Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7981

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-10-2019
Datum publicatie
01-11-2019
Zaaknummer
C/13/669847 / KG ZA 19-792
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een grondeigenaar in de Wieringermeerpolder moet meewerken aan het ondertekenen van een notariële akte, waarin hij aan Vattenfall opstalrechten en erfdienstbaarheden verleent voor de aanleg van een windpark.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/669847 / KG ZA 19-792 AB/MV

Vonnis in kort geding van 28 oktober 2019

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VATTENFALL WIND DEVELOPMENT NETHERLANDS B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VATTENFALL WINDPARK WIERINGERMEER EXT B.V.,

beide gevestigd te Amsterdam,

eiseressen in conventie bij dagvaarding van 24 juli 2019,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. G.A. Smit te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. B.J.C. Pleiter te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Vattenfall Wind, Vattenfall Wieringermeer en [gedaagde] worden genoemd. Eiseressen zullen hierna ook gezamenlijk en in enkelvoud Vattenfall worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Op de mondelinge behandeling van dit kort geding van 20 augustus 2019 heeft Vattenfall gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagde] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen, en vervolgens een vordering in reconventie ingesteld, zoals hierna onder 4.1 weergegeven. Vattenfall heeft deze vordering bestreden.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. [gedaagde] heeft tevens een conclusie van antwoord in het geding gebracht.
Na verder debat is het kort geding pro forma aangehouden om partijen de gelegenheid te geven in onderling overleg tot een oplossing te komen. Dat is niet gelukt, waarna de mondelinge behandeling is voortgezet op 22 oktober 2019.
Vattenfall heeft een akte houdende wijziging van eis ingediend, waarvan een kopie aan dit vonnis wordt gehecht. [gedaagde] heeft zijn eis in reconventie gewijzigd, zoals hierna onder 4.1 weergegeven. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

1.2.

Bij de mondelinge behandeling van 20 augustus 2019 waren aanwezig:

aan de zijde van Vattenfall [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] met
mr. Smit;

[gedaagde] was aanwezig met mr. Pleiter.
Bij de mondelinge behandeling van 22 oktober 2019 waren aanwezig:

aan de zijde van Vattenfall [naam 2] en [naam 3] met mr. Smit;

[gedaagde] was aanwezig met mr. Pleiter.

2 De feiten

2.1.

Vattenfall Wind en Vattenfall Wieringermeer zijn onderdeel van het Zweedse Vattenfall concern, en wel van het onderdeel dat zich bezighoudt met de ontwikkeling en exploitatie van duurzame energie.

2.2.

Sinds 2009 zijn er plannen voor een groot windpark in de Wieringermeerpolder. Na het doorlopen van de noodzakelijke vergunnings-procedures is in 2016 groen licht verkregen voor een park van 99 windturbines, waarvan er 82 worden aangelegd door Vattenfall. Vanaf 2010 heeft Vattenfall, toen nog Nuon, met grondeigenaren overeenkomsten gesloten tot verlening van opstalrechten en vestiging van erfdienstbaarheden ten behoeve van de plaatsing van de windturbines.

2.3.

Op 5 juli 2011 heeft (toen nog) Nuon Wind Development B.V., inmiddels Vattenfall Wind, met [gedaagde] , die eigenaar is van een perceel grond in de Wieringermeerpolder, een ‘Overeenkomst inzake vestiging zakelijk recht van opstal en erfdienstbaarheden’ gesloten. In die overeenkomst heeft [gedaagde] zich verplicht om tegen een jaarlijkse vergoeding mee te werken aan de vestiging van een opstalrecht tot onder meer het plaatsen, exploiteren en vervangen van een windturbine op zijn terrein en aan de vestiging van erfdienstbaarheden tot onder meer het hebben, houden en overzwaaien van rotorbladen boven zijn terrein, tot een recht van weg ten behoeve van realisatie, onderhoud, herstel, vervanging en verwijdering van een windturbine, alsmede tot het mogen inspecteren, herstellen, vervangen en verwijderen van de bijbehorende leidingen, kabels, wegen en andere noodzakelijke voorzieningen. Een en ander zal volgens de overeenkomst op een door Vattenfall te bepalen tijdstip worden vastgelegd in een notariële akte. [gedaagde] verleent medewerking aan Vattenfall om die notariële akte op te (laten) stellen, te ondertekenen en te passeren. Daartoe zal hem eerst een concept-akte worden voorgelegd (zie artikel 3 lid 1 van de overeenkomst). Ten slotte heeft Vattenfall zich het recht voorbehouden om alle rechten en verplichtingen die uit de overeenkomst voortvloeien over te dragen of te cederen aan een derde, en heeft [gedaagde] toegezegd zijn instemming daarmee niet zonder zwaarwegende redenen te zullen onthouden (zie artikel 16 lid 1 van de overeenkomst).

