Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7328

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-08-2019
Datum publicatie
23-10-2019
Zaaknummer
C/13/670115 / KG ZA 19-812
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

kort geding, opheffen beslag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/670115 / KG ZA 19-812 CdK/JE

Vonnis in kort geding van 9 augustus 2019

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 26 juli 2019,

advocaat mr. H.F.C. Hoogendoorn te Amsterdam,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van Saudi-Arabië,

AST ALRABWAH ALMASEH TRADING,

gevestigd te Saudi-Arabië,

gedaagde,

advocaat mr. M.G. Krüger te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en AAA Trading worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 5 augustus 2019 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. AAA Trading heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. AAA Trading heeft daarnaast voorafgaand aan de zitting een antwoordakte ingediend. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:

  • -

    [eiser] met mr. Hoogendoorn en mr. M. de Wild (kantoorgenoot);

  • -

    aan de zijde van AAA Trading: mr. Krüger.

2 De feiten

2.1.

[eiser] houdt zich onder meer bezig met het (door)verkopen van containers snoepgoed. AAA Trading houdt zich als groothandel bezig met de inkoop en verkoop van onder meer snoepgoed voor de Saudi-Arabische markt.

2.2.

In december 2018 / januari 2019 heeft AAA Trading snoepgoed (Italiaanse chocolade) besteld bij [eiser] die geladen en verzonden zou worden in vier containers. [eiser] heeft deze chocolade vervolgens besteld bij zijn Italiaanse leverancier, Sorini.

2.3.

Naar aanleiding van die bestelling heeft [eiser] op 10 januari 2019 vier facturen opgemaakt, te weten:
- factuurnummer 2019-01-001 met een factuurbedrag van € 74.800,-;

- factuurnummer 2019-01-002 met een factuurbedrag van € 66.800,-;

- factuurnummer 2019-01-003 met een factuurbedrag van € 67.000,-;
- factuurnummer 2019-01-004 met een factuurbedrag van € 70.300,-.
Op elke factuur staat als voorwaarde genoemd dat 30% vooruit moet worden betaald en de rest voor het laden [van de goederen, vzr.].

2.4.

AAA Trading heeft op 17 januari 2019 een bedrag van € 79.970,- overgemaakt aan [eiser] met de volgende betalingsomschrijving:
“(…) FEES NO [nummer 1] IMPORT GOODS”.

2.5.

AAA Trading heeft op 29 januari 2019 op een beurs rechtstreeks contact gezocht met de leverancier van [eiser] , Sorini, en bij haar een bestelling geplaatst van tien containers chocolade. AAA Trading heeft daarbij van Sorini exclusiviteit bedongen voor de markt in Saudi-Arabië.

2.6.

AAA Trading heeft [eiser] op 14 februari 2019 meegedeeld de bestelling van twee van de vier containers te willen annuleren. [eiser] is daarmee niet akkoord gegaan.

2.7.

Op 6 maart 2019 heeft AAA Trading een bedrag van € 61.570,- overgemaakt aan [eiser] met de volgende betalingsomschrijving:

“(…) FEES NO [nummer 2] IMPORT GOODS”.

2.8.

Op 13 maart 2019 heeft AAA Trading aan [eiser] de etiketten gestuurd die op de goederen in de eerste twee containers moesten worden aangebracht.

2.9.

[eiser] heeft op 18 maart 2019 haar leverancier Sorini in Italië bezocht. [eiser] heeft een geluidsopname overgelegd van een bij die gelegenheid gevoerd gesprek met een medewerker van Sorini. In het door [eiser] eveneens overgelegde transcript daarvan staat het volgende:

“V [medewerker Sorini, vzr.]

(…) it was let’s say sad that those guys appointed [eiser] for the business of the 4 containers. So at that point they wanted to take the goods directly and I’m afraid to say that the commitment they asked for was quite convincing in terms of quantity.

(…)
My first reaction was no sorry but we have a deal with [eiser] .

