Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7429

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-10-2019
Datum publicatie
11-11-2019
Zaaknummer
AWB - 19 _ 642
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Auto weggesleept - ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/642

zittingsdatum: 1 oktober 2019

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2019 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (hierna: de gemeente)

(gemachtigde: mr. R.J.M. Peeters)

Conclusie

1. De rechtbank stelt eiser niet in het gelijk. De gemeente mocht de auto van eiser wegslepen, omdat eiser deels geparkeerd stond op een gehandicaptenparkeerplaats. De gemeente mocht de kosten van het wegslepen (van € 373,-) in rekening brengen bij eiser.1 De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Het beoordelingskader uit de rechtspraak

2. De hoger beroepsrechter oordeelt in haar vaste rechtspraak dat de situatie ter plekke bepalend is voor de vraag of een parkeerverbod geldt. Elke verkeersdeelnemer moet bekijken wat op die plek de geldende verkeersregels zijn. Voor zover de situatie niet direct duidelijk is, moet de verkeersdeelnemer controleren wat is aangegeven op een geldend verkeersbord. Daarnaast moet een verkeersdeelnemer een verkeersbord dat herkenbaar is als verkeersbord - in het belang van de rechtszekerheid en verkeersveiligheid - opvolgen, ook al is het verkeersbord niet geplaatst volgens de geldende voorschriften.2

Eiser parkeerde in overtreding

Eiser wist niet dat hij in overtreding parkeerde

3.1.

De rechtbank begrijpt dat eiser stelt dat hij niet zag dat hij in overtreding parkeerde. Eiser legt uit dat hij een gaatje zag waar hij kon parkeren. Hij zag wel een verkeersbord en dacht dat dit gold voor de plek waar de auto naast hem geparkeerd stond. Het was donker en eiser dacht dat hij gewoon netjes tussen twee auto’s stond geparkeerd.

Eiser had kunnen zien dat hij in overtreding parkeerde

3.2.

De rechtbank concludeert dat eiser, na onderzoek van de situatie, had kunnen zien dat het verkeersbord van de gehandicaptenparkeerplaats3 gold voor de parkeerplaats waar hij parkeerde. Uit de foto’s in het dossier blijkt namelijk dat het verkeersbord aan de rand van het parkeervak staat in het midden, haaks op de weg. Verder staat er een groot wit kruis op het parkeervak. In dit soort zaken gaat het niet om de vraag of een bestuurder wel of niet ziet dat hij in overtreding parkeert, maar om de vraag of hij dat (eventueel na nader onderzoek) had kunnen zien. Uit de hiervoor genoemde vaste rechtspraak blijkt dat de bestuurder de parkeersituatie nader moet controleren, als deze voor hem of haar niet direct duidelijk is (bijvoorbeeld omdat het donker is).

De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog

3.3.

De beroepsgronden van eiser slagen niet. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de aanduidingen niet kloppen ten opzichte van de parkeerplek. Het uitgangspunt in de regels is dat de overheid een verkeersbord in principe haaks ten opzichte van de weg plaatst.4 Ook als een verkeersbord op een andere manier wordt geplaatst dan haaks ten opzichte van de weg, moet een verkeersdeelnemer het verkeersbord opvolgen als de parkeersituatie maar voldoende duidelijk is.5 In de zaak van eiser was de parkeersituatie duidelijk.

3.4.

Eiser voert verder aan dat de parkeerplaatsen waren verschoven, omdat degene die mocht parkeren op de gehandicaptenparkeerplek aan een kant stond, waardoor er veel ruimte over was. De rechtbank oordeelt met de gemeente dat er ook sprake is van een overtreding als een auto gedeeltelijk op een gehandicaptenparkeerplaats staat. De gemeente legt hierover uit dat voor gehandicaptenparkeerplaatsen vaak een groter parkeervak dan gemiddeld wordt gereserveerd, omdat deze mensen vaak extra ruimte nodig hebben om in te parkeren of loopmiddelen in en uit de auto te halen. Eiser had kunnen zien dat hij op een gehandicaptenparkeerplek stond.

De gemeente was bevoegd de auto weg te slepen

4.1.

Eiser parkeerde zijn auto dus in strijd met een parkeerverbod.6 De gemeente was daarom bevoegd de auto van eiser weg te slepen, omdat dit noodzakelijk was om de gehele parkeerplek vrij te houden als gehandicaptenparkeerplaats.7

4.2.

Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de gemeente had moeten afzien van het wegslepen van de auto of het niet in rekening brengen van de kosten van de bestuursdwang.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep van eiser ongegrond;

- vergoedt het griffierecht niet.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, en mr. A. Teggelaar, gerechtsjurist, op 8 oktober 2019.

Rechter Gerechtsjurist

(en griffier op zitting)

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met de beslissing?

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, postbus 20019 2500 EA Den Haag. Burgers kunnen ook digitaal hoger beroep instellen.8

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hoger beroepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 De gemeente sleepte de auto van eiser weg met het primaire besluit van 29 oktober 2018. Met het bestreden besluit van 11 december 2018 verklaarde de gemeente het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.

2 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 september 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2514). Alle uitspraken waarnaar wordt verwezen zijn te vinden op www.rechtspraak.nl.

3 Verkeersbord E6.

4 Op grond van Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens paragraaf 2 onder 8 worden borden in beginsel haaks ten opzichte van de wegas geplaatst.

5 Dit kan worden afgeleid uit rechtspraak van de Afdeling. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling in voetnoot 2 (ECLI:NL:RVS:2017:2514).

6 Op grond van artikel 24, eerste lid onder d 1, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 mag een bestuurder zijn voertuig niet parkeren op een parkeergelegenheid voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen.

7 Op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 behoort tot de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet, de bevoegdheid tot het overbrengen en in bewaring stellen van een op de weg staand voertuig, indien met het voertuig een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien verwijdering van het voertuig noodzakelijk is in verband met het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen.

8 De rechtbank verwijst in dit kader naar de website van de Afdeling (www.raadvanstate.nl).