Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7935

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-10-2019
Datum publicatie
25-10-2019
Zaaknummer
C/13/673507 / KG ZA 19-1053 AB/EB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eisers vorderen rectificatie van artikelen in papieren krant en op website. Toewijzing van vorderingen zou een beperking vormen van vrijheid van meningsuiting, zo’n beperking moet bij wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn. Van een beperking bij wet voorzien is sprake als publicaties onrechtmatig zijn jegens eisers. Om uit te maken of dat het geval is, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Voorzieningenrechter stelt vast dat journalisten gedegen werk hebben verricht, zich voldoende hebben vergewist van betrouwbaarheid van hun bronnen. De gebruikte bronnen zijn geen anonieme bronnen in de zin dat ze oncontroleerbaar zijn. Maar zelfs als ze dat wel zouden zijn, zijn ze volgens de voorzieningenrechter niet zonder betekenis. Een journalist mag gebruik maken van anonieme bronnen, mits geloofwaardigheid van door de bron afgelegde verklaring zorgvuldig is onderzocht. Van eiser had diepgaand onderzoek mogen worden verwacht naar de beschuldigingen aan het adres van met name genoemde, eiser bekende personen die voor hem werken. Voorzieningenrechter oordeelt dat beschuldiging dat toelating met smeergeld kan worden gekocht voorshands voldoende steun vindt in ten tijde van publicatie beschikbaar feitenmateriaal. De inhoud van twee artikelen is strikt genomen niet onjuist, maar daarin wordt wel een bepaalde suggestie gewekt. Met de later gepubliceerde aanvulling wordt voldoende tegemoet gekomen aan bezwaar tegen eerdere publicaties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-1248
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer:

Vonnis in kort geding van 23 oktober 2019

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LACUS SCHIPHOL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers bij dagvaarding van 14 oktober 2019,

advocaten mr. H.A.J.M. van Kaam en mr. R. Klöters te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NRC MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde 2],

domicilie hebbend te [plaats] ,

3. [gedaagde 3],

domicilie hebbend te [plaats] ,

4. [gedaagde 4],

domicilie hebbend te [plaats] ,

gedaagden,

advocaten mr. C. Wildeman en mr. L. Oranje te Amsterdam.

Eisers zullen hierna SchipholTaxi en [eiser 2] worden genoemd. Gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid als NRC en afzonderlijk als NRC Media, [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 3] .

1 De procedure

Op de mondelinge behandeling van 18 oktober 2019 hebben SchipholTaxi en [eiser 2] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en akte vermeerdering van eis. NRC heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. Na verder debat hebben zij vonnis gevraagd.

Bij de mondelinge behandeling was [eiser 2] aanwezig, voor zich en als bestuurder van SchipholTaxi, bijgestaan door mrs. Van Kaam en Klöters.
Aan de zijde van NRC waren aanwezig [gedaagde 3] , [gedaagde 3] en [naam plv hoofdredacteur] (plaatsvervangend hoofdredacteur), bijgestaan door mrs. Wildeman en Oranje.

2 De feiten

2.1.

[eiser 2] is sinds 2007 directeur/aandeelhouder van SchipholTaxi. SchipholTaxi mag op grond van een in 2014 verleende concessie taxivervoer verrichten vanaf de luchthaven. Vanaf februari 2010 tot half 2016, toen hij op eigen verzoek werd ontslagen, werkte [eiser 2] daarnaast als (hoofd)agent bij de Amsterdamse politie.

2.2.

NRC Media is uitgever van het dagblad NRC Handelsblad, [gedaagde 2] is de hoofdredacteur van die krant; [gedaagde 3] en [gedaagde 3] zijn onderzoeksjournalist.

2.3.

