Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:6612

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-09-2019
Datum publicatie
20-09-2019
Zaaknummer
13/702200-18 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

215 dagen jeugddetentie, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden, wegens het bezit van een vuurwapen en munitie. Toepassing adolescentenstrafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/702200-18 (Promis)

Datum uitspraak: 6 september 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1998,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [detentieadres].

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 augustus 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. P. van Laere en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. W.E.R. Geurts naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

Feit 1:

het voorhanden hebben van een pistool van het merk Bruni, type 315 auto, gepleegd op 30 juli 2018 in Amsterdam;

Feit 2:

het voorhanden hebben van munitie, gepleegd op 30 juli 2018 in Amsterdam.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat beide feiten kunnen worden bewezen.

De rechtbank gaat op grond van de bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Twee verbalisanten zien op 30 juli 2018 een snorfiets rijden. Verdachte zit bij een onbekende persoon achterop deze snorfiets. Als de verbalisanten omkeren en terugrijden, zien ze verdachte naast de stilstaande snorfiets staan. Van de bestuurder ontbreekt ieder spoor. Omdat bij de verbalisanten het vermoeden rijst dat de snorfiets gestolen is, spreken zij verdachte aan. Verdachte maakt dan een zenuwachtige indruk en antwoordt wisselend op vragen die hem worden gesteld. Een van de verbalisanten vraagt vervolgens of hij in de schoudertas van verdachte mag kijken. Verdachte overhandigt daarop de tas en rent weg. Wanneer verbalisanten – na een korte achtervolging – zijn ingelopen op verdachte en de tas openen, zien zij een zwarte handschoen met daarin een voorwerp dat op een vuurwapen lijkt. Na inbeslagname en onderzoek blijkt het vuurwapen te zijn doorgeladen en voor onmiddellijk gebruik gereed.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat iemand hem heeft gevraagd de tas aan iemand te geven, maar dat hij niet wist dat in de tas een wapen zat.

De rechtbank schuift deze verklaring terzijde, nu verdachte – direct nadat hij is aangehouden – op een vraag van de verbalisanten naar de verdere inhoud van de tas nauwkeurig kon benoemen welke voorwerpen er in de tas zaten (“een powerbank, deo, een boxer en mijn telefoon.”). Gelet hierop moet verdachte ook hebben geweten van het doorgeladen wapen. De rechtbank heeft geen reden aan te nemen dat het proces-verbaal van de verbalisanten op dit punt geen juiste weergave van zaken zou geven, zoals verdachte eveneens heeft verklaard.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

1.

op 30 juli 2018 te Amsterdam een doorgeladen wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Bruni, type 315 auto, kaliber 6.35 mm (origineel 8 mm knal) voorhanden heeft gehad;

2.

op 30 juli 2018 te Amsterdam voorhanden heeft gehad een (1) patroon (kaliber 6,35 mm), zijnde munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van Categorie III.

6 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf en maatregel

8.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht het adolescentenstrafrecht toe te passen. Zij heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 en onder 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van het reeds door hem uitgezeten voorarrest, met daarnaast voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 24 dagen met een proeftijd van twee jaar, met oplegging van de bijzondere voorwaarden meldplicht, ambulante behandeling, het verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, het meewerken aan ‘Intensieve Forensische Aanpak’ en het meewerken aan toeleiding naar een opleiding of werk. Ten slotte heeft zij de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd.

8.2.

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft eveneens om toepassing van het adolescentenstrafrecht verzocht. Ook heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht verdachte te veroordelen tot een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie, met dien verstande dat het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest en met oplegging van de bijzondere voorwaarden als genoemd door de officier van justitie bij het voorwaardelijke deel.

8.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het op de openbare weg voorhanden hebben van een – doorgeladen – vuurwapen. Het voorhanden hebben van een vuurwapen is een zeer ernstig strafbaar feit, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengt.

De rechtbank heeft het strafblad van verdachte van 6 augustus 2019 bekeken, waaruit is gebleken dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

Adolescentenstrafrecht

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op een rapport van de reclassering van 1 juli 2019. In dit rapport wordt geadviseerd het jeugdstrafrecht (het zogenaamde adolescentenstrafrecht) toe te passen. Als indicatie voor toepassing van het adolescentenstrafrecht noemt de reclassering de beperkte handelingsvaardigheden en de licht verstandelijke beperking van verdachte. Pedagogische beïnvloeding lijkt nog mogelijk. De reclassering adviseert verder een (deels) voorwaardelijke straf met een meldplicht, ambulante behandeling, het verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, het meewerken aan ‘Intensieve Forensische Aanpak’ en het meewerken aan toeleiding naar een opleiding of werk. Ten slotte heeft de reclassering vermeld dat het toezicht kan worden uitgevoerd door de volwassenenreclassering, omdat de verwachting bestaat dat verdachte – omdat hij niet accepteert dat hij een verstandelijke beperking heeft – anders te veel aversie zal voelen.

De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat een jongvolwassen verdachte, die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, volgens het volwassenenstrafrecht wordt berecht. Verdachte was ten tijde van het plegen van het feit 20 jaar. De rechtbank ziet, gelet op het advies van de reclassering en de indruk van verdachte ter terechtzitting, in de persoon van verdachte aanleiding om recht te doen overeenkomstig de bepalingen van het adolescentenstrafrecht. Voor de rechtbank is belangrijk dat bij verdachte sprake is van beperkte handelingsvaardigheden en een licht verstandelijke beperking, en dat pedagogische beïnvloeding nog mogelijk lijkt. Verdachte lijkt een positieve draai aan zijn leven te willen geven en kan weer bij zijn moeder gaan wonen.

Oriëntatiepunten

Voor het voorhanden hebben van een (echt) vuurwapen is het uitgangspunt voor een minderjarige dader volgens het oriëntatiepunt vuurwapenbezit dat kinderrechters bij de rechtbank Amsterdam hanteren een jeugddetentie voor de duur van ten minste drie maanden, waarbij verschillende strafverzwarende omstandigheden – bijvoorbeeld de omstandigheid dat een wapen doorgeladen is en het zich begeven op de openbare weg – in aanmerking kunnen worden genomen.

Voor meerderjarige daders is het uitgangspunt voor het voorhanden hebben van een doorgeladen vuurwapen op de openbare weg een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

De rechtbank ziet in enerzijds de ernst van het feit en de daaraan verbonden risico’s en anderzijds de leeftijd van verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en zijn houding ter terechtzitting, aanleiding het midden tussen beide oriëntatiepunten op te zoeken.

De rechtbank acht – alles afwegende – de eis van de officier van justitie passend, met dien verstande dat de rechtbank een groter voorwaardelijk strafdeel op zal leggen, om verdachte te motiveren niet opnieuw de fout in te gaan.

Aldus acht de rechtbank jeugddetentie voor de duur van tweehonderdéénenvijftig dagen, waarvan negentig dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en met aftrek van het voorarrest, op zijn plaats.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van bijzondere voorwaarden geboden is, om verdachte daarmee de gelegenheid te bieden zijn leven weer op de rit te krijgen. De rechtbank volgt de suggestie in het reclasseringsadvies om het toezicht te laten plaatsvinden door de volwassenenreclassering. Voor het dadelijk uitvoerbaar verklaren van de bijzondere voorwaarden bestaat onvoldoende grond.

Beslag

Onder verdachte is het vuurwapen (goednummer 5610386) in beslag genomen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit vuurwapen dient te worden onttrokken aan het verkeer.

De raadsvrouw heeft zich hier niet tegen verzet.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten: een pistool, dient te worden onttrokken aan het verkeer en daarvoor vatbaar is, aangezien met betrekking tot dit voorwerp het onder feit 1 bewezen verklaarde feit is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 Beslissing

De rechtbank komt op het grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

jeugddetentie voor de duur van tweehonderdéénenvijftig dagen.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 90 (negentig) dagen, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd voor de duur van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet al zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet de veroordeelde zich melden bij Reclassering Nederland op het volgende adres: [adres]. Hierna moet hij zich gedurende bepaalde perioden blijven melden zo vaak als Reclassering Nederland dat nodig vindt;

2. zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

3. bij zijn moeder of in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, verblijft. Het verblijf start zo spoedig mogelijk. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

4. meewerkt aan ‘Intensieve Forensische Aanpak (IFA)’, voor jongeren van 16 tot en met 23 jaar met een midden tot zeer hoog risico op recidive;

5. meewerkt aan toeleiding naar een opleiding of werk en – indien nodig – schuldhulpverlening.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland (volwassenreclassering) om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1.00 STK Pistool, goednummer 5610386.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. R. Godthelp en J.M. Hoogveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. Wijkman, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 september 2019.

Verklaart de jongste rechter buiten staat

dit vonnis mede te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]