Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:6342

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2019
Datum publicatie
24-09-2019
Zaaknummer
7542900
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoek vernietiging VVE besluit over zonwering en rolluiken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7542900 EA VERZ 19-108

beschikking van: 22 augustus 2019

func.: 854

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker 1] en [verzoeker 2]

wonende te [woonplaats]

verzoekers

nader te noemen: [verzoekers]

gemachtigde: DAS Rechtsbijstand

t e g e n

de vereniging [vve]

gevestigd te [plaats]

verweerster

nader te noemen: de VVE

verschenen bij [lid vve 1] ( [functie] )

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij verzoekschrift van 19 februari 2019, met producties heeft [verzoekers] verzocht om het besluit van de VVE van 24 januari 2019 te vernietigen en een vervangende machtiging aan [verzoekers] te verlenen voor het aanbrengen van zonwering en rolluiken.

De VVE heeft een verweerschrift met producties ingediend, dat strekt tot afwijzing van de verzoeken.

De mondelinge behandeling van verzoek heeft plaatsgevonden op 11 juli 2019. [verzoekers] is verschenen, bijgestaan door mr. M. Birnie (DAS Rechtsbijstand). Voor de VVE zijn [lid vve 1] ( [functie] ). [vve beheerder] (namens beheerder De Huishouding), [lid vve 2] (voorheen [functie] ) en [lid vve 3] verschenen. De gemachtigde van [verzoekers] heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnotitie. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is een datum voor de beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[verzoekers] is eigenaar en bewoner van het appartementsrecht rechtgevende tot het uitsluitend gebruik van het appartement aan de [adres] in [plaats] .

1.2.

Het appartement maakt deel uit van een appartementsgebouw met toebehoren, gelegen aan de [straatnaam] en [straatnaam] . In totaal zijn er 62 appartementen. Er zijn 8 appartementen op de begane grond met elk een tuin aan de achterzijde. De tuinen zijn van elkaar gescheiden door een betonnen terrasafscheiding van 2.40 meter lang.

1.3.

De appartementseigenaren zijn verenigd in de VVE.

1.4.

In artikel 13 van het Modelreglement van januari 1992 (hierna: het Modelreglement) , dat voor de VVE geldend is, staat:

1. Iedere op-, aan- of onderbouw zonder toestemming van de vergadering is verboden.

2. Het aanbrengen aan de buitenzijde van naamborden, reclame-aanduidingen, uithangborden, zonneschermen, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het hangen van wasgoed aan de buitenzijde van het gebouw mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement.

(…)

1.5.

In het voor de VVE geldend Huishoudelijk Reglement staat in artikel 2 lid 6:

Het is niet toegestaan aan of tegen de buitengevels/balustrades verlichting, banieren, vlaggen, reclame, aanduidingen, antennes, zonnepanelen en andere apparatuur of voorwerpen aan te brengen zonder toestemming van de vergadering. Het ophangen van wasgoed aan de buitenzijde van de balkons is niet toegestaan.

1.6.

De VVE heeft op 24 januari 2019 het volgende besluit (hierna: het VVE-besluit) genomen:

Bespreking en besluitvorming voorstel rolluiken en zonwering

Een eigenaar dient een verzoek in voor het plaatsen van een rolluik voor het raam en een zonnescherm geplaatst op de terrasafscheiding. De verzoeken worden apart ter stemming gebracht. Beide voorstellen worden met een ruime meerderheid van stemmen afgewezen door de vergadering, waardoor toestemming voor zowel het rolluik als de zonwering niet wordt gegeven.

Beoordeling

2. Een VVE-besluit is vernietigbaar als het naar inhoud of totstandkoming in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Toetsingsmaatstaf is de vraag of de VVE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen van de VVE en haar leden in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Bij de beoordeling daarvan past de kantonrechter terughoudendheid.

3. [verzoekers] voert aan dat het VVE-besluit in strijd is met het Reglement en het Huishoudelijk Reglement, voor zover het betrekking heeft op het zonnescherm. Het zonnescherm wordt niet aan de buitengevel van het gebouw bevestigd, maar aan weerszijden van de tuin, aan de betonnen terrasafscheidingen. Deze terrasafscheidingen zijn niet gemeenschappelijk. Het besluit is zowel ten aanzien van het zonnescherm als ten aanzien van de rolluiken in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Plaatsing van het zonnescherm is nodig vanwege de laagstaande zon, die verblindend werkt als het gezin [verzoekers] aan tafel zit en waardoor het onaangenaam heet wordt op het terras. De rolluiken zijn bedoeld voor inbraakbeveiliging en warmte-isolatie. Omdat het appartement van [verzoekers] op de begane grond ligt is het inbraakrisico groter dan in andere appartementen. De VVE heeft niet gemotiveerd waarom toestemming is geweigerd en niet blijk gegeven van een zorgvuldige belangenafweging, aldus - steeds - [verzoekers] .

3. De VVE brengt daar tegen in dat de betonnen terrasafscheiding onderdeel is van het gebouw en daar gaan de leden van de VVE ook over. Tijdens de VVE-vergadering hebben de leden duidelijke motivaties voor de afwijzing van het verzoek gegeven. Het aanbrengen van rolluiken neigt naar gettovorming en betekent een achteruitgang van het complex. Het zal daarom het doel om de veiligheid te vergroten niet bevorderen. Het gebouw is onder architectuur gebouwd. Het heeft een open structuur en is een van de mooiste complexen uit de buurt. Dat willen de leden graag zo houden. Er zijn bovendien alternatieven, waarbij geen wijziging aan het gebouw hoeft plaats te vinden. Er kan ook een los object worden geplaatst dat als zonnescherm kan dienen op het moment dat dat nodig is. Om inkijk aan de voorkant te voorkomen kunnen er lamellen of shutters worden aangebracht aan de binnenzijde van de ramen.