Op 4 oktober 2019 is op de website nrc.nl een door [gedaagde 3] en [gedaagde 3] geschreven artikel verschenen, getiteld “Taxirijden op Schiphol, in ruil voor een envelop vol cash”. Dit artikel is ook in de papieren zaterdageditie van NRC van 5 oktober 2019 verschenen, onder de kop “Taxirijden op Schiphol? Dat is dan 5.000 euro, in een envelop”. Voorin in die editie staat een samenvatting van de hand van [gedaagde 3] en [gedaagde 3] , met als kop “Amsterdamse hoofdagent betrokken bij contante betalingen taxivervoer Schiphol”. Een interview met [gedaagde 3] over inhoud en strekking van de artikelen is te beluisteren in een op 7 oktober 2019 gepubliceerde podcast van NRC Vandaag.

2.4.

In de artikelen wordt SchipholTaxi ervan beschuldigd een corrupt systeem te hebben opgezet rond het taxivervoer op Schiphol. Het bedrijf zou via ‘stromannen’ of ‘voormannen’ taxichauffeurs jarenlang duizenden euro’s hebben laten betalen om te mogen rijden vanaf de luchthaven. Daarbij heeft [eiser 2] , die in de artikelen met zijn voor- en achternaam wordt genoemd, twee petten op gehad, die van directeur van SchipholTaxi en die van hoofdagent op een Amsterdams politiebureau, wat volgens de reglementen van de politie niet zou mogen.

2.5.

Op 17 oktober 2019 heeft NRC op haar website een aanvulling op de eerdere artikelen gepubliceerd, waarin is ingegaan op sindsdien aan het licht gekomen informatie over de combinatie hoofdagent/bestuurder van SchipholTaxi.

2.6.

[gedaagde 3] en [gedaagde 3] hebben voorafgaand aan de publicaties in de NRC contact gezocht met [eiser 2] . Omdat hij de voorkeur gaf aan contact per

e-mail, hebben zij hem een groot aantal vragen voorgelegd, die hij vrijwel allemaal heeft beantwoord. Zijn reactie van 1 oktober 2019 begint met de volgende passage:

“Uit uw vragen maak ik op dat u een verhaal over de taxiwereld wilt publiceren op basis van verhalen die u heeft vernomen. Het lijkt mij goed u er op te wijzen dat er in de taxiwereld helaas met enige regelmaat wilde verhalen rondgaan, meestal afkomstig van enkele chauffeurs, die weinig met de werkelijkheid van doen hebben. Het zou jammer zijn als u zich, als serieuze krant, zou laten gebruiken door een klein aantal chauffeurs die er op uit zijn met onjuiste verhalen onze organisatie, en ook mijn persoon, te schaden. Gezien de vragen heb ik de sterke indruk dat ik weet om welke chauffeurs dit gaat. Dit betreft over het algemeen chauffeurs die bij onze organisatie zijn uitgesloten of geschorst of om een andere reden ontevreden of rancuneus zijn. Zij hebben deze verhalen namelijk al eerder verspreid onder andere chauffeurs.

Ik verzoek u daarom nadrukkelijk uw journalistieke werk zorgvuldig te verrichten.”

Een dag later heeft [eiser 2] in een e-mail aan [gedaagde 3] en [gedaagde 3] de namen genoemd van een aantal personen die vergelijkbare beschuldigingen al eerder hebben geuit. Het gaat om de gebroeders [naam gebroeders] , [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] . [eiser 2] zegt in deze e-mail te vermoeden dat de journalisten met deze personen en eventuele medestanders hebben gesproken.

2.7.

Op de vragen van [gedaagde 3] en [gedaagde 3] heeft [eiser 2] ontkend dat zijn bedrijf zwarte betalingen heeft gevraagd of aangenomen. Op de vraag of hij toestemming had van de politie om naast zijn werk als politieagent in zijn eigen politieregio achtereenvolgens taxichauffeur, directeur van een taxibedrijf en eigenaar van een taxibedrijf te zijn, heeft hij als volgt geantwoord:

“Mijn functie als directeur en eigenaar was bekend en daar was ook toestemming voor. Ik ben overigens nooit taxichauffeur en politieman tegelijkertijd geweest.”

2.8.

Eind 2016 zijn in De Telegraaf en het Haarlems Dagblad artikelen verschenen waarin stond dat chauffeurs steekpenningen ter hoogte van € 5.000,00 dan wel € 10.000,00 hebben betaald aan twee voormannen van SchipholTaxi om vanaf Schiphol te mogen rijden, en dat [eiser 2] dit geld in zijn eigen zak stopte.

