Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8118

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-10-2019
Datum publicatie
01-11-2019
Zaaknummer
C/13/654684 / HA ZA 18-982
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een bemiddelaar in onroerend goed had geen recht op de broncodes van de ICT ontwikkelaar en moet bovendien een boete betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Vonnis van 30 oktober 2019

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/654684 / HA ZA 18-982 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRINCIPLE GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. L.J. Gravendeel te Hilversum,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCOPE GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KASTOR HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/662274 / HA ZA 19-221 van

[R.A.W. Jungschläger]

in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRINCIPLE VASTGOED B.V.,

wonende te Amsterdam,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. L.J.J. Lankreijer te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRINCIPLE GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. L.J. Gravendeel te Hilversum.

Partijen zullen hierna Principle Group, Scope Group c.s. (onderscheidenlijk Scope Group, Kastor en [gedaagde sub 3] ) en Jungschläger genoemd worden.

1 De procedure in de zaak 18-982

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 3 april 2019,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 juni 2019, met de daarin vermelde stukken,

  • -

    de brief aan de zijde van Scope Group c.s. van 22 juli 2019, met opmerkingen over het proces-verbaal,

  • -

    de brief aan de zijde van Principle Group van 23 juli 2019, met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de zaak 19-221

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 15 mei 2019,

  • -

    de akte houdende wijziging/vermeerdering van eis in reconventie,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 juni 2019, met de daarin vermelde stukken,

  • -

    de brief aan de zijde van Principle Group van 23 juli 2019, met opmerkingen over het proces-verbaal.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten in beide zaken

3.1.

Principle Group is een onderneming die zich bezig houdt met de bemiddeling van of de handel in (ver)huur van onroerend goed en met de advisering, bemiddeling en begeleiding met betrekking tot huur en aan- en verkoop van onroerende zaken.

3.2.

Scope Group richt zich op het ontwikkelen en produceren van ICT-systemen ten behoeve van de vastgoedmarkt en biedt diensten aan die gerelateerd zijn aan de (ver)huur en de (ver)koop van woningen door het beschikbaar stellen van onder andere een CRM-platform en (online) tools.

3.3.

Bij vonnis van 5 december 2017 van deze rechtbank zijn Principle Vastgoed B.V. (hierna: Principle Vastgoed) en Perfect Visit B.V. (hierna tezamen: de failliete B.V.’s) in staat van faillissement verklaard. Jungschläger is benoemd tot curator van de failliete B.V.’s. De failliete B.V.’s richtten zich samen met Scope Group op de verhuur en beheer van woningen.

3.4.

Curator Jungschläger heeft onderzocht of er een doorstart kon worden gemaakt en heeft hierover met verschillende partijen gesproken. In eerste instantie zou BDM Holding B.V. (hierna: BDM) zou met Principle Vastgoed een doorstart maken. Hiertoe hebben BDM en Jungschläger een overeenkomst gesloten op 22 december 2017. Parallel hieraan is een overeenkomst tussen BDM en Scope Group en Multilarity gesloten. Uiteindelijk heeft BDM de koopprijs niet betaald en zijn deze overeenkomsten op 19 april 2018 ontbonden.

3.5.

Vervolgens is Jungschläger in gesprek geraakt met Principle Group. Bij deze gesprekken is door Jungschläger erop gewezen dat het door de failliete B.V.’s gebruikte customer relationship management (CRM)-systeem (RealWorldCRM, zie hierna), eigendom is van Scope Group.

3.6.

Kastor Holding B.V. is aandeelhouder en enig bestuurder van Scope Group. De heer [gedaagde sub 3] is directeur-grootaandeelhouder (DGA) van Kastor. Scope Group was bestuurder en aandeelhouder van de failliete BV’s.

3.7.

Scope Group ontwikkelde en exploiteerde RealWorldCRM, een ICT-infrastructuur en op maat gemaakt CRM-systeem ten behoeve van de verhuur van onroerend goed, die door middel van een licentie door Principle Vastgoed werd gebruikt voor het in de markt zetten van haar vastgoedportfolio. Met RealWorldCRM kunnen onder meer klant- en woningprofielen en zakelijke relaties worden beheerd en is het mogelijk om woningprofielen aan een eigenaar te koppelen en de gewenste kanalen voor publicatie/presentatie te kiezen.

3.8.

