Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8144

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-11-2019
Datum publicatie
04-11-2019
Zaaknummer
C/13/672564 / KG ZA 19-991 FB/MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

AbnAmro moet cannabisteler een bankrekening verschaffen.

In kort geding is bepaald dat de AbnAmro een cannabisteler die onder de naam Project C wil meedoen aan het Experiment gesloten cannabisketen een bankrekening moet verschaffen. AbnAmro had dit eerder geweigerd omdat de cannabisteler onderdeel uitmaakt van een integriteitsgevoelige sector en er daarom een risico bestaat op witwassen. De bank had zich daarbij beroepen op haar contractsvrijheid.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat deze vrijheid niet in volle omvang bestaat voor handelsbanken. Het hebben van een bankrekening is in onze tegenwoordige maatschappij immers noodzakelijk om in volle omvang aan het maatschappelijk verkeer te kunnen deelnemen. Dit is op zich ook door AbnAmro erkend.

Project C heeft aannemelijk gemaakt dat zij met spoed moet kunnen beschikken over een bankrekening. Volgens de voorzieningenrechter is het niet aannemelijk dat de activiteiten die Project C thans ontplooit strafbaar zijn op grond van de Opiumwet. De doelstelling van het experiment waaraan Project C wil deelnemen is juist om illegale handel in cannabis terug te dringen door deze stof op legale wijze te produceren. Door te willen deelnemen aan het experiment dient Project C een algemeen belang. Het hebben van een bankrekening is voor Project C juist van belang om het risico op witwassen tegen te gaan. Aannemelijk is dat Project C en haar oprichters (van wie is erkend dat zij geen criminele antecedenten hebben) voldoen aan de eisen die de bank mag stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2020/6
NTHR 2020, afl. 1, p. 33
RF 2020/16
JONDR 2020/193
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/672564 / KG ZA 19-991 FB/MV

Vonnis in kort geding van 4 november 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROJECT C HOLDING B.V.,

gevestigd te Breda,

eiseres bij dagvaarding van 11 oktober 2019,

advocaat mr. K.J. Zomer te Oosterhout,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Achterberg te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Project C en ABN AMRO worden genoemd.

1 De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding van 21 oktober 2019 heeft Project C gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. ABN AMRO heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening.

Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. De op vrijdagmiddag 18 oktober 2019 door mr. Zomer ingediende producties 14 tot en met 20 zijn geweigerd omdat zij niet 24 uur voor aanvang van de zitting (waarbij de dagen in het weekend niet meetellen) en dus in strijd met de goede procesorde in het geding zijn gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren – voor zover van belang – aanwezig:

aan de zijde van Project C: [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] met mr. Zomer;

aan de zijde van ABN AMRO: [naam 5] met mr. Achterberg.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1.

Op 10 oktober 2017 is het regeerakkoord 2017-2021 ‘Vertrouwen in de toekomst’ gepubliceerd. Hierin staat:
Er komt wet- en regelgeving ten behoeve van uniforme experimenten met het gedoogd telen van wiet voor recreatief gebruik. Het kabinet komt daartoe zo mogelijk binnen zes maanden met wetgeving. Deze experimenten worden uitgevoerd in een aantal (middel)grote gemeenten (zes à tien). Doel van de experimenten is om te bezien of en hoe op kwaliteit gecontroleerde wiet gedecriminaliseerd aan de coffeeshops toegeleverd kan worden (gesloten coffeeshopketen) en wat de effecten hiervan zijn. De experimenten worden onafhankelijk geëvalueerd, waarna het kabinet beziet wat het te doen staat.

2.2.

Op 20 juni 2018 heeft de Adviescommissie Experiment gesloten cannabisketen (ook wel de Commissie [naam commissie] genoemd) haar advies uitgebracht. Hierin zijn onder meer de aan de telers die aan het experiment willen meedoen te stellen eisen opgenomen (zie onder 3.1.6). De commissie denkt aan het laten deelnemen aan het experiment van vijf tot tien telers.

2.3.

Op 10 september 2018 hebben [naam 1] (advocaat), [naam 3] (huisarts) en [naam 4] (voormalig SP-Statenlid), de drie initiatiefnemers van Project C, een manifest uitgebracht. De samenvatting hiervan luidt als volgt:

2.4.

Op 19 december 2018 is Project C opgericht en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Bestuurders van Project C zijn [naam 1] , [naam 3] en [naam 4] .

2.5.

Project C heeft bij verschillende banken, waaronder ABN AMRO, een zakelijke bankrekening aangevraagd. Al deze banken hebben de aanvraag afgewezen.

2.6.