Naar aanleiding van deze artikelen heeft [eiser 2] al zijn chauffeurs destijds per e-mail gevraagd of zij te maken hadden gehad met ongegronde betalingen of bedreigen/intimideren. De antwoorden heeft hij door een onderzoeksbureau laten verwerken en samenvatten. Bijna driekwart van de 144 chauffeurs heeft gereageerd. Niemand maakte melding van bedreigen/intimideren. Drie chauffeurs hadden een bedrag betaald zonder daarvoor een factuur te ontvangen, niet aan SchipholTaxi maar aan een collega chauffeur.

2.9.

NRC heeft vijf processen-verbaal van 15 oktober 2019 overgelegd, waarin een deurwaarder te Amsterdam constateert wat een samen met [gedaagde 3] voor die deurwaarder verschenen en door hem geïdentificeerde persoon tegenover hem heeft verklaard en welke documenten die persoon aan de deurwaarder heeft getoond.

2.10.

In een brief van de teamchef van politie aan [eiser 2] van 9 oktober 2015 staat onder meer het volgende:

“(…) Je hebt aangegeven de volgende nevenwerkzaamheden uit te (willen) voeren welke mogelijk de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met je functievervulling, kunnen raken:

Als bestuur/directie van een BV in de vervoersbranche bezig houden met beleid, personeel, financiële, marketing en kwaliteit binnen de organisatie.

Hierbij deel ik mee dat je toestemming krijgt om deze nevenwerkzaamheden aan te vangen, waarbij de volgende beperking/voorwaarden geldt.

De aanleiding voor de toekenning is gelegen in het feit dat vanwege toetsing van de aard van deze nevenwerkzaamheden op verenigbaarheid met het (executieve) politiewerk. Dat loopt thans nog. (…)”

2.11.

Op 8 maart 2016 heeft de Amsterdamse politie aan [eiser 2] verteld dat zijn nevenfunctie niet verenigbaar was met zijn werk als politieambtenaar. Voor de keuze gesteld zijn nevenfunctie op te geven of ontslag te nemen, heeft [eiser 2] ontslag genomen. Bij brief van 29 maart 2016 is hem daarop eervol ontslag verleend, waarbij hem een terugkeergarantie werd gegeven.

2.12.

Op 2 oktober 2019, voorafgaand aan de eerste publicatie, is politiewoordvoerder [naam woordvoerder] akkoord gegaan met het volgende, hem door [gedaagde 3] voorgelegde, citaat:

‘Een woordvoerder: “Het heeft veel te lang geduurd voor bij de politie bekend was dat meneer [eiser 2] deze nevenfuncties had. En toen het eenmaal bekend was, heeft het veel te lang geduurd voor er is ingegrepen.”’

2.13.

Op 8 oktober 2019 heeft [gedaagde 3] [naam woordvoerder] opnieuw benaderd met de vraag of [eiser 2] inderdaad iedere twee jaar toestemming heeft gevraagd en gekregen voor zijn nevenfunctie in de taxibranche, zoals in de dagvaarding staat. [naam woordvoerder] heeft daarop op 9 oktober 2019 als volgt geantwoord:

“Om deze vraag te beantwoorden zou ik het personeelsdossier van hem moeten inzien. Daar krijg ik op basis van de huidige regelgeving geen toestemming voor. Het enige dat ik hier over kan melden is wat ik je eerder meldde: in welke functie ook (directeur of chauffeur) is een nevenfunctie in de taxibranche onverenigbaar.”

2.14.

[naam medewerker] (politiemedewerker) heeft in een e-mail aan [eiser 2] van

16 oktober 2019 het volgende geschreven:

“Hoi [eiser 2] , in januari 2010 ben je aan de 4 jarige politieopleiding N4 (hoofdagent) begonnen. In het begin was [naam teamleider] jouw teamleider. Na ongeveer een half jaar heb ik jou overgenomen van [naam teamleider] . Kortom ik ben ongeveer 3,5 jaar als teamleider jou leidinggevende geweest tijdens de politieopleiding.

