Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:7105

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-09-2019
Datum publicatie
11-11-2019
Zaaknummer
AWB - 19 _ 2585
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen verlagen arbeidsongeschiktheidspercentage na herbeoordeling ongegrond. Geen nieuwe, medisch geobjectiveerde feiten aangevoerd. Revalidatietraject van elf weken leidt niet tot een urenbeperking want betreft geen langdurige behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/2585

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2019 in de zaak tussen

[eiseres] , te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. W.J.A. Vis),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder

(gemachtigde: F. Kniesmeijer).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Universiteit Utrecht te Utrecht,
ex-werkgever
(gemachtigde: K. Kwetsie).

Procesverloop

Bij besluit van 10 september 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering die eiseres ontving op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) gewijzigd. Eiseres wordt per 16 augustus 2018 voor 91,49% arbeidsongeschikt geacht.

De ex-werkgever van eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 27 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit herroepen en beslist dat eiseres per
9 mei 2019 voor 54,54% arbeidsongeschikt wordt geacht.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De ex-werkgever heeft te kennen gegeven alleen de uitspraak te willen ontvangen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Geen toestemming verstrekken medische gegevens

1. Eiseres heeft geen toestemming verleend voor het verstrekken van medische gegevens aan de ex-werkgever. Gelet hierop kan de rechtbank in deze uitspraak de medische stukken niet inhoudelijk weergeven en zullen de medische klachten en beroepsgronden van eiseres slechts in algemene zin worden benoemd.

Wat aan deze procedure voorafging

2.1.

Eiseres was laatstelijk werkzaam als [naam functie] voor ruim 30 uur per

week bij de Universiteit Utrecht. Op 19 maart 2009 is eiseres uitgevallen wegens fysieke en psychische klachten.

2.2.

Per 17 maart 2011 is eiseres voor 58,35% arbeidsongeschikt geacht. Aan eiseres is

een uitkering op grond van de Wet WIA toegekend.

2.3.

In 2018 heeft de ex-werkgever van eiseres verweerder verzocht om een herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres. In het kader van de herbeoordeling heeft verweerder onderzoek laten verrichten door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige.1 Op basis van dit onderzoek heeft verweerder het primaire besluit genomen. In het primaire besluit heeft verweerder eiseres per 16 augustus 2018 voor 91,49% arbeidsongeschikt geacht. De ex-werkgever van eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

2.4.

Naar aanleiding van dat bezwaar heeft verweerder eiseres laten onderzoeken door de

verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (b&b).2 Op basis van dit heronderzoek heeft verweerder het bezwaar van de ex-werkgever gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen. Eiseres wordt voor 54,54% arbeidsongeschikt geacht. Verweerder heeft daarbij bepaald dat eiseres met ingang van 1 november 2018 recht heeft op een WGA-loonaanvullingsuitkering. Daarbij komt zij per 9 mei 2019 in aanmerking voor een WGA-vervolguitkering op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse 45 tot 55%.

Standpunt van eiseres

3. Eiseres is het niet met verweerder eens. Eiseres voert aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met haar medische beperkingen. Ook vindt eiseres het onbegrijpelijk dat haar arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld na een gesprek van een uur. Daarnaast stelt eiseres dat haar situatie is gewijzigd nadat het bestreden besluit is genomen. Vanaf 2 mei 2019 heeft zij namelijk deelgenomen aan een revalidatietraject. In verband daarmee zou een urenbeperking moeten worden aangenomen. Nu dat niet is gebeurd, vindt eiseres dat dit ertoe leidt dat het bestreden besluit op een onjuiste medische en arbeidskundige grondslag gebaseerd is. Ook stelt eiseres dat in het arbeidsdeskundig onderzoek functies zijn geduid die zij niet kan verrichten.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden

4.
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of verweerder de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 9 mei 2019 juist heeft vastgesteld. De rechtbank moet daarbij de medische en arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit toetsen.

Beoordeling door de rechtbank

Het medische deel van het besluit

5.1.

Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep3 (de Raad) komt een bijzondere waarde toe aan rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige b&b, als deze rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, geen inconsistenties bevatten en concludent zijn (dat betekent dat ze tot een onbetwistbare conclusie moeten leiden). Het gevolg van die bijzondere waarde van die rapporten is dat verweerder zijn besluiten over de arbeidsongeschiktheid van een betrokkene in beginsel op dit soort rapporten mag baseren. Een betrokkene kan echter proberen aan te tonen dat zo’n rapport niet zorgvuldig tot stand is gekomen, inconsistenties bevat, niet concludent is, of dat de in het rapport gegeven beoordeling onjuist is. Om aannemelijk te maken dat de gegeven beoordeling onjuist is, is in beginsel echter wel een rapportage van een arts noodzakelijk.4

5.2.

Naar het oordeel van de rechtbank is het medisch onderzoek zorgvuldig geweest en kan dit onderzoek de getrokken conclusie dragen. Verweerder heeft de resultaten van het onderzoek door de verzekeringsarts b&b dan ook aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. Eiseres voert in beroep aan dat zij het niet eens is met het medisch oordeel van de verzekeringsarts b&b, maar eiseres heeft in beroep geen nieuwe, medisch geobjectiveerde feiten aangevoerd op grond waarvan anders moet worden geoordeeld. Met betrekking tot het door eiseres gevolgde revalidatietraject overweegt de rechtbank als volgt.

Verminderde beschikbaarheid op grond van een te ondergane behandeling kan in het kader van de WIA alleen leiden tot een urenbeperking als sprake is van een langdurige behandeling. Om als langdurig te worden aangemerkt, moet een behandeling tenminste drie aaneengesloten maanden duren. Nu de deelname van eiseres aan het revalidatietraject korter was dan voornoemde periode, betreft het geen langdurige behandeling. Daarom leidt deze behandeling niet tot een urenbeperking voor eiseres.

Het arbeidskundige deel van het besluit

6.1.

De arbeidsdeskundige b&b heeft op grond van de aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst functies (beroepen/werkzaamheden) gezocht die eiseres ondanks haar medische beperkingen in theorie nog kan doen. De arbeidsdeskundige b&b heeft de volgende functies geselecteerd:
- (111180) productiemedewerker industrie (samensteller van producten);

- (264122) machinaal metaalbewerker (excl. bankwerk);

- (315100) administratief ondersteunend medewerker;

- (111210) winkelhulpkracht.

6.2.

Eiseres voert aan dat deze functies niet geschikt zijn omdat haar medische beperkingen omvangrijker zijn dan verweerder aanneemt. Uit medische stukken blijkt dit echter niet. Er is dan ook niet gebleken dat de arbeidsdeskundige b&b ten onrechte functies heeft geduid die eiseres vanwege de vastgestelde beperkingen niet zou kunnen verrichten. De arbeidsdeskundige b&b heeft per functie kenbaar toegelicht waarom de functie voor eiseres geschikt kan worden geacht.

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk. Er is geen reden voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Broekhuis, rechter, in aanwezigheid van
mr. L. Stoelinga, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
30 september 2019.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Rapportage van de verzekeringsarts van 19 augustus 2018 en de rapportage van de arbeidsdeskundige van 7 september 2018.

2 Rapportage van de verzekeringsarts van 31 januari 2019 en de rapportage van de arbeidsdeskundige van 7 februari 2019.

3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 19 juni 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:CA3794).

4 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 22 mei 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1683).