Bij brief van 29 juli 2019 van de raadsman van Project C is ABN AMRO – kort gezegd – verzocht in gesprek te gaan over het verstrekken van een bankrekening. Bij brief van 15 augustus 2019 van ABN AMRO is dit verzoek afgewezen. In deze laatste brief staat onder meer het volgende:

2.7.

In een brief van 29 augustus 2019 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat onder meer dat het kabinet voornemens is het advies van de Commissie [naam commissie] over te nemen. In de brief zijn tien gemeenten aangewezen waarin het experiment kan plaatsvinden.

3 Het geschil

3.1.

Project C vordert – kort gezegd – ABN AMRO op straffe van dwangsommen te gebieden aan Project C een zakelijke bankrekening te verschaffen, dan wel een andere beslissing te nemen die is gebaseerd op de vordering van Project C. Ook vordert zij ABN AMRO te veroordelen in de kosten van dit geding en in de nakosten.

3.2.

Project C stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat zij een ideëel gedreven onderneming is die binnen de kaders van de wet een maatschappelijk probleem wil aanpakken. Zij wil dat het Experiment gesloten cannabisketen een succes wordt. Aan Project C worden hoge eisen gesteld, wil zij in het kader van het experiment voor een vergunning in aanmerking komen. Omdat sprake is van een ‘gesloten keten’ moet Project C (en zij wil dat zelf ook) een volledig transparante administratie voeren. Het hebben van een bankrekening is dan noodzakelijk. Zonder een bankrekening is Project C niet levensvatbaar.
Project C spreekt juist ABN AMRO aan voor het verkrijgen van een bankrekening, omdat twee van haar drie oprichters al sinds vele jaren klant zijn bij deze bank. Project C heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vordering. Volgens de commissie [naam commissie] dienen telers er rekening mee te houden dat zij zich in de periode van 1 januari tot 1 april 2020 voor het experiment kunnen inschrijven. Om te zijner tijd (naar verwachting per 1 januari 2021) aan de vraag naar cannabis te kunnen voldoen, is het noodzakelijk dat Project C nu al met de voorbereidingen start (o.a. het aantrekken van investeerders). Deze voorbereidingen brengen tal van kosten met zich mee, waaronder de kosten van adviseurs en een optievergoeding voor een teeltlocatie die Project C op het oog heeft. Ook de overheid gaat ervan uit dat met het aanvragen van een vergunning € 12.000,- is gemoeid (welk bedrag volgens Project C overigens aanmerkelijk hoger ligt).
Weliswaar heeft ABN AMRO de vrijheid om te contracteren met wie zij wil, maar omdat ABN AMRO een zogenoemde nutsbank is, wordt deze vrijheid beheerst door de maatstaven van redelijkheid en billijkheid en door de bancaire zorgplicht. In de afwijzingsbrief van ABN AMRO (zie 2.6) staan alleen algemeenheden. Het is niet zo dat Project C een hoog risicoprofiel heeft of dat een risico bestaat op witwassen. Project C doet niets illegaals. Project C is een projectvennootschap die zich op dit moment enkel nog bezighoudt met voorbereidingshandelingen. Pas na de vergunningverlening zal een dochtervennootschap zich op geheel legale wijze gaan bezighouden met de teelt van cannabisproducten. De drie oprichters van Project C zijn van onbesproken gedrag.

3.3.

ABN AMRO voert – samengevat weergegeven – het verweer dat zij als bank een belangrijke taak heeft in de bestrijding van witwassen. Zij wijst in dit kader op haar verplichtingen op grond van de Wft. Alles wat te maken heeft met de productie van cannabis speelt zich af in een integriteitsgevoelige sector. Daar komt bij dat het voorbereiden van hennepteelt per 1 maart 2015 strafbaar is gesteld in artikel 11a van de Opiumwet. ABN AMRO is daarom erg terughoudend en in dit geval heeft zij op basis van een individuele toetsing het openen van een bankrekening door Project C op goede gronden geweigerd. Zij beroept zich daarbij op haar contractsvrijheid. In tegenstelling tot particulieren hebben zakelijke klanten geen recht op een bankrekening.
Verder voert ABN AMRO aan dat bij het aanvragen van een vergunning in het kader van het Experiment gesloten cannabisketen niet de eis van een bankrekening geldt. In dat geval had namelijk de Minister van Financiën de banken (via de NVB) moeten verzoeken bankrekeningen te openen voor potentiële deelnemers aan het experiment, en dat is niet gebeurd. Het wetsvoorstel dat de basis vormt voor het experiment is nog niet door de Eerste Kamer aangenomen en het is onduidelijk of dit op korte termijn zal gebeuren (omdat het denken over drugsgebruik in Nederland lijkt te veranderen). Verder beschikt Project C (nog) niet over een vergunning en is het volstrekt onduidelijk of haar een vergunning zal worden verstrekt. In het experiment is immers slechts plaats voor een gering aantal telers. De eerste aanvraag van Project C voor een bankrekening dateert van 5 november 2018 en daarna heeft zij een jaar lang stilgezeten. Om al deze redenen is ABN AMRO van mening dat Project C geen spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen. Overigens heeft ABN AMRO Project C aangeboden met haar het gesprek aan te gaan indien de wet is aangenomen en zij over een vergunning beschikt.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het Experiment gesloten cannabisketen strekt ertoe illegale wietteelt, die maatschappelijk ontwrichtend werkt, tegen te gaan. Het experiment is verankerd in het Regeerakkoord (zie 2.1). Met uitvoering van het experiment wordt een maatschappelijk nuttig doel gediend. Het hebben van een eigen bankrekening is weliswaar niet als een eis opgenomen in het advies van de Commissie [naam commissie] , maar is inherent aan de in het kader van het experiment in acht te nemen transparantie. Ook Project C streeft naar volledige transparantie. Zij heeft zich om die reden op het alleszins begrijpelijke standpunt gesteld dat zij geen contante betalingen kan en wil accepteren. Zij stelt dat zij daarom voor haar levensvatbaarheid over een eigen bankrekening moet kunnen beschikken.