Je hebt indertijd je nevenfunctie mbt schipholtaxi bij mij gemeld. Ik heb je daar toestemming voor gegeven. Ik weet dat je al toestemming had toen ik je over nam.

Conclusie: Tijdens je gehele opleidingstijd heb je toestemming gehad voor je nevenfunctie mbt schipholtaxi.”

2.15.

In een e-mail van 17 oktober 2019 heeft politiewoordvoerder [naam woordvoerder] aan [gedaagde 3] laten weten dat hij heeft kunnen reconstrueren dat het onderzoek, genoemd in de brief van de teamchef (zie 2.10.), ertoe heeft geleid dat [eiser 2] op een gegeven moment uit de actieve dienst (publieksfunctie) is gehaald en een tijd bij PP&A (onderdeel Staf) heeft gewerkt, dat de Eenheid uiteindelijk heeft besloten dat sprake was van onverenigbaarheid en dat dit in een persoonlijk gesprek op 8 maart 2016 en in een brief van 29 maart 2016 aan [eiser 2] is meegedeeld.

In een latere e-mail van diezelfde dag heeft [naam woordvoerder] daaraan toegevoegd dat hij beide begeleiders ( [naam medewerker] en [naam teamleider] ) inmiddels heeft gesproken en dat zij ervan waren uitgegaan dat de nevenfunctie van [eiser 2] uitsluitend op administratieve werkzaamheden zag, en zeggen niet te hebben geweten dat hij directeur was van SchipholTaxi en TCS. De woordvoerder heeft verder laten weten dat voor zover de politie nu heeft kunnen nagaan, deze toestemmingen nergens formeel zijn vastgelegd.

3 Het geschil

3.1.

SchipholTaxi en [eiser 2] vorderen na vermeerdering van eis, kort gezegd:

  1. NRC te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie zowel online als in de papieren krant en die ook te linken aan de twitteraccounts van de journalisten;

  2. NRC te gebieden de artikelen en de podcast te verwijderen van internet, meer in het bijzonder van de website www.nrc.nl;

  3. NRC te gebieden Google te sommeren de resultaten van de zoektermen “ [eiser 2] ”, “ [eiser 2] ” en “SchipholTaxi” in zoverre te verwijderen dat de artikelen en de podcast niet meer geheel of gedeeltelijk verschijnen, met bewijs aan de advocaten van Schipholtaxi en [eiser 2] ;

  4. NRC te verbieden op basis van het nu beschikbare feitenmateriaal de beschuldiging te herhalen dat Bouakili in strijd met de regels tegelijkertijd hoofdagent van politie en directeur van een taxibedrijf is geweest;

  5. NRC te verbieden op basis van het nu beschikbare feitenmateriaal de beschuldiging te herhalen van het heimelijk afdwingen en incasseren van zwarte, contante betalingen van taxichauffeurs;

  6. al het voorgaande op straffe van verbeurte van dwangsommen;

  7. andere passende en doeltreffende voorzieningen te treffen; en

  8. NRC te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

NRC voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Toewijzing van de vorderingen zou een beperking vormen van de vrijheid van meningsuiting. Zo’n beperking moet bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM).

4.2.

Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake als de publicaties onrechtmatig zijn jegens SchipholTaxi en [eiser 2] . Om uit te maken of dat het geval is moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Het belang van SchipholTaxi en [eiser 2] is dat zij niet door de publicaties worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van NRC is dat zij zich in het openbaar kritisch, waarschuwend, informerend en opiniërend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Welke van deze belangen de doorslag moet geven hangt af van alle omstandigheden van het geval.

4.3.

