Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7618

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-10-2019
Datum publicatie
16-10-2019
Zaaknummer
13/650156-19 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een handgranaat voorhanden gehad en hiermee opzettelijk een ontploffing veroorzaakt bij club Mad Fox in het centrum van Amsterdam. Daarnaast had verdachte de beschikking over munitie. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar passend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/650156-19 (Promis)

Datum uitspraak: 16 oktober 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] ,

gedetineerd in de [naam PI] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 oktober 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.A. van de Vliet en van wat verdachte en zijn raadsman mr. H.K. Jap-A-Joe naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

  1. het tot ontploffing brengen van een handgranaat bij café Mad Fox op 5 april 2019 te Amsterdam;

  2. het doen van meerdere valse bommeldingen in de periode van 6 maart 2019 tot en met 5 april 2019 te Amsterdam, Almere en Vleuten;

  3. het voorhanden hebben van een handgranaat op 5 april 2019 te Amsterdam;

en

het voorhanden hebben van munitie op 25 juni 2019 te Vleuten.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het onder feit 1 en het eerste deel van het onder feit 3 cumulatief/alternatief tenlastegelegde (te weten: het tot ontploffing brengen van een handgranaat en het voorhanden hebben van een handgranaat) wettig en overtuigend bewezen. Hij wijst daarbij op het feit dat het DNA van verdachte op drie plekken van de beugel van de handgranaat is aangetroffen, de route van de rode Renault Clio in de nacht van 5 april 2019, het feit dat verdachte deze auto wel eens gebruikte en de historische gegevens van de twee telefoons van verdachte. Daarnaast wijst de officier van justitie op de verklaringen die verdachte tegen zijn vriendin heeft afgelegd in de Penitentiaire Inrichting. Volgens de officier van justitie volgt uit deze verklaringen dat hij erkent dat hij bij de ontploffing aanwezig was en dat hij een alibi probeerde te regelen. Het ontbreekt aan overtuigende en door bewijs ondersteunde verklaringen van verdachte ten aanzien van het DNA, de historische gegevens en de route van de auto. Hoewel de exacte rol van verdachte niet duidelijk is, kan het volgens de officier van justitie niet anders zijn dan dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen voorafgaand, tijdens én na de ontploffing. Nu in het huis van verdachte patronen zijn aangetroffen, kan ook het tweede deel van het onder feit 3 cumulatief/alternatief tenlastegelegde (te weten: het voorhanden hebben van munitie) worden bewezen.

De officier van justitie acht feit 2 niet bewezen, nu uit het onderzoek is gebleken dat de stem van de valse bommeldingen niet van verdachte is.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 en het onder het eerste deel van feit 3 cumulatief/alternatief tenlastegelegde. Het dossier bevat onvoldoende bewijs om te kunnen stellen dat verdachte degene is geweest die de handgranaat tot ontploffing heeft gebracht. Het is niet uitgesloten dat het DNA van verdachte middels secundaire overdracht op de beugel van de handgranaat terecht is gekomen. Deze mogelijkheid mag volgens de raadsman dan ook niet worden verwaarloosd. Uit het onderzoek is gebleken dat er meer mensen gebruik maakten van de Renault Clio van de vriendin van verdachte. Er kan dus slechts gespeculeerd worden over wie de auto bestuurde op 5 april 2019. In de Penitentiaire Inrichting sprak verdachte met zijn vriendin over het opstellen van facturen, omdat hij een eigen klusbedrijf heeft. Juist tijdens detentie is het van belang dat hij betaald wordt voor zijn werkzaamheden. Uit dit gesprek volgt dus niet dat verdachte een alibi probeerde te regelen. Het gesprek kan volgens de raadsman dan ook niet dienen als bewijs dat verdachte betrokken was bij de ontploffing van de handgranaat. Nu uit onderzoek is gebleken dat verdachte niet degene is die de valse bommeldingen heeft gedaan, moet verdachte ook van feit 2 worden vrijgesproken. Het tweede deel van het onder feit 3 cumulatief/alternatieve tenlastegelegde kan volgens de raadsman wel worden bewezen.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder feit 1 en het onder het eerste deel van feit 3 eerste deel cumulatief/alternatief tenlastegelegde

In de kern dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verdachte degene is geweest die een handgranaat heeft laten ontploffen bij club Mad Fox. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af.