(…)

It was let’s say a long discussion and these gentlemen, let’s say they were quite persistent and also very strong in their reaction so at a certain point there was a management decision. (…) [betrokkene] let’s say is the export manager so he decides the strategy and he said ok, we can commit with [eiser] for the 2 containers. The other 2 let’s keep them a little bit on hold but now the appointed distributor is (…) currently. (…)”

2.10.

Op 25 maart 2019 heeft [eiser] een bedrag van € 61.570,- overgemaakt aan AAA Trading met de volgende betalingsomschrijving:

“(…) REFUND [nummer 2] ”.

2.11.

[eiser] heeft de eerste twee containers, waarvan hij had aangekondigd deze te leveren in maart 2019, verkocht en geleverd aan een concurrent van AAA Trading in Saudi-Arabië.

2.12.

AAA Trading heeft [eiser] in een brief van 20 mei 2019 kort gezegd bericht dat zij de overeenkomst ontbindt, omdat zij, ondanks dat zij de facturen voor de eerste twee containers volledig heeft betaald, de bestelde goederen niet heeft ontvangen en [eiser] deze heeft verkocht aan een van haar concurrenten. Daarnaast heeft AAA Trading van [eiser] de terugbetaling geëist van een bedrag van € 141.600,- binnen zeven dagen.

2.13.

AAA Trading heeft op 12 juni 2019 ten laste van [eiser] conservatoir beslag doen leggen onder ING Bank N.V. krachtens daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 7 juni 2019, waarbij haar vordering is begroot op € 184.000,- (€ 141.600,- vermeerderd met een opslag voor rente en kosten).

2.14.

Op 26 juni 2019 heeft AAA Trading de dagvaarding in de bodemzaak aan [eiser] laten betekenen.

2.15.

Bij e-mail van 1 juli 2019 heeft [eiser] aan AAA Trading (zakelijk weergegeven) onder meer meegedeeld dat de ontbinding van 20 mei 2019 geen effect sorteert nu deze niet ziet op de initiële overeenkomst met betrekking tot vier containers en het AAA Trading niet was toegestaan om de overeenkomst zonder instemming van [eiser] te wijzigen. [eiser] heeft verder gesteld dat zij nog altijd bereid is om vier containers te leveren en heeft AAA Trading gevraagd haar binnen 48 uur te berichten of zij de originele bestelling nog wenst te accepteren.

2.16.

In een kortgedingvonnis van deze rechtbank van 22 juli 2019 is het op 12 juni 2019 door AAA Trading ten laste van [eiser] gelegde beslag opgeheven. In dat vonnis is, voor zover hier van belang, het volgende overwogen:

“5.3. Gebleken is dat partijen van mening verschillen over de vraag of de overeenkomst bij brief van 20 mei 2019 (…) al dan niet rechtsgeldig door AAA Trading is ontbonden. De beantwoording van die vraag vergt echter een nader onderzoek naar de feiten waarvoor dit kort geding zich niet leent. Een en ander zal in de reeds aanhangige bodemprocedure nader aan de orde moeten komen.

(…)
5.11. Geoordeeld wordt als volgt. AAA Trading heeft de voorzieningenrechter gelet op het volgende niet volledig ingelicht. Door in het beslagrekest te vermelden dat “de bestelling van twee containers later door partijen is geannuleerd” heeft AAA Trading de indruk gewekt dat over dit annuleren tussen partijen overeenstemming bestond, hetgeen – zo is inmiddels gebleken – een onjuiste voorstelling van zaken is. (…)

5.12.

Ook hetgeen in het beslagrekest bij randnummer 6 is opgenomen is niet (helemaal) juist (…) Door het in het beslagrekest op te schrijven zoals door AAA Trading is gedaan, is bij de voorzieningenrechter (ten onrechte) de indruk gewekt dat slechts facturen voor twee containers waren verstuurd en dat deze twee facturen volledig zijn voldaan. Dat er discussie gaande was over vier containers is hierdoor buiten beeld gebleven.

5.13. (…)5.14.