Als achter het naar buiten toe keurig geregelde taxivervoer op Schiphol praktijken zouden schuilgaan, waarbij kwetsbare chauffeurs grote bedragen aan steekpenningen moeten betalen om concessierijder te kunnen worden, dan is dat een maatschappelijke misstand. De beschuldiging dat dit het geval is vormt tegelijk een ernstige aantasting van de goede naam van [eiser 2] en van de reputatie van zijn bedrijf. Van journalisten die zo’n zware beschuldiging publiceren mag worden verwacht – in de woorden van het EHRM en het Amsterdamse Hof – dat zij te goeder trouw en op basis van accuraat feitenmateriaal aan betrouwbare en nauwkeurige verslaggeving doen. NRC hoeft de juistheid van de publicaties niet te bewijzen, maar zal wel moeten aantonen dat die voldoende steun vinden in het feitenmateriaal dat ten tijde van de publicaties voorhanden was.

4.4.

Probleem daarbij is dat dit soort beschuldigingen zich lastig laat verifiëren, omdat het juist de bedoeling is de transacties buiten de boeken te houden en deze dus gewoonlijk geen sporen nalaten. Verder zijn chauffeurs die voor SchipholTaxi rijden voor hun broodwinning afhankelijk van die onderneming en kan het publiekelijk uiten van beschuldigingen als deze grote consequenties voor hen hebben. Vandaar dat NRC alleen verklaringen heeft kunnen krijgen op basis van anonimiteit.

4.5.

De journalisten hebben toegelicht dat zij gedurende vijf maanden hebben gesproken met 63 mensen die bekend zijn in de taxiwereld, van wie ruim 30 chauffeurs. Om te voorkomen dat zij het verhaal zouden optekenen van één of enkele groepjes chauffeurs die elkaar goed kennen, hebben de journalisten actief gezocht naar andere bronnen die het verhaal konden ondersteunen, hebben zij meerdere malen taxi’s vanaf Schiphol genomen en dagdelen rondgehangen op de luchthaven, waar zij zelf chauffeurs hebben aangesproken. Zij hebben erop gelet dat ze mensen met verschillende migratie-achtergronden spraken.

4.6.

Volgens de journalisten hebben zeven van de chauffeurs met wie ze hebben gesproken, verklaard dat ze zonder factuur sommen geld hebben betaald aan [naam 5] en [naam 6] , personen die als chauffeur werken voor [eiser 2] , om te mogen rijden voor SchipholTaxi. Vier van deze zeven hebben ook een verklaring afgelegd bij de deurwaarder. Voor de andere drie was dat op zo korte termijn niet mogelijk. Deze drie horen volgens de journalisten niet tot de groep door [eiser 2] in zijn e-mail van 2 oktober 2019 genoemde rancuneuze of ontevreden ex-chauffeurs (zie 2.6.). Weer drie andere chauffeurs met wie ze hebben gesproken, hadden wel zo’n aanbod gekregen, maar zijn daar niet op ingegaan. De journalisten stellen dat vrijwel alle andere chauffeurs hun hebben verteld over vrienden, familieleden of naaste collega’s die zeiden contante bedragen te hebben betaald in ruil voor een plek bij SchipholTaxi, en hoe dat ging. Volgens de journalisten kwamen details zoals locaties, bedragen, plaatsen en namen van tussenpersonen telkens overeen en vinden de verklaringen steun in aan hen verstrekte memo’s, e-mails, nota’s, notulen, bankafschriften, planningen, facturen, contracten en geluidsopnames van gesprekken bij SchipholTaxi. Die stukken hebben zij niet overgelegd om hun bronnen zoveel mogelijk te beschermen.

4.7.

Er is geen reden om aan deze werkwijze of de juistheid van deze toelichting te twijfelen. Gezien de omvang van het onderzoek, de wijze waarop de bronnen zijn geselecteerd en de toetsing van de verschillende verklaringen aan elkaar en aan ander feitenmateriaal dat ter beschikking van de journalisten was gesteld, hebben ze gedegen werk verricht en zich voldoende vergewist van de betrouwbaarheid van hun bronnen.

4.8.