Unity-X Operations B.V. (hierna: Unity-X) is, samen met en voor Scope Group, de ontwikkelaar van IONBase (het framework waarop RealWorldCRM is gebouwd) en RealWorldCRM.

3.9.

Op 12 april 2018 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [gedaagde sub 3] (namens Scope Group) en Principle Group bij Principle Group. Tijdens deze bespreking heeft [gedaagde sub 3] laten zien hoe gebruik kan worden gemaakt van RealWorldCRM door daadwerkelijk in RealWorldCRM in te loggen. Tijdens deze bespreking is RealWorldCRM niet geïnstalleerd op een computer en is gebruik gemaakt van zowel een laptop van Principle Group als diverse mobiele telefoons.

3.10.

Tussen Principle Group en Jungschläger is op 23 april 2018 een koopovereenkomst gesloten ten behoeve van de verkoop van een aantal activa uit de boedel van de failliete BV’s door Principle Group voor een koopprijs van € 75.000,00 (hierna: de Dataovereenkomst). De Dataovereenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:

Artikel 1.1

“De Curator verkoopt en levert aan Koper, gelijk Koper in koop en levering aanvaardt, de navolgende activa:

(..) Het portfolio zoals door Principle wordt bijgehouden in het RealWorldCRM systeem, bestaande uit het eigenarenbestand met daarin onder meer contactgegevens van eigenaren van woningen (actief en archief) waarvoor Principle bemiddeld heeft en gegevens omtrent de mogelijk te bemiddelen woningen (..).

(..)”

Artikel 1.2

“(..) Het RealWorldCRM (i.e. de software), (..) maken uitdrukkelijk geen onderdeel uit van de Activa en worden niet door de Curator aan de Koper verkocht.”

Artikel 1.9

“De Curator kan niet geacht worden de gehele feitelijke en juridische situatie ter zake van de Activa te kennen. De door de Curator aan Koper verschafte informatie pretendeert niet een juiste en/of volledige weergave te zijn van de actuele situatie. De juridische en/of feitelijke interpretatie en inschatting van alle omstandigheden, gegevens en informatie is geheel voor rekening en risico van de Koper. Als blijkt dat Koper bij het aangaan van de Overeenkomst is uitgegaan van onjuiste uitgangspunten en/of mocht blijken dat de juridische of feitelijke situatie/omstandigheden anders zijn dan door Koper bij het aangaan van de Overeenkomst werd verondersteld en/of teleurgestelde verwachtingen van Koper en/of afwijkingen ten opzichte van de door de Curator of derden gegeven informatie, is de Curator niet tot enige vrijwaring gehouden en is Koper niet gerechtigd tot ontbinding en/of vernietiging van de Overeenkomst, opschorting, verrekening, schadevergoeding en/of restitutie van (een gedeelte van) de Koopprijs.”

3.11.

Op 23 april 2018 is tussen Principle Group en Scope Group een overeenkomst gesloten “Koop en verkoop overeenkomst […] voor de verkoop en koop van bepaalde activa” (hierna: de Overeenkomst). De Overeenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:

Artikel 1.1

“Scope zal de volgende activa aan Koper verkopen en leveren, gelijk Koper de volgende activa van Scope zal kopen aanvaarden:

  1. realWorldCRM: het intellectuele eigendom samen met het exploitatie- en ontwikkelrechten van een door Scope op maat gemaakt software systeem. (..)

  2. realFrame: het intellectuele eigendom samen met het exploitatie- en ontwikkelrechten van een door Scope op maat gemaakte software tool die beschikbaar aan derde partijen wordt gesteld. (..)

  3. De domeinen geregistreerd vanaf 2002 welke nog in eigendom van Scope Group:

(..)”

Artikel 1.3

“Scope verklaart middels ondertekening van de Overeenkomst dat de Activa haar in eigendom toebehoren en vrij zijn van goederenrechtelijke rechten of aanspraken van derden, Scope draagt de Activa, op de in de Overeenkomst omschreven wijze, vrij van beslag, vruchtgebruik of pandrecht of soortgelijke rechten, in volledige eigendom aan Koper over. (..)”

Artikel 2.1

“De totale koopsom voor de Activa bedraagt – exclusief BTW – EUR 75.000 (EUR 90.750 incl. BTW).”