5.14. Ten slotte is de terugbetaling van € 61.670,-- door [eiser] aan AAA Trading op 25 maart 2019 in het beslagrekest geheel onvermeld gelaten. Zelfs als de lezing van AAA Trading omtrent die betaling al zou kloppen, dan had de betaling alsnog vermeld moeten worden in het beslagrekest. (…)”.

2.17.

De advocaat van [eiser] heeft ING Bank N.V. in een e-mail van 23 juli 2019 verzocht het beslagen tegoed vrij te geven. Hierop heeft ING Bank N.V. telefonisch te kennen gegeven dat het tegoed alleen zou worden vrijgegeven als de beslagleggende deurwaarder haar dienovereenkomstig zou instrueren. Vervolgens heeft de advocaat van [eiser] in een e-mail van diezelfde dag, 10.25 uur, de deurwaarder verzocht deze instructie te geven.

2.18.

AAA Trading heeft op 23 juli 2019 opnieuw een verzoekschrift ingediend bij deze rechtbank tot het leggen van conservatoir bankbeslag ten laste van [eiser] . In dit verzoekschrift staat het volgende:

“14. De eerste twee containers zouden in maart 2019 aan AAA Trading (…) geleverd worden door [eiser] . [eiser] heeft ondanks de betalingen echter nagelaten de bestelde goederen aan AAA Trading te leveren. Tot op heden heeft geen levering van [eiser] aan AAA Trading plaatsgevonden.

15. AAA Trading is in de tussentijd op een beurs toevallig in contact gekomen met de eigenlijke producent van de goederen, (…) Sorini (…). Hierbij heeft AAA Trading rechtstreeks van Sorini goederen besteld. Ook zijn AAA Trading en Sorini overeengekomen dat AAA Trading exclusief goederen voor de Saoedi-Arabische markt van Sorini mag bestellen. (…)

16. [eiser] was het hiermee niet eens. De afspraken tussen AAA Trading en Sorini stonden echter een uitvoering van de Bestelling en daarmee de overeenkomst tussen AAA Trading en [eiser] niet in de weg. In het vervolg heeft [eiser] de eerste twee door AAA Trading bestelde en betaalde containers aan een concurrent van AAA Trading in Saoedi-Arabië geleverd. Zulks naar mening van AAA Trading als reactie op de afspraken tussen AAA Trading en Sorini.

(…)[na nieuwe nummering, vzr.]

7. Deze eenzijdige radiostilte vanaf 24 maart 2019, terwijl [eiser] nog een bedrag ter hoogte van EUR 141.600 van AAA Trading onder zich heeft gehad, heeft geleid tot de brief van 20 mei 2019, waarmee de Bestelling is ontbonden en het bedrag ad EUR 141.600 is teruggevorderd.
(…)
11. [eiser] heeft (…) op de brief van 20 mei 2019 niet gereageerd en ook niet tegen de ontbinding geprotesteerd. Indien [eiser] daadwerkelijk de Bestelling nog had willen leveren of van mening zou zijn geweest dat de ontbinding daadwerkelijk geen effect zou hebben, had het voor de hand gelegen dat [eiser] op deze brief reageert en dat in richting van AAA Trading kenbaar maakt of de ontbinding van de hand wijst. (…)

29. In de kern voert [eiser] aan dat de Bestelling niet rechtsgeldig is ontbonden, het bedrag ad EUR 80.000 een garantie zou betreffen en het bedrag ad EUR 61.600 reeds terug zou zijn betaald (...)”.

Het verzochte verlof is diezelfde dag door de voorzieningenrechter verleend, met begroting van de vordering van AAA Trading op € 104.000,-, (€ 80.000,- vermeerderd met een opslag voor rente en kosten).

2.19.