Bij de deurwaarder hebben zich op 15 oktober 2019 vijf personen gemeld met wie de journalisten al eerder hadden gesproken. De deurwaarder heeft aan de hand van door deze personen overgelegde documenten zoals taxipassen, identificatiebewijzen en contracten, hun identiteit vastgesteld, geconstateerd dat hun achternaam niet één van de namen is van de door [eiser 2] in zijn e-mail van 2 oktober 2019 genoemde rancuneuze of ontevreden ontevreden chauffeurs (2.6) en daar ook niet sterk op lijkt, vastgesteld dat deze personen hebben gewerkt voor SchipholTaxi, en vastgesteld dat deze personen hebben verklaard als bron te hebben gediend voor de door NRC gepubliceerde artikelen. Vier van de vijf bij de deurwaarder verschenen personen hebben verklaard aan stromannen [naam stromannen] ( [naam 5] ) of [naam 6] € 5.000,00 te hebben betaald om voor SchipholTaxi te mogen rijden op Schiphol. De vijfde zegt zelf niet te hebben betaald voor een plek bij Schipholtaxi, maar heeft wel eenzelfde systeem beschreven, waarbij chauffeurs € 5.000,00 moeten betalen om voor SchipholTaxi te mogen rijden.

4.9.

De identiteit van de personen die bij de deurwaarder hebben verklaard, is bij NRC en de deurwaarder bekend en zij zijn dan ook geen anonieme bronnen in de zin dat ze oncontroleerbaar zijn. Maar zelfs als ze dat wel zouden zijn, zijn ze niet zonder betekenis. Een journalist mag gebruik maken van anonieme bronnen. Wel moet die journalist dan zorgvuldig onderzoek doen naar de geloofwaardigheid van de door die bronnen afgelegde verklaringen. Dat is hier, zoals gezegd, voldoende gebeurd.

4.10.

[eiser 2] heeft erop gewezen dat geen van de chauffeurs heeft verklaard rechtstreeks aan hem te hebben betaald. Dat is waar, maar ze hebben het niet over betalingen aan willekeurige derden, maar aan twee met name genoemde personen, [naam 5] en [naam 6] , die voor hem werken en hem wel bekend zijn. Daarnaar gevraagd verklaarde hij op de zitting dat deze twee de beschuldigingen ontkennen. Dat is een lauwe reactie voor een directeur die zelf van niets weet en wordt geconfronteerd met concrete beschuldigingen tegen zijn bedrijf en twee met name genoemde daar werkzame personen. Hier had van hem een diepgaand onderzoek mogen worden verwacht. Verder staat tegenover betaling van smeergelden een tegenprestatie. Uitgaande van de verklaringen van de chauffeurs, kan die tegenprestatie niet anders zijn geweest dan toelating tot SchipholTaxi. Gesteld noch gebleken is dat [naam 5] of [naam 6] op dit punt enige zeggenschap heeft. [eiser 2] heeft dat als bestuurder van SchipholTaxi wel.

4.11.

Naast de chauffeurs die bij de deurwaarder hebben verklaard en de drie die zo gauw niet naar de deurwaarder konden, maar wel tegenover de journalisten hebben verklaard, staan de door [eiser 2] met naam genoemde zes chauffeurs, die al veel eerder vergelijkbare beschuldigingen aan zijn adres hebben geuit. SchipholTaxi en [eiser 2] gaan ervan uit dat deze chauffeurs handelen uit rancune, omdat ze ofwel geschorst zijn geweest, of de laan uit zijn gestuurd, of [eiser 2] zijn succes niet gunnen. Hun verklaringen komen echter overeen met wat de andere chauffeurs nu tegenover NRC hebben verklaard en het komt niet waarschijnlijk voor dat al deze chauffeurs uit rancune liegen, waarbij sommigen zich zelfs de moeite getroosten om dat bij een deurwaarder nog eens over te doen.

4.12.

In totaal zijn er dus veertien chauffeurs die hebben verklaard dat toelating tot SchipholTaxi kan worden gekocht met smeergeld. Daarmee vindt deze beschuldiging voorshands voldoende steun in het ten tijde van de publicatie beschikbare feitenmateriaal. Van lichtvaardige verdenkingen is geen sprake.

4.13.

Daar komt bij dat [eiser 2] kan worden aangemerkt als een min of meer publieke figuur, omdat hij leiding geeft aan een grote en bekende taxionderneming in de omgeving van Amsterdam. De Amsterdamse taxibranche staat sinds jaar en dag regelmatig in de belangstelling vanwege misstanden die zich daar voordoen. [eiser 2] moet zich daardoor meer kritiek laten welgevallen dan privé personen.

