Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7980

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-10-2019
Datum publicatie
30-10-2019
Zaaknummer
13/669061-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

vrijspraak art 247 Sr. De rechtbank kan niet vaststellen of verdachte enige seksuele bedoeling had bij zijn gedraging en acht daarmee niet bewezen dat de zoen van verdachte ontuchtig van aard was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2020/30
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/669061-19

Datum uitspraak: 11 oktober 2019

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1978,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het [detentieplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. de Graaf, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. van den Berg, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 1 juli 2019 te Amsterdam , met [slachtoffer], geboren op 20 januari 2018, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (over de kleding) met de hand vastgrijpen en/of strelen van het kruis van voornoemde [slachtoffer] en/of het met de tong binnendringen in de mond van die [slachtoffer] en/of het op en/of rond de mond zoenen en/of likken van die [slachtoffer].

3 Vrijspraak

Verdachte ontkent stellig dat hij [slachtoffer], destijds een jongetje van 17 maanden oud, heeft aangeraakt of gezoend. In het informatief gesprek heeft aangeefster, de moeder van [slachtoffer], verklaard dat verdachte met één hand in het kruis van haar zoon tastte. In haar aangifte heeft zij verklaard dat verdachte met zijn hand in de richting van het kruis van haar zoon ging. In een latere verklaring heeft zij verklaard dat verdachte haar zoon met zijn rechterhand aanraakte en dat ze niet weet wat verdachte met zijn hand deed. In haar eerste contacten met de politie heeft zij verklaard dat verdachte met zijn tong naar binnen ging in de mond van haar zoon. In haar latere verklaring heeft zij verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte met zijn mond naar de zijkant van de mond van haar zoon ging en dat ze zag dat haar zoon zijn tong uitstak. Ze kon zich op dat moment aanvankelijk niet meer herinneren of ze de tong van verdachte had gezien. Even later verklaarde ze dat ze had gezien dat de tong van de man een stukje uit zijn mond stak. Getuige [naam] heeft verklaard dat zij zag dat de man de wangen van het kindje vastpakte en hem een kus gaf. Zij heeft verklaard niet te hebben gezien dat de man een tongzoen zou hebben gegeven.

Ondanks de stellige ontkenning van verdachte stelt de rechtbank op basis van de verklaring van de moeder van het slachtoffer en de verklaring van getuige [naam] vast dat verdachte het slachtoffer op of rond de mond heeft gezoend. Op basis van het dossier kan echter niet meer dan dat worden vastgesteld.

De rechtbank stelt voorop dat het zoenen van een onbekend kind op of rond de mond zonder toestemming van de ouder zonder meer is strijd met de in Nederland geldende sociaal ethische normen. Voor de beoordeling van de vraag of verdachte heeft gehandeld in strijd met artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht, dat wil zeggen of er ook sprake is geweest van een ontuchtige handeling, dient vervolgens te worden beoordeeld of de gedraging van verdachte ook van seksuele aard was.

De rechtbank kan niet vaststellen of verdachte enige seksuele bedoeling had bij zijn gedraging en acht daarmee niet bewezen dat de zoen van verdachte ontuchtig van aard was.

Dit brengt mee dat - hoezeer het handelen van verdachte ook ongepast is geweest - verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

4 Ten aanzien van de benadeelde partij

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet is toegepast.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [naam 2] namens [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.H. Marcus, voorzitter,

mrs. F. Dekkers en P.P.C.M. Waarts, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M.G. Thijssen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2019.

De jongste rechter is buiten staat mede te ondertekenen.