiders betekent dat FM-ers met meer dan één objectleider moeten schakelen, hetgeen als te belastend wordt gezien, en
ad 3) een duidelijke toelichting ontbreekt op de bezetting van de schoonmakers in het licht van het leveren van schoonmaakkwaliteit die continu voldoet aan de afgesproken schoonmaakkwaliteit en de borging hiervan.

4.6.

HvA heeft aangevoerd dat binnen het perceel 4 sprake is van meerdere locaties met daarin verschillende ruimtes en doeleinden, zoals leslokalen, bibliotheken, kantoren, laboratoria en keuken. Het is begrijpelijk dat het voor HvA van belang is hoe inschrijvers met die verscheidenheid omgaan. Dit moet bovendien ook duidelijk zijn geweest voor Asito, gelet op de uitgebreide omschrijving van de verschillende locaties in de Leidraad. Asito heeft niet weersproken dat zij in haar antwoord niet is ingegaan op de verschillende locaties van perceel 4 met ieder eigen karakteristieke kenmerken. Reeds daarom is het logisch dat HvA op het criterium Kwaliteit aan Asito niet de maximale score heeft toegekend. Daar komt bij dat Asito kennelijk ook op andere punten (inzet van leiding en dekking en bezetting van schoonmakers) onduidelijkheden heeft laten bestaan. Asito wordt niet gevolgd in haar standpunt dat HvA bij dit criterium niet de inzet van objectleiders zou mogen meewegen. Dat aspect is immers, net als het derde punt (de bezetting van schoonmakers), sterk van invloed op de kwaliteit. Onduidelijkheden op deze punten zijn dan ook door de beoordelaars hier terecht meegewogen. Daarnaast wordt de door Asito gestelde tegenstrijdigheid tussen de door HvA vermelde ‘onwenselijkheid van het schakelen met meer dan één objectleider’ en de bij het criterium ‘Eén aanspreekpunt’ vermelde opmerking dat ‘de inzet van vier objectleiders te summier is’, niet gedeeld. Uit de lezing van met name de toelichting die HvA in haar brief van 4 december 2018 op dit punt heeft gegeven volgt dat HvA met ‘te summier’ niet heeft gedoeld op het aantal door Asito in te zetten objectleiders maar op de onderbouwing van Asito. Gelet hierop is van een onjuistheid in de beoordeling geen sprake.

4.7.

Ten aanzien van het gunningscriterium ‘Personeel’ heeft HvA in haar gunningsbeslissing als reden voor het niet behalen van de maximale score genoemd:
1) dat er twijfels zijn over de extra uren die worden ingezet en
2) dat de termen ‘respect’ en ‘omgangsregels’ en de borging hiervan erg mager is uitgewerkt.
In de brief van 4 december 2018 heeft HvA dit nader toegelicht door, kort gezegd, te vermelden dat:
ad 1) vraagtekens worden geplaatst bij de uitvoerbaarheid en het effect van de door Asito in haar antwoord omschreven extra ureninzet op het uurtarief en dat de door Asito genoemde ureninzet afwijkt van de ureninzet die in de prijzenbladen is opgenomen, en dat
ad 2) in het antwoord van Asito wordt gemist hoe de schoonmakers onderling invulling geven aan de termen ‘respect’ en ‘omgangsregels’ en hoe dit geborgd wordt en blijft.Hhh

4.8.

HvA heeft in dit verband aangevoerd dat de door Asito in haar inschrijving vermelde inzet fors uitstijgt boven de in te zetten uren die als minimumeis waren gesteld. Dit valt niet te controleren omdat Asito haar inschrijving niet (volledig leesbaar) in het geding heeft gebracht, maar het is door Asito ook niet weersproken. Het is begrijpelijk dat HvA bij de ureninzet van Asito vraagtekens heeft geplaatst. Asito heeft bovendien de door HvA geconstateerde discrepantie tussen de hier vermelde ureninzet en de in de prijzenbladen door haar genoemde ureninzet niet kunnen verklaren. Asito heeft nog gesteld dat uit de motivering van HvA blijkt dat zij in strijd heeft gehandeld met de in paragraaf 1.1.6 van de Leidraad vermelde bepaling ‘dat de beoordeling van de kwantitatieve en kwalitatieve onderdelen uit de inschrijvingen strikt gescheiden is’. Daarin wordt zij echter niet gevolgd. HvA heeft in dit verband voldoende aannemelijk gemaakt dat de beoordelingen van de kwalitatieve en de kwantitatieve delen afzonderlijk plaats hebben gevonden, maar dat deze beoordelingen achteraf naast elkaar zijn gelegd om te bezien of ze wel matchten. Van een vooraf kennis hebben van kwantitatieve onderdelen uit de inschrijving, waar voornoemde zinssnede uit paragraaf 1.1.6 van Leidraad op doelt, is dan ook geen sprake.

