Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7844

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-10-2019
Datum publicatie
05-11-2019
Zaaknummer
EA 19-407
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

voorlopig getuigenverhoor afgewezen, niet gebleken dat verweerster, in dienst of als zzp-er, jegens verzoekster persoonlijk aansprakelijk kan worden gehouden wegens gedane uitlatingen namens werkgever/opdrachtgever, zwaarwichtig bezwaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1196
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7808309 EA VERZ 19-407

beschikking van: 4 oktober 2019

func.: 364

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

de vennootschap onder firma
[verzoekster]

gevestigd te [vestigingsplaats]

verzoekster

nader te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. J.S. de Gram

t e g e n

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

verweerster

nader te noemen: [verweerster]

gemachtigde: mr. P. Janovitz

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 3 juni 2019 heeft [verzoekster] een verzoek, met producties, ingediend tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. [verweerster] heeft op 28 augustus 2019 een verweerschrift met producties ingediend.

Het verzoek is mondeling behandeld op 2 september 2019. Voor [verzoekster] is verschenen [naam 1] , vergezeld van de gemachtigde. Namens [verweerster] is haar gemachtigde verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd, [verzoekster] aan de hand van een pleitnota, en vragen van de kantonrechter beantwoord. [verzoekster] heeft daarbij haar eventueel in te stellen vordering in een bodemprocedure beperkt tot € 25.000,- en afstand gedaan van het meerdere.

Vervolgens is de zaak twee weken aangehouden om een schikking te beproeven. Bij faxbericht van 14 september 2019 heeft [verzoekster] meegedeeld dat een schikking niet was bereikt en verzocht beschikking te wijzen. Verder heeft [verzoekster] een nadere toelichting op het verzoek gegeven, haar verzoekschrift voorwaardelijk aangevuld en een herziene versie van het verzoekschrift ingediend. [verweerster] heeft daarop gereageerd.

Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING


Uitgangspunten

1. Uitgegaan wordt van het volgende:

1.1.

[verzoekster] importeert en distribueert de zogeheten [verzoekster] -bes op (met name) de Nederlandse en Belgische markt.

1.2.

Op 19 mei 2017 heeft [naam 2] van lunchcafé [naam café 1] aan [verzoekster] een e-mail van 15 mei 2017 doorgestuurd, die hij had ontvangen van [naam 3] . In die e-mail schreef [naam 3] vanaf het e-mailadres [e-mailadres 1] :
Ik zal mezelf even voorstellen, ik ben [naam 3] (..), werkzaam bij [naam bedrijf] . Een health focused bedrijf, dat o.a. Frozen Acai importeert. (..) We zijn de enige in Europa die deze anti-oxidantrijke bes zonder water kunnen invriezen, waardoor je de kwaliteit veel beter kan controleren (..)
Daarnaast garanderen we je de beste prijs voor de beste kwaliteit (..)
wellicht kunnen we een keertje afspreken, zodat ik je alles kan toelichten (..)
[naam 3]
Territory Manager Benelux – [naam bedrijf] (..)

1.3.

Op 29 januari 2018 kreeg [verzoekster] van [naam café 2] te [plaats]

e-mails doorgestuurd die op 22, 23 en 24 januari 2018 waren gewisseld tussen [verweerster] en [naam café 2] . [verweerster] schreef op 23 januari 2018 vanaf het e-mailadres [e-mailadres 2] onder meer:
gebaseerd op deze aantallen wil ik je heel graag dezelfde prijs als je huidige leverancier bieden! Je hebt dan veel betere kwaliteit voor dezelfde prijs! Enkel [naam bedrijf] levert verse, niet gereconstrueerde acai, direct verpakt bij de oorsprong. (..) wij beschikken over de beste kwaliteit, smaak en kleur van de acai. (..)
[verweerster]
Sales manager – EU Office (..)
[url]

1.4.

[verzoekster] heeft [naam 3] en [verweerster] bij brief van 18 februari 2018 gesommeerd de volgens haar oneerlijke concurrentie te staken en over te gaan tot rectificatie van hun uitlatingen jegens (toekomstige) klanten van [verzoekster] . Daarnaast hield [verzoekster] [naam 3] en [verweerster] aansprakelijk voor geleden en nog te lijden schade.

1.5.

Bij e-mail van 5 maart 2018 heeft [verweerster] in reactie op de brief aan [verzoekster] laten weten:
(..) Ik heb mij nooit negatief uitgelaten over concurrenten van [naam bedrijf] (..). Ik gebruik enkel informatie welke aan mij verschaft is door [naam bedrijf] en ga er vanuit dat deze juist is. Als dit volgens jullie niet correct is kunnen jullie [naam bedrijf] direct benaderen. (..) Ik ben namelijk in dienst van [naam bedrijf] dus ik verwijs jullie graag door naar onze CEO (..).

1.6.

[verzoekster] heeft met [naam 3] op 7 augustus 2018 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin onder meer is opgenomen dat [naam 3] als zzp-er/freelancer voor één van de concurrenten van [verzoekster] actief is (geweest) op de Nederlandse markt ten aanzien van de Açai-bes.

Verzoek en verweer

2. [verzoekster] verzoekt om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten. [verzoekster] stelt daartoe dat zij het voornemen heeft in een bodemprocedure een verklaring voor recht te vorderen dat de door [verweerster] over [verzoekster] gedane uitlatingen onrechtmatig zijn. Daarnaast zal [verzoekster] vorderen dergelijke uitlatingen te staken en gestaakt te houden, met rectificatie van de reeds gedane uitlatingen. Een en ander is afhankelijk van hetgeen uit de getuigenverklaringen naar voren komt en hoe de uitlatingen van [verweerster] kunnen worden gekwalificeerd. [verzoekster] wil haar vordering baseren op oneerlijke handelspraktijken, misleidende of ongeoorloofde vergelijkende reclame dan wel onrechtmatige daad. Door het horen van [naam 3] en [verweerster] als getuigen wenst [verzoekster] meer duidelijkheid te verkrijgen, onder meer of een procedure tegen [verweerster] kans van slagen heeft.

3. [verweerster] voert verweer, waaronder het verweer dat de kantonrechter niet bevoegd is van de zaak kennis te nemen, aangezien het belang van de zaak het maximum van € 25.000,- overstijgt.

4. Op de stellingen van partijen zal bij de beoordeling voor zover van belang nader worden ingegaan.

Beoordeling

5. Naar aanleiding van het onbevoegdheidsverweer heeft [verzoekster] haar verzoek ter zitting aangevuld, in die zin dat zij in een eventuele bodemprocedure haar vordering beperkt tot maximaal € 25.000,00 en afstand doet van het meerdere. De kantonrechter is dan ook bevoegd van de zaak kennis te nemen.

6. Om te beoordelen of het onderhavige verzoek voorts voor toewijzing in aanmerking komt, moet worden bezien of de in het verzoekschrift gestelde feiten die [verzoekster] wil bewijzen, betwist zijn en of deze feiten tot de beslissing van de zaak kunnen leiden (artikel 166 Rv). In dat geval bestaat recht op een getuigenverhoor, tenzij met het verzoek misbruik van bevoegdheid wordt gemaakt, het verzoek in strijd is met een goede procesorde of een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar bestaat of als diegene die het verzoek heeft gedaan daarbij geen belang heeft als bedoeld in artikel 3:303 BW.

7. [verweerster] voert aan dat niet zij maar Amazonas Living SL in Spanje (verder: Amazonas) de wederpartij zou moeten zijn in onderhavige procedure. Uit de onder 1.3 aangehaalde e-mail van 23 januari 2018 en uit de door [verweerster] overgelegde kopie van de arbeidsovereenkomst volgt dat zij in 2018 in dienst was bij Amazonas. [verweerster] heeft [verzoekster] al eerder laten weten dat zij Amazonas voor eventuele schade moet aanspreken, maar toch is [verweerster] als verweerster in de procedure betrokken. Het verzoek moet daarom worden afgewezen. Verder voert [verweerster] aan dat zij nimmer verkeerde informatie heeft verstrekt aan potentiële klanten, dat een bodemprocedure alleen al daarom kansloos is en dat [verzoekster] bovendien niets te vrezen heeft, omdat [verweerster] niet meer werkzaam is voor een bedrijf dat Açai-bessen verkoopt.

8. Het voornemen van [verzoekster] om tegen [verweerster] een bodemprocedure te starten is (tot nog toe) gebaseerd op haar e-mail van 23 januari 2018 aan [naam café 2] . Op grond van deze e-mail kan echter niet worden geconcludeerd dat [verweerster] is aan te spreken voor eventuele schade als gevolg van door haar gedane uitlatingen. Noch uit de tekst van de e-mail noch uit de ondertekening ervan blijkt immers dat [verweerster] deze uitlatingen op eigen titel heeft gedaan. Uit het weergegeven logo van Amazonas en het e-mailadres waarvan het bericht is gestuurd, blijkt dat [verweerster] in opdracht en voor rekening van Amazonas handelde. Voorts heeft [verweerster] in haar reactie op de aantijgingen van [verzoekster] ook (meteen al) verwezen naar Amazonas. Hiertegen over heeft [verzoekster] geen feiten en/of omstandigheden aangedragen waaruit volgt dat [verweerster] wel op eigen titel handelde. Evenmin is gesteld of gebleken dat [verweerster] andere uitlatingen over [verzoekster] heeft gedaan dan in de betreffende e-mail.

9. Voor uitlatingen die [verweerster] heeft gedaan namens Amazonas kan zij niet zonder meer zelf worden aangesproken voor eventueel als gevolg daarvan geleden schade. Dat geldt ook als [verweerster] , zoals [verzoekster] betoogt, als zzp-er voor Amazonas werkte. In beide gevallen werkte zij namens Amazonas en valt dus niet in te zien dat zij persoonlijk voor gedane uitlatingen aansprakelijk is jegens [verzoekster] . Dat deze verzoekschriftprocedure desondanks is gericht tegen [verweerster] is dan ook een zodanig zwaarwichtig bezwaar dat het verzoek wordt afgewezen. Dat Amazonas wellicht moeilijk is op te roepen als verweerder, nu zij in Spanje is gevestigd, maakt het voorgaande niet anders en kan op zichzelf in ieder geval geen reden zijn om in plaats daarvan [verweerster] in persoon als verweerster op te roepen.

10. Herstel en aanvulling van het verzoekschrift, waarbij Amazonas alsnog als wederpartij wordt opgevoerd, zijn gedaan nadat de zaak mondeling is behandeld en nadat reeds beschikking was bepaald. Zo het al mogelijk is om een verweerder in een procedure toe te voegen, is dat thans niet (meer) aan de orde.

11. Conclusie van het voorgaande is dat het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor tegen [verweerster] wordt afgewezen.

12. [verzoekster] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, gevallen aan de zijde van [verweerster] .

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten, gevallen aan de zijde van [verweerster] , tot op heden begroot op € 480,- aan salaris gemachtigde;

veroordeelt [verzoekster] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op
€ 60,- aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van de beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [verzoekster] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving is betekend;

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en op 4 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.