5. De kantonrechter acht het besluit om geen toestemming te verlenen voor plaatsing van een zonnescherm – anders dan [verzoekers] heeft betoogd – niet in strijd met het Modelreglement en/of het Huishoudelijk Reglement. Door de VVE is aangevoerd dat de terrasafscheiding onderdeel is van de (buitenzijde van) het gebouw. [verzoekers] heeft ter zitting verklaard dat alle terrassen dezelfde afscheiding hebben en dat die horen bij het gebouw. Het zonnescherm zal worden aangebracht aan de buitenzijde van het gebouw, waarvoor op grond van het Modelreglement expliciet de toestemming van de VVE is vereist. Het Huishoudelijk Reglement geeft hiervoor geen bijzondere regels, die tot het oordeel zouden moeten leiden dat de VVE het verzoek tot toestemming ten onrechte heeft geweigerd.

6. In de notulen van de vergadering waarin het VVE-besluit is genomen, is over de argumenten van alle betrokkenen niets te vinden. Bij de mondelinge behandeling heeft de VVE verklaard dat door de leden vooral esthetische bezwaren zijn geuit en gewezen is op het gevaar dat rolluiken een negatieve uitstraling hebben op het gebouw en de buurt. De associatie met een achterstandswijk ligt op de loer. Toestaan leidt tot ongewenste precedentvorming. Voor de zonneschermen geldt dat er dan een ratjetoe aan zonneschermen zal ontstaan. Daarvoor zouden volgens de VVE wel criteria kunnen worden vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement, maar zij wijst erop dat twee jaar geleden het Huishoudelijk Reglement is aangepast, doch niemand dit punt op de agenda heeft gezet. De VVE heeft erop gewezen dat er alternatieven zijn voor zowel de beveiliging van het appartement als de zonwering. [verzoeker 1] heeft niet weersproken dat dit ter vergadering is besproken.

7. De kantonrechter vindt het niet onredelijk dat de VVE belang hecht aan de uitstraling en het karakter van het gebouw als geheel en daarbij naar uniformiteit streeft. Toestemming geven voor het aanbrengen van rolluiken en een zonnescherm aan [verzoekers] kan ertoe leiden dat in de toekomst ook andere eigenaren daartoe willen overgaan. Dit zal van invloed zijn op de uitstraling en het aangezicht van het gebouw. Het VVE-besluit waarbij die toestemming is geweigerd, is daarom – gelet op alle belangen – niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid genomen. De afweging kan anders uitvallen als de door [verzoekers] aangevoerde argumenten van een dusdanig gewicht zijn dat de VVE haar toestemming niet had mogen onthouden. Dat zijn ze echter niet.

8. De vrees van de VVE dat door het aanbrengen van rolluiken de open structuur verandert en de uitstraling van het gebouw negatiever zal worden, is begrijpelijk. [verzoekers] heeft gesteld dat er al eens bij hem is ingebroken. Hij heeft echter zijn argument, dat sprake is van een verhoogd inbraakrisico rondom het appartement, onvoldoende onderbouwd. Enkel het feit dat het appartement op de begane grond ligt is daarvoor niet genoeg. Bovendien is niet aannemelijk geworden dat het aanbrengen van rolluiken het enige afdoende middel is bij inbraakpreventie. Dat rolluiken nodig zijn voor de warmte-isolatie heeft hij ook niet onderbouwd.

8. Met betrekking tot het zonnescherm heeft de VVE erop gewezen dat daarvoor voldoende alternatieven voorhanden zijn, zoals gordijnen of rolgordijnen die het licht tegenhouden en een losstaande zonwering op het terras/in de tuin. [verzoekers] heeft daar tegen ingebracht dat een losse zonwering niet de hele gevel bedekt en het terras gloeiend heet wordt. De kantonrechter constateert dat met het zonnescherm dat [verzoekers] aan beide zijden van zijn appartement op de terrasafscheidingen wil aanbrengen, vrijwel de hele tuin, die 3 meter diep en 5 meter breed is, wordt overdekt. Ook dat geeft een andere uitstraling aan het gebouw. Tijdens de zitting is de mogelijkheid besproken om met de VVE een beleid te ontwikkelen voor het toestaan van zonwering, zodat er niet – zoals de VVE vreest – een ratjetoe ontstaat. Dat vergt echter nieuwe besluitvorming. In afwachting daarvan is het VVE-besluit om geen toestemming te verlenen voor de door [verzoekers] voorgestelde zonwering niet onredelijk, temeer niet nu er alternatieven zijn. Met een parasol kan een groot deel van het terras beschermd worden en met gordijnen of lamellen kan het bezwaar tegen het licht van de laagstaande zon worden verholpen.

9. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verzoeken worden afgewezen.

10. [verzoekers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeel. Die worden echter begroot op nihil.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de verzoeken af;

veroordeelt [verzoekers] in de proceskosten die aan de zijde van de VVE tot op heden begroot worden op nihil;

Deze beschikking is gewezen door mr. I.H.J. Konings, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.