Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:6193

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2019
Datum publicatie
23-08-2019
Zaaknummer
13/104801-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 56-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden omdat hij op 28 april 2019 ruim 27.000 euro heeft witgewassen. Hij is vrijgesproken van (poging tot) oplichting van Holland Casino samen met anderen in april 2019 in Amsterdam omdat het wisselen van kaarten niet op camerabeelden zichtbaar was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/104801-19 (Promis)

Datum uitspraak: 22 augustus 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens]

1963,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 augustus 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Kurniawan-Ayre, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. K.L. Sett, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat hij zich met anderen in de periode van 21 tot en met 28 april 2019 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan (poging) oplichting van Holland Casino (feit 1). De (poging) oplichting zou hebben bestaan uit het naar Holland Casino gaan, daar Punto Banco spelen, medewerkers van Holland Casino afleiden, “contra-spelen” door de inzet af te stemmen en, nadat de kaarten in dit spel waren uitgedeeld, het verwisselen van een kaart die voorafgaand aan het uitdelen al bij verdachte en/of zijn mededaders in het bezit was. Hierdoor zouden op ongeoorloofde wijze winnende kaartcombinaties zijn verkregen.

Daarnaast is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich op 28 april 2019 schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 27.940 (feit 2).

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Inleiding

Verdachte en drie medeverdachten ( [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ) hebben op verschillende dagen in de periode van 21 tot en met 28 april 2019 in Holland Casino het spel Punto Banco gespeeld. Bij dit kaartspel wint óf Punto óf Banco en kunnen spelers inzetten op Punto of Banco. Op camerabeelden van Holland Casino van de betreffende avonden is te zien dat verdachte en [medeverdachte 3] telkens laag inzetten op Punto waarna [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hoog inzetten op Banco. Op de camerabeelden is ook te zien dat verdachte opvallende handelingen verricht. Een verbalisant heeft deze handelingen omschreven als het verwisselen van een kaart waardoor verdachte en [medeverdachte 3] (die laag hebben ingezet) verliezen en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (die hoog hebben ingezet) de winst opstrijken.

Op 28 april 2019 is bij verdachte een extra speelkaart (een harten zeven) onder zijn hand aangetroffen. Hierop zijn alle vier de verdachten aangehouden.

Holland Casino heeft de kaarten geteld op de avonden dat verdachte en medeverdachten Punto Banco hebben gespeeld. Hierbij is gebleken dat kaarten die de ene dag ontbreken uit een deck, op een latere dag teveel worden aangetroffen. Zo ook de harten zeven die op 28 april 2019 onder de hand van verdachte wordt aangetroffen en op 24 april 2019 ontbrak. Verdachte en [medeverdachte 3] hebben van 21 tot en met 28 april 2019 in totaal een verlies van € 26.600 geleden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben in die periode een totale winst van € 49.000 behaald.

Bij de insluitingsfouillering is bij verdachte € 27.940 aangetroffen.

3.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte en medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot oplichting van Holland Casino (feit 1). Daarbij heeft zij zich gebaseerd op de aangifte, de camerabeelden en het “Incident File Full Report” van Holland Casino. Hieruit blijkt de rolverdeling tussen verdachten en de nauwe en bewuste samenwerking gericht op het valsspelen en daarmee op het oneigenlijk winnen van geld.

Daarnaast kan bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 27.940 (feit 2 primair), gelet op de hoogte van het geldbedrag en het uitblijven van een concrete en min of meer verifieerbare verklaring over de herkomst daarvan.

3.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de (poging tot) oplichting van Holland Casino. De oplichtingshandelingen en het causaal verband tussen die oplichtingshandelingen en de winstuitkering kunnen niet worden bewezen. Van een nauwe en bewuste samenwerking is niet gebleken, zodat ook geen sprake kan zijn van medeplegen. Van het witwassen moet verdachte worden vrijgesproken gezien zijn verklaring over de herkomst van het geld.

3.4.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak van (poging tot) oplichting van Holland Casino (feit 1)

Als oplichtingsmiddel van de (poging) oplichting is niet het bezit van een extra kaart ten laste gelegd, maar het vervangen of verwisselen daarvan. De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte en/of zijn medeverdachten op enig moment een of meerdere kaarten hebben verwisseld. Op de camerabeelden is weliswaar te zien dat verdachte opvallende handelingen verricht tijdens het spel, maar het daadwerkelijk wisselen van een kaart is daarop niet te zien. Omdat de andere in de tenlastelegging opgenomen handelingen geen oplichtingsmiddelen zijn, wordt verdachte vrijgesproken van feit 1.

