Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7299

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-10-2019
Datum publicatie
17-10-2019
Zaaknummer
7766246 EA VERZ 19-346
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoek werknemer vernietiging ontslag op staande voet afgewezen. Dringende reden (fraude) komen vast te staan. Voldoende voor oosv. Schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1094
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7766246 EA VERZ 19-346

beschikking van: 2 oktober 2019

func.: 560

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekster, tevens verweerster,

nader te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. E.B. Doganer

t e g e n

de commanditaire vennootschap C&A NEDERLAND CV

gevestigd te Amsterdam

verweerster, tevens verzoekster

nader te noemen: C&A

gemachtigde: mr. J.M.E. Stuurman

VERLOOP VAN DE PROCEDURE


[verzoekster] heeft op 14 mei 2019 een verzoek met producties ingediend dat primair strekt tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de C&A, met nevenverzoeken. Subsidiair heeft [verzoekster] verzocht ten laste van C&A een billijke vergoeding toe te kennen, met nevenverzoeken.

[verzoekster] is verschenen, vergezeld door, haar moeder, een tante en de gemachtigde. Namens C&A is de gemachtigde verschenen, vergezeld door de heer [betrokkene] . C&A heeft ter zitting camerabeelden getoond. Partijen hebben vervolgens hun standpunt aan de hand van een pleitnota toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na verder debat is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald.

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.

[verzoekster] , geboren op 24 november 2001 en thans derhalve 17 jaar oud, is sinds 26 juli 2018 in dienst van C&A als verkoopmedewerkster. Het salaris bedraagt € 3,97 bruto per uur, exclusief 8% vakantietoeslag. [verzoekster] werkt meestal op donderdagavond en zaterdag.

1.2.

Medio februari 2019 is bij C&A het vermoeden gerezen dat er werd gefraudeerd. C&A heeft daar onderzoek naar gedaan. Uit dat onderzoek is volgens C&A gebleken dat een kassamedewerkster, mevrouw X, bij het afrekenen verschillende door haar gescande artikelen corrigeerde en de door haar gecorrigeerde artikelen vervolgens zonder betaling of tegen hoge korting meegaf aan de betreffende klant.

1.3.

C&A heeft na raadpleging van camerabeelden een aantal medewerkers, waaronder [verzoekster] , geïnterviewd. Het interview is afgenomen op 14 maart 2019 om 18.00 uur door [betrokkene] , in aanwezigheid van de storemanager van C&A. Van het interview is achteraf, aan de hand van tijdens het gesprek gemaakte aantekeningen, een verslag opgemaakt. Daarin is onder meer het volgende vermeld:
“(…). Of ik de kassaprocedures ken? Ja, die ken ik wel een beetje. Ik wel uitleggen hoe het aan de kassa gaat. (…) Of ik wel eens artikelen aan iemand heb meegegeven, zonder dat voor deze artikelen betaald is? Dit is wel gedaan door (…) Mijn moeder had diverse artikelen op de balie gelegd, toen (…) caissière was. (…) heeft mijn moeder toen korting gegeven, zonder dat op deze artikelen korting van kracht was. Wij hadden hier niet om gevraagd bij (…). (…) doet dit trouwens ook. Wat ik hiermee bedoel? Nou, (…) geeft ook korting aan mensen, terwijl dit niet mag (…)Mijn moeder en ik kregen ook meer artikelen mee dan mijn moeder betaalde. Ik stond hier bij en heb hier niets van gezegd. Ik zag pas later op de kassabon dat niet alle artikelen door (…) gescand waren. (…) Ongeveer drie weken geleden is dit ook gebeurd (…). Toen mijn moeder bij (…) aan de balie stond, heb ik uit het rek roze lingerie gepakt. Het waren twee artikelen, terwijl ik dacht dat het één artikel was. Ik heb de lingerie op de stapel kleding, die op de balie lag, gelegd. (…) heeft toen in elk geval de roze lingerie, die ik gepakt had, niet gescand. Ik heb deze lingerie niet betaald en mijn moeder heeft dit ook niet betaald. (…)Wanneer dit nog meer is gebeurd? Dit is in elk geval twee keer gebeurd. Vorig jaar december gaf (…) ons ook kleding mee, zonder dat wij hiervoor betaalden. Toen wij dit thuis merkten, wisten we niet wat we moesten doen. Mijn moeder en ik vonden het maar raar. Eigenlijk vonden we dit wel vervelend. Ik moest ermee zien te dealen en nu krijg ik de problemen (…)”

1.4.