2.4.

Vattenfall Wind wil haar rechten en verplichtingen uit de overeenkomst overdragen aan Vattenfall Wieringermeer, de vennootschap binnen het concern waar alle opstalrechten en erfdienstbaarheden met betrekking tot het Windpark Wieringermeer zullen worden gevestigd. Als productie 11 heeft Vattenfall een Akte Contractsoverneming in het geding gebracht. Op 11 juli 2019 is deze akte ondertekend door Vattenfall Wind en Vattenfall Wieringermeer. [gedaagde] heeft deze akte tot op heden niet ondertekend. Als productie 12 heeft Vattenfall een aansprakelijkheidsverklaring als bedoeld in artikel 2:403 BW in het geding gebracht. Hierin verklaart Vattenfall N.V. zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor door Vattenfall Wieringermeer aangegane verplichtingen.

2.5.

Vanaf november 2017 hebben partijen en hun verschillende adviseurs uitgebreid overleg gevoerd over de notariële akte waarin het opstalrecht en de erfdienstbaarheden moeten worden gevestigd. Op 7 juni 2018 heeft Vattenfall [gedaagde] een eerste algemeen concept van deze akte gestuurd. In dit concept zijn nadien op verzoek van [gedaagde] verschillende wijzigingen aangebracht. Omdat partijen desalniettemin niet tot overeenstemming konden komen, heeft Vattenfall [gedaagde] op 21 juni 2019 een schikkingsvoorstel gedaan, waarin hem een financiële vergoeding is aangeboden. [gedaagde] heeft dit voorstel niet geaccepteerd. Op 11 juli 2019 heeft Vattenfall [gedaagde] een conceptakte toegezonden (concept 20190708) die in de visie van Vattenfall op dat moment gepasseerd kon worden. Toen [gedaagde] ook hiermee niet akkoord ging, heeft Vattenfall op 24 juli 2019 dit kort geding aanhangig gemaakt.

2.6.

De laatste namens Vattenfall opgestelde conceptakte heeft zij als productie 19 in het geding gebracht. Dit concept (20190917) dateert van 17 september 2019. In dit concept is onder meer hetgeen is besproken tijdens de eerste mondelinge behandeling in dit kort geding door Vattenfall verwerkt.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Vattenfall vordert – kort gezegd – en na wijziging van eis het volgende:
I. [gedaagde] op straffe van dwangsommen te gebieden binnen 24 uur na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan de overname door Vattenfall Wieringermeer van alle rechten en verplichtingen van Vattenfall Wind voortvloeiende uit de overeenkomst van 20 mei 2011, door het ondertekenen van de akte van contractoverneming van 11 juli 2019, zoals door Vattenfall overgelegd als productie 11,al dan niet nadat daarin door de voorzieningenrechter de wijzigingen zijn aangebracht die hij geraden acht;
II. [gedaagde] op straffe van dwangsommen te gebieden binnen 24 uur na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan het passeren van de notariële akte voor het verlenen van het opstalrecht en het vestigen van erfdienstbaarheden conform de conceptversie zoals door Vattenfall overgelegd als productie 19, al dan niet nadat daarin door de voorzieningenrechter de wijzigingen zijn aangebracht die hij geraden acht;
III. [gedaagde] op straffe van dwangsommen te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan Vattenfall en aan door Vattenfall aangewezen derden onbeperkt en ongehinderd toegang te verlenen tot zijn perceel ten behoeve van de uitvoering van de werkzaamheden in het kader van de realisatie van Windpark Wieringermeer;
IV. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Vattenfall stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat [gedaagde] nimmer zwaarwegende redenen heeft aangevoerd tegen Vattenfall Wieringermeer. Hij moet dus meewerken aan contractoverneming. Om [gedaagde] tegemoet te komen is op zijn verzoek de zogenoemde 403-verklaring (zie 2.4) opgesteld en is door Vattenfall Wind een borgstelling aangeboden. Ook nadien bleef [gedaagde] zijn instemming weigeren.

