Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7334

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-09-2019
Datum publicatie
16-10-2019
Zaaknummer
13/124425-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van heling van kentekenplaten, Vorderingen TUL afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/124425-19, 16/069247-18 (TUL) en 16/223077-16 (TUL)

Datum uitspraak: 5 september 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [detentieplaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 augustus 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. G. Dankers, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C. Lammers, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 20 mei 2019 op de autosnelweg A10 en/of A8 te Amsterdam en/of Oostzaan, in elk geval in Nederland, twee Belgische kentekenplaten ( [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van voornoemde kentekenplaten wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

3 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van schuldheling en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Verdachte is op 20 mei 2019 aangehouden in een personenauto die voorzien was van kentekenplaten met het Belgische kenteken [kenteken] . Die kentekenplaten stonden sinds 12 april 2019 als gestolen geregistreerd. In België staan kentekenplaten op naam. Verdachte heeft pas op zitting verklaard dat hij de kentekenplaten had geleend van een kennis en geen onderzoek had gedaan naar de herkomst van de Belgische kentekenplaten. Hij had daarom redelijkerwijs moeten vermoeden dat de kentekenplaten van misdrijf afkomstig waren, aldus de officier van justitie.

4 Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

5 Vrijspraak

De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie en met de raadsvrouw – het aan verdachte ten laste gelegde niet bewezen, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het dossier blijkt dat verdachte heeft gereden in een auto met gestolen Belgische kentekenplaten. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat hij reed in een auto met kentekenplaten die niet aan hem toebehoorden en niet aan de auto gekoppeld waren. Hij heeft immers zelf aan een kennis gevraagd of hij deze mocht lenen, met de wetenschap dat kentekenplaten in België op naam staan. Verder heeft verdachte verklaard dat hij op het moment dat hij de kentekenplaten leende weliswaar wist dat dit geen juiste gang van zaken was, maar dat hij op geen enkel moment heeft vermoed dat de kentekenplaten van misdrijf afkomstig waren. Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte meer onderzoek moeten verrichten naar de herkomst van de kentekenplaten. Dit is echter onvoldoende om te kunnen bewijzen dat verdachte op het moment van het verkrijgen van de kentekenplaten had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig waren.

6 Beslag

Onder de verdachte is een personenauto, te weten een grijze Volvo S60, in beslag genomen. Verder is onder de heer [naam persoon] een horloge van het merk Breitling Bentley in beslag genomen.

Ten aanzien van de in beslag genomen auto en het horloge heeft de officier van justitie de teruggave aan de rechthebbende gevorderd.

Gelet op de beslissing verdachte vrij te spreken, gelast de rechtbank de teruggave van de personenauto aan verdachte. Het horloge kan worden teruggegeven aan de rechthebbende daarvan, te weten de heer [naam persoon] .

7 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordelingen

Bij de stukken bevinden zich de op 19 juli 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vorderingen van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaken met parketnummers 16/069247-18 en 16/223077-16 betreffende de onherroepelijk geworden vonnissen op respectievelijk 22 juni 2018 van de politierechter te Almere en 14 februari 2017 van de politierechter te Utrecht, waarbij verdachte is veroordeeld tot respectievelijk een gevangenisstraf voor de duur van 1 week en een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met bevel dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden.

De officier van justitie heeft de afwijzing van de vorderingen tot tenuitvoerlegging met parketnummers 16/069247-18 en 16/223077-16 gevorderd, gelet op haar standpunt dat schuldheling kan worden bewezen en de daaraan door haar gekoppelde eis.

Nu verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd, zal de rechtbank de vorderingen tot tenuitvoerlegging afwijzen.

8 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 1 Personenauto (Omschrijving: 5753512, grijs, merk: Volvo S60, chassisnr: [chassisnummer] )

Gelast de teruggave aan [naam persoon] van:

- 1 Horloge (Omschrijving: 5753576, merk: Breitling Bentley).

Wijst de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de zaken met parketnummers 16/069247-18 en 16/223077-16 af.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A.J. Hübel, voorzitter,

mrs. I. Mannen en H.E. Hoogendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K.P. Jit, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 september 2019.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.