Direct na het gesprek is [verzoekster] door de storemanager op staande voet ontslagen. Dit ontslag is per brief bevestigd op 17 maart 2019. In de brief is als ontslagreden genoemd dat [verzoekster] zich schuldig heeft gemaakt aan fraude in dienstbetrekking in vereniging met collega’s en aan heling.

Verzoek

2. [verzoekster] heeft ter zitting haar subsidiaire verzoek tot betaling van een billijke vergoeding niet gehandhaafd en verzoekt de kantonrechter thans alleen nog het ontslag op staande voet te vernietigen en C&A te veroordelen tot doorbetaling van loon, met een aantal nevenverzoeken.

3. [verzoekster] legt aan het verzoek ten grondslag, kort samengevat, dat er geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. [verzoekster] betwist dat zij heeft gefraudeerd of zich schuldig heeft gemaakt aan heling.

Verweer en tegenverzoek

4. C&A verweert zich tegen het verzoek. Het verweer komt bij de beoordeling aan de orde. C&A vordert betaling van de kosten van het externe onderzoek, die volgens C&A € 1.984,40 bedragen en € 77,70 aan schadevergoeding, die betrekking heeft op de gratis of tegen hoge kortingen meegegeven artikelen.

5. [verzoekster] verweert zich tegen de tegenverzoeken.

Beoordeling

Vernietiging ontslag op staande voet?

6. De kantonrechter dient te beoordelen of de reden die de C&A aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd als een dringende reden kwalificeert als bedoeld in artikel 7:677 BW. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag moeten de omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden bezien. De aard en de ernst van het gedrag van de [verzoekster] spelen daarbij een rol, evenals de duur van de arbeidsovereenkomst en ook de (persoonlijke) omstandigheden van [verzoekster] en de gevolgen van een ontslag op staande voet voor de [verzoekster] .

7. C&A heeft [verzoekster] verweten dat zij heeft gefraudeerd en zich schuldig heeft gemaakt aan heling. Ter onderbouwing hiervan heeft C&A gewezen op twee voorvallen die hebben plaatsgevonden op 22 februari 2019, één in de ochtend en één in de middag. Van die voorvallen heeft C&A op zitting beelden getoond. C&A heeft naast de beelden gewezen op een uitdraai van kassabonnen, overgelegd als productie 4 (van de ochtend) en productie 6 (van de middag).

8. Op de beelden die zijn getoond van het voorval op vrijdagochtend 22 februari 2019 is zichtbaar dat de moeder van [verzoekster] een groot aantal kledingstukken op de toonbank legt, terwijl mevrouw X achter de kassa staat. Er worden door mevrouw X handelingen verricht met de kassa en de kleding, de kleding wordt in een tas gestopt en die wordt meegegeven aan de moeder van [verzoekster] . [verzoekster] komt bij voormeld proces wel even in beeld, maar loopt daarna weer weg. Op de eerste kassabon die als productie 4 is overgelegd en die hoort bij deze transactie, is te zien dat een aantal artikelen zijn gescand, maar ook allemaal direct zijn gecorrigeerd. Een tweede kassabon toont dat één jack is gescand, waarop een korting is toegepast. Het totaal van die bon bedraagt € 3,60. Niet is te zien dat de kassamedewerkster door de moeder van [verzoekster] neergelegde kleding achterhoudt. Alle kleding die op de toonbank is neergelegd wordt aan de moeder van [verzoekster] meegegeven.

9. Op de beelden die zijn getoond van het voorval op vrijdagmiddag 22 februari 2019, is zichtbaar dat [verzoekster] , haar moeder en mevrouw X met elkaar spreken. [verzoekster] en haar moeder staan aan de hoek van de toonbank. Enige tijd later staan [verzoekster] en haar moeder bij mevrouw X aan de kassa. [verzoekster] en haar moeder leggen kleding neer. Te zien is dat [verzoekster] iets uit haar borstzakje haalt, wat door mevrouw X wordt gescand. Op de kassabon is te zien dat een personeelspas is gescand voor korting en dat een korting van 60% is toegepast.

10. [verzoekster] betwist dat zij heeft gefraudeerd of van fraude op de hoogte was en/of zich schuldig heeft gemaakt aan heling. [verzoekster] bestrijdt de juistheid van het onderzoeksrapport. Volgens [verzoekster] heeft zij tijdens het gesprek niet erkend dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan fraude en/of heling. Voorts klopt het niet dat [verzoekster] zou hebben gezegd dat zij ervan op de hoogte was dat mevrouw X in het verleden wel vaker hoge kortingen zou hebben gegeven aan derden. Volgens (de gemachtigde van) [verzoekster] is [verzoekster] niet goed bekend met het kassasysteem en wist zij niet dat kortingen konden worden verstrekt.

