Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:6291

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-08-2019
Datum publicatie
31-10-2019
Zaaknummer
7510312 CV EXPL 19-2991
Rechtsgebieden
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtsbijstandverzekering. Uitleg polisvoorwaarden. Tijdelijke verhuur via Airbnb. Verzuim zonder ingebrekestelling. Toewijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/614
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer en rolnummer: 7510312 CV EXPL 19-2991

Uitspraak: 30 augustus 2019

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

nader te noemen: [eiser] ,

gemachtigde mr. J.A.M. Van de Sande,

t e g e n

de naamloze vennootschap

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen: DAS,

gemachtigde mr. D.A. Pronk.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

  • -

    de dagvaarding van 24 januari 2019, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties.

Als gevolg van het tussenvonnis van 18 april 2019 heeft op 25 juli 2019 een zitting met partijen (comparitie) plaatsgevonden. Het proces-verbaal hiervan en de daarin genoemde stukken maken ook onderdeel uit van het dossier.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1 De feiten

1.1.

[eiser] heeft bij ASR Schadeverzekering N.V. een rechtsbijstandverzekering afgesloten. DAS voert deze verzekering (hierna: de verzekering) uit.

1.2.

De voorwaarden bij de verzekering luiden, voor zover voor deze zaak van belang, als volgt:

3.1 Juridische hulp bij conflicten

U bent verzekerd voor juridische hulp bij conflicten. Voor welke conflicten u precies verzekerd bent, leest u verderop in het dekkingsoverzicht. (…) U krijgt alleen hulp als het conflict te maken heeft met wat u is overkomen of wat u als privépersoon hebt gedaan. (…)

Wat betekent dat, als privépersoon?

Werken in loondienst is bijvoorbeeld iets wat u doet als privépersoon. Of werken als vrijwilliger. Voorbeelden van wat u niet als privépersoon onderneemt: als u geld verdient terwijl u niet in loondienst bent of geen ambtenaar bent. Of als u een functie hebt als bestuurder van een rechtspersoon (zoals een stichting of besloten vennootschap) met een commerciële doelstelling.

(…)

6.6

Foutieve behandeling van uw conflict

(…)

De kosten die u maakt in uw actie(s) tegen DAS komen in beginsel voor uw eigen rekening. Geeft de rechter u uiteindelijk gelijk? Dan vergoedt DAS achteraf de kosten van rechtsbijstand die u hebt gemaakt, tot maximaal het externe kostenmaximum. Dit doet DAS voor zover deze kosten noodzakelijk en redelijk waren.

1.3.

In het bijbehorende dekkingsoverzicht staat bij het kopje “Woning”, voor zover van belang voor deze zaak, het volgende vermeld:

U krijgt hulp bij conflicten

(…

Die te maken hebben met het kopen, verkopen, bouwen, verbouwen, bezit, huren, verhuren of gebruiken van uw woning of van uw recreatiewoning

(…)

Let op!

Verhuur van uw woning is alleen verzekerd als u dat tijdelijk doet. Bijvoorbeeld omdat u tijdelijk elders verblijft. Of als u dat doet als overbrugging omdat u de officieel te koop staande woning nog niet hebt verkocht.

1.4.

Op 13 september 2018 heeft de gemeente [gemeente] (hierna: de gemeente) aan [eiser] een brief gestuurd, waaruit het voornemen blijkt tot het opleggen van een last onder dwangsom. Volgens de gemeente handelt [eiser] in strijd met het bestemmingsplan door zijn woning steeds voor korte periodes te verhuren via de website van Airbnb.

1.5.

[eiser] heeft zijn geschil met de gemeente bij DAS aangemeld. DAS heeft op 2 oktober 2018 aan [eiser] bericht dat dit geschil onder de dekking van zijn rechtsbijstandverzekering valt.

1.6.

Op 15 oktober 2018 heeft [eiser] het dossier aan DAS toegezonden en nogmaals meegedeeld dat hij zijn woning incidenteel verhuurt via Airbnb, zowel als hij aanwezig is als wanneer hij in het buitenland verblijft.

1.7.