4.2.

Project C heeft voorts een spoedeisend belang bij het verkrijgen van een bankrekening. Zij is op 19 december 2018 opgericht en is sindsdien bezig om te voldoen aan de eisen die in het Experiment gesloten cannabisketen aan het verlenen van een vergunning worden gesteld. Ook is zij bezig met het voorbereiden van de teelt van cannabis, onder meer met het verwerven van een teeltlocatie. Voldoende aannemelijk is dat zij hiervoor substantiële kosten moet maken, zoals kosten voor adviseurs en het betalen van een optievergoeding voor een beoogde teeltlocatie. Bovendien bestaat de reële kans dat de selectie van tot het experiment toegelaten telers op korte termijn zal plaatsvinden. Ten slotte is in dit verband van belang dat de drie oprichters/bestuurders van Project C ter zitting onweersproken hebben aangevoerd dat zij niet zelf over de noodzakelijke financiële middelen beschikken om het project op te zetten, zodat zij zich daartoe tot het algemene publiek moeten wenden en daarvoor over een bankrekening moeten kunnen beschikken.

4.3.

ABN AMRO heeft zich echter met name beroepen op het aan onze rechtsorde ten grondslag liggende fundamentele beginsel van contractvrijheid. Dit brengt mee dat het een ieder in beginsel vrijstaat te contracteren met wie hij wil, en onder de voorwaarden die hij daaraan wenst te stellen. De keerzijde daarvan is dat het eenieder in beginsel vrijstaat het aangaan van een overeenkomst te weigeren, zonder verantwoording verschuldigd te zijn over de redenen die daarvoor bestaan.

4.4.

Deze vrijheid bestaat echter niet in volle omvang voor handelsbanken. De reden daarvan is dat het hebben van een bankrekening in onze tegenwoordige maatschappij noodzakelijk is om in volle omvang aan het maatschappelijk verkeer te kunnen deelnemen. Dit geldt zowel voor natuurlijke personen als voor rechtspersonen. ABN AMRO heeft dit ter zitting in zoverre erkend (zie onder 1.11 van de pleitnota van haar raadsman) dat particulieren recht hebben op een bankrekening en dat zij dus tegenover particulieren in beginsel een contracteerplicht heeft. Zij heeft hieraan toegevoegd (zie onder 4.4 van de pleitnota van haar raadsman) dat ook zakelijke klanten uit bepaalde integriteitsgevoelige sectoren niet zonder meer kunnen worden geweigerd, maar dat dit een individuele beoordeling vergt van de ondernemer en de onderneming met branchegerelateerde risico’s. Pas na zo’n beoordeling kan ABN AMRO, naar eigen zeggen, de zakelijke klant wel of niet accepteren.

4.5.

Dit ook door ABN AMRO erkende, in beginsel bestaande, recht van particulieren, zowel als zij in privé handelen als wanneer zij dit doen met een zakelijk doel, en haar eigen daarmee corresponderende plicht als handelsbank, berust op de genoemde maatschappelijke functie van zulke banken en hun daarmee corresponderende bijzondere zorgplicht. Deze zorgplicht geldt zowel jegens haar bestaande cliënten, als ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. De reikwijdte van de zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval (HR 9 januari 1998, NJ 1999/285).

4.6.

Project C is een derde in de hier bedoelde zin. Zij is geen natuurlijke persoon, maar een rechtspersoon. Een rechtspersoon staat echter wat het vermogensrecht betreft gelijk met een natuurlijke persoon, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit (artikel 2:5 BW). En geen wettelijke bepaling brengt mee dat in dit opzicht (de mogelijkheid om te kunnen deelnemen aan het bancaire betalingsverkeer) onderscheid moet worden gemaakt tussen een rechtspersoon en een natuurlijke persoon.

4.7.

ABN AMRO heeft zich ter toelichting van haar weigering om Project C als rekeninghouder te aanvaarden, erop beroepen dat het voorbereiden van hennepteelt per 1 maart 2015 strafbaar is gesteld in artikel 11a van de Opiumwet. Dit wetsartikel luidt als volgt:

Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie.

Niet aannemelijk is echter dat de activiteiten die Project C thans ontplooit, en in de toekomst wenst te ontplooien, als voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 11a van de Opiumwet kunnen worden aangemerkt. Met name is niet voldaan aan de in deze bepaling besloten voorwaarde dat Project C of haar oprichters “weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat [de in het artikel bedoelde stoffen, voorwerpen, vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen dan wel gegevens] bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten”. De doelstelling van het Experiment waaraan Project C en haar oprichters willen deelnemen is juist om illegale handel in cannabis terug te dringen door deze stof op legale wijze te produceren. Het is dus niet aannemelijk dat hun opzet is gericht op het plegen van de in artikel 11a Opiumwet strafbaar gestelde feiten; aannemelijk is dat hun opzet juist op het tegendeel is gericht. Door te willen deelnemen aan het hiervoor in 2.1 genoemde experiment dienen zij een algemeen belang, waaraan niet afdoet dat zij daarbij, als het experiment slaagt, ook een eigen commercieel belang hebben.

4.8.

ABN AMRO heeft zich ook beroepen op het risico van witwassen. Zij heeft dit verweer echter niet uitgewerkt voor het onderhavige geval. In het algemeen is aan het ondernemen van illegale activiteiten, en meer in het bijzonder aan drugsdelicten, inderdaad het risico van witwassen verbonden. Maar zoals hiervoor is overwogen heeft de onderhavige aanvrage van een bankrekening juist (indirect) tot doel deze activiteiten en dat risico tegen te gaan. Op zichzelf is het volkomen terecht dat ABN AMRO in het kader van de Wft hoge eisen stelt aan nieuwe klanten, maar voorshands is aannemelijk dat Project C en haar oprichters aan deze eisen voldoen. Desgevraagd heeft ABN AMRO ter zitting bevestigd dat zij geen enkele reden heeft om aan te nemen dat de oprichters van Project C strafrechtelijke antecedenten hebben.

4.9.

Uit het voorgaande volgt dat de vordering zal worden toegewezen, met inachtneming van het volgende. ABN AMRO mag aan het openen van een bankrekening ten name van Project C de voorwaarde stellen dat deze rekening niet zal worden gebruikt voor illegale of strafbare feiten, maar alleen voor (voorbereidings)activiteiten in het kader van het Experiment gesloten cannabisketen. Verder heeft ABN AMRO terecht aangevoerd dat het desbetreffende wetsvoorstel nog niet de Eerste Kamer is gepasseerd en dat, indien dat te zijner tijd zal gebeuren, nog niet vaststaat dat Project C in de context van het Experiment als teler zal worden toegelaten. Deze omstandigheden leiden echter om de genoemde redenen niet tot weigering van de gevraagde voorziening. Zij brengen wel mee dat ABN AMRO ook als voorwaarde mag stellen dat de bankrekening wordt opgeheven als het wetsvoorstel wordt ingetrokken of niet in de Eerste Kamer wordt aangenomen, dan wel als Project C niet tijdig een aanvrage doet voor een vergunning in het kader van het experiment, of een zodanige vergunning haar wordt geweigerd.

4.10.

De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. ABN AMRO heeft ter zitting toegezegd dat zij zich vrijwillig zal houden aan een veroordelend vonnis. Op de nakoming van deze toezegging wordt vertrouwd.

4.11.

ABN AMRO zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Project C worden begroot op:

- dagvaarding € 81,83

- griffierecht 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.700,83

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt ABN AMRO om Project C binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een zakelijke bankrekening te verschaffen en Project C niet langer te onthouden van bij die bankrekening behorende betaalproducten en diensten, een en ander met inachtneming van hetgeen onder 4.8 van dit vonnis is overwogen,

5.2.

veroordeelt ABN AMRO in de proceskosten, aan de zijde van Project C tot op heden begroot op € 1.700,83,

5.3.

veroordeelt ABN AMRO in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Bakels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2019.1

1 type: MV coll: LO