Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8088

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-10-2019
Datum publicatie
30-10-2019
Zaaknummer
Parketnummer 13/751620-19
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

“Tussenuitspraak. De rechtbank heropent het onderzoek ten behoeve van het stellen van nadere vragen betreffende de Litouwse detentie-omstandigheden.

Zij wil weten in welke detentie-instelling de opgeëiste persoon na overlevering zal worden geplaatst. Indien dit Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony is, dan wil de rechtbank weten of, en zo ja, op welke wijze de OP kan worden beschermd tegen inter-prisoner violence, intimidation and exploitation als omschreven in het CPT rapport van 25 juni 2019. Voorts wil de rechtbank weten, nu de OP reeds na 2 weken van een remand prison naar een correction home zal worden overgeplaatst en onder verwijzing naar het arrest van het HvJ in de zaak ML van 25 juli 2018 (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), in welk correction home hij zal worden geplaatst. Indien dit Alytus Correction Home, Marijampolè Correction Home of Pravieniškès Correction Home is, dan wil de rechtbank ook van die instelling weten of en hoe de OP kan worden beschermd tegen inter-prisoner violence, intimidation ans exploitation als omschreven in genoemd CPT rapport.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2020/80
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751620-19

RK nummer: 19/4555

Datum uitspraak: 29 oktober 2019

TUSSENUITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 augustus 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 22 maart 2019 door de Vilnius Regional Court (Litouwen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1995,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [detentieadres] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 24 september 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal.
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. W.E.R. Geurts, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Litouwse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

De rechtbank heeft op 24 september 2019 het onderzoek ter zitting geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen na te gaan waar de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd en, indien dit zal zijn in Alytus Correction Home, Marijampole Correction Home of Pravieniškès Correction Home, hoe de omstandigheden van de opgeëiste persoon aldaar zijn.

De rechtbank heeft het onderzoek hervat op de openbare zitting van 15 oktober 2019.
Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie
mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.L. Rinsma, advocaat te Maastricht en door een tolk in de Litouwse taal.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een Judgement of the District Court of Vilnius City of 21 October 2016, waarbij de opgeëiste persoon is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf. Vervolgens is deze straf bij de ruling of the District Court of Vilnius City of
21 November 2017 omgezet in een onvoorwaardelijke straf.

In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis van 21 oktober 2016 heeft geleid.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog elf maanden en negenentwintig dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

5 Detentieomstandigheden

5.1

Inleiding

Op 24 september 2019 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting in de onderhavige zaak geschorst en het volgende meegedeeld:

“Na beraad deelt de oudste rechter als beslissing van de rechtbank mee dat het onderzoek wordt geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere informatie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. Hierbij is van belang dat in de eerdergenoemde tussenuitspraak van 20 augustus 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:6202) als volgt is geoordeeld:

De in het CPT-rapport beschreven buitengewone niveaus van geweld, intimidatie en uitbuiting leiden daarom tot de conclusie dat sprake is van een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie voor gedetineerden in de drie genoemde detentie-instellingen, te weten Alytus Correction Home, Marijampolė Correction Home en Pravieniškès Correction Home.

Hierbij is van belang dat wordt nagegaan waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, of dit één van de drie hiervoor genoemde instellingen betreft en zo ja, hoe de omstandigheden van de opgeëiste persoon aldaar zijn.”

In een brief van 20 september 2019 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit – voor zover voor de beoordeling van belang - het volgende meegedeeld:

[opgeëiste persoon] , after his surrender to the Republic of Lithuania until forwarding to a specific custodial institution for service of the penalty, would be kept in Kaunas Remand Prison or Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony.

(…)

[opgeëiste persoon] would be kept in a remand prison until he is convoyed to a correction institution within a period of two weeks; after this he would have to serve the penalty in the correction institution. The arrestees in remand prisons live in cells, but they spend only a part of the time there as, in accordance with a set schedule, they may go for a walk, make phone calls, participate in the measures of social rehabilitation and occupation.

(…)

A remand prison shall have 3.6 m2 of residential area per person. All convicted and arrested persons have continuous and uninterrupted access to water and sanitary. Sanitary equipment is included into the general space of a cell.

(…)

Presently the institutions of imprisonment in the Republic of Lithuania are not overcrowded and mostly arrestees and convicted persons have more residential area than is set out in the legal acts of the Republic of Lithuania.