Op 22 oktober 2018 heeft DAS, voor zover voor deze zaak van belang, het volgende aan [eiser] bericht:

Omdat u verleden week vrijdag telefonisch had aangegeven dat uw appartement nog op Airbnb stond, heb ik vrijdagmiddag nog even op deze website gekeken om een indruk te krijgen van de informatie die de gemeente van uw appartement op Airbnb heeft aangetroffen.

Op de site van Airbnb trof ik al snel de betreffende advertentie aan met tot mijn verbazing, maar liefst 59 recensies sinds januari 2018. Dit betekent minimaal 5 a 6 advertenties van betalende bezoekers/toeristen per maand (niet meegeteld de toeristen en/of bezoekers die geen recensie hebben achtergelaten). Een printscreen van de website van Airbnb treft u bijgaand aan.

Op van deze nieuwe informatie zult u begrijpen dat we de zaak niet in behandeling nemen, aangezien er zeker geen sprake is van incidentele verhuur van 1 a 2 maal per maand zoals u zelf eerder aangaf. Structurele verhuur van uw woning is uitgesloten van dekking op grond van de polisvoorwaarden van uw rechtsbijstandsverzekering. Dit betekent dat de zaak in bezwaar ook niet wordt uitbesteed aan een advocaat.

2 Vordering en verweer

2.1.

[eiser] vordert dat DAS bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 5.960,88, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, en tot vergoeding van de door [eiser] gemaakte en te maken buitengerechtelijke kosten en de kosten van dit geding.

2.2.

[eiser] legt aan deze vorderingen ten grondslag dat DAS toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen die voortvloeien uit de rechtsbijstandverzekering, doordat ze ten onrechte weigert dekking te verlenen. Het geschil met de gemeente heeft immers te maken met de tijdelijke verhuur van zijn woning en in het dekkingsoverzicht staat dat geschillen die te maken hebben met tijdelijke verhuur zijn verzekerd. Verder woont [eiser] zelf in de woning, zodat geen sprake is van bedrijfsmatige verhuur en artikel 3.1 van de polisvoorwaarden dus niet aan dekking in de weg staat. DAS dient de ontstane schade van [eiser] te vergoeden, dat betreffen de kosten die [eiser] heeft moeten maken in zijn geschil met de gemeente. Tot slot dient DAS op grond van artikel 6.6 van de polisvoorwaarden de kosten van rechtsbijstand voor dit geding te vergoeden.

2.3.

DAS betwist dat sprake is van dekking onder de polis. Ten eerste is voor dekking op grond van artikel 3.1 van de polisvoorwaarden vereist dat [eiser] als privépersoon een geschil heeft. Het gaat hier gelet op het aantal reviews om een commerciële activiteit en dat valt niet onder de verzekering. Ten tweede valt het geschil van [eiser] niet onder de uitzondering van tijdelijke verhuur in het dekkingsoverzicht. Het stelselmatig verhuren van een woning, ook steeds voor korte duur zoals [eiser] doet, stemt niet overeen met de in de polisvoorwaarden bedoelde verhuur van tijdelijke aard.

3 Beoordeling

3.1.

Tussen partijen is in geschil of DAS aan [eiser] dekking moet verlenen onder de polis. De beoordeling van dit geschilpunt vergt een uitleg van de polisvoorwaarden. Over deze voorwaarden is tussen partijen niet onderhandeld. Dit betekent dat de uitleg daarvan met name afhankelijk is van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de polisvoorwaarden zijn gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van een daarbij eventueel gegeven toelichting.

3.2.

DAS legt artikel 3.1 van de polisvoorwaarden zo uit dat het zijn van een privépersoon bij een conflict een primair dekkingsvereiste is. Deze uitleg heeft volgens de toelichting op het begrip ‘privépersoon’ tot gevolg dat een verzekerde, die geld verdient anders dan in loondienst of als ambtenaar en als gevolg daarvan een geschil krijgt, niet gedekt is onder de polis. Aangezien [eiser] geld verdient met de verhuur van zijn woning, is er volgens DAS geen sprake van een geschil als privépersoon en strandt de vordering van [eiser] alleen al om deze reden.

3.3.