Artikel 2.3

“De Koopsom zal worden voldaan in drie termijn van:

  • -

    De eerste termijn ad EUR 45.375 uiterlijk op 23 april 2018,

  • -

    De tweede termijn ad EUR 22.687,50 uiterlijk op 22 mei 2018,

  • -

    De derde termijn ad EUR 22.687,50 uiterlijk op 22 juni 2018”

Artikel 3.2

“In elk geval zullen de volgende kosten welke verband houden met de overdracht/continuïteit van de activiteiten en Activa worden voldaan door Koper. Het betreft:

( i) Kosten softwareontwikkelaar (de bouwer van realWorldCRM): Voor het exporteren van woningen/eigenaren van system(en) van koper naar realWorldCRM en/of andere ondersteunende diensten. Softwareontwikkelaar en koper dienen hier nadere afspraken over te maken.

(..)”

Artikel 5 Geheimhouding

5.1

“Koper verplicht zich hierbij onvoorwaardelijk en onherroepelijk strikte geheimhouding te zullen betrachten omtrent de inhoud van deze overeenkomst en de informatie die Scope in dit kader aan Koper heeft verstrekt. Deze geheimhoudingsverplichting van Koper geldt ook tegenover het personeel van Koper.

5.2

“Na overtreding van de geheimhoudingsverplichting in lid 1 van dit artikel door Koper, verbeurt Koper aan Scope een dadelijk en zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete groot EUR 10.000 per overtreding, onverminderd de gehoudenheid van Koper tot betaling aan Scope van een volledige schadevergoeding te dezer zake, indien deze meer dan het totaal verbeurd boetebedrag mocht belopen.”

3.12.

Het volgende powerpoint blad (hierna: de Presentatie) is gehecht aan de Overeenkomst:

3.13.

Op 23 april 2018 stuurt Scope Group op verzoek van Principle Group een overzicht met de contactgegevens van Unity-X en andere partners en service providers van Scope.

3.14.

Op 27 april 2018 schrijft [gedaagde sub 3] aan Principle Group: “(..) The bottom line is that Network Company (or any of the other providers we’ve discusseds: Unity-X, Whello…) are all replaceable given enough time and resources. (..)”.

3.13.

Op 21 juni 2018 heeft mr. Winkel (de advocaat van BDM)) mr. Davids (de advocaat van Scope Group c.s.) bericht: “Ik beschik over screenshots van de betalingen op de rekening van de Stichting Beheer Derdengelden Davids Advocaten, maar cliënte geeft aan dat er tussen uw cliënte en de nieuwe koper kennelijk een geheimhoudingsbeding is overeengekomen.”

3.14.

Principle Group heeft Scope Group c.s. op 5 juli 2018 gesommeerd RealWorldCRM en Realframe te leveren en heeft Scope Group c.s. op 24 juli 2018 aansprakelijk gesteld.

3.15.

In augustus 2018 is door Principle Group conservatoir derdenbeslag gelegd ten laste van Scope Group onder de ABN AMRO Bank N.V., De Volksbank N.V., ING Bank N.V., Coöperatieve Rabobank U.A. en de Belastingdienst (hierna: het derdenbeslag). Op de privéwoning van [gedaagde sub 3] aan het adres [adres] is door Principle Group conservatoir beslag gelegd.

4 Het geschil

in de zaak 18-982

in conventie

4.1.

Principle Group vordert samengevat -, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad veroordeling:

primair:

1. van Scope tot levering van de software RealWorldCRM in objectcodes en broncodes, met de daarbij horende software technische documentatie op programmeursniveau en de gebruikershandleiding voor eindgebruikers, binnen één week na betekening van dit vonnis op straffe van een dwangsom,

subsidiair:

2. van Scope Group c.s. tot betaling van € 85.000,00, te vermeerderen met de btw die Principle Group aan Scope heeft betaald ten behoeve van RealWorldCRM, te vermeerderen met de rente vanaf datum dagvaarding en de proceskosten op grond van artikel 1019h van het Wetboekboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv),

met (hoofdelijke) veroordeling van Scope Group c.s. in de (proceskosten), al dan niet op grond van artikel 1019h Rv.

4.2.

Principle Group legt hieraan ten grondslag dat Scope Group c.s. wanprestatie heeft gepleegd, waardoor schade, ter hoogte van de koopprijs, is ontstaan. Principle Group stelt daartoe dat Scope Group c.s. haar deel van de softwareovereenkomst niet is nagekomen, doordat zij de broncode van de software niet heeft geleverd. Principle Group vordert daarom nakoming, dan wel schadevergoeding.

