Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:6194

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2019
Datum publicatie
23-08-2019
Zaaknummer
13/104813-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 40-jarige man is vrijgesproken van (poging tot) oplichting van Holland Casino samen met anderen in april 2019 in Amsterdam omdat het wisselen van kaarten niet op camerabeelden zichtbaar was. Daarnaast is hij vrijgesproken van witwassen omdat niet is vast te stellen dat het geld dat bij hem is aangetroffen afkomstig is uit een specifiek misdrijf en het is in de gegeven omstandigheden onvoldoende om een vermoeden van witwassen aan te ontlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/104813-19

Datum uitspraak: 22 augustus 2019

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens 1] 1978,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 augustus 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Kurniawan-Ayre, en van wat de raadslieden van verdachte, mrs. D.J.P. van Omme en C. van Weerd, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijzigingen op de zitting – ten laste gelegd dat hij zich met anderen in de periode van 21 tot en met 28 april 2019 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan (poging) oplichting van Holland Casino (feit 1). De (poging tot) oplichting zou hebben bestaan uit het naar Holland Casino gaan, Punto Banco spelen, medewerkers van Holland Casino afleiden, het “contra-spelen” door de inzet af te stemmen en, nadat de kaarten in dit spel waren uitgedeeld, het verwisselen van een kaart die voor het uitdelen al bij verdachte en/of zijn mededaders in het bezit was. Hierdoor zouden op ongeoorloofde wijze winnende kaartcombinaties zijn verkregen. Daarnaast is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 21 tot en met 28 april 2019 heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van € 10.750 (feit 2).

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.1.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het gelijkheidsbeginsel is geschonden, omdat niet duidelijk is of medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ook strafrechtelijk worden vervolgd voor hun aandeel in de tenlastegelegde (poging tot) oplichting van Holland Casino.

3.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij wel ontvankelijk is in de vervolging. Er is geen sprake van gelijke gevallen. Elke verdachte heeft een andere rol gespeeld bij de (poging tot) oplichting. Bovendien staat het het Openbaar Ministerie in beginsel vrij om al dan niet tot vervolging over te gaan. Dat betekent ook dat het Openbaar Ministerie de mogelijkheid heeft om eventueel op een later moment medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te dagvaarden. Bovendien is bij de medeverdachten – anders dan bij verdachte – van een witwasvermoeden niet gebleken.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. Van schending van het gelijkheidsbeginsel (met als gevolg de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie) kan sprake zijn als gelijke gevallen ongelijk behandeld worden. De rechtbank is niet gebleken dat de zaken van de medeverdachten gelijke gevallen betreffen. Het verweer van de raadsman biedt daarvoor onvoldoende aanknopingspunten.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Inleiding

Verdachte en drie medeverdachten ( [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) hebben op verschillende dagen in de periode van 21 tot en met 28 april 2019 in Holland Casino het spel Punto Banco gespeeld. Bij dit kaartspel wint óf Punto óf Banco en kunnen spelers inzetten op Punto of Banco. Op camerabeelden van Holland Casino is te zien dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] telkens laag inzetten op Punto, waarna verdachte en [medeverdachte 1] hoog inzetten op Banco. Op de camerabeelden is ook te zien dat [medeverdachte 3] opvallende handelingen verricht. Een verbalisant heeft deze handelingen omschreven als het verwisselen van een kaart waardoor [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] (die laag hebben ingezet) verliezen en verdachte en [medeverdachte 1] (die hoog hebben ingezet) de winst opstrijken.

Op 28 april 2019 is bij [medeverdachte 3] een extra speelkaart (een harten zeven) onder zijn hand aangetroffen. Hierop zijn alle vier de verdachten aangehouden.

Holland Casino heeft de kaarten geteld op de avonden dat verdachte en medeverdachten Punto Banco hebben gespeeld. Hierbij is gebleken dat kaarten die de ene dag ontbreken uit een deck op een latere dag teveel worden aangetroffen. Zo ook de harten zeven die op 28 april 2019 onder de hand van [medeverdachte 3] wordt aangetroffen en op 24 april 2019 ontbrak. Verdachte en [medeverdachte 1] hebben van 21 tot en met 28 april 2019 een totale winst € 49.000 behaald. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben in diezelfde periode een totaal verlies van € 26.600 geleden.

Bij de insluitingsfouillering is bij verdachte € 4.450 aangetroffen. Daarnaast is bij de doorzoeking van de woning waar verdachte met zijn echtgenote verbleef nog eens € 6.200 aangetroffen.

4.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte en zijn medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot oplichting van Holland Casino (feit 1). Daarbij heeft zij zich gebaseerd op de aangifte, de camerabeelden en het “Incident File Full Report” van Holland Casino. Hieruit blijkt de rolverdeling tussen verdachten en de nauwe en bewuste samenwerking gericht op het valsspelen en daarmee op het oneigenlijk winnen van geld.

Daarnaast kan bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 10.750 (feit 2 primair), gelet op de wijze van aantreffen van het geldbedrag (contant, in coupures van onder meer € 500) en het uitblijven van een voldoende concrete en min of meer verifieerbare verklaring over de herkomst daarvan.