De deurwaarder heeft ING Bank N.V. in een e-mail van 23 juli 2019, 17.48 uur, bericht dat het op 12 juni 2019 gelegde beslag als opgeheven kan worden beschouwd. Een paar minuten later heeft AAA Trading opnieuw conservatoir beslag gelegd ten laste van [eiser] onder ING Bank N.V., krachtens het eerder die dag verkregen verlof. Het beslag kleeft voor ongeveer € 110.000,-.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – samengevat – :

I. het op 23 juli 2019 gelegde beslag op te heffen;

II. AAA Trading te verbieden ter zake het onderhavige geschil en op basis van dezelfde feiten opnieuw conservatoir beslag te doen leggen, op straffe van een dwangsom;

III. AAA Trading te veroordelen in de werkelijke proceskosten.

3.2.

[eiser] legt daaraan – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. AAA Trading heeft in haar tweede beslagrekest opnieuw haar verplichtingen van artikel 21 Rv geschonden en geprobeerd de voorzieningenrechter op het verkeerde been te zetten. Daarnaast heeft AAA Trading misbruik van beslagrecht gemaakt, door opnieuw beslag te laten leggen een paar minuten na verzending van het bericht dat het eerste beslag als opgeheven kon worden beschouwd. Haar deurwaarder heeft gewacht met het instrueren van ING Bank N.V. tot AAA Trading opnieuw verlof had gekregen tot het leggen van beslag. Hiermee heeft AAA Trading feitelijk het vonnis van 22 juli 2019 aan haar laars gelapt. Verder is het vorderingsrecht van AAA Trading summierlijk ondeugdelijk en dient een belangenafweging uit te vallen in het voordeel van [eiser] . Als de vordering van AAA Trading in de bodemprocedure wordt toegewezen, zal zij dat vonnis in Nederland kunnen executeren. Anderzijds is het, als de vordering van AAA Trading wordt afgewezen, voor [eiser] lastig zijn schade op haar te verhalen, aangezien zij in Saudi-Arabië is gevestigd.

3.3.

AAA Trading voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen zijn op grond van artikel 21 Rv verplicht om alle voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Zo ook een verzoekende partij in een beslagrekest. Een beslagrekest kenmerkt zich daarin dat op het rekest wordt beslist zonder dat de beslagene eerst wordt gehoord. De voorzieningenrechter die op een beslagrekest beslist moet dan ook – nog meer dan anders al het geval is – op het woord van de verzoekende partij kunnen afgaan. Indien de verzoekende partij in het beslagrekest niet alle voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid heeft aangevoerd, kan dat leiden tot opheffing van het beslag.

4.2.

Daarnaast kan een conservatoir beslag op grond van artikel 705 lid 2 Rv onder meer worden opgeheven indien summierlijk blijkt dat de vordering ter verzekering waarvan het is gelegd ondeugdelijk is.

4.3.

[eiser] heeft gesteld dat AAA Trading in haar tweede beslagrekest op zes punten onwaarheden heeft verkondigd dan wel de voorzieningenrechter onvolledig heeft voorgelicht. Het gaat om de volgende punten:

  1. AAA Trading heeft aangevoerd dat haar eerdere onvolledig en onjuist informeren te wijten is aan nieuwe voor haar nog niet kenbare standpunten van [eiser] ;

  2. AAA Trading heeft de kern van het geschil onjuist gekenschetst en opnieuw de annulering door haar van twee containers niet vermeld;

  3. AAA Trading heeft de indruk gewekt dat de door haar gedane betalingen zagen op de eerste twee containers en niet op vier containers;

  4. AAA Trading is niet ingegaan op alle door [eiser] aangevoerde verweren tegen de ontbinding van 20 mei 2019;

  5. AAA Trading heeft de e-mail van [eiser] van 1 juli 2019 onvermeld gelaten;

  6. AAA Trading heeft vermeld dat haar afspraken met Sorini aan de overeenkomst niet in de weg stonden.

4.4.