4.14.

In het op 5 oktober 2019 gepubliceerde artikel staat de volgende passage:

“ [eiser 2] was hoofdagent in Amsterdam én had honderden taxi’s van TCS en SchipholTaxi rondrijden. Hij moest daarom, volgens bronnen, medio 2016 ontslag nemen. Een politieman mag geen nevenfuncties in de taxiwereld hebben. “Het heeft veel te lang geduurd voor bij de politie bekend was dat meneer [eiser 2] deze nevenfuncties had. En toen het eenmaal bekend was, heeft het veel te lang geduurd voor er is ingegrepen”, erkent een voordvoerder van de Amsterdamse politie.”

In het artikel “Taxirijden op Schiphol? Dat is dan 5.000 euro, in een envelop” staat de volgende passage:

“Hij ging óók bij de Amsterdamse politie werken, vanaf februari 2010. Een agent mag geen nevenfunctie hebben in de taxiwereld, [eiser 2] houdt de combinatie zes jaar vol. Hij schopt het tot hoofagent op bureau [locatie] én laat in dezelfde stad zijn taxi’s rijden onder de naam ‘TCS’”

4.15.

Uitgaande van de feiten zoals die hiervoor onder 2.10. tot en met 2.14. zijn opgenomen – die deels van vóór de publicaties zijn en deels daarna bekend zijn geworden – is de inhoud van beide artikelen strikt genomen niet onjuist. Wel wordt daarin de suggestie gewekt dat [eiser 2] wist dat zijn nevenfunctie niet verenigbaar was met zijn functie als politieagent en dat hij dus iets fout deed.
In werkelijkheid heeft hij zijn nevenfunctie gemeld en lijkt het hier vooral te zijn gegaan om voortschrijdend inzicht bij de Amsterdamse politie, die zich de mogelijke consequenties van de combinatie hoofdagent/directeur taxibedrijf jarenlang niet helemaal lijkt te hebben gerealiseerd. Pas in maart 2016 is [eiser 2] te verstaan gegeven dat beide functies niet met elkaar verenigbaar waren. Hij heeft er toen voor gekozen om ontslag te nemen bij de politie, waarna hem eervol ontslag is verleend.

4.16

Dat neemt niet weg dat [eiser 2] ook zelf had kunnen begrijpen dat beide functies niet verenigbaar zijn. Zoals NRC terecht heeft opgemerkt, komt het immers regelmatig voor dat de politie handhavend moet optreden tegen taxichauffeurs.

Niet aannemelijk is dat de vermelding dat [eiser 2] hoofdagent is geweest, louter is bedoeld om hem te beschadigen. Die vermelding is functioneel in het verhaal, omdat de drempel voor chauffeurs van SchipholTaxi om misstanden te melden hoger zal liggen als de bestuurder van de onderneming waarvoor zij werken ook hoofdagent van politie is. Met de aanvulling op het artikel, die NRC op 17 oktober 2019 op de website heeft geplaatst, wordt voldoende tegemoet gekomen aan het bezwaar tegen de eerdere publicaties over dit punt. Die aanvulling is in lijn met de laatste mededelingen van de Amsterdamse politie hierover. Wat de teamleiders van [eiser 2] nu precies wel en niet wisten toen zij toestemming gaven, kan in dit kort geding niet worden vastgesteld. Een verdergaande rectificatie zou zo genuanceerd moeten worden dat die bij de lezers alleen maar verwarring zou wekken.

4.17.

De slotsom is dat de gevraagde voorzieningen worden geweigerd. SchipholTaxi en [eiser 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van NRC worden begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

Ook zullen SchipholTaxi en [eiser 2] in de nakosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt SchipholTaxi en [eiser 2] in de proceskosten, aan de zijde van NRC tot op heden begroot op € 1.619,00,

5.3.

veroordeelt SchipholTaxi en [eiser 2] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,- voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 82,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt,

5.4.

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2019.1

1 type: eB coll: MV