Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:6154

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-08-2019
Datum publicatie
22-08-2019
Zaaknummer
C/13/654694 / HA ZA 18-985
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging samenwerkingsovereenkomst voor onbepaalde tijd met onmiddellijke ingang, zonder inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn.

Maatstaf. In dit geval toegestaan. Redelijkheid en billijkheid.

Afrekening dient nog plaats te vinden tot het moment van opzegging.

Geen sprake van onrechtmatige of misleidende uitlatingen.

Hangt samen met vonnissen in gevoegde zaak, zie: ECLI:NL:RBAMS:2018:8331 (tussenvonnis) en ECLI:NL:RBAMS:2019:6153 voor het eindvonnis in de zaak 17-1124 (eindvonnis).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/654694 / HA ZA 18-985

Vonnis van 21 augustus 2019

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOOSE ENDS B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

eisers,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ML MILESTONE LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MILESTONE WAREHOUSING B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. T. van der Valk te Rotterdam.

Eisers zullen hierna afzonderlijk [eiser sub 1] en Loose Ends worden genoemd en gezamenlijk Loose Ends c.s. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk Logistics, Warehousing, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] worden genoemd en gezamenlijk Milestone c.s.

De zaak is op de rol gevoegd met de zaak van Warehousing tegen Loose Ends c.s. met zaaknummer/rolnummer C/13/637875 / HA ZA 17-1124. In beide zaken zal op dezelfde dag en door dezelfde rechter einduitspraak worden gedaan.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het incidenteel vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 augustus 2018, houdende verwijzing van de zaak naar deze rechtbank, met de daarin genoemde processtukken,

  • -

    het betekeningsexploot van 18 september 2018 waarmee de zaak bij deze rechtbank is aangebracht,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 3 april 2019, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van de op 15 juli 2019 gehouden comparitie van partijen, met de daarin vermelde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Loose Ends en Logistics hebben een management services agreement (hierna: de management service overeenkomst) gesloten voor bepaalde tijd, met betrekking tot door [eiser sub 1] te verrichten werkzaamheden. Deze overeenkomst, die per 1 april 2014 is ingegaan, luidt, voor zover hier van belang:

“Article 2 - Term

2.1

This management agreement is entered into for a period of two years with effect from April 1St 2014, and will therefore end by operation of law on March 31st 2016. Should the parties after this date continue to perform their activities and to fulfill their obligations resulting from this management agreement, this management agreement shall be deemed to be tacitly to be continued for an undetermined period and shall considered as terminated 3 months after the date that written notice of termination is given by one of the parties. During this renewal the conditions of this management agreement will apply unimpaired, unless agreed otherwise in writing.

2.2

This agreement will terminate with immediate effect by operation of law in the event that the [functie] is declared bankrupt, in suspension of payment or in case the [functie] is dissolved. […]

Article 6 - Management fee

6.1

For the services provided by the [functie] , it will receive a remuneration to such an amount as will be decided upon each year by the general meeting of shareholders of the Company.

6.2

The general meeting of shareholders will decide upon the height of the remuneration after consultation of the [functie] .

Monthly remuneration is Euro 10.000,-- per month, plus car charges of Euro 1577,-- and mobile phone costs. All amounts are exclusive of 21% vat.

Gross Profit Base of 1st year is Euro 420.000,-- additional compensation will be paid when there is 20% access of base. The compensation is 15% from the access amount. When 100% access of base is achieved, the compensation is 20% from access amount.

6.3

The parties agree that if the availability of the [functie] is reduced or increased in mutual consent, the management fee shall be reduced or increased accordingly on a pro rata basis.”

2.2.

De management service overeenkomst is na de overeengekomen periode van twee jaar doorgelopen. Daarnaast waren partijen met elkaar in gesprek over het voortzetten van de samenwerking in de vorm van een nog te ondertekenen nieuwe managementovereenkomst tussen Warehousing en Loose Ends c.s., waarbij aan Loose Ends c.s. ook een aandelenbelang zou worden gegund.

2.3.

Per brief van 6 juli 2017 heeft Logistics de management service overeenkomst met onmiddellijke ingang opgezegd.

2.4.

Op 10 juli 2017 heeft Milestone c.s. een e-mailbericht (in het Nederlands dan wel Engels) naar een groot aantal contactadressen verzonden. Daarbij heeft Milestone c.s. onder meer gebruik gemaakt van de contacten, met uitzondering van een aantal eruit gefilterde privé-contacten, zoals deze stonden vermeld in een outlook-bestand afkomstig van de laptop van [eiser sub 1] . Dit emailbericht luidt als volgt:

“Subject: [eiser sub 1] is niet meer werkzaam voor Milestone

Sinds maandag 3 juli is onze [functie] [eiser sub 1] niet

meer werkzaam voor de Milestone organisatie.

Extern onderzoek heeft uitgewezen dat [eiser sub 1] ernstig over de schreef is gegaan en dit was voor ons aanleiding om de samenwerking met onmiddellijke ingang te beëindigen en een melding te doen in het Waarschuwingsregister Logistiek.

Zijn taken en verantwoordelijkheden worden voorlopig overgenomen door beide eigenaren van Milestone, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] . Ondertussen gaan wij op zoek naar een geschikte kandidaat die deze functie kan invullen.

U kunt er gerust op zijn dat wij en onze operationele teams er alles aan zullen doen om te zorgen dat uw zendingen nu en in de toekomst soepel zullen blijven verlopen. Indien u vragen heeft of als er aanvullende informatie nodig is, aarzel dan niet om met ons contact op te nemen. Desgewenst maken wij een afspraak om een en ander in een persoonlijk gesprek nader toe te lichten.