4.3.

Scope Group c.s. voert verweer.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

4.5.

Scope Group c.s. vordert samengevat -, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

veroordeling van Principle Group tot betaling aan Scope Group van € 20.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 13 juli 2018,

subsidiair:

veroordeling van Principle Group tot betaling aan Scope Group van de door Scope Group geleden schade ten gevolge van de geheimhoudingsverplichting van de softwareovereenkomst, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 13 juli 2018,

primair en subsidiair:

- voor recht te verklaren dat Principle Group onrechtmatig heeft gehandeld jegens Scope Group c.s. door op 16, dan wel 17 augustus 2018 conservatoir derdenbeslag te leggen ten laste van Scope Group c.s. onder de ABN AMRO Bank N.V., De Volksbank N.V., ING Bank N.V., Coöperatieve Rabobank U.A. en de Belastingdienst en zij gehouden is dit beslag op te heffen,

- voor recht te verklaren dat Principle Group onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde sub 3] door conservatoir beslag te leggen op de woning van [gedaagde sub 3] aan het adres [adres] en zij gehouden is dit beslag op te heffen,

- veroordeling van Principle Group tot betaling aan Scope Group c.s. van de i) ten gevolge van het gelegde conservatoir derdenbeslag en de ii) ten gevolge van het gelegde conservatoir beslag op de woning van [gedaagde sub 3] , geleden schade nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dagvaarding,

- veroordeling van Principle Group de gelegde conservatoire beslagen en het gelegde conservatoire beslag op de woning van [gedaagde sub 3] op heffen en opgeheven te houden, op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag dat Principle Group daarmee in gebreke mocht blijven met een maximum van € 50.000,00,

- veroordeling van Principle Group in de buitengerechtelijke incassokosten van € 975,00 en in de proceskosten.

4.6.

Scope Group c.s. voert verweer.

4.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de zaak 19-221

4.8.

Jungschläger vordert samengevat - veroordeling van Principle Group tot betaling van € 29.625,00, vermeerderd met rente en kosten.

4.9.

Jungschläger stelt hiertoe zij data heeft geleverd op grond van de Dataovereenkomst en Principle Group de koopprijs op grond daarvan dient te betalen. Principle Group heeft de tweede termijn van € 37.500,00 onbetaald gelaten. Voor de eerste termijn heeft Principle Group per abuis de btw ter hoogte van € 7.875,00 te veel betaald, zodat Jungschläger dat bedrag in mindering heeft gebracht op de vordering.

4.10.

Principle Group voert verweer.

4.11.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in de zaak 18-982

in conventie

5.1.

Deze zaak heeft betrekking op de uitleg van de Overeenkomst. Tussen partijen is niet in geschil dat zij de Overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot de koop van het intellectuele eigendom samen met de exploitatie- en ontwikkelrechten van het softwareprogramma RealWorldCRM. Wel verschillen partijen van mening over het antwoord op de vraag of (daarmee) ook de levering van de broncode van RealWorldCRM door Scope Group c.s. overeen is gekomen. Volgens Principle Group is dat vanzelfsprekend, zonder broncodes kan zij RealWorldCRM immers niet doorontwikkelen en zelfs niet goed gebruiken. Het is vanzelfsprekend dat de broncode onderdeel uitmaakt van hetgeen zij heeft gekocht omdat zij het intellectuele eigendomsrecht en de exploitatie- en ontwikkelrechten heeft verkregen. Uit de bij de Overeenkomst gevoegde Presentatie blijkt ook dat de broncode geleverd zou worden. Verder kan zij haar financiering pas rondkrijgen als haar financier een pandrecht kan vestigen op de broncode, aldus Principle Group. Een en ander is door Scope Group c.s. gemotiveerd betwist.

5.2.

De rechtbank overweegt dat de vraag hoe de verhouding van partijen is geregeld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (ECLI:NL:HR:1981:AG4158, Haviltex). Bij deze uitlegging komt betekenis toe aan alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen.

5.3.