Verder is door Asito onvoldoende weersproken dat zij ten aanzien van de termen ‘respect’ en ‘omgangsregels’ in haar antwoord uitsluitend aandacht heeft besteed aan hoe de leiding hieraan invulling geeft en niet hoe de schoonmakers onderling hier invulling aan geven. Nu in de vraagstelling expliciet staat vermeld dat het voor HvA van belang is te weten hoe ‘iedereen’ invulling geeft aan de termen ‘respect’ en ‘omgangsregels’ en bij de vraagstelling bovendien een enquête onder de schoonmakers over dit onderwerp was gevoegd, had Asito moeten begrijpen dat het de bedoeling was dat zij hierop in zou gaan. Door dit na te laten heeft Asito ook op dit punt niet optimaal geantwoord. Gelet op het voorgaande is het begrijpelijk dat HvA Asito op het criterium ‘Personeel’ niet de maximale score heeft toegekend. Dat mag HvA immers al doen als het antwoord op één onderdeel niet voldoet. Ook hier is van een onjuiste beoordeling geen sprake.

4.9.

Ten aanzien van ‘Doelstellingen van de aanbesteding’ heeft HvA in haar gunningsbeslissing als reden voor het niet behalen van de maximale score genoemd:
1) dat het doel ‘een schone campus’ in het antwoord wordt gemist; en
2) dat de prioritering van de doelstelling niet optimaal is afgestemd op het perceel.
Volgens Asito behoefde zij het doel ‘een schone campus’ hier niet in haar antwoord te betrekken omdat de vraag uitsluitend betrekking had op de tien doelstellingen zoals opgenomen onder paragraaf 2.1 van de Leidraad. Daarin wordt zij niet gevolgd. Gelet op de aard van de aanbesteding, die ziet op het tot stand komen van een schoonmaakcontract, is het hoofddoel ‘een schone campus’. Dit doel is ook met zoveel woorden in de Leidraad opgenomen (onder andere onder 1.1.7). HvA heeft terecht aangevoerd dat zij van de inschrijvers mocht verwachten dat zij in de beantwoording van de vraag onder 2.2.1 (Doelstellingen van de aanbesteding) dit hoofddoel zou betrekken, in die zin dat zij de doelstellingen zou uitwerken in het licht van het hoofddoel ‘een schone campus’. Door dit niet te doen heeft Asito wederom terecht niet de maximale score gekregen. Ook hier geldt bovendien weer dat Asito ook op een tweede onderdeel niet naar de volle tevredenheid van HvA heeft geantwoord omdat zij in haar antwoord te weinig perceelgericht is geweest.

4.10.

Ten aanzien van het criterium ‘Eén aanspreekpunt’ heeft Asito volgens HvA niet de maximale score behaald omdat:
1) er in het antwoord vier objectleiders worden ingezet voor negen panden, hetgeen wordt beschouwd als te summier, en
2) in het antwoord te weinig aandacht is besteed aan de locaties die verder af liggen van de Amstelcampus.
In de nadere toelichting heeft HvA over onderdeel 1 geschreven dat het antwoord van Asito in samenhang met haar antwoord bij 2.1.1. niet wordt doorgrond omdat de extra uren leiding die zij bij 2.1.1 heeft genoemd niet te rijmen zijn met vier objectleiders voor negen panden. Zoals hiervoor onder 4.6 reeds is overwogen, heeft HvA met de woorden ‘te summier’ niet gedoeld op het aantal door Asito in te zetten objectleiders maar op de onderbouwing van Asito. Gelet op deze onduidelijkheid heeft Asito dan ook terecht niet de maximale score behaald. Daar komt nog bij dat aannemelijk is geworden dat Asito in haar antwoord niet of nauwelijks aandacht heeft besteed aan de verderaf gelegen locaties, zodat alleen daarom al niet de maximale score te behalen was.

4.11.

Al met al is gelet op het voorgaande de conclusie dat HvA jegens Asito voorshands heeft voldaan aan de onder 4.2 onder a, b en c gestelde eisen en dat niet is gebleken van evidente onjuistheden in de gunningsbeslissing. Dat Asito het niet eens is met alle beslissingen van de beoordelingscommissie is hiervoor onvoldoende. De vorderingen van Asito zijn dan ook niet toewijsbaar.

4.12.

Asito zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van HvA worden begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

De kosten aan de zijde van CSU worden begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt Asito in de proceskosten, aan de zijde van HvA tot op heden begroot op € 1.619,00,

5.3.

veroordeelt Asito in de proceskosten, aan de zijde van CSU tot op heden begroot op € 1.619,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

veroordeelt Asito in de na dit vonnis ontstane kosten, aan de zijde van CSU begroot op € 131,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,00 en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2019.1

1 type: BPWB coll: MV