Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7813

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-10-2019
Datum publicatie
25-10-2019
Zaaknummer
C/13/672668 / KG ZA 19-998
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

N-Ice Holding hoeft nu nog niet tot ontmanteling en afvoer van de Icelab over te gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/672668 / KG ZA 19-998 MDvH/MV

Vonnis in kort geding van 21 oktober 2019

in de zaak van

[Mr. L.E. van Leeuwen ] Q.Q. ,

in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van N-Ice Amsterdam B.V.,

kantoorhoudende te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 24 september 2019,

advocaat mr. N.S. Reerink te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

N-ICE HOLDING B.V.,

gevestigd te Oud Ade,

gedaagde,

verschenen bij haar indirect bestuurder [bestuurder] ,

gemachtigde mr. C.L. Brandt.

Partijen zullen hierna de curator en N-Ice Holding worden genoemd.

1 De procedure

Op de mondelinge behandeling van dit kort geding van 7 oktober 2019 heeft de curator gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

N-Ice Holding heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening.

De curator heeft producties in het geding gebracht. N-Ice Holding heeft een pleitnota in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:

de curator met mr. Reerink en [bestuurder] met mr. Brandt.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2 De feiten

2.1.

Op 16 november 2016 is N-Ice Amsterdam B.V. (hierna N-Ice Amsterdam) opgericht. N-Ice Holding is statutair bestuurder en enig aandeelhouder van N-Ice Amsterdam. Pad Puck B.V. is bestuurder van N-Ice Holding. [bestuurder] is bestuurder en enig aandeelhouder van Pad Puck B.V.

2.2.

Sinds 11 januari 2017 huurt N-Ice Amsterdam de bedrijfsruimte aan de A.J. Ernststraat 587 te Amsterdam van [verhuurder] (hierna [verhuurder] ). De thans geldende huurprijs bedraagt ongeveer € 8.800,- per maand.

2.3.

N-Ice Amsterdam exploiteerde in het gehuurde een zogenoemd Icelab.

2.4.

Op 30 januari 2017 hebben N-Ice Holding en N-Ice Amsterdam, beide vertegenwoordigd door [bestuurder] , een overeenkomst gesloten. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:
OVERWEGENDE

-dat N-Ice Holding B.V. in eigendom heeft een ‘Icelab’, 3 kamer systeem;
-dat N-Ice Amsterdam B.V. voor haar bedrijfsactiviteiten de beschikking wenst te verkrijgen over een ‘Icelab’;
-dat N-Ice Holding B.V. de ‘Icelab’ in gebruik wenst te geven aan N-Ice Amsterdam B.V.;

(…)
2.5. Bijlage 1 bij de onder 2.4 genoemde overeenkomst betreft een Leaseovereenkomst die eveneens is gesloten tussen N-Ice Holding en N-Ice Amsterdam, beide vertegenwoordigd door [bestuurder] . In de Leaseovereenkomst, waarin N-Ice Holding is aangeduid als lessor en N-Ice Amsterdam als lessee, is onder meer het volgende opgenomen:

Artikel 1
1. De lessor geeft in gebruik aan de lessee, gelijk de lessee van de lessor in gebruik krijgt, de Icelab met 3 kamer systeem, hierna: leaseobject, met ingang van 01 april 2017 waarop geheel gemonteerd en bedrijfsklaar beschikbaar gesteld is aan lessee.

2. De levering en montage zal voor rekening van de lessor geschieden.
(…)
Artikel 14
1. Na het einde van deze overeenkomst is de lessor bevoegd te allen tijde het lease-object bij de lessee weg te halen.
2. Het demonteren, het inpakken en het transport van het te retourneren lease-object geschiedt voor rekening en risico van de lessor.
(…)
De Icelab is vervolgens door de leverancier hiervan (de firma [leverancier] ) geplaatst in de door N-Ice Amsterdam gehuurde bedrijfsruimte.

2.6.

Op 30 april 2019 heeft deze rechtbank het faillissement uitgesproken van

N-Ice Amsterdam. Mr. Van Leeuwen is hierbij benoemd tot curator.

2.7.

Op 13 mei 2019 heeft [verhuurder] de huurovereenkomst met N-Ice Amsterdam opgezegd tegen 13 augustus 2019.

2.8.

Na het uitspreken van het faillissement is tussen de curator en N-Ice Holding ( [bestuurder] ) gesproken over een doorstart van de door N-Ice Amsterdam gedreven onderneming. Deze gesprekken hebben niet tot resultaat geleid.

2.9.

Bij e-mail van 3 juni 2019 heeft de curator N-Ice Holding – kort gezegd – verzocht haar ten aanzien van het demonteren van de Icelab te voorzien van een plan van aanpak en tijdpad.

2.10.

Bij e-mail van 28 juni 2019 heeft de curator N-Ice Holding – kort gezegd – verzocht de Icelab uiterlijk 10 juli 2019 volledig te demonteren en retour te nemen, zonder daarbij schade toe te brengen aan het bedrijfspand. Tevens is N-Ice Holding verzocht de boedel te vrijwaren voor eventuele schade aan het bedrijfspand die hierbij optreedt.

2.11.

Uit een e-mail van (een kantoorgenoot van) de curator van 23 juli 2019 volgt dat opnieuw is gesproken over een doorstart. In die e-mail is N-Ice Holding – voor het geval hierover geen afspraken kunnen worden gemaakt – opnieuw verzocht de Icelab te ontmantelen en te verwijderen, uiterlijk voor het einde van de huurovereenkomst.

2.12.

Bij e-mail van 6 augustus 2019 heeft de curator N-Ice Holding – kort gezegd – opnieuw verzocht de Icelab uiterlijk 13 augustus 2019 te demonteren en retour te nemen, aangezien de hernieuwde gesprekken over een doorstart niet tot resultaat hadden geleid.

2.13.

Bij e-mail van 13 augustus 2019 heeft N-Ice Holding de curator aangeboden haar eigendomsrechten op de Icelab onder voorwaarden over te dragen aan de boedel.

2.14.

Bij e-mail van 20 augustus 2019 van de curator is N-Ice Holding bericht dat dit aanbod niet wordt aanvaard. In de e-mail heeft de curator aan tegenvoorstel gedaan, inhoudende dat een derde de Icelab koopt voor € 15.000,- waarbij die derde tevens de kosten voor ontmanteling en verplaatsing voor zijn rekening zal nemen. Op dit laatste voorstel is niet inhoudelijk gereageerd door N-Ice Holding.

2.15.

Bij brief van 4 september 2019 heeft de raadsman van [verhuurder] de curator – kort gezegd – gesommeerd de Icelab uiterlijk 13 september 2019 uit de het bedrijfspand te laten verwijderen.

3 Het geschil

3.1.

De curator vordert – kort gezegd – N-Ice Holding op straffe van dwangsommen te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot het demonteren en afvoeren van de door [leverancier] geplaatste Icelab, met driekamercabine met bijbehorende technische installatie, bestaande uit besturingskasten, twee compressoren, een verdamper, een airco, het leidingwerk, omkastingen, ventilatoren en het extra buffervat, alsmede eventuele overige eigendommen van N-Ice Holding, met inachtneming van de geldende (milieu)regelgeving en met herstel van alle hierdoor veroorzaakte schade aan het bedrijfspand, met veroordeling van N-Ice Holding in de kosten van dit geding en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

De curator stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat zij een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vordering omdat zij gehouden is de bedrijfsruimte leeg en ontruimd aan [verhuurder] op te leveren. Zolang dit niet gebeurt, is de boedel een gebruikersvergoeding verschuldigd ter hoogte van de huur. Op grond van de Leaseovereenkomst is N-Ice Holding verplicht om de Icelab te verwijderen. Dit blijkt onder meer uit artikel 14 lid 2 van die overeenkomst (zie 2.5). N-Ice Holding is diverse keren verzocht de Icelab te verwijderen of met een plan van aanpak te komen, maar zij komt steeds met niks.

3.3.

N-Ice Holding heeft – samengevat weergeven – het verweer gevoerd dat zolang de gesprekken over een doorstart gaande waren de Icelab volledig intact en werkend diende te blijven. Het ontmantelen van de Icelab kan alleen worden gedaan door de firma [leverancier] (die de Icelab indertijd ook heeft geplaatst in een volledig lege en casco ruimte). [leverancier] heeft kenbaar gemaakt dat zij niet op korte termijn in de gelegenheid is de Icelab te ontmantelen. Belangrijker is dat het thans praktisch gezien onmogelijk is de Icelab te verwijderen omdat N-Ice Amsterdam de Icelab geheel heeft ingebouwd en de enige uitweg naar de voordeur volledig heeft geblokkeerd. Om de Icelab te kunnen verwijderen moeten alle elektrische en wateraansluitingen, de warmtepomp en bijbehorende apparatuur, het dak boven de Icelab, de muur tussen de Icelab en de koelcel, de glazen wanden en enkele kleedhokjes worden verwijderd. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de curator en de kosten hiervan komen voor haar rekening. Pas wanneer de desbetreffende werkzaamheden zijn uitgevoerd, kan N-Ice Holding [leverancier] de opdracht tot verwijdering van de Icelab geven N-Ice Holding is niet draagkrachtig genoeg de kosten op zich te nemen die voor rekening van de curator komen. Indien zij hiertoe wordt veroordeeld, zal zij direct failliet gaan.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Als productie 5 heeft de curator twee pagina’s in het geding gebracht van een rapport waarin is omschreven uit welke onderdelen de Icelab bestaat. Het gaat dan om de door [leverancier] geplaatste Icelab, met driekamercabine, met bijbehorende technische installatie, bestaande uit besturingskasten, twee compressoren, een verdamper, een airco, het leidingwerk, omkastingen, ventilatoren en het extra buffervat. In het petitum van de dagvaarding is hetgeen volgens de curator door N-Ice Holding moet worden verwijderd op die wijze omschreven. N-Ice Holding heeft daartegen op zich geen bezwaar gemaakt. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat N-Ice Holding verplicht is al hetgeen door [leverancier] is geïnstalleerd te verwijderen. Indien het juist is dat alleen [leverancier] tot verwijdering kan overgaan, dient N-Ice Holding haar daartoe de opdracht te geven en de kosten hiervoor te dragen.

4.2.

Hetgeen onder 4.1 is overwogen gaat echter voorbij aan hetgeen partijen verdeeld houdt, te weten wie verantwoordelijk is voor het verwijderen van alle elektrische en wateraansluitingen, de warmtepomp en bijbehorende apparatuur, het dak boven de Icelab, de muur tussen de Icelab en de koelcel, de glazen wanden en enkele kleedhokjes. Met andere woorden, wie is verantwoordelijk voor het verwijderen van al hetgeen destijds niet door [leverancier] (maar door een andere door
N-Ice Amsterdam ingeschakelde firma) is geïnstalleerd.

4.3.

Met een beroep op artikel 14 lid 2 van de Leaseovereenkomst heeft de curator aangevoerd dat N-Ice Holding hiervoor verantwoordelijk is. N-Ice Holding heeft dit bestreden. Voor de beantwoording van de vraag wie hiervoor verantwoordelijk is, komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.4.

Voorshands wordt artikel 14 lid 2 van de Leaseovereenkomst zo uitgelegd dat “het demonteren, het inpakken en het transport” van de Icelab slechts betrekking heeft op de Icelab zelf en niet op de bijkomende voorzieningen die moeten worden verwijderd alvorens de Icelab kan worden gedemonteerd, ingepakt en getransporteerd. Het gaat dan om het ongedaan maken van de werkzaamheden die destijds niet door [leverancier] zijn uitgevoerd, maar door een andere firma, in opdracht van N-Ice Amsterdam. Van die werkzaamheden kan worden gezegd dat zij niet door N-Ice Holding maar door de curator moeten worden uitgevoerd. Aanknopingspunten voor een andersluidend oordeel zijn niet door de curator naar voren gebracht. Zij heeft zich ter zitting nog beroepen op artikel 1 van de Leaseovereenkomst, maar ook hier geldt dat “levering en montage” betrekking heeft op de Icelab zelf en niet op de bijkomende voorzieningen. De vordering van de curator zal dan ook worden afgewezen.

4.5.

Ter zitting is niet weersproken dat het verweer van N-Ice Holding pas in een zeer laat stadium en slechts in algemene bewoordingen is gevoerd. Op een verzoek van de curator om te onderbouwen om welke “nevenvoorzieningen” het precies ging heeft N-Ice Holding vervolgens niet meer gereageerd, dit terwijl uit de onder 2.9 tot en met 2.12 van dit vonnis genoemde correspondentie blijkt dat N-Ice Holding herhaaldelijk is verzocht de Icelab te verwijderen of een plan van aanpak te presenteren. Ter zitting is door [bestuurder] hierover aangevoerd dat de curator in de boekhouding had kunnen zien welke onderdelen door [leverancier] zijn geïnstalleerd en welke onderdelen door de door N-Ice Amsterdam ingeschakelde firma. Zij gaat er dan echter aan voorbij dat zij als bestuurder van de gefailleerde vennootschap verplicht is haar volledige medewerking aan de curator te verlenen. In deze gang van zaken wordt aanleiding gezien de proceskosten te compenseren als na te melden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorziening,

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2019.1

1 type: MV coll: TF