Tussen partijen staat vast dat uit de letterlijke tekst van de Overeenkomst niet volgt dat de broncode dient te worden geleverd door Scope Group c.s. De broncode is immers niet genoemd als een van de activa die worden gekocht. De tekst van artikel 1.1. van de Overeenkomst wekt op zichzelf ook niet de suggestie dat een verplichting bestaat op levering van een broncode. In dit artikel gaat het uitsluitend over de levering van diverse rechten, te weten het intellectuele eigendomsrecht, het exploitatierecht en het ontwikkelrecht van software. Hierbij wordt uitdrukkelijk benoemd dat het gaat over software die door Scope (alleen maar) op maat is gemaakt. Zeker nu Principle Group werd bijgestaan door een advocaat ten tijde van de onderhandeling over deze Overeenkomst, kan deze tekst op zichzelf in redelijkheid niet aldus worden uitgelegd dat Principle Group gerechtigd is op levering van de broncode. De stelling van Principle Group dat, naar de rechtbank begrijpt, het vanzelfsprekend is dat de broncode wordt verschaft in het geval het intellectuele eigendomsrecht en de exploitatie- en ontwikkelrechten wordt verkregen, is door haar niet verder onderbouwd. Dat verdere ontwikkeling zonder deze broncode onmogelijk zou zijn, is in ieder geval niet gebleken. Wel is het zo dat daarover kennelijk nadere afspraken gemaakt moeten worden met Unity-X.

5.4.

Wel kan aan Principle Group worden toegegeven dat in de Presentatie staat: “de volledige broncode en het recht op doorontwikkeling beschikbaar wordt gesteld bij iedere installatie”. Scope Group c.s. heeft onweersproken gesteld dat zij deze Presentatie had gemaakt voor een uiteindelijk afgeketste verkoop aan een andere partij ( [partij] ), deze Presentatie wegens de spoed die gepaard ging met het realiseren van de doorstart, ook voor Principle Group heeft gebruikt en deze aan de Overeenkomst heeft gehecht. [partij] is een gespecialiseerde softwareontwikkelaar met gespecialiseerde ontwikkelaars in dienst die IONBase wilde kopen, installeren en integreren met bestaande softwareproducten, aldus Scope Group c.s. Naar het oordeel van de rechtbank maakt deze enkele opmerking in een aan de Overeenkomst gehechte Presentatie de interpretatie van artikel 1.1 van de Overeenkomst niet anders. Het gaat hier immers om een opmerking die afwijkt van hetgeen is overeengekomen in artikel 1.1. van de Overeenkomst. Dit kan dus wel vragen opwekken maar die vragen zijn niet door Principle Group gesteld. Daarbij zijn de volgende omstandigheden nog relevant.

5.5.

Niet is gebleken van omstandigheden waaruit Scope Group c.s. moest afleiden dat het de bedoeling was van Principle Group om te beschikken over de broncode. Het ging Principle Group niet om een aankoop die bijvoorbeeld primair gericht was op het verkopen of licentiëren van RealWorldCRM. Principle Group is een onderneming die zich bezig houdt met de bemiddeling bij (ver)huur van onroerend goed. Ook uit de stellingen van Principle Group volgt dat zij voornemens was om vooral gebruik te blijven maken van de website, het systeem en het klantenbestand, kortom de zaken van de failliete B.V.’s op een vergelijkbare wijze voort te zetten. Met dit doel is Principle Group met de curator in gesprek gegaan. Uit de feiten volgt dat voor de toegang tot onder meer het klantenbestand RealWorldCRM noodzakelijk was en is Principle Group hiertoe in contact getreden met Scope Group c.s. Gesteld noch gebleken is dat de (verkrijging van) de broncode door Principle Group op enig moment aan de orde is gesteld.

5.6.

Principle Group heeft ter zitting toegelicht dat het voor haar met name belangrijk is de broncode in haar bezit te krijgen, omdat haar financier hierop een pandrecht wil vestigen ten behoeve van de financiering van de koop van RealWorldCRM. Niet is echter gebleken dat dit als zodanig aan Scope Group c.s. is medegedeeld. Het enkele feit dat Scope Group c.s. bekend was dat gesproken werd met een financier betekent nog niet dat Scope Group c.s. had moeten realiseren dat de broncode hierbij een belangrijke rol speelde. Als voor Principle Group de broncode een essentieel onderdeel was van de Overeenkomst, had het op haar weg gelegen om dat duidelijk aan te geven of er vragen over te stellen tijdens de onderhandelingen.

5.7.

