Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7133

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-08-2019
Datum publicatie
04-10-2019
Zaaknummer
7485500 CV EXPL 19-2097
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 7:417 lid 4 BW. Vordering van huurder jegens bemiddelaar tot terugbetaling van bemiddelingskosten wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7485500 CV EXPL 19-2097

vonnis van: 30 augustus 2019

fno.: 991

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser 1]

wonende te [woonplaats 1]

eiser

nader te noemen: [eiser 1]

gemachtigde: mr. H.W. Meijer

t e g e n

[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam]

wonende te [woonplaats 2]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. E.J. van Dijk

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het procesdossier bestaat uit:

  • -

    de dagvaarding van 14 januari 2019, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    het instructievonnis van 12 april 2019;

  • -

    de conclusie van repliek, met een productie;

  • -

    de conclusie van dupliek;

  • -

    de dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.

[eiser 1] heeft als huurder per 11 augustus 2014 een huurovereenkomst met de heer [belanghebbende] (verder: verhuurder) gesloten.

1.2.

De huurovereenkomst heeft betrekking op een zelfstandige woning aan de [adres] te [woonplaats 1] (verder: de woning).

1.3.

Voor de totstandkoming van de huurovereenkomst heeft [gedaagde] bemiddelingskosten, huur en borg bij [eiser 1] gefactureerd.

1.4.

[eiser 1] heeft de factuur, waarvan € 1.936,00 aan bemiddelingskosten, aan [gedaagde] betaald.

1.5.

Bij brieven van 28 juni 2017 en 7 juli 2017 heeft de incassogemachtigde van [eiser 1] de bemiddelingskosten teruggevorderd.

1.6.

[gedaagde] heeft de bemiddelingskosten niet terugbetaald.

Vordering

2. [eiser 1] vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

2.1. € 1.936,00

€ 1.936,00 aan hoofdsom;

2.2. € 290,40

€ 290,40 aan buitengerechtelijke incassokosten;

2.3.

wettelijke rente over € 1.936,00 vanaf 4 augustus 2014, dan wel vanaf 6 juli 2017 dan wel vanaf dagvaarding;

2.4.

de proceskosten.

3. [eiser 1] stelt hiertoe, kort weergegeven, dat hij ten onrechte bemiddelingskosten aan [gedaagde] heeft betaald. [eiser 1] is op zoek gegaan naar een woonruimte en heeft de woning zelf gevonden op de website Pararius. Daarbij stonden alleen de gegevens van [gedaagde] vermeld. De gegevens van de verhuurder waren afgeschermd. Voor de totstandkoming van de huurovereenkomst heeft [gedaagde] bemiddelingskosten, huur en borg middels een factuur in rekening gebracht. Deze factuur heeft [eiser 1] betaald. [gedaagde] heeft twee heren gediend, nu hij ook in opdracht van verhuurder heeft gehandeld. De bemiddelingskosten van € 1.936,00 zijn daarom onverschuldigd betaald.

Verweer

4. [gedaagde] heeft aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven, dat [eiser 1] geen bewijs heeft geleverd voor de stelling dat [gedaagde] de woning op internet te huur heeft aangeboden en als bemiddelaar heeft opgetreden. [eiser 1] heeft [gedaagde] telefonisch benaderd en heeft diens kantoor bezocht met het verzoek een huurwoning voor hem te vinden. Daarop heeft [gedaagde] de woning gevonden, contact met de verhuurder opgenomen, bemiddeld voor [eiser 1] en een bezichtiging geregeld, waarna de verhuurder akkoord ging. Pas daarna verzocht verhuurder, die in het buitenland verbleef, [gedaagde] zorg te dragen voor ondertekening van het contract, het incasseren van de huur en borg en het beheer van de woning. Dat was dus achteraf en hieraan lag geen opdracht ten grondslag om te bemiddelen bij de verhuur. [gedaagde] heeft hiervoor ook geen beloning van verhuurder ontvangen. Deze beloning betaalde [eiser 1] wel. Hiervoor bestond ook een rechtmatige grondslag, te weten de bemiddelingsovereenkomst. De vordering moet worden afgewezen.

5. Bij dupliek voert [gedaagde] nog aan dat [eiser 1] met de overgelegde advertentie van Pararius niet heeft aangetoond dat [eiser 1] op basis van die advertentie contact met [gedaagde] heeft opgenomen. Er wordt ook geen datum van aanbieding van de woning vermeld. [gedaagde] kan zich niet herinneren dat hij in opdracht van de verhuurder heeft gehandeld. Wegens gebrek aan die wetenschap ontkent hij dan ook dat hij dubbel bemiddeld heeft.

Beoordeling

6. De kern van het geschil is de vraag of [gedaagde] twee heren heeft gediend, zoals bedoeld in artikel 7:417 BW. Uit artikel 7:417 lid 4 BW volgt dat wanneer een bemiddelaar zowel als lasthebber van de huurder (consument) als van de verhuurder optreedt ter zake van de (ver)huur van een zelfstandige woning, hij geen recht heeft op loon van de huurder. Indien een tussenpersoon een huurwoning met goedkeuring van de verhuurder online aanbiedt, geldt in beginsel al het rechtsvermoeden dat deze tussenpersoon ook voor de verhuurder optreedt (HR 16 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3099).