In de bijlage een overzicht van ons team en hun contactgegevens.

Mvg, [gedaagde sub 3] & [gedaagde sub 4] ”

2.5.

Op 10 juli 2017 heeft Milestone c.s. de volgende mededeling geplaatst op haar website [URL] :

“News

2017-07-10

[eiser sub 1] does not work for Milestone anymore

As of Monday July 3rd, our [functie] [eiser sub 1] is no

longer working for Milestone. Serious misconduct from the side of [eiser sub 1] has

made us decide to immediately terminate the cooperation.

READ MORE

[eiser sub 1] does not work for Milestone anymore

2017-07-10

Dear friends,

As of Monday July 3rd, our [functie] [eiser sub 1] is no

longer working for Milestone.

Serious misconduct from the side of [eiser sub 1] has made us decide to immediately terminate the cooperation and report this to the Logistics Warning Register.

This decision was not taken lightly but after external investigation we had no other choice.

His duties and responsibilities are taken over by both owners of Milestone, [gedaagde sub 3] and [gedaagde sub 4] . In the meantime we are looking for a suitable candidate who can replace his position.

You can rest assure that we and our team will protect your interest to the best of our

knowledge.

If you have any questions or if additional information is required, please do not hesitate to contact us. If necessary, we will make an appointment to clarify this in a personal interview.

Best regards, [gedaagde sub 3] & [gedaagde sub 4] ”

2.6.

Op 21 november 2018 heeft deze rechtbank, in de met deze zaak gevoegde zaak van Warehousing tegen Loose Ends c.s. met zaaknummer/rolnummer C/13/637875 / HA ZA 17-1124, bij tussenvonnis (hierna: het tussenvonnis), onder meer en voor zover hier van belang, het volgende overwogen:

“4.2. Voor de goede orde wordt nog het volgende opgemerkt. Denkbaar is dat de beoordeling in de onderhavige en die in de gevoegde zaak elkaar op onderdelen zouden hebben beïnvloed als de zaken in de praktijk ook gelijktijdig waren behandeld, met name ter comparitie alwaar kan worden afgesproken dat stellingen en verklaringen in beide zaken gelden voor zover van belang. De onderhavige zaak – die wegens aan partijen bekende omstandigheden (met name de constructie van de last ter incasso) is vooruitgelopen op de andere zaak – is thans met dit vonnis in beginsel volledig beoordeeld en het partijdebat in deze zaak wordt dan ook in beginsel als afgerond beschouwd, maar de rechtbank houdt open de mogelijkheid dat in de onderhavige zaak een heroverweging plaatsvindt op basis van de beoordeling in de gevoegde zaak. In die zin geldt de bij dit vonnis gegeven beoordeling dus als een voorshandse. Er zal op worden toegezien dat partijen alsdan niet worden geconfronteerd met een verrassingsbeslissing in dat kader. […]

Totstandkoming Morinaga-contract, het handelen van [eiser sub 1]

4.4.

De kernvraag is of [eiser sub 1] het bestaan van het Morinaga-contract heeft verzonnen, meer in het bijzonder of hij de handtekening van [naam 1] heeft vervalst of heeft laten vervalsen door een ander. Op basis van de stellingen van Warehousing en het daartegen gevoerde verweer zijdens [eiser sub 1] komt de rechtbank op grond van het hierna overwogene tot de conclusie dat inderdaad als vaststaand moet worden aangenomen dat [eiser sub 1] de handtekening van [naam 1] heeft vervalst of doen vervalsen, omdat dit niet voldoende is betwist. […]

4.7.

De rechtbank overweegt hierover als volgt.

4.7.1.

Als vaststaand kan worden aangenomen, nu Warehousing dat onbetwist heeft gesteld, dat HDK geen bemoeienis met het Morinaga-contract heeft gehad en dat ‘ [naam 2] ’ niet bij HDK is betrokken. Verder kan op basis van de stellingen over en weer als vaststaand worden aangenomen dat ‘ [naam 2] ’ in het verband van de onderhavige casus een fictief persoon is. Dat de achternaam van deze persoon op verschillende plekken in het dossier verschillend wordt geschreven is dan ook begrijpelijk, nu de naam door de verschillende actoren in dit dossier slechts op het gehoor is waargenomen; aan deze inconsistentie, waar [eiser sub 1] op wijst, verbindt de rechtbank dan ook geen conclusies.

4.7.2.

De door Warehousing bedoelde tijdlijn bevat verwijzingen naar HDK en ‘ [naam 2] ’ waaronder de contacten van [eiser sub 1] met ‘ [naam 2] ’ op 6 en 16 juni 2017. [eiser sub 1] heeft op de

e-mail waarbij de tijdlijn mede aan hem werd verzonden, niet gereageerd, hetgeen wel voor de hand zou liggen als daarin aan [eiser sub 1] toegeschreven verzinsels omtrent HDK en ‘ [naam 2] ’ staan vermeld. Dat de even genoemde verwijzingen juist zijn (waarmee dus wordt bedoeld: dat de tijdlijn terecht vermeldt dat [eiser sub 1] die verwijzingen als feiten omtrent de Morinaga-contractering naar voren heeft gebracht in het kader van het opstellen van de tijdlijn) blijkt uit (i) het telefoongesprek op 23 juni 2017 met mr. De Vos, (ii) het Hoffmann-rapport en (iii) het verweer van [eiser sub 1] .

Ad (i) [eiser sub 1