Artikel 3.1 van de polisvoorwaarden geeft een algemeen dekkingsuitgangspunt, waarbij voor een nadere omschrijving van de dekking wordt verwezen naar het dekkingsoverzicht. In dit overzicht wordt het algemene dekkingsuitgangspunt uitgewerkt en worden daarop uitzonderingen gemaakt. Het is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook niet zo dat artikel 3.1 van de polisvoorwaarden moet worden uitgelegd als een primair dekkingsvereiste. Als de uitleg van DAS namelijk zou worden gevolgd, dan zou dat betekenen dat de voorbeelden uit het dekkingsoverzicht van wat onder de dekking valt niet voldoen aan dit primaire dekkingsvereiste. In het dekkingsoverzicht staat namelijk onder andere gespecificeerd dat conflicten die te maken hebben met het verhuren van de eigen woning worden gedekt. Met deze verhuur wordt geld verdiend anders dan in loondienst of als ambtenaar, zodat volgens de polis niet wordt gehandeld als privépersoon. De uitleg die DAS geeft aan artikel 3.1 van de polisvoorwaarden is dan ook niet verenigbaar met de bewoordingen daarvan gelezen in het licht van deze voorwaarden als geheel, inclusief de daarbij gegeven voorbeelden.

3.4.

Het voorgaande betekent dat moet worden beoordeeld of sprake is van een conflict dat te maken heeft met het tijdelijk verhuren van de woning als bedoeld in het dekkingsoverzicht.

3.5.

[eiser] stelt dat sprake is van tijdelijke verhuur en voert daarvoor het volgende aan. Hij verhuurt zijn woning steeds tijdelijk via Airbnb en nooit voor onbepaalde tijd. [eiser] woont ook zelf in het appartement en verhuurt de woning dus niet permanent. De intensiteit van de verhuur maakt niet dat geen sprake kan zijn van tijdelijke aard. In de polis zijn in dit verband geen nadere eisen gesteld. De in het dekkingsoverzicht gegeven voorbeelden zijn niet limitatief.

3.6.

DAS stelt dat geen sprake is van tijdelijke verhuur en voert daarvoor het volgende aan. Een verhuursituatie is niet tijdelijk als de woning stelselmatig wordt verhuurd of te huur wordt aangeboden, ook niet als het steeds gaat om korte huurperiodes, zoals via Airbnb. Een woning kan wel één of twee keer per maand worden verhuurd, maar niet zes of zeven keer per maand, omdat dan sprake is van stelselmatigheid. In het dekkingsoverzicht worden daarnaast twee voorbeelden genoemd van verhuur gedurende een bepaalde periode. In dit geval is hiervan geen sprake. Het begrip ‘tijdelijk’ kan niet los worden gezien van deze voorbeelden. De bedoeling van de bepaling is de verzekerde tegemoet te komen die onverhoopt in de situatie terecht is gekomen, dat hij dubbele woonlasten heeft of wel de lasten, maar niet de lusten. DAS heeft niet de bedoeling gehad om dekking te verlenen aan particulieren die proberen geld te verdienen door hun woning structureel te verhuren via Airbnb.

3.7.

De kantonrechter is van oordeel dat de door [eiser] bepleite uitleg van ‘tijdelijke verhuur’, namelijk verhuur voor steeds korte periodes, het meest in overeenstemming is met de bewoordingen van het dekkingsoverzicht en het normale spraakgebruik. De door DAS bepleite uitleg, waarbij ‘tijdelijk’ volgens haar zou betekenen dat de woning alleen gedurende een korte periode mag worden verhuurd dan wel dat de woning slechts enkele keren per maand verhuurd mag worden, vindt geen steun in de bewoordingen van het dekkingsoverzicht. Gelet op de omstandigheid dat tussen partijen niet is onderhandeld over de polisvoorwaarden maakt de wellicht andere bedoeling van DAS met deze bepaling het voorgaande niet anders. [eiser] heeft immers van deze van de bewoordingen en het normale spraakgebruik afwijkende bedoeling geen kennis kunnen nemen en mocht erop vertrouwen dat de polisvoorwaarden juist in lijn daarmee zouden worden uitgelegd.

3.8.

De stelling van DAS, dat de in het dekkingsoverzicht gegeven voorbeelden dwingen tot een andere uitleg, wordt niet gevolgd. Allereerst blijkt niet dat sprake is van een limitatieve opsomming van situaties van tijdelijke verhuur. Daar komt bij dat de genoemde voorbeelden ook niet onverenigbaar zijn met kortdurende verhuur via Airbnb.