De rechtbank overweegt verder nog dat tijdens de bijeenkomst op 12 april 2018 tussen partijen is gesproken over hoe RealWorldCRM gebruikt werd en moest worden. [gedaagde sub 3] heeft toen een demonstratie gegeven over hoe in te loggen in het RealWorldCRM-systeem. Het moet ook een niet IT-specialist duidelijk zijn geworden dat voor het gebruik geen lokale installatie van de software nodig was: van zo een installatie was immers geen sprake tijdens de demonstratie die (ook) is gegeven via de laptop van Principle Group. Tijdens die bijeenkomst is ook gesproken over de rol van Unity-X en het feit dat Principle Group afspraken zou moeten maken met Unity-X over beheer, onderhoud en doorontwikkeling van RealWorldCRM en IONBase. Met andere woorden, er is duidelijk gecommuniceerd over het feit dat Scope Group c.s. ten behoeve van de software gebruik maakte van de diensten van Unity-X en ook Principle Group niet zomaar weg kon bij Unity-X. Dit volgt overigens ook uit artikel 3.2 van de Overeenkomst.

5.8.

Verder staat tussen partijen vast dat er voorafgaand aan het sluiten van de Overeenkomst voor Principle Group de mogelijkheid heeft bestaan om de software te laten onderzoeken in het kader van een taxatie maar hiervan door Principle Group om haar moverende redenen vanaf is gezien.

5.9.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de Overeenkomst in redelijkheid niet aldus kan worden uitgelegd dat Scope Group c.s. de verplichting heeft om de broncode te leveren. Dit betekent dat de vorderingen van Principle Group worden afgewezen.

5.10.

Principle Group zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Scope Group worden begroot op:

- griffierecht 626,00

- salaris advocaat 2.148,00 (2,0 punten × tarief € 1.074,00)

Totaal € 2.774,00

5.11.

De nakosten worden toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld.

in reconventie

Onrechtmatig gelegde beslagen

5.12.

Uit de beoordeling en de afwijzing van de vorderingen in conventie blijkt dat het gelegde derdenbeslag en het beslag op de woning van [gedaagde sub 3] onrechtmatig is. Dit betekent dat de beslagen dienen te worden opgeheven. De vorderingen die daartoe strekken zullen worden toegewezen op de hieronder aangegeven wijze.

Geheimhoudingsverplichting

5.13.

Scope Group c.s. stelt dat Principle Group artikel 5 van de Dataovereenkomst, de geheimhoudingsverplichting, twee maal heeft geschonden. Principle Group heeft ten eerste informatie over de koopsom gedeeld met de advocaat van BDM en ten tweede met de heer [vertegenwoordiger] , vertegenwoordiger van BDM. Scope Group moest eerst de koopovereenkomst met BDM afwikkelen, zodat zij belang had bij een geheimhouding van de inhoud van de Overeenkomst. Bij de afwikkeling van de koopovereenkomst met BDM in juni 2018, bleek dat de advocaat en [vertegenwoordiger] kennis hadden van de inhoud van de Overeenkomst, voor wat betreft de hoogte van de koopprijs en het moment van betaling. Aldus Scope Group c.s.

5.14.

Principle Group bevestigt dat zij het met BDM over de hoogte van de koopsom en het moment van betalen heeft gehad, maar volgens haar betreft dit openbare informatie, die BDM ook al kende voor het tekenen van de Overeenkomst en dat is het moment vanaf wanneer de geheimhoudingsverplichting geldt. In de precontractuele fase hebben [gedaagde sub 3] en de toenmalige advocaat van Principle Group genoemde informatie gedeeld en op dat moment hadden zij de Overeenkomst nog niet getekend.

5.15.

De rechtbank overweegt dat door Principle Group wordt erkend dat er informatie is uitgewisseld met BDM over de Overeenkomst. Uit de feiten volgt verder dat deze informatie ook is uitgewisseld na 23 april 2018, de dag dat de Overeenkomst en daarmee de geheimhoudingsverplichting is gesloten. Er zijn immers screenshots van de betalingen aan BDM verschaft. Dit volgt uit de email van 21 juni 2018 van mr. Winkel, de advocaat van BDM. Door Principle Group wordt niet betwist dat deze informatie van haar afkomstig is. Uit deze screenshots kan kennelijk worden afgeleid wat de uiteindelijk overeengekomen koopprijs is en welke betalingstermijnen wanneer zijn voldaan. Deze betalingen en daarmee de verzending van deze screenshots hebben plaats hebben gevonden na 23 april 2018. Daarmee is sprake van een schending van de geheimhoudingsverplichting. Of er sprake is van meerdere overtredingen kan de rechtbank niet met zekerheid vaststellen. De rechtbank stelt daarom één overtreding vast. Hieruit volgt dat Principle Group éénmaal een opeisbare boete van € 10.000,00 is verschuldigd. Hierover is de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW verschuldigd vanaf, zoals onweersproken gevorderd, 13 juli 2018.

