Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8170

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-10-2019
Datum publicatie
20-11-2019
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4949
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Geheimhoudingsbeslissing
Inhoudsindicatie

Beslissing beperkte kennisname stukken / 8:29 Awb / toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/4949

beslissing op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: [naam] ),

en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: [naam] ).

Overwegingen

De rechtbank heeft op 25 oktober 2019 een gesloten envelop van verweerder ontvangen. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat uitsluitend de rechtbank van de zes stukken in de envelop kennis zal mogen nemen. De stukken bestaan uit:

1. de ongelakte Bestuurlijke Rapportage Gebiedsverbod [eiser] ;

2. het ongelakte proces-verbaal van bevindingen (sfeerverbaal);

3. een proces-verbaal van bevindingen van de geconstateerde overtreding van het gebiedsverbod;

4. tot en met 6. aangiftes.

In de begeleidende brief en op verzoek van de rechtbank in een nadere brief van 28 oktober 2019 heeft verweerder toegelicht dat de stukken tot personen herleidbare informatie bevat, waaruit onder meer kenbaar zou worden wie de aangiftes deed. Verweerder sluit niet uit dat eiser bij die personen verhaal gaat halen, omdat dit ook al eerder is gebeurd, aldus verweerder in de toelichting.

Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de rechtbank of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde informatie die voor het beroep relevant is en het belang dat de rechtbank beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat het algemeen belang, het belang van één of meer partijen, of het belang van derden onevenredig geschaad kan worden als partijen kennisnemen van bepaalde gegevens.

De rechtbank overweegt dat uitsluitend de rechter en griffier die deze beslissing nemen – en niet bij de uitspraak op het beroep betrokken zijn – hebben kennisgenomen van de zes stukken.

Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat inderdaad sprake is van gewichtige redenen, die de beperking van de kennisneming rechtvaardigen. De gelakte delen bevatten de namen van personen, dan wel gegevens die herleidbaar zijn tot personen. De stukken die verweerder in geheel als vertrouwelijk aanmerkt, bevat informatie die – ook als ze deels worden gelakt – herleidbaar zijn tot personen. Met zowel de toelichting van verweerder over de consequenties als die informatie bekend wordt als met het onderwerp van het geschil, is voldoende aannemelijk geworden dat er gewichtige redenen, gelegen in de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen, aanwezig zijn.

De rechtbank beslist dan ook als volgt.

Beslissing

De rechtbank beslist dat de beperking van de kennisneming van de genoemde stuk gerechtvaardigd is.

Aldus gegeven op:

29 oktober 2019 door mr. E.J. Otten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.S. Boomhouwer, griffier.

griffier

rechter

Tegen deze beslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld, dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.

Uitgereikt op de zitting op: 29 oktober 2019