Het is juist dat AAA Trading in het tweede beslagrekest niet heeft vermeld dat zij de bestelling van twee containers heeft willen annuleren en dat haar eerste betaling zag op alle vier containers (30% van de prijs daarvan). Ook heeft AAA Trading geen melding gemaakt van de e-mail van [eiser] van 1 juli 2019 en is zij niet ingegaan op de door [eiser] aangevoerde verweren tegen de ontbinding van 20 mei 2019. Wel heeft AAA Trading het eerste kortgedingvonnis met haar beslagrekest meegestuurd. Hierin was te lezen dat tussen partijen discussie was ontstaan over twee van de vier containers, dat de eerste betaling van AAA Trading een aanbetaling was voor vier facturen en dat partijen het er niet over eens zijn of AAA Trading de overeenkomst tussen hen rechtsgeldig heeft ontbonden. Daarnaast is de e-mail van [eiser] van 1 juli 2019 opgenomen bij de feiten in dat vonnis.

4.5.

Weliswaar stond in het eerste kortgedingvonnis dat AAA Trading heeft geprobeerd de bestelling van twee containers te annuleren, maar niet dat AAA Trading daaraan voorafgaand – waarschijnlijk – eind januari/begin februari 2019 zelf bestellingen had gedaan bij Sorini en afspraken had gemaakt over haar exclusieve distributeurschap in Saudi-Arabië. Dit laatste heeft AAA Trading wel vermeld in haar beslagrekest, alleen heeft AAA Trading nagelaten daarbij te vermelden dat dit aanleiding voor haar was medio februari te proberen twee van de vier containers te annuleren. Dit is relevante informatie over de achtergrond van het geschil van partijen, die uit het beslagrekest had moeten blijken. [eiser] heeft gesteld dat hij niet akkoord is gegaan met annulering van een deel van de bestelling, omdat de omvang van de bestelling invloed had gehad op de prijs die hij met AAA Trading was overeengekomen. Bij zijn bezoek aan Sorini in maart 2019 werd hem duidelijk dat hij slechts twee van de vier containers van Sorini zou ontvangen in verband met de grote bestelling van 10 containers door AAA Trading en dat hij daarom toch slechts twee containers aan AAA Trading zou kunnen doorleveren, ondanks dat hij niet akkoord was gegaan met een vermindering van de bestelling. Toen [eiser] van deze nieuwe afspraken nog niet op de hoogte was heeft hij volgens zijn verklaring betaling van het restantbedrag voor de eerste twee containers aan AAA Trading verzocht en een nieuwe 30% aanbetaling voor de volgende twee containers. AAA Trading heeft alleen het restantbedrag voldaan. Nadat hij van de nieuwe afspraken op de hoogte was heeft hij AAA Trading in maart 2019 de keuze gegeven ofwel alsnog alle vier de containers af te nemen, ofwel niets meer af te nemen, maar hem in dat laatste geval wel zijn misgelopen marge te vergoeden. Doordat AAA Trading hier niet op in wilde gaan heeft hij de betaling van € 61.570,- aan AAA Trading teruggeboekt, aldus [eiser] . Dit verweer van [eiser] heeft AAA Trading in haar beslagrekest niet vermeld en/of weerlegd.

4.6.

Ook heeft AAA Trading slechts vermeld dat [eiser] meent dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden en het verweer van [eiser] tegen de ontbinding niet inhoudelijk weergegeven. [eiser] heeft aangevoerd dat hij nooit in verzuim is komen te verkeren, omdat AAA Trading hem niet in gebreke heeft gesteld. Daarnaast heeft [eiser] aangevoerd dat sprake is van schuldeisersverzuim, indien Sorini niet meer bereid is hem chocolade te leveren vanwege de met AAA Trading gemaakte afspraken. In dat geval kan [eiser] immers niet meer aan AAA Trading leveren en wordt nakoming van de overeenkomst door [eiser] verhinderd door een omstandigheid die is veroorzaakt door AAA Trading. Zolang AAA Trading in schuldeisersverzuim verkeert, kan [eiser] niet in verzuim raken en kan AAA Trading de overeenkomst niet rechtsgeldig ontbinden, aldus [eiser] . Dit verweer is opgenomen in de pleitnota van [eiser] in het eerste kort geding en was dan ook bij AAA Trading bekend. Zij had dit in haar tweede beslagrekest moeten vermelden, temeer nu dit verweer niet in het eerste kortgedingvonnis staat en zij ook de pleitnota van [eiser] niet als productie heeft bijgevoegd. Hoewel op dit moment onduidelijk is of nakoming van de overeenkomst door [eiser] nog mogelijk is, wordt AAA Trading aangerekend dat zij heeft nagelaten dit verweer kenbaar te maken. Met name kennis hiervan was van belang geweest voor de voorzieningenrechter die het beslagrekest beoordeelde om een goede inschatting te kunnen maken van het geschil van partijen.