5.16.

De rechtbank zal bevelen het beslag op te heffen. Voor zover bedoeld wordt een verbod om nieuwe beslagen te leggen te bevelen, ziet de rechtbank daarvoor geen aanleiding. De gevorderde dwangsom zal dan ook niet worden toegewezen.

5.17.

Scope Group c.s. maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De rechtbank stelt vast dat Scope Group c.s. voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is echter hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief, zodat de rechtbank het bedrag zal toewijzen tot het wettelijke tarief, zijnde € 875,00.

5.18.

Principle Group zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij wel in de proceskosten op grond van het liquidatietarief worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Scope Group c.s. worden begroot op: salaris advocaat € 922,00 (2 punten × tarief € 461,00). De gevorderde wettelijke handelsrente is niet toewijsbaar over een proceskostenveroordeling. De wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW is wel toewijsbaar.

5.19.

De nakosten worden toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld.

in de zaak 19-221

in conventie

5.20.

Tussen partijen is niet in geschil dat zij de Dataovereenkomst hebben getekend en dat Principle Group daarmee het portfolio, IE-rechten en Goodwill van Principle Vastgoed van Jungschläger heeft gekocht.

5.21.

Volgens Principle Group hoeft zij het restant van de koopprijs aan Jungschläger niet te betalen, omdat Jungschläger tekort is geschoten in de nakoming van de verbintenis. Principle Group stelt RealWorldCRM en daarmee de data niet te kunnen gebruiken, omdat Scope Group c.s. de broncode van RealWorldCRM niet heeft geleverd. De lijsten die Jungschläger als productie 35 en 36 heeft overgelegd, zouden moeten bewijzen dat Principle Group de data geleverd heeft gekregen. In die lijsten staan echter contracten vermeld die op een latere datum zijn gesloten dan dat de data geleverd moesten worden, zodat die lijsten niet als bewijs voor de levering kunnen dienen, aldus Principle Group.

5.22.

De rechtbank overweegt als volgt. Principle Group heeft de tweede betalingstermijn niet voldaan op uiterlijk 15 mei 2018. Daarmee is zij in verzuim geraakt, zodat de vordering van Jungschläger kan worden toegewezen. De rechtbank overweegt verder nog dat Jungschläger inzichtelijk heeft gemaakt dat zij de data daadwerkelijk heeft geleverd aan Principle Group. Scope Group c.s. heeft namelijk op 23 april 2018 toegang verleend tot RealWorldCRM en daarmee tot de data. Voor deze toegang is beschikking over de broncode niet nodig. Dit wordt ook niet ontkend door Principle Group. In de Dataovereenkomst is niet tussen partijen afgesproken aan welke vereisten deze data aan moeten voldoen, anders dan genoemd in artikel 1.1 van de Dataovereenkomst. De door Principle Group genoemde gebreken in de data, waaronder ook eventuele tegenstrijdigheden (nog daargelaten dat niet ingezien wordt dat daadwerkelijk sprake is van dergelijke tegenstrijdigheden), kunnen dus niet worden gezien als een tekortkoming.

5.23.

Jungschläger vordert de wettelijke handelsrente over de vordering vanaf 16 mei 2018, omdat Principle Group de tweede termijn uiterlijk op 15 mei 2018 diende te betalen volgens de Dataovereenkomst. Nu deze betalingstermijn benoemd is in de overeenkomst, is Principle Group vanaf die datum in verzuim, zodat de wettelijke handelsrente vanaf die datum is verschuldigd.

5.24.

Jungschläger maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De rechtbank stelt vast dat Principle Group voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is echter hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief, zodat de rechtbank het bedrag zal toewijzen tot het wettelijke tarief, zijnde € 1.071,25.

5.25.

