Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:6535

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-09-2019
Datum publicatie
27-09-2019
Zaaknummer
6977957
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op ecli:nl:rbams:2019:3754. NS Stations kan geen duidelijkheid verschaffen over wanneer renovatie begint. Vorderingen afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6977957 CV EXPL 18-12849

vonnis van: 10 september 2018

fno.: 34906

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

NS Stations B.V.

gevestigd te Utrecht

eiseres

nader te noemen: NS Stations

gemachtigde: mr. L. Vrakking

t e g e n

1. [gedaagde sub 1]

wonende te [woonplaats]

2. [gedaagde sub 2]

gevestigd te [vestigingsplaats]

gedaagden

nader te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , dan wel samen: gedaagden

gemachtigde: mr. W.K. Cheng

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst de kantonrechter naar het vonnis van 28 mei 2019. In voormeld vonnis is de kantonrechter onder meer tot de conclusie gekomen dat er geen sprake is van wanprestatie die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Ten aanzien van de subsidiair gevorderde beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik heeft de kantonrechter nog geen oordeel gegeven, maar partijen in de gelegenheid gesteld hem nader te informeren over onder meer:

  • -

    of renovatie zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is;

  • -

    op welke termijn renovatie aan de orde is, wat van belang is voor zowel de beoordeling van het aspect “dringend” van het gestelde dringend nodig hebben voor eigen gebruik als voor de beoordeling van de belangenafweging.

Daartoe is de zaak verwezen naar de rol voor uitlating partijen, waarbij is bepaald dat NS Stations zich als eerste zal uitlaten. Vervolgens is het procesverloop als volgt geweest:

  • -

    rolbeslissing van 18 juni 2019 waarin de kantonrechter het verzoek van NS Stations om tussentijds hoger beroep toe te staan wordt afgewezen;

  • -

    brief van NS Stations van 10 juli 2019, waarin zij meedeelt op dit moment de gevraagde duidelijkheid ter zake van de termijn waarbinnen realisatie van de renovatieplannen aan de orde is niet te kunnen verschaffen en dat zij ervoor kiest in dit stadium geen nadere akte te nemen

  • -

    een nadere akte aan de zijde van gedaagden van 13 augustus 2019.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

VERDERE BEOORDELING

In het tussenvonnis van 28 mei 2019 is in het kader van het gestelde dringend nodig hebben van het gehuurde door NS Stations onder meer overwogen dat NS Stations voornemens is station [naam station] ingrijpend te renoveren in het kader van een verhoogde kwaliteitsbeleving van het station en daarnaast de aanpassing van de infrastructuur in verband met het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. NS Stations heeft de ruimte die [gedaagde sub 1] nu bezet nodig omdat de doorgang/toegang voor reizigers verandert. Er is ook een nieuw hotel- en horecaconcept dat NS Stations samen met ProRail en de gemeente Amsterdam doende is te ontwikkelen. Ook in het kader daarvan zal de toegang naar de perrons worden aangepast en daarvoor heeft NS Stations de ruimte van [gedaagde sub 1] nodig. NS Stations heeft in het kader van de belangenafweging gewezen op het grote belang van renovatie van het station en dat zij ook de wettelijke taak heeft de perrons via logische en overzichtelijke routes veilig en adequaat toegankelijk te maken en daarbij gaat in het bijzonder het gedeelte waarin het gehuurde is gevestigd op de schop. Ter zitting heeft NS Stations naar voren gebracht dat ProRail verwacht het programma rond Amsterdam rond 2026 in te voeren.

[gedaagde sub 1] heeft betwist dat het voor uitvoering van de renovatieplannen van het station noodzakelijk is dat de huurovereenkomst wordt beëindigd. Hij is verder van mening dat de plannen niet actueel zijn, nu daarover al sinds 2013 wordt gesproken en uitvoering vooralsnog niet in het verschiet ligt, mede gelet op het protest van de buurt tegen de plannen met betrekking tot een hotel. Hij wijst er daarnaast op dat de vereiste vergunningen niet zijn verkregen dan wel weer zijn ingetrokken.

Mede in het licht van dit verweer en de ter zitting gedane mededeling over een (tijds-) horizon van 2026 heeft de kantonrechter in het tussenvonnis van 28 mei 2019 overwogen nadere informatie van partijen te wensen over de vraag of bij een (tijds-) horizon van 2026 nu al gesproken kan worden over dringend eigen gebruik en wat dit aspect betekent in het kader van de belangenafweging.

NS Stations heeft laten weten op dit moment de gevraagde duidelijkheid ter zake van de termijn waarbinnen realisatie van de renovatieplannen aan de orde is niet te kunnen verschaffen. Gezien haar stellingname dát en waarom sprake is van dringend eigen gebruik, had dat wel op haar weg gelegen. Nu duidelijkheid daarover niet kan worden verkregen, heeft NS Stations haar stelling dat sprake is van dringend eigen gebruik onvoldoende onderbouwd. De (subsidiaire) vordering om een tijdstip te bepalen waarop de huurovereenkomst zal eindigen wordt daarom afgewezen.

Nu zowel de primaire als de subsidiaire vordering worden afgewezen, zal NS Stations in de kosten van het geding worden veroordeeld.

[gedaagde sub 2] heeft bij nadere akte verzocht om NS Stations in de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 5.000,00 te veroordelen en verwijst daarbij naar artikel 1019h Rv. Deze vordering wijst de kantonrechter af. Hij merkt allereerst op dat genoemd artikel ziet op procedures met betrekking tot IE rechten en daarop heeft de onderhavige zaak geen betrekking. Naar het oordeel van de kantonrechter was het onnodig om [gedaagde sub 2] opnieuw in rechte te betrekken, gelet op het eerdere oordeel van de kantonrechter van 3 april 2017. Dat is echter onvoldoende om tot misbruik van procesrecht te concluderen. Temeer nu het verweer van [gedaagde sub 1] parallel liep met dat van [gedaagde sub 2] , die door dezelfde advocaat is bijgestaan en niet is gebleken van een in aanmerking te nemen omvang van rechtsbijstand voor [gedaagde sub 2] , naast die welke aan [gedaagde sub 1] is verleend. Daarom zullen de proceskosten in het geschil tussen NS Stations en [gedaagde sub 2] begroot worden op nihil.

De toegewezen proceskosten worden begroot op een bedrag van € 1.800,00 (4.5 punten à € 400,00) voor salaris gemachtigde. De nakosten worden toegewezen als hieronder bepaald.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart NS Stations niet ontvankelijk in haar vordering jegens [gedaagde sub 2] en veroordeelt NS Stations in de proceskosten, welke worden begroot op nihil.

wijst de vorderingen van NS Stations tegen [gedaagde sub 1] af;

veroordeelt NS Stations in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] , welke kosten worden begroot op € 1.800,00 in verband met salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;

veroordeelt NS Stations in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat NS Stations niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden.

verklaart voorgaande proceskostenveroordelingen bij voorraad uitvoerbaar.

Aldus gewezen door mr. E.J. van der Molen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.