(…)

De rechtbank is ambtshalve op de hoogte geraakt van aanvullende informatie betreffende Kaunas Remand Prison naar aanleiding van een ander Litouws overleveringsverzoek (parketnummer: 13/751434-19, ter publicatie aangeboden), afkomstig van the prison department under the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania, van september 2019. Voor zover van belang luidt die informatie als volgt:

(…) in the cells of Kaunas Remand Prison, the sanitary unit takes up to 1.5 sq.m. which is included in the net area of the cell. We would like to note, however, that usually the detainees are kept in cells installed for three or four persons, so the area per person decreases very little. Administration of Kaunas Remand Prison seeks to ensure that the number of detainees in a cell allows one person 3.6 sq.m. of living area (excluding the sanitary unit).

5.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de opgeëiste persoon heeft aangevoerd dat deze informatie slechts ziet op de eerste fase na overlevering. Hij acht nadere informatie betreffende de instelling waar de opgeëiste persoon na de genoemde twee weken zal worden geplaatst noodzakelijk.

5.3

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich geconformeerd aan dit standpunt. Uit de informatie blijkt namelijk niet waar de opgeëiste persoon na de eerste twee weken zal worden geplaatst. Om die reden heeft zij geopperd een garantie te vragen dat dit Kaunas zal zijn of nadere vragen te stellen.

5.4

Oordeel van de rechtbank

5.4.1

Plaatsing in Kaunas Remand Prison of in Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony

De rechtbank heeft op 20 augustus 2019 geoordeeld dat wegens de buitengewone niveaus van geweld, intimidatie en uitbuiting een reëel gevaar bestaat dat personen die in Litouwen worden gedetineerd in (onder andere) de detentie-instelling Pravieniškès Correction Home – maar niet in de detentie-instelling Kaunas Remand Prison –, onmenselijk of vernederend worden behandeld.

De Litouwse autoriteiten hebben meegedeeld dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Litouwen gedurende een periode van maximaal twee weken in Kaunas Remand Prison of Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony (dat, naar de rechtbank begrijpt, deel uitmaakt van Pravieniškès Correction Home) zal worden geplaatst.

Gelet op het reëel gevaar dat personen die worden gedetineerd in de detentie-instelling Pravieniškès Correction Home, onmenselijk of vernederend worden behandeld, moet de rechtbank, alvorens zij kan beslissen op het overleveringsverzoek, weten in welke van de twee penitentiaire inrichtingen de opgeëiste persoon na aankomst in Litouwen zal worden geplaatst.

Indien het antwoord luidt dat de opgeëiste persoon in Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony zal worden geplaatst, rust op de rechtbank de verplichting om te beoordelen of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon dit gevaar zal lopen vanwege de te verwachten omstandigheden van zijn detentie in Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony in Litouwen (Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ), 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198, Aranyosi en Căldăraru, punt 92).

Om die reden moet de rechtbank de uitvaardigende justitiële autoriteit in Litouwen om alle noodzakelijke aanvullende gegevens verzoeken met betrekking tot de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon naar verwachting in Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony zal worden gedetineerd.

Gelet hierop zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen voor het stellen van de volgende vragen:

  1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Litouwen worden geplaatst, in Kaunas Remand Prison of in Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony?

  2. Indien de opgeëiste persoon in Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony wordt geplaatst:
    a. zal de opgeëiste persoon in deze detentie-instelling concreet kunnen worden beschermd tegen inter-prisoner violence, intimidation and exploitation als omschreven in het rapport van het Comité voor de preventie van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT) van 25 juni 2019?
    b. zo ja, op welke wijze?

5.4.2

Plaatsing in a correction institution

Nadat de opgeëiste persoon maximaal twee weken in een Remand Prison heeft doorgebracht, wordt hij geplaatst in een correction institution teneinde daar de resterende vrijheidsstraf die aan

hem is opgelegd uit te zitten. Niet bekend is in welke detentie-instelling hij dan zal worden geplaatst, meer in het bijzonder of dit wellicht één van de instellingen betreft ten aanzien waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie voor gedetineerden in die detentie-instellingen, namelijk Alytus Correction Home, Marijampolė Correction Home en Pravieniškès Correction Home.

Met betrekking tot de omvang van het onderzoek naar de detentieomstandigheden in de uitvaardigende lidstaat heeft het HvJ in het arrest ML van 25 juli 2018 (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589) inzake de te onderzoeken penitentiaire inrichtingen onder meer het volgende geoordeeld:

“87 In het licht van het wederzijdse vertrouwen dat tussen de lidstaten moet bestaan, waarop het stelsel van het Europees aanhoudingsbevel berust, en gelet op met name de termijnen die de uitvoerende rechterlijke autoriteiten krachtens artikel 17 van het kaderbesluit zijn opgelegd voor de vaststelling van de definitieve beslissing tot uitvoering van een dergelijk bevel, zijn deze autoriteiten enkel verplicht de detentieomstandigheden te onderzoeken in de penitentiaire inrichtingen waar, volgens de informatie waarover zij beschikken, deze persoon volgens een concreet voornemen zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. In het licht van de grondrechten valt de vraag of de detentieomstandigheden die heersen in de andere penitentiaire inrichtingen waar die persoon in voorkomend geval later kan worden opgesloten conform zijn, overeenkomstig de rechtspraak die in punt 66 van dit arrest in herinnering is gebracht, uitsluitend onder de bevoegdheid van de gerechten van de uitvaardigende lidstaat.

88 Ook al is deze informatie niet door de uitvaardigende rechterlijke autoriteit verstrekt, staat in casu voor alle belanghebbenden die aan de onderhavige procedure hebben deelgenomen vast dat de betrokkene in geval van overlevering aan de Hongaarse autoriteiten aanvankelijk voor één tot drie weken in de penitentiaire inrichting in Boedapest zal worden gedetineerd alvorens te worden overgebracht naar de penitentiaire inrichting in Szombathely, maar dat niet kon worden uitgesloten dat hij later naar een andere inrichting wordt overgebracht.

89 In deze omstandigheden staat het aan de uitvoerende rechterlijke autoriteit om alleen de detentieomstandigheden van de betrokkene in deze twee instellingen te controleren.”

Toegepast op de onderhavige situatie is de rechtbank van oordeel dat kan en moet worden onderzocht in welke detentie-instelling de opgeëiste persoon aansluitend aan zijn verblijf van twee weken in een remand prison zal worden geplaatst. Voor een uitgebreider onderzoek is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op hetgeen het HvJ in het arrest ML heeft geoordeeld, geen ruimte.

Gelet hierop verzoekt de rechtbank de officier van justitie om tevens de volgende vraag aan de Litouwse justitiële autoriteit voor te leggen:

3. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon aansluitend aan zijn verblijf in een remand prison worden geplaatst?

4. Indien de opgeëiste persoon in Alytus Correction Home, Marijampolė Correction Home of Pravieniškès Correction Home wordt geplaatst:

a. zal de opgeëiste persoon in deze detentie-instellingen concreet kunnen worden beschermd tegen inter-prisoner violence, intimidation and exploitation als omschreven in het rapport van het CPT van 25 juni 2019?

b. zo ja, op welke wijze?

5.4.3

Termijnen als bedoeld in artikel 22 OLW

In verband met het heropenen van het onderzoek ter zitting overweegt de rechtbank ten aanzien van de termijnen ex artikel 22 OLW het volgende.

Op 29 oktober 2019 verstrijkt de beslistermijn van 90 dagen. Om die reden zal de rechtbank de beslistermijn voor onbepaalde tijd verlengen. De rechtbank zal niet tot schorsing van de overleveringsdetentie overgaan en verwijst in dat verband naar de beslissing van het Gerechtshof Amsterdam van 5 maart 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:729).

Naar het oordeel van de rechtbank is in deze zaak sprake van een zeer groot vluchtgevaar dat niet door het opleggen van passende maatregelen tot aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht.

De opgeëiste persoon heeft geen enkele binding met Nederland. Hij beschikt in Nederland niet over een vaste woon- of verblijfplaats en hij heeft hier geen werk.

6 Beslissing

HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 5.4.1 en 5.4.2 genoemde vragen aan de Litouwse uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.

BEVEELT de oproeping van een tolk in de Litouwse taal tegen het nader te bepalen tijdstip.

Aldus gedaan door

mr. Ch.A. van Dijk, voorzitter,

mrs. R. Godthelp en T. Trotman, rechters,

in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 29 oktober 2019.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.