Principle Group zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Jungschläger worden begroot op:

- dagvaarding € 81,83

- griffierecht 914,00

- salaris advocaat 1.390,00 (2,0 punt × tarief € 695,00)

Totaal € 2.385,83

5.26.

De nakosten worden toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld.

in reconventie

5.27.

De akte wijziging/vermeerdering van eis van de zijde van Principle Group wordt toegelaten. Jungschläger zal niet in de gelegenheid worden gesteld om daarop te reageren door middel van een nadere akte omdat zij daar geen belang bij heeft.

5.28.

Naar het oordeel van de rechtbank dienen de vorderingen van Principle Group in reconventie, nu zij zijn gegrond op (gedeeltelijke) ontbinding en ongedaanmakingsverplichting of opheffing van benadeling, ongerechtvaardigde verrijking, onverschuldigde betaling dan wel schadevergoeding, te worden afgewezen. Voor ontbinding geldt dat dit in de Dataovereenkomst is uitgesloten, zoals Principle Group ook heeft erkend. Nu ook opschorting, verrekening, schadevergoeding en restitutie zijn uitgesloten, kunnen de vorderingen in reconventie ook op de overige gronden niet worden toegewezen, nog daargelaten dat deze rechtsgronden niet, althans volstrekt onvoldoende, zijn onderbouwd, elke aansprakelijkheid in de Dataovereenkomst is uitgesloten en in conventie al is geoordeeld dat Jungschläger de Dataovereenkomst is nagekomen.

5.29.

Principle Group zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten op grond van het liquidatietarief worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Jungschläger worden begroot op: salaris advocaat € 1.047,00 (2 x 0,5 punt × tarief € 1.047,00). De gevorderde wettelijke handelsrente is niet toewijsbaar over een proceskostenveroordeling. De wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW is wel toewijsbaar.

5.30.

De nakosten worden toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld.

6 De beslissing

De rechtbank

in de zaak 18-982

in conventie

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

veroordeelt Principle Group in de proceskosten, aan de zijde van Scope Group tot op heden begroot op € 2.774,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

in reconventie

6.3.

veroordeelt Principle Group om aan Scope Group c.s. te betalen een bedrag van € 10.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 13 juli 2018 tot de dag van volledige betaling,

6.4.

verklaart voor recht dat Principle Group onrechtmatig heeft gehandeld jegens Scope Group c.s. door in augustus 2018 conservatoir derdenbeslag te leggen ten laste van Scope Group c.s. onder de ABN AMRO Bank N.V., De Volksbank N.V., ING Bank N.V., Coöperatieve Rabobank U.A. en de Belastingdienst,

6.5.

verklaart voor recht dat Principle Group onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde sub 3] door conservatoir beslag te leggen op de woning van [gedaagde sub 3] aan het adres [adres] ,

6.6.

heft voornoemde beslagen op,

6.7.

veroordeelt Principle Group om aan Scope Group c.s. te betalen de ten gevolge van alle voornoemde beslagen geleden schade nader op te maken bij staat,

6.8.

veroordeelt Principle Group om aan Scope Group c.s. te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 875,00,

6.9.

veroordeelt Principle Group in de proceskosten, aan de zijde van Scope Group tot op heden begroot op € 922,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

6.10.

wijst af het anders of meer gevorderde,

in conventie en reconventie

6.11.

veroordeelt Principle Group in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang vanaf de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

6.12.

verklaart de veroordelingen in deze zaak uitvoerbaar bij voorraad,

in de zaak 19-221

in conventie

6.13.

veroordeelt Principle Group om aan Jungschläger te betalen een bedrag van € 29.625,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van 16 mei 2018 tot de dag van volledige betaling,

6.14.

veroordeelt Principle Group om aan Jungschläger te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.071,25,

6.15.

veroordeelt Principle Group in de proceskosten, aan de zijde van Jungschläger tot op heden begroot op € 2.385,83, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

in reconventie

6.16.

wijst de vorderingen af,

6.17.

veroordeelt Principle Group in de proceskosten, aan de zijde van Jungschläger tot op heden begroot op € 1.047,00 , te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

in conventie en reconventie

6.18.

veroordeelt Principle Group in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang vanaf de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

6.19.

verklaart de veroordelingen in deze zaak uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, rechter, bijgestaan door mr. N.M. Meijler, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2019.