11. [verzoekster] wijst erop dat op dat uit de beelden die op vrijdagochtend 22 februari 2019 zijn gemaakt blijkt dat zij bij het afrekenproces niet aanwezig was, maar enkel haar moeder. [verzoekster] heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet op de hoogte was van het feit dat mevrouw X correctiehandelingen verrichtte nadat de kleding door de kassa was gescand en evenmin dat handmatig kortingen werden toegepast. De kassabon wordt niet direct verstrekt, maar in de tas gestopt, zodat de moeder van [verzoekster] de kassabon ook niet direct onder ogen kreeg.

12. Omdat niet is vastgesteld dat [verzoekster] zelf heeft gefraudeerd, dient C&A aan te tonen dat [verzoekster] wist of behoorde te weten dat er binnen C&A gefraudeerd werd. Daarin is C&A niet geslaagd, aldus [verzoekster] .

13. Geoordeeld wordt als volgt.

14. Aan de hand van de beelden die van de ochtend op 22 februari 2019 zijn gemaakt en de overgelegde kassabon die bij die transactie hoort, kan worden geconcludeerd dat de betreffende kassamedewerkster, mevrouw X, niet alle artikelen op de toonbank scant. De artikelen die zij wel heeft gescand, heeft zij vervolgens in het kassasysteem gecorrigeerd. Wel zijn alle artikelen aan de moeder van [verzoekster] meegegeven. Dat er iets niet in de haak is met deze transactie is klip en klaar en dat staat dus vast.

15. Dat [verzoekster] direct en actief bij deze transactie is betrokken is weliswaar niet komen vast te staan, maar voldoende aannemelijk is wel dat [verzoekster] op dat moment ervan op de hoogte was dat werd gefraudeerd binnen C&A door de handelwijze van mevrouw X en dat [verzoekster] daar op andere momenten ook direct bij betrokken is geweest. [verzoekster] en ook haar moeder hebben dit weliswaar betwist, maar deze betwisting komt niet geloofwaardig voor. Ter toelichting geldt het volgende.

16. [verzoekster] heeft in het verzoekschrift gewezen op een voorval dat in december 2018 zou hebben plaatsgevonden en waarbij de moeder van [verzoekster] , in haar bijzijn, drie stuks lingerie op de toonbank bij mevrouw X heeft neergelegd. Vervolgens zou er maar één stuk lingerie zijn afgerekend. Volgens [verzoekster] is dat haar en haar moeder op dat moment niet opgevallen, omdat er sprake zou zijn van een sale-actie. In haar verzoekschrift stelt [verzoekster] dat zij en haar moeder verder niet stil hebben gestaan bij de kassabon en uit de winkel zijn vertrokken.

17. Dit laatste standpunt in het verzoekschrift strookt niet met de verklaring die [verzoekster] in het gesprek met [betrokkene] en de storemanager heeft afgelegd. Daarin is immers vermeld dat [verzoekster] over het voorval in december 2018 heeft verklaard dat zij achteraf wél zag dat er iets niet klopte, maar daarop verder geen actie heeft ondernomen. Vervolgens heeft op 22 februari 2019 zich iets soortgelijks afgespeeld, zowel in de ochtend als in de middag, waarbij [verzoekster] in de middag in ieder geval direct bij de transactie is betrokken. C&A heeft onweersproken toegelicht dat bij die transactie ten onrechte een handmatige korting van 60% is verwerkt. Terwijl [verzoekster] blijkens haar eigen verklaring vanaf 18 december 2018 een gewaarschuwd mens zou moeten zijn, heeft zij haar moeder er niet van weerhouden om op 22 februari 2019 wederom bij mevrouw X kleding af te rekenen. [verzoekster] heeft bovendien in het gesprek bij [betrokkene] en de storemanager blijkens het gespreksverslag ook verklaard dat zij op de hoogte was van de handelwijze van mevrouw X. Door desondanks (haar moeder er niet van te weerhouden) bij mevrouw X kleding af te rekenen, heeft zij op zijn minst bijgedragen aan fraude.