Op 5 april 2019 kregen verbalisanten een melding te gaan naar de Mad Fox, gelegen aan de Spuistraat 175 B te Amsterdam, alwaar een ontploffing zou hebben plaatsgevonden. De Mad Fox is een club, gevestigd in de kelder van het pand van het W-hotel. Op de hoek van de Spuistraat en de Raadhuisstraat is een trap naar beneden die leidt naar de entree van de club. Onderaan die trap troffen verbalisanten op de vloer een beugel van een handgranaat type M75/P3, met aan de bovenzijde een stuk tape. Deze beugel is bemonsterd op de aanwezigheid van DNA. Er zijn toen drie sporen veiliggesteld, waaronder één spoor op de plakzijde van de tape. Uit DNA-onderzoek is vervolgens gebleken dat op alle drie de bemonsteringen een DNA-mengprofiel is gevonden dat matcht met verdachte en minimaal twee andere personen. Daarbij is het verkregen DNA-mengprofiel meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte en twee andere willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

Verdachte heeft verklaard dat hij wel eens gebruik maakte van de Renault Clio met kenteken [kenteken] van zijn vriendin. Uit een kentekenregistratieonderzoek is gebleken dat deze auto op 5 april 2019 rond 04:43 uur van afrit S115 vanuit Amsterdam-Noord de stad in reed en rond 04:50 uur op de Piet Heinkade in westelijke richting reed, bij de Kattenburgerstraat. Rond 05:37 uur – dus zeer kort nadat de ontploffing had plaatsgevonden - reed de auto via de Nassaukade, de Stadhouderskade en de Gooiseweg de stad weer uit. Deze gegevens passen goed bij het scenario dat de auto voor het tijdstip van de ontploffing naar de omgeving van de Mad Fox reed, en na de ontploffing vanuit de richting van de Mad Fox weer Amsterdam verliet. Uit historische verkeersgegevens volgt verder dat de twee telefoons van verdachte die nacht een paal aanstraalden ter hoogte van de Hilversumstraat in Amsterdam-Noord. Dat suggereert dat verdachte die nacht zelf ook in Amsterdam was, temeer nu met één van de telefoons op 5 april 2019 om 04:13 is gebeld met de vriendin van verdachte.

De rechtbank acht verder het OVC-gesprek (Opname Vertrouwelijke Communicatie) in de Penitentiaire Inrichting dat verdachte met zijn vriendin voerde op 11 juli 2019, belastend. Daarin vraagt verdachte haar om een factuur te ‘fixen’ dat hij gewerkt heeft van die dag.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte tijdens het OVC-gesprek met zijn vriendin sprak over het opmaken van facturen, omdat hij nog geld kreeg voor werkzaamheden van zijn klusbedrijf. De rechtbank acht dit onaannemelijk. Uit het uitgewerkte gesprek blijkt dat verdachte het opmaken van de factuur bespreekt in relatie tot de verdenking tegen hem. Zo zegt verdachte direct nadat hij zijn vriendin een instructie heeft gegeven om een factuur te laten opmaken: “De andere dingen kunnen ze niet bewijzen dat ik wat gedaan hebt. Het enige wat ze gezegd hebben, dat de auto zo gereden is.” Wat later zegt verdachte: “Je moet met hem praten en vragen of hij geen bedrijf kent, dat ik kan zeggen weet je, dat ik kan zeggen dat ik werkte en zo, hij is nu opgesloten en hij heeft een alibi nodig dat hij gewerkt heeft”. Uit dit OVC-gesprek volgt naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar dat verdachte een alibi probeerde te construeren.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet degene is geweest die de handgranaat tot ontploffing heeft gebracht maar dat hij niet weet hoe zijn DNA op de beugel van de handgranaat terecht is gekomen. Hij heeft verder verklaard dat hij zijn twee telefoons op 5 april 2019 in de Renault Clio had laten liggen en dat hij niet weet wie de auto die nacht bestuurde.