De notariële akte die Vattenfall in concept heeft voorgelegd geeft op correcte wijze invulling aan de afspraken die zijn neergelegd in de overeenkomst uit 2011. Ook aan het passeren van die akte dient [gedaagde] dus zijn medewerking te verlenen. Van belang is dat in de overeenkomst uit 2011 is opgenomen dat Vattenfall de akte opstelt, niet [gedaagde] . Overigens is aan alle redelijke bezwaren van [gedaagde] tegemoetgekomen. Hij en zijn wisselende adviseurs komen echter telkens met iets nieuws. De bezwaren die in de zeer uitgebreide conclusie van antwoord van [gedaagde] zijn opgenomen kunnen allemaal door Vattenfall worden weerlegd. Op de tweede zitting in dit kort geding komt [gedaagde] wederom met een waslijst aan discussiepunten, terwijl het nota bene een maand lang stil is geweest. [gedaagde] zoekt spijkers op laag water.
Vattenfall heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen. Met de andere grondeigenaren is al lang en breed overeenstemming bereikt. Door de vertraging die [gedaagde] veroorzaakt heeft Vattenfall tot dit moment al een schade van ongeveer € 800.000,- geleden. Daarnaast loopt Vattenfall het risico dat bij vertraging subsidies van de overheid worden ingetrokken.

3.3.

[gedaagde] heeft – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat vordering I niet toewijsbaar is. Hij heeft destijds zaken gedaan met Vattenfall Wind, een solide partij die vanaf 1993 zes grote windparken exploiteert. Vattenfall Wieringermeer is een kleine vennootschap, waarvan [gedaagde] de solvabiliteit niet kan beoordelen. Er is daarom sprake van zwaarwegende redenen waarom [gedaagde] niet met contractoverneming hoeft in te stemmen. De 403-verklaring maakt dit niet anders; die verklaring kan elk moment worden ingetrokken. Een groot bezwaar van [gedaagde] tegen vordering I is dat nog steeds geen sprake is van een “opruimgarantie” bij het einde van het opstalrecht en de erfdienstbaarheden.
Aan het passeren van de door Vattenfall opgestelde notariële akte (vordering II) hoeft [gedaagde] evenmin mee te werken omdat hierin meer zaken zijn opgenomen dan afgesproken in de overeenkomst van 2011. Hiervoor wordt verwezen naar de door [gedaagde] in het geding gebrachte conclusie van antwoord. Ook meent [gedaagde] dat Vattenfall na vier mislukte concepten haar rechten heeft verspeeld om de akte door haar notaris te laten opstellen. Om die reden heeft [gedaagde] de door hem ingeschakelde notaris mr. H.J. de Jong op 17 oktober 2019 een conceptakte laten opstellen (productie 8 van [gedaagde] ). In dit concept zijn 23 punten opgenomen die afwijken van het concept van Vattenfall (zie de pagina’s 6 tot en met 11 van de pleitnota van mr. Pleiter ten behoeve van de zitting van 22 oktober 2019). Het is nu aan Vattenfall om te laten weten wat zij van het concept van notaris De Jong vindt.
Ook de vordering tot het verlenen van toegang is niet toewijsbaar. Dit is immers niet aan de orde zolang het opstalrecht en de erfdienstbaarheden niet zijn gevestigd. Vattenfall draait ten onrechte de volgorde om.
Tot slot bestrijdt [gedaagde] het spoedeisend belang van Vattenfall.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde] heeft in reconventie twee vorderingen ingesteld. De eerste vordering (afgifte van de onder a. tot en met d. genoemde stukken) heeft hij ter zitting van 22 oktober 2019 ingetrokken. De tweede vordering luidt na wijziging ter zitting van 22 oktober 2019 kort gezegd als volgt: te bepalen dat de nakoming van de verplichtingen van [gedaagde] uit de overeenkomst van 20 mei 2011 wordt geschorst, zolang Vattenfall niet de zwaarwegende bezwaren tegen contractovername heeft weggenomen en de notariële akte voor het verlenen van het opstalrecht en het vestigen van erfdienstbaarheden is verleden.
Tevens vordert hij Vattenfall Wind op straffe van dwangsommen te veroordelen tot het passeren van een notariële akte voor het verlenen van het opstalrecht en het vestigen van erfdienstbaarheden conform het concept van notaris De Jong van 17 oktober 2019 (productie 8 van [gedaagde] ).Tot slot vordert hij Vattenfall te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

Vattenfall heeft verweer gevoerd.

4.3.

Voor de stellingen van partijen wordt verwezen naar 3.2 en 3.3 van dit vonnis.

5 De beoordeling

In conventie

Vordering II

5.1.