4.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de (poging tot) oplichting van Holland Casino. In de eerste plaats kan slechts het inwisselen van een kaart als oplichtingshandeling worden aangemerkt, terwijl daarvan niet is gebleken. Daarnaast wordt in de tenlastelegging gesproken over het verkrijgen van een winnende kaartcombinatie, terwijl verdachte volgens het dossier juist verliest. Bovendien is van enige winnende dan wel verliezende kaartcombinatie niet gebleken, laat staan tot welke winstuitkering die combinatie zou hebben geleid. Dat betekent dat het causaal verband ontbreekt tussen de vermeende oplichtingshandelingen en de verkregen winstuitkeringen. Als de rechtbank van oordeel is dat wél kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van vals spel met winstuitkeringen tot gevolg, is niet gebleken van enige betrokkenheid van verdachte.

Van het witwassen moet verdachte worden vrijgesproken omdat het bedrag van € 4.550 bestaat uit (legaal) behaalde winsten bij Holland Casino. Het bedrag van € 6.200 is van de echtgenote van verdachte. Het dossier bevat verder geen bewijs dat het bij verdachte aangetroffen geld (€ 4.550) uit enig misdrijf afkomstig is.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak van (poging tot) oplichting van Holland Casino (feit 1)

Als oplichtingsmiddel van zowel de tenlastegelegde voltooide (poging) oplichting als de tenlastegelegde poging daartoe is niet het bezit van een extra kaart ten laste gelegd (zoals bij [medeverdachte 3] aangetroffen), maar het vervangen of verwisselen daarvan. De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte en/of zijn medeverdachten op enig moment een of meerdere kaarten hebben verwisseld. Op de camerabeelden is weliswaar te zien dat [medeverdachte 3] opvallende handelingen verricht tijdens het spel, maar het daadwerkelijk wisselen van een kaart is daarop niet te zien. Omdat de andere in de tenlastelegging opgenomen handelingen geen oplichtingsmiddelen zijn, wordt verdachte vrijgesproken van feit 1.

Vrijspraak van witwassen (feit 2)

Voorhanden hebben

Van het geld dat in de handtas van de echtgenote van verdachte zat (€ 3.000), vindt de rechtbank niet bewezen dat verdachte dit geld voorhanden heeft gehad. Hiervan wordt verdachte vrijgesproken.

Beoordelingskader

Bij verdachte is een aantal andere contante geldbedragen aangetroffen. Op basis van het dossier, mede gezien de vrijspraak voor feit 1, kan de rechtbank niet vaststellen dat dit geld uit een specifiek misdrijf afkomstig is. Uit vaste rechtspraak volgt dat als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf het geld waar de witwasverdenking op ziet afkomstig is, witwassen in sommige gevallen toch bewezen kan worden. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat het geld van misdrijf afkomstig is.

Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Zo’n verklaring moet concreet zijn, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Vervolgens ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaringen van verdachte blijkende alternatieve herkomst van het geld en de goederen. Uit dit onderzoek zal voor een bewezenverklaring moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is.

Toepassing van het beoordelingskader

In de woning waar verdachte met zijn echtgenote verbleef zijn, naast de eerder genoemde € 3.000 in de handtas van de echtgenote van verdachte, verder aangetroffen: € 2.500 (in € 500 biljetten in portemonnee van verdachte) en € 650 (in biljetten van € 100, € 50, € 10 en € 5) in een tas op de eettafel. De rechtbank vindt dit soort bedragen, de manier van aantreffen en de biljetten van € 500 waarin zij zijn aangetroffen niet zodanig hoog of afwijkend dat het aantreffen ervan op zichzelf al een vermoeden van witwassen rechtvaardigt. Dat betekent dat de situatie waarin verdachte uitleg moet geven over de (legale) herkomst van het geld zich hier niet voordoet. Verdachte wordt vrijgesproken van het witwassen van genoemde geldbedragen.

5 Beslag

Onder verdachte is geld en een Patek Philippe horloge in beslag genomen. Het geld dat van verdachte is moet aan hem worden teruggegeven, net als het horloge. Van het bedrag van € 3.000,00 dat in de tas van [echtgenote] , de echtgenote van verdachte, is aangetroffen is redelijkerwijs aannemelijk dat zij als de rechthebbende kan worden aangemerkt. Dat geld moet daarom aan haar worden teruggeven.

6 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart feit 1 en feit 2 niet bewezen en spreekt verdachte [verdachte] daarvan vrij.

Splitst het op de beslaglijst opgenomen goed: 2. 6200 EUR; (Omschrijving: 5744423) in:

- 3000 EUR en

- 3200 EUR.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

1. EUR; (Omschrijving: 57475421)

2. 3200 EUR; (Omschrijving: 5744423)

3. 4550 EUR; (Omschrijving: 5743548)

4. horloge (Patek Philippe, PL1300-2019088151-5743549)

Gelast de teruggave aan [echtgenote] , geboren op [geboortegegevens 2] , van:

2. 3000 EUR; (Omschrijving: 5744423)

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.H. Marcus, voorzitter,

mrs. J. Huber en E.G.M.M. van Gessel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 augustus 2019.