Naar het oordeel van de rechtbank betreft het aangetroffen DNA van verdachte op de beugel van de handgranaat een bewijsmiddel dat, in combinatie met bovengenoemde bewijsmiddelen, ‘schreeuwt’ om uitleg van verdachte. De rechtbank acht het hoogst onwaarschijnlijk dat DNA ‘zomaar’ op drie plekken, waaronder op de plakzijde van de tape, op een handgranaat terecht komt. Nu verdachte geen andere verklaring heeft gegeven dan dat hij niet weet hoe het DNA op de beugel terecht is gekomen, kan het naar het oordeel van de rechtbank gelet hierop en gelet het overige bewijsmateriaal - in onderlinge samenhang beschouwd - ervoor worden gehouden dat het verdachte is geweest die op genoemde datum en tijdstip de handgranaat tot ontploffing heeft gebracht. De rechtbank acht het onder feit 1 en het onder het eerste deel van feit 3 cumulatief/alternatieve tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen. Nu er niets kan worden vastgesteld over de betrokkenheid van andere personen, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte het feit tezamen en in vereniging met andere(n) heeft gepleegd. Ook spreekt de rechtbank verdachte vrij van het onderdeel van de tenlastelegging voor zover inhoudende dat er door het tot ontploffing brengen van de handgranaat ‘levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen’ te duchten was, gelet op de plek waar de handgranaat tot ontploffing is gebracht (beneden aan de trap naar de kelder) en het tijdstip waarop dit is gebeurd (na sluitingstijd van de club) en het dossier verder onvoldoende informatie bevat omtrent hoe groot de kans was dat er door de ontploffing personen in de (nabije) omgeving gewond zouden kunnen raken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage 2 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 5 april 2019 te Amsterdam opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een handgranaat, met een verwijderde slagpin, type M75/P3, neergegooid bij een trap voor de deur van café Mad Fox op het adres Spuistraat 175 B, ten gevolge waarvan die handgranaat is ontploft, waardoor gemeen gevaar voor goederen, te weten een aldaar gelegen pand, daarbij inbegrepen de roerende goederen die onderdeel zijn gaan vormen van de buitenkant van voornoemd pand waaronder een deur en airconditioning te duchten was;

3.

op 5 april 2019 te Amsterdam, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een handgranaat van het merk M75/P3, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;

en

op 25 juni 2019 te Vleuten patronen, te weten

- 11 patronen van het kaliber 9mmx19, en

- 1 patroon van het kaliber 6.35mm Browning, en

- 1 patroon van het kaliber 7.35mm Browning,

voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel niet

langer is dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, nu de persoonlijke omstandigheden van verdachte hiertoe aanleiding geven en nu in de ogen van de raadsman alleen het onder feit 3 tweede deel van de cumulatief/alternatieve tenlastelegging kan worden bewezen.

8.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft een handgranaat voorhanden gehad. Hij heeft hiermee opzettelijk een ontploffing veroorzaakt bij club Mad Fox in het centrum van Amsterdam. Waarom verdachte dit heeft gedaan is niet opgehelderd, maar het past in een patroon van het gebruik van wapens en explosieven ten opzichte van (Horeca-) bedrijven dat te zien is in Amsterdam. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat verdachte met zijn handelen kennelijk het doel had om niet alleen schade toe te brengen aan de club, maar ook personen te intimideren. Dat is ook gebeurd. De eigenaren is enorme schrik aangejaagd en ook in het algemeen heeft deze actie van verdachte voor grote onrust gezorgd. Als gevolg van de ontploffing is de club op last van de burgemeester voor onbepaalde tijd gesloten. De gevolgen voor de eigenaren van de club zijn dan ook groot geweest. De rechtbank acht het van groot belang dat er streng opgetreden wordt tegen dergelijke intimidatie.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 juni 2019 betreffende verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

In strafverzwarende zin weegt de rechtbank mee dat verdachte geen enkel inzicht heeft verschaft over de achtergronden van zijn criminele keuze en daden, geen openheid van zaken heeft gegeven en dat hij geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen. Daarnaast had verdachte ook de beschikking over munitie, waarvoor hij evenmin een (overtuigende) verklaring heeft gegeven.

Hoewel de rechtbank niet bewezen acht dat er een concreet gevaar voor personen was, is de door de officier van justitie geëiste straf passend, met name gezien het maatschappij-ondermijnende karakter van het delict met de handgranaat.

9 Beslag

De beslaglijst is opgenomen in bijlage 3, die aan dit vonnis is gehecht en als hier ingevoegd

geldt.

9.1.

Onttrekking aan het verkeer

De onder nummers 9 en 10 op de beslaglijst genoemde inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, nu met betrekking tot deze voorwerpen het onder feit 3 tweede cumulatief/alternatief bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

9.2.

Teruggave

De rechtbank is van oordeel dat de onder nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17 inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden teruggegeven aan verdachte.

Het onder nummer 7 inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp dient te worden teruggegeven aan [naam 1] .

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 57, 63 en 157 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

Ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de nummers 9 en 10 van de beslaglijst.

Gelast de teruggave aan [naam 1] van nummer 7 van de beslaglijst.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 11, 12, 13, 14, 15, 16 en 17 van de beslaglijst.

Dit vonnis is gewezen door
mr. K.A. Brunner, voorzitter,
mrs. A.W.C.M. van Emmerik en J.W.P. van Heusden, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. van Gerven, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 oktober 2019.