18. [verzoekster] heeft ter zitting betwist dat hetgeen in het verslag van het gesprek met de storemanager en [betrokkene] is gemeld onjuist is, maar die enkele betwisting kan, tegenover de gedetailleerde inhoud van het verslag en hetgeen ook naar voren is gebracht tijdens de zitting, geen stand houden. Zo heeft de gemachtigde van [verzoekster] bijvoorbeeld verklaard dat [verzoekster] niet voldoende wist van het kassasysteem en dus ook niet kon weten dat handmatige kortingen zouden kunnen worden verleend, maar heeft [verzoekster] zelf verklaard dat zij wist hoe die systemen werkten en dat handmatig korting kon worden gegeven. Deze verklaringen van [verzoekster] zijn dan ook op zijn minst genomen tegenstrijdig. Daar komt bij dat de ter zitting afgelegde verklaring van [verzoekster] dat zij van helemaal niets wist niet geloofwaardig is tegen de achtergrond van de door C&A overgelegde bewijsstukken.

19. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat vast is komen te staan dat [verzoekster] wist van de frauduleuze handelwijze binnen C&A, daar geen mededeling van heeft gedaan bij haar leidinggevenden en ook direct bij de fraude betrokken is geweest. Daarmee heeft [verzoekster] C&A een dringende reden gegeven om het dienstverband direct te beëindigen. Voldoende duidelijk moet ook voor [verzoekster] zijn dat enkel fraude voor C&A op zichzelf al voldoende is om de arbeidsovereenkomst per direct te beëindigen. Het is begrijpelijk dat C&A streng optreedt tegen dit soort gevallen van fraude. [verzoekster] heeft geen (persoonlijke) omstandigheden naar voren gebracht die dit oordeel anders maken. Het verzoek van [verzoekster] tot vernietiging van het ontslag, en de overige verzoeken, worden daarom afgewezen.

Onderzoekskosten en schade C&A

20. C&A verzoekt om [verzoekster] te veroordelen tot betaling van de volledige onderzoekskosten ter hoogte van € 1.984,40. C&A stelt hiertoe dat [verzoekster] zich mede schuldig heeft gemaakt aan interne fraude en dat [verzoekster] aansprakelijk is voor de schade die C&A heeft geleden door inschakeling van een externe bedrijfsrechercheur. Volgens C&A is zij hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele onderzoekskosten.

20. De kosten waarvan C&A betaling vordert zijn kosten als bedoeld in artikel 6:96 BW. Nu vast staat dat [verzoekster] tekort is geschoten in haar verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en het gerechtvaardigd was dat C&A kosten maakte ter vaststelling van aansprakelijkheid en haar schade, is het redelijk dat zij een bedrijfsrechercheur daarvoor heeft ingeschakeld. Het is echter niet redelijk dat [verzoekster] tegenover C&A wordt belast met kosten die betrekking hebben op onderzoek naar het handelen van andere medewerkers. Die medewerkers zijn in deze procedure ook niet betrokken en de samenwerking tussen alle medewerkers bij het plegen van de fraude is onvoldoende duidelijk. Ook is in deze procedure niet duidelijk welke medewerkers C&A voor ogen heeft. Enkel de kosten die gemaakt zijn voor het onderzoek naar [verzoekster] zijn toewijsbaar.

20. Deze kosten zijn niet uitgesplitst, maar C&A heeft wel onweersproken gesteld dat het onderzoek betrekking heeft op drie medewerkers. Tegen die achtergrond en gelet op hetgeen door het recherchebureau op grond van de specificatie is gedaan, is een bedrag van € 600,00, inclusief btw, redelijk. Dit bedrag is toewijsbaar aan buitengerechtelijke kosten.

20. C&A heeft daarnaast nog betaling verzocht van de schade die zij heeft geleden, ter hoogte van € 77,70. De schade is niet bestreden. Vast staat dat C&A de schade mede door opzettelijk handelen van [verzoekster] heeft geleden. Dit bedrag zal worden toegewezen.

20. [verzoekster] wordt als de overwegend in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast. De proceskosten in het tegenverzoek worden begroot op nihil.

BESLISSING

De kantonrechter:

op de verzoeken van [verzoekster]

wijst de verzoeken af;

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van C&A begroot op € 480,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

op de verzoeken van C&A

veroordeelt [verzoekster] tot betaling aan C&A van een bedrag van € 600,00 (inclusief btw) aan buitengerechtelijke kosten en € 77,70 aan schade;

veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van C&A begroot op nihil;

wijst hetgeen meer of anders is verzocht af;

op beide verzoeken

veroordeelt [verzoekster] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 90,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van de beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [verzoekster] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van deze beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. van der Molen, kantonrechter en op 2 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.