7. Tussen partijen is niet in geschil dat het hier gaat om een zelfstandige woonruimte. Evenmin is in geschil dat [gedaagde] een bemiddelingsovereenkomst met [eiser 1] heeft gesloten. Dan komt vervolgens de vraag aan de orde of [gedaagde] , behalve met [eiser 1] , ook een bemiddelingsovereenkomst met de verhuurder heeft gesloten. Indien dat vast komt te staan, dan heeft dat tot gevolg dat [gedaagde] geen bemiddelingskosten bij [eiser 1] in rekening had mogen brengen en dat onderhavige vordering zal worden toegewezen.

8. Uit de door [eiser 1] gestelde feiten en omstandigheden, onderbouwd met onder meer een schermafdruk van de advertentie op de website Pararius, is voldoende vast komen te staan dat op de website alleen de gegevens van [handelsnaam] te vinden waren. Dat wordt door [gedaagde] ook niet betwist. Het was voor [eiser 1] dus onmogelijk om zonder tussenkomst van [gedaagde] in contact te treden met de verhuurder. In dit kader heeft [gedaagde] aangevoerd dat er geen datum bij de advertentie staat en dat uit de overgelegde advertentie niet valt af te leiden dat het om de door [eiser 1] gehuurde woning gaat. Dit verweer wordt verworpen. In de overgelegde advertentie staat dat het een woning aan de [adres] te [woonplaats 1] betreft en ook de huurprijs komt overeen met de huurprijs die in de huurovereenkomst staat. Daarmee staat, bij gebreke van een nadere onderbouwing van het verweer van [gedaagde] , voldoende vast dat dit de advertentie is die bij de woning hoort.

9. [gedaagde] heeft bij antwoord erkend dat hij op verzoek van de verhuurder diverse werkzaamheden ten behoeve van laatstgenoemde heeft verricht. Dat gaat onder andere om het zorgdragen voor de ondertekening van de huurovereenkomst, het incasseren van de huur en de borg en het optreden als beheerder van de woning. Dat zijn werkzaamheden die naar hun aard louter de belangen van de verhuurder dienen. Dat de verhuurder volgens [gedaagde] pas achteraf aan hem zou hebben gevraagd of hij deze werkzaamheden wilde verrichten maakt dat niet anders.

10. Tegenover de voldoende onderbouwde stellingen van [eiser 1] heeft [gedaagde] zijn verweer niet onderbouwd. Hierdoor is niet vast komen te staan dat [eiser 1] naar het kantoor van [gedaagde] is gekomen, daar een uitdrukkelijke zoekopdracht aan [gedaagde] heeft verstrekt, [gedaagde] actief op zoek is gegaan voor [eiser 1] en [gedaagde] degene is geweest die de woning voor [eiser 1] heeft gevonden, zoals [gedaagde] aanvoert. Evenmin is komen vast te staan dat [gedaagde] voor [eiser 1] heeft onderhandeld over de huurprijs. De woning werd immers op de website aangeboden voor € 1.600,00 en dat is ook de huurprijs die in de huurovereenkomst staat. Verder heeft [gedaagde] niet weersproken dat [eiser 1] de bemiddelingsvergoeding diende te betalen als voorwaarde voor zowel de totstandkoming van de huurovereenkomst als voor de sleuteloverdracht.

11. [gedaagde] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat geen sprake is van een bemiddelingsovereenkomst met de verhuurder nog aangevoerd dat hij van de verhuurder geen vergoeding heeft ontvangen. Dit argument mist relevantie, nu het ontbreken van een vergoeding geen beletsel is dat sprake kan zijn van een bemiddelingsovereenkomst, zo volgt uit rechtsoverweging 4.4.4 van het arrest van de Hoge Raad voornoemd.

12. De door [gedaagde] verrichte werkzaamheden waren primair gericht op het tot stand laten komen van een huurovereenkomst tussen de verhuurder en een potentiële huurder. Door plaatsing van de advertentie op Pararius werden alleen de belangen van de verhuurder gediend. Bovendien is voor die plaatsing toestemming van de verhuurder nodig. Nu [gedaagde] de woning met goedkeuring van de verhuurder op Pararius heeft geplaatst en daarbij alleen zijn eigen gegevens heeft vermeld, wordt geoordeeld dat daarin een opdracht besloten ligt om een huurovereenkomst tot stand te brengen tussen de verhuurder en een potentiële huurder, temeer gezien de overige werkzaamheden die [gedaagde] in het belang van de verhuurder heeft uitgevoerd. De wetgever heeft het in die situatie ongewenst geacht de aspirant huurder (in dit geval [eiser 1] ) bemiddelingskosten in rekening te brengen.

13. Het voorgaande brengt met zich dat de vordering tot terugbetaling van de onverschuldigd betaalde bemiddelingskosten ter hoogte van € 1.936,00 zal worden toegewezen. De wettelijke rente hierover is toewijsbaar vanaf de datum van de onverschuldigde betaling, te weten 4 augustus 2014.

14. [eiser 1] heeft voldoende gesteld en onderbouwd over de verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. Het gevorderde bedrag van € 290,40 komt overeen met het wettelijke tarief en wordt daarom toegewezen.

15. Bij deze uitkomst wordt [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiser 1] .

BESLISSING

De kantonrechter:

I. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser 1] van:
• € 1.936,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
4 augustus 2014 tot de dag van de algehele voldoening;

• € 290,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening;

II. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser 1] begroot op:
dagvaardingskosten € 103,07
salaris gemachtigde € 360,00
griffierecht € 231,00
-----------------
totaal € 694,07
voor zover van toepassing, inclusief btw;

III. veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

IV. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 augustus 2019 in aanwezigheid van de griffier.