Vanaf november 2017 zijn Vattenfall en [gedaagde] in gesprek geweest en hebben zij per e-mail gecorrespondeerd over de uitwerking en de uitvoering van de overeenkomst. Op een gegeven moment heeft [gedaagde] notaris mr. F.R. Wardenaar ingeschakeld, die bij e-mail van 8 augustus 2019 uitgebreid commentaar heeft geleverd op versie 20190708 van de door de notaris van Vattenfall opgestelde conceptakte. Dat commentaar is opgenomen in de 26 pagina’s tellende conclusie van antwoord die [gedaagde] voorafgaand aan de eerste zitting heeft overgelegd.

5.2.

Bij de mondelinge behandeling op 20 augustus 2019 is afgesproken dat de notarissen van partijen in overleg met partijen een nieuwe versie van de conceptakte zouden opstellen. Uitgangspunt daarbij was onder meer dat turbine NB03, die op het terrein van [gedaagde] komt, onderdeel is van en in verbinding moet staan met andere turbines van het windpark Wieringermeer. Verder zouden alle kabels en wegen komen te liggen zoals ingetekend op de twee tekeningen bij conceptversie 20190708. Ten slotte is Vattenfall ter zitting akkoord gegaan met de door [gedaagde] gestelde voorwaarden dat de wegen bij het einde van het opstalrecht/de erfdienstbaarheden geheel verwijderd worden en dat het stuk weg tussen NB03 en NB04 uitsluitend gebruikt mag worden voor noodzakelijk incidenteel zwaar verkeer, reden waarom Vattenfall zoveel mogelijk gebruik moet maken van de weg die vanaf de openbare weg naar NB04 loopt.

5.3.

De notarissen hebben op 13 september 2019 overlegd. Op verzoek van notaris Wardenaar gebeurde dat op basis van de conceptakte versie 20190708, die hij naar eigen zeggen in een urenlange sessie met [gedaagde] had doorgenomen. Op 16 september 2019 heeft de notaris van Vattenfall naar aanleiding van deze bespreking een aangepast concept aan notaris Wardenaar gestuurd, waarin aanvullingen en wijzigingen met geel waren aangegeven. Bij e-mail van dezelfde dag heeft notaris Wardenaar bij dat aangepaste concept een beperkt aantal (6) opmerkingen gemaakt. Bij e-mail van 17 september 2019 heeft de notaris van Vattenfall een laatste conceptakte aan notaris Wardenaar gestuurd met een aantal in geel gemarkeerde aanvullingen naar aanleiding van de opmerkingen bij het eerdere concept en met bijvoeging van een tekening met daarop turbines NB02, NB03 en NB04.

Volgens die e-mail zou de borgstelling buiten de akte worden gehouden. Gevraagd om een reactie heeft notaris Wardenaar bij e-mail van 19 september 2019 bericht dat hij daarover nog in overleg was met [gedaagde] .

5.4.

Ondanks herhaald verzoek van de kant van Vattenfall is van [gedaagde] , zijn notaris of zijn advocaat geen inhoudelijke reactie gekomen op het laatste concept.

Eerst op 17 oktober 2019 stuurde de advocaat van [gedaagde] een geheel nieuw concept van een notariële akte, opgesteld door een door [gedaagde] ingeschakelde notaris (mr. De Jong), die nog niet eerder bij de zaak was betrokken en welk concept nog niet was goedgekeurd door [gedaagde] zelf. Een dag voor de voortzetting van de mondelinge behandeling van dit kort geding ontving de voorzieningenrechter een exemplaar van het laatste concept van de notaris van Vattenfall (concept 20190917) met in de kantlijnen tientallen opmerkingen van [gedaagde] . In zijn pleitnota voor de zitting van 22 oktober 2019 levert de advocaat van [gedaagde] pagina’s lang commentaar op de conceptakte van Vattenfall en betoogt hij dat het concept van [gedaagde] in alle opzichten beter is.

5.5.

Volgens de overeenkomst van 5 juli 2011 is het Vattenfall die de notariële akte laat opstellen en [gedaagde] die daaraan zijn medewerking verleent en daartoe een conceptakte voorgelegd krijgt. Alleen om die reden al kan Vattenfall niet worden verplicht akkoord te gaan met een door [gedaagde] aangeleverd concept. Zoals hiervoor weergegeven, is de praktijk ook steeds geweest dat de notaris van Vattenfall een conceptakte opstelde en (de adviseur van) [gedaagde] daarop commentaar leverde. Bij de eerste zitting is partijen voorgehouden dat een trechtermodel moest worden gehanteerd, waarbij het aantal geschilpunten zoveel mogelijk zou worden teruggebracht. Dat leek aanvankelijk ook te gebeuren. Notaris Wardenaar die over een eerder concept een urenlange sessie met [gedaagde] had en naar aanleiding daarvan zijn commentaar van 8 augustus 2019 schreef, had op 16 september 2019 immers nog maar een paar punten over. Vervolgens bleef het inhoudelijk een maand stil en kwam er vlak voor de vervolgzitting een eigen concept plus een waslijst van opmerkingen bij het laatste concept van de kant van Vattenfall. Dat is niet alleen een omgekeerde trechter, maar ook in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid die partijen bij de uitwerking van hun eerdere overeenkomst tegenover elkaar in acht moeten nemen. In het kader van dit kort geding, waarvan de behandeling twee maal is aangehouden voor overleg zoals bedoeld onder 5.2., levert deze opstelling bovendien misbruik van procesrecht op.

5.6.

Aan de aanvankelijke bezwaren van [gedaagde] is vrijwel geheel door Vattenfall tegemoet gekomen. Voor de exacte ligging van de kabels en leidingen biedt Vattenfall twee alternatieven, waaruit hij ook nu nog kan kiezen, uiteraard zonder die te amenderen. Over sommige details kunnen partijen ook buiten de akte nog overeenstemming zien te bereiken. [gedaagde] wil een akte waarin alles tot in detail is geregeld, zodat andere partijen daarmee over 25 jaar ook nog uit de voeten kunnen, maar de bezwaren die hij nu nog weer opwerpt zijn niet realistisch meer en zorgen voor onaanvaardbare vertraging. Vattenfall heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door moet met de aanleg van het windpark en dat verdere vertraging haar veel geld gaat kosten. [gedaagde] zal nu dan ook worden veroordeeld om zijn medewerking te verlenen aan het passeren van de conceptakte van 17 september 2019.


Vordering I

5.7.

Met de 403-verklaring en het aanbod tot borgstelling door Vattenfall Wind is voldoende voorzien in de mogelijke risico’s van de contractoverneming. Ook vordering I zal dus worden toegewezen.

Vordering III

5.8.

Ook deze vordering is toewijsbaar, met dien verstande dat [gedaagde] pas toegang tot zijn perceel hoeft te verlenen nadat de notariële akte is gepasseerd.

5.9.

De gevorderde dwangsommen zullen worden beperkt als volgt. De termijn waarbinnen [gedaagde] aan de veroordelingen moet voldoen, zal worden gesteld op drie werkdagen, te rekenen vanaf de betekening van dit vonnis.

5.10.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten en in de nakosten worden veroordeeld. Omdat in dit kort geding twee keer een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden wordt het salaris advocaat niet op het gebruikelijke tarief van € 980,- begroot maar op € 1.470,- De kosten aan de zijde van Vattenfall worden dan begroot op:

- dagvaarding € 83,52

- griffierecht 639,00

- salaris advocaat 1.470,00

Totaal € 2.192,52

In reconventie

5.11.

Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat de vorderingen in reconventie niet toewijsbaar zijn.

5.12.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vattenfall worden begroot op:

- salaris advocaat € 490,- (factor 0,5 × tarief € 980,-)

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1.

gebiedt [gedaagde] om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan de overname door Vattenfall Wieringermeer van alle rechten en verplichtingen van Vattenfall Wind voortvloeiende uit de overeenkomst van 20 mei 2011, door het ondertekenen van de akte van contractoverneming van 11 juli 2019, zoals door Vattenfall overgelegd als productie 11, een en ander op straffe van een dwangsom van € 2.000,- per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] dit gebod niet opvolgt, met een maximum van € 100.000,-,

6.2.

gebiedt [gedaagde] om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan het passeren van de notariële akte voor het verlenen van het opstalrecht en het vestigen van erfdienstbaarheden conform de conceptversie zoals door Vattenfall overgelegd als productie 19, een en ander op straffe van een dwangsom van € 2.000,- per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] dit gebod niet opvolgt , met een maximum van
€ 100.000,-,

6.3.

gebiedt [gedaagde] om vanaf het moment van passeren van de onder 6.2 van dit vonnis genoemde notariële akte aan Vattenfall en aan door Vattenfall aangewezen derden onbeperkt en ongehinderd toegang te verlenen tot zijn perceel ten behoeve van de uitvoering van de werkzaamheden in het kader van de realisatie van Windpark Wieringermeer, een en ander op straffe van een dwangsom van
€ 2.000,- per keer dat [gedaagde] dit gebod niet opvolgt, met een maximum van
€ 100.000,-,

6.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Vattenfall tot op heden begroot op € 2.192,52, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

6.5.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

6.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

6.8.

weigert de gevraagde voorzieningen,

6.9.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Vattenfall tot op heden begroot op € 490,-,

6.10.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2019.1

1 type: MV coll: JT