Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7912

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-10-2019
Datum publicatie
28-10-2019
Zaaknummer
13/014527-18 + 13/003883-16 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Diefstal met braak van kleding bij een sportwinkel in Amsterdam door het forceren van het rolluik. Taakstraf van 120 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummers: 13/014527-18 en 13/003883-16 (tul)

Datum uitspraak: 18 oktober 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] .

1 Onderzoek op de zitting

Dit verkort vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 oktober 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M. van der Linden.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort samengevat - ten laste gelegd dat hij schuldig heeft gemaakt aan:

medeplegen van diefstal met braak van kleding bij sportwinkel [winkel].

De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit bewezen. Zij voert daartoe het volgende aan.

Getuige ziet dat er wordt ingebroken in een sportzaak en neemt waar dat vier mannen op twee scooters daarna wegrijden. Er volgt een achtervolging tussen de politie en de scooters. Twee mannen worden aangehouden. Op het geforceerde rolluik, waardoor de mannen naar binnen zijn gegaan, wordt bloed aangetroffen. Dat blijkt van verdachte afkomstig te zijn. Verdachte ontkent betrokken te zijn. Op grond van de jurisprudentie volgt dat een matchend DNA-profiel niet zonder meer betekent dat verdachte betrokken moet zijn geweest bij het strafbare feit. Dat hangt onder meer af van de aard van het bloedspoor, het object waarop het spoor is aangetroffen en de uitleg van verdachte over het spoor. In dit geval wordt het bloedspoor op niet-verplaatsbaar object aangetroffen, te weten een rolluik met een gat erin. Door dat gat is het de mannen gelukt om binnen te komen in de bewuste winkel, gelet op het spoor van spullen buiten de winkel. Verdachte geeft geen verklaring over hoe het bloed daar is gekomen.

3.2.

Oordeel van de rechtbank

In de nacht van 4 augustus 2017 zag getuige [getuige] vanuit haar slaapkamerraam dat vier mannen in zwarte kleding tegen het rolluik van sportzaak [winkel] aan het schoppen waren. Er ontstond een gat in het rolluik. De mannen haalden uit dat gat kleding, verpakt in plastic zakken, uit de sportzaak naar buiten. Verbalisanten kwam na de melding ter plekke en zagen twee scooters, met op elke scooter twee personen, wegrijden vanuit de [straatnaam 1] . De verbalisanten achtervolgden de scooters. Een van de scooters wist te ontsnappen aan de verbalisanten. De andere scooter werd achtergelaten aangetroffen. Even later werden medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangehouden. Op de buitenzijde van het rolluik van de sportwinkel werden bloedsporen aangetroffen. Uit onderzoek bleken deze bloedsporen te matchen met het DNA-profiel van verdachte. Verdachte werd buiten heterdaad aangehouden. Hij ontkende betrokken te zijn geweest bij de inbraak maar kon niet verklaren waarom zijn bloed op het rolluik van sportzaak [winkel] zat. De eigenaar van sportzaak [winkel] heeft aangifte gedaan. Naast het geforceerde rolluik was het raam dat er achter zat ook gebroken. Er waren diverse kasten en rekken met kleding leeggehaald.

De rechtbank constateert dat op grond van de NFI-rapportage moet worden vastgesteld dat de verdachte een bloedspoor heeft achtergelaten op het rolluik dat bij de inbraak is beschadigd om de sportwinkel binnen te komen. Het bloedspoor is daarmee op een niet-verplaatsbaar object aangetroffen. De kans dat het DNA-spoor (AAJY6901NL), niet van de verdachte is, is verwaarloosbaar klein. Desgevraagd heeft de verdachte voor de aanwezigheid van deze sporen geen ander, aannemelijk, alternatief scenario gegeven.

De rechtbank concludeert dat verdachte samen met anderen kleding heeft gestolen bij sportwinkel [winkel] door het rolluik te forceren en een raam te breken teneinde de winkel in te komen waardoor zij kleding uit de winkel konden wegnemen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

op 4 augustus 2017 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een sportwinkel (gevestigd in een pand aan de [straatnaam 2] ) heeft weggenomen een hoeveelheid kleding, toebehorende aan [getuige] en sportwinkel [winkel] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen kleding onder hun bereik hebben gebracht door een rolluik van die sportwinkel te forceren en vervolgens een ruit van die sportwinkel in te slaan en door middel van inklimming via een raam van die sportwinkel.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte feit heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf voor de duur van 120 uur wordt opgelegd.

8.2.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak. Hierbij heeft hij samen met anderen ’s nachts ingebroken in een sportwinkel, waarbij zij zich de toegang hebben verschaft door het rolluik te forceren en een raam te breken. Ze hebben hierbij de winkel leeggehaald. Verdachte heeft met zijn handelen getoond geen respect te hebben voor andermans eigendom. Feiten als onderhavige leiden tot schade en onrust in de maatschappij en veroorzaken daarnaast overlast en hinder voor winkeliers.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 5 september 2019, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor gewelds- of vermogensdelicten.

De reclassering adviseert in het rapport van 23 augustus 2018 dat verdachte gebaat zou zijn bij begeleiding door volwassenenreclassering, omdat de pedagogische benadering niet langer zou aansluiten bij verdachte. Wel adviseert het adolescentenstrafrecht toe te passen vanwege zijn beperkte handelingsvaardigheden en continuering van de schoolgang van verdachte. De rechtbank ziet echter onvoldoende aanknopingspunten in het gedateerde reclasseringsrapport om het adolescentenstrafrecht van toepassing te verklaren.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Het oriëntatiepunt voor een inbraak in een bedrijfspand is een taakstraf van 120 uur. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie en zal dan ook aan verdachte een taakstraf van 120 uur opleggen.

9 Vordering tenuitvoerlegging 13/003883-16

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 13/003883-16 dient te worden afgewezen omdat de proeftijd reeds was verlopen om het moment dat het strafbare feit was begaan, waardoor de vordering niet aangebracht had mogen worden. De rechtbank is het daarmee eens.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 47 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4. is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 120 (honderdtwintig) uur, bij niet verrichten te vervangen door 60 (zestig) dagen vervangende hechtenis.

Wijst af de vordering TUL met parketnummer 13/003883-16

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,

mrs. R.A. Overbosch en M. van Mourik, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Onnink, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank van 18 oktober 2019.

[(...)]