4.7.

Tot slot heeft AAA Trading in het tweede beslagrekest gesteld dat [eiser] niet op de ontbinding van 20 mei 2019 heeft gereageerd. Dat is niet juist. Naast de verklaring van [eiser] dat hij telefonisch wel contact heeft gehad met [medewerker AAA trading] van AAA Trading, heeft hij, hoewel laat, in elk geval gereageerd in zijn e-mail van 1 juli 2019. Dat de e-mail van 1 juli 2019 is genoemd in het eerste kortgedingvonnis, laat de verplichting van AAA Trading onverlet in haar beslagrekest de voorzieningenrechter volledig en naar waarheid te informeren, hetgeen zij hiermee niet heeft gedaan. Hetzelfde geldt voor de opmerking van AAA Trading dat indien [eiser] de bestelling nog had willen leveren het op zijn weg had gelegen dit kenbaar te maken. [eiser] heeft immers niet alleen wel degelijk gereageerd, ook heeft hij in de e-mail van 1 juli 2019 gesteld bereid te zijn alsnog aan de overeenkomst te voldoen door vier containers te leveren. Pas op de zitting heeft AAA Trading daartegen verweer gevoerd door te stellen dat de leveringen van belang waren voor het Suikerfeest op 6 juni 2019 en het Offerfeest rond 11 augustus 2019 en daarna geen nut meer hadden. [eiser] betwist dit, er wordt het hele jaar door snoepgoed geleverd in Saudi-Arabië.

4.8.

De consequentie van voormelde schendingen van AAA Trading van haar verplichtingen van artikel 21 Rv is dat ook het beslag van 23 juli 2019 zal worden opgeheven, zoals gevorderd. Daarom wordt niet toegekomen aan beoordeling van de vraag of AAA Trading misbruik van recht heeft gemaakt en eveneens niet aan een nadere beoordeling van de vraag of de vordering van AAA Trading moet worden gekwalificeerd als summierlijk ondeugdelijk.

4.9.

Nadat het eerste beslag van AAA Trading was opgeheven vanwege schending door haar van artikel 21 Rv, had zij bij het indienen van een tweede beslagrekest zich er des te meer van moeten vergewissen dat zij de voorzieningenrechter volledig en naar waarheid informeerde. Uit het voorgaande blijkt dat zij dat onvoldoende heeft gedaan en opnieuw misleidende en onvolledige informatie in haar beslagrekest heeft opgenomen. Om deze reden zal AAA Trading worden verboden nogmaals beslag te leggen in verband met deze bestellingen, op straffe van een dwangsom. De dwangsom zal, ondanks het verweer van AAA Trading tegen de hoogte daarvan, niet worden gematigd, gelet op de hoogte van de vordering van AAA Trading in de bodemzaak.

4.10.

AAA Trading zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Er is onvoldoende aanleiding voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

heft op het op 23 juli 2019 door AAA Trading ten laste van [eiser] onder ING Bank N.V. gelegde beslag,

5.2.

verbiedt AAA Trading ter zake het onderhavige geschil en op basis van dezelfde feiten opnieuw conservatoir beslag te doen leggen,

5.3.

veroordeelt AAA Trading tot betaling aan [eiser] van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij na betekening van dit vonnis handelt in strijd met het hiervoor onder 5.2 uitgesproken verbod, tot een maximum van € 250.000,- is bereikt,

5.4.

veroordeelt AAA Trading in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

– € 81,83 aan explootkosten,

– € 297,- aan griffierecht en

– € 980,- aan salaris advocaat,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.M. Eisenhardt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2019.1

1 type: JE coll: JT