Veroordeling voor witwassen (feit 2)

Beoordelingskader

Bij verdachte is een groot contant geldbedrag aangetroffen. Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat dit geld uit een specifiek misdrijf afkomstig is. Uit vaste rechtspraak volgt dat als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf het geld waar de witwasverdenking op ziet afkomstig is, witwassen in sommige gevallen toch bewezen kan worden. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat het geld van misdrijf afkomstig is.

Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Zo’n verklaring moet concreet zijn, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Vervolgens ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaringen van verdachte blijkende alternatieve herkomst van het geld en de goederen. Uit dit onderzoek zal voor een bewezenverklaring moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in bijlage II bij dit vonnis, de volgende feiten en omstandigheden vast.

Bij verdachte is een contant geldbedrag van € 27.940 aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat dit geld afkomstig is uit de verkoop van zijn bedrijf. Hij heeft in 2007 zijn bedrijf verkocht voor ongeveer 1.700.000 Chinese Yuan, waarvan hij eind 2018 een deel (360.000 Chinese Yuan) heeft opgenomen en heeft omgewisseld in euro’s. Het bij hem aangetroffen bedrag betreft een deel van dit omgewisselde geld.

Toepassing van het beoordelingskader

Het contant op zak hebben van een geldbedrag van € 27.940 levert naar het oordeel van de rechtbank een vermoeden van witwassen op. Het op straat bij je hebben van zo’n groot contant geldbedrag brengt immers aanzienlijke risico’s mee, die in het algemeen alleen worden geaccepteerd als sprake is van crimineel geld. Dat betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft over de herkomst van het geld.

Verdachte heeft verklaard dat het geld afkomstig is uit de verkoop van zijn bedrijf. De rechtbank vindt deze verklaring te weinig concreet en te weinig verifieerbaar. Verdachte heeft over het bestaan van dit bedrijf dan wel de verkoop daarvan geen nadere stukken overgelegd of informatie gegeven op basis waarvan het Openbaar Ministerie nader onderzoek zou kunnen doen. De rest van de verklaringen die verdachte over het geld heeft gegeven (ter ondersteuning waarvan hij ook stukken heeft ingebracht) gaan niet over de (legale) herkomst van het geld en kunnen in dit verband dus buiten beschouwing blijven.

De rechtbank oordeelt dat het niet anders kan zijn dan dat het bij verdachte aangetroffen geldbedrag – onmiddellijk of middellijk – van misdrijf afkomstig. Omdat het geld bij verdachte is aangetroffen en de rechtbank geen aanwijzingen in een andere richting heeft, stelt zij vast dat verdachte wist van de criminele herkomst van het geld.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte ten aanzien van feit 2 primair:

op 28 april 2019 te Amsterdam een geldbedrag van € 27.940 voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

7.2.

Het strafmaatverweer van de verdediging

Als de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, verzoekt de raadsman de rechtbank rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. Als de rechtbank daar niet in meegaat, zou aan verdachte maximaal een onvoorwaardelijk strafdeel gelijk aan het voorarrest moeten worden opgelegd.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van € 27.940. Witwassen is een ernstig feit dat bijdraagt aan de instandhouding van criminaliteit. Het leidt ertoe dat uit misdrijf verkregen geld een schijnbaar legale herkomst krijgt, waarna het geld vrijelijk in de legale economie kan worden uitgegeven. Witwassen tast daarmee de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf gelet op de oriëntatiepunten voor fraudedelicten die de rechtbanken onderling hebben afgesproken. Bij een bedrag tussen de € 10.000 en € 70.000 geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 2 tot 5 maanden of een vergelijkbare taakstraf. De rechtbank ziet in de omstandigheden van verdachte geen aanknopingspunten voor een taakstraf en vindt een gevangenisstraf van 3 maanden in dit geval passend.

8 Beslag

Onder verdachte is € 27.940 in beslag genomen. Dat bedrag wordt verbeurd verklaard omdat de rechtbank bewezen vindt dat het geld door verdachte is witgewassen.

Daarnaast zijn er onder verdachte andere geldbedragen, een speelkaart en sierraden in beslag genomen. Die goederen moeten aan verdachte worden teruggegeven.

9

Toepasselijke wettelijke voorschriften


De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

witwassen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

3. 27940 EUR; (Omschrijving: 5743547)

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

1. EUR; (Omschrijving: 5745424)

2. 3000 EUR; (Omschrijving: 5744741)

4. 1 STK Armband (Omschrijving: 5744804, merk: Pandora)

5. 2 STK Oorbel (Omschrijving: 5744806, merk: Pandora)

6. 1 STK Halsketting (Omschrijving: 5744801, merk: Swarovski)

7. 1 STK Halsketting (Omschrijving: 5744796, merk: Swarovski)

8. speelkaart harten 7 117 Sv (Omschrijving: 5744694)

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.H. Marcus, voorzitter,

mrs. J. Huber en E.G.M.M. van Gessel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 augustus 2019.