3.9.

Gelet op het bovenstaande valt de verhuur door [eiser] onder het begrip ‘tijdelijke verhuur’ als bedoeld in het dekkingsoverzicht, zodat zijn geschil met de gemeente hierover onder de dekking valt van de rechtsbijstandverzekering.

3.10.

De kantonrechter volgt DAS niet in haar stelling, dat er geen sprake is van verzuim aan haar zijde omdat een ingebrekestelling van [eiser] ontbreekt. De mededeling van DAS in de e-mail van 22 oktober 2018 aan [eiser] , dat zij de zaak niet in behandeling neemt, kwalificeert als een mededeling in de zin van artikel 6:83, aanhef en onder c, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), waaruit [eiser] heeft mogen afleiden dat DAS zou tekortschieten in de nakoming, zodat het verzuim van DAS zonder ingebrekestelling is ingetreden.

3.11.

Gelet op het voorgaande heeft DAS ten onrechte dekking geweigerd aan [eiser] en is ze daardoor tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit de rechtsbijstandverzekering. DAS is verplicht de door [eiser] geleden schade als gevolg van deze tekortkoming te vergoeden.

3.12.

[eiser] vordert schadevergoeding van € 5.960,88, bestaande uit de kosten van de door een externe advocaat verleende rechtsbijstand in het geschil met de gemeente. Hij heeft bij dagvaarding nota’s van 31 oktober 2018 en 31 december 2018 in het geding gebracht. DAS heeft bij conclusie van antwoord aangevoerd dat de specificaties ontbreken, waarna [eiser] die in het geding heeft gebracht en op de zitting nader heeft toegelicht. [eiser] heeft zijn vordering daarmee voldoende toegelicht en onderbouwd. DAS heeft de hoogte van de vordering en de rente daarover gelet op deze nadere stukken en toelichting onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat deze zullen worden toegewezen.

3.13.

Daarnaast vordert [eiser] schadevergoeding op grond van artikel 6.6 van de polisvoorwaarden. Ter onderbouwing heeft [eiser] twee nota’s van in totaal € 4.397,23 met specificaties in het geding gebracht. Dit zijn de kosten van rechtsbijstand die [eiser] heeft gemaakt in deze procedure tegen DAS. Ook dit bedrag wordt toegewezen. DAS heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de gemaakte kosten noodzakelijk en redelijk zijn, zoals vereist in de polisvoorwaarden. Verder verwerpt de kantonrechter de stelling van DAS, dat deze kosten pas voor vergoeding in aanmerking komen als er onherroepelijk is beslist. In artikel 6.6 van de polisvoorwaarden staat immers dat de kosten van rechtsbijstand worden vergoed wanneer de rechter [eiser] uiteindelijk gelijk geeft. Dat met ‘uiteindelijk’ een onherroepelijk vonnis in plaats van een eindvonnis zou zijn bedoeld, is een uitleg die niet overeenkomt met de bewoordingen van de polisvoorwaarden.

3.14.

[eiser] heeft ter zitting nog opgemerkt dat het gevorderde bedrag verhoogd moet worden met drie uren voor de comparitie. Aan deze opmerking gaat de kantonrechter voorbij, omdat deze kosten onvoldoende zijn toegelicht en onderbouwd.

3.15.

Aangezien [eiser] zijn gemaakte en aangetoonde kosten van rechtsbijstand voor deze procedure vergoed krijgt van DAS, is een afzonderlijke vergoeding van buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten niet meer aangewezen. DAS zal wel worden veroordeeld in de nakosten van [eiser] .

BESLISSING

De kantonrechter:

- veroordeelt DAS tot betaling aan [eiser] van € 5.960,88 (vijfduizend negenhonderd en zestig euro en achtentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 24 januari 2019 tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt DAS tot betaling aan [eiser] van € 4.397,23 (vierduizend driehonderd en zevenennegentig euro en drieëntwintig eurocent);

- veroordeelt DAS in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat DAS niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris gemachtigde en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. M.R.J. van Wel, kantonrechter, bijgestaan door mr. P. Palanciyan, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 augustus 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter