Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:8026

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-10-2019
Datum publicatie
30-10-2019
Zaaknummer
13/751070-19
Rechtsgebieden
Internationaal strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Overleveringsverzoek Polen. De opgeëiste persoon is in Polen aangehouden. Zodoende is de grondslag aan de vordering van de OvJ ontvallen. OvJ daarom N-O.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751070-19

RK nummer: 19/2694

Datum uitspraak: 10 oktober 2019

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 mei 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 21 december 2018 door the District Court in Wrocław (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1985,

wonende op het adres: [adres] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 oktober 2019. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft en de gemachtigde raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. R.W. van Zanden, advocaat te Hoofddorp. De opgeëiste persoon is niet ter zitting verschenen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Via Sirene is bekend geworden dat de opgeëiste persoon in Polen is aangehouden. Op grond hiervan stelt de rechtbank met de officier van justitie en de raadsvrouw vast dat de opgeëiste persoon niet meer in Nederland verblijft. Daarmee is de grondslag aan de vordering van de officier van justitie ontvallen. De officier van justitie zal daarom in deze vordering

niet-ontvankelijk worden verklaard.

4 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.

Aldus gedaan door

mr. C.A. van Dijk, voorzitter,

mrs. N.M. van Waterschoot en V.V. Essenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 10 oktober 2019.

De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.