Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7659

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-10-2019
Datum publicatie
17-10-2019
Zaaknummer
AMS 19/4962
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoekster heeft bijstand gevraagd omdat het plafond aan studiefinanciering is bereikt. Zij kan in aanmerking komen voor een levenslanglerenkrediet als zij haar diploma voor een eerder afgeronde studie aanvraagt. Dat heeft zij nog niet gedaan. Geen recht op bijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/4962

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 oktober 2019 in de zaak tussen

[verzoekster] wonende te Amsterdam, verzoekster

(gemachtigde: mr. J.C.R. de Lyon),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. C. Telting).

Procesverloop

Bij besluit van 3 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag om bijstand van verzoekster van 6 augustus 2019 afgewezen.

Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2019. Verzoekster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

1. Verzoekster is 26 jaar oud en bezig met haar derde studie. De eerste twee studies (hbo1 en wo2) zijn niet afgerond met een diploma. Verzoekster studeert nu autonome beeldende kunst aan [Hogeschool] . Verzoekster komt niet meer in aanmerking voor studiefinanciering omdat het plafond hiervoor is bereikt. Ook komt zij niet in aanmerking voor een levenslanglerenkrediet op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf) omdat zij niet over een hbo-bachelor, wo-bachelor of wo-masterdiploma beschikt. Verzoekster heeft daarom bij verweerder een aanvraag om bijstand gedaan.

2. Verweerder heeft de aanvraag om bijstand van verzoekster afgewezen omdat zij in de oriëntatieperiode van vier weken na de aanvraag om bijstand geen aantoonbare inspanningen heeft verricht om op zoek te gaan naar werk of scholing. Ook is zij niet beschikbaar voor arbeid of voor het volgen van een traject.

3. Volgens verzoekster kan zij niet werken omdat zij intensief wordt behandeld door een psychotherapeut die werkt aan haar persoonsontwikkeling. Zij kan daarom niet voldoen aan haar verplichtingen op grond van de artikelen 9 en 55 van de Participatiewet (Pw). Voor het welslagen van haar behandeling is het noodzakelijk dat zij haar studie kan voortzetten. Omdat zij geen studiefinanciering meer krijgt, dient haar daarvoor in de plaats bijstand te worden verleend. Als zij haar studie heeft afgerond, heeft zij zicht op een baan.

Beoordeling geschil

4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

5.1

Op grond van artikel 13, tweede lid, onder c, onder 1°, van de Pw heeft geen recht op algemene bijstand degene die jonger is dan 27 jaar en uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen en in verband daarmee aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de Wsf.

5.2

Uit wat is besproken op de zitting blijkt dat verzoekster haar [studie] wel heeft afgerond maar dat zij het diploma daarvoor nog niet heeft verzilverd omdat zij bang is dat zij anders haar studentenwoning in Amsterdam kwijtraakt. Het beschikken over een hbo-bachelordiploma, een wo-bachelor of een wo-masterdiploma is een voorwaarde om in aanmerking te komen voor een levenslanglerenkrediet op grond van de Wsf3.

5.3

Uit het voorgaande volgt dat verzoekster in aanmerking komt voor studiefinanciering op grond van de Wsf en dat zij daarom op grond van artikel 13, tweede lid, onder c, onder 1°, van de Pw geen recht heeft op bijstand. Dat verzoekster, om welke reden dan ook, ervoor kiest om haar diploma niet te verzilveren en om die reden nu nog geen aanspraak kan maken op een levenslanglerenkrediet, komt voor haar rekening. Dat betekent echter niet dat deze uitsluitingsgrond niet op haar van toepassing is. Zodra verzoekster haar diploma aanvraagt, kan zij haar rechten op grond van de Wsf immers aanspreken.

Conclusie

6.1

Verweerder heeft de afwijzing van de bijstand op een andere grondslag gebaseerd dan hiervoor is weergegeven maar dit kan verweerder in de beslissing op het bezwaar herstellen. Dat betekent echter niet dat het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft. Voor het treffen van een voorlopige voorziening is geen aanleiding.

6.2

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat evenmin aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Langeveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

17 oktober 2019.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

1 Hoger beroepsonderwijs.

2 Wetenschappelijk onderwijs.

3 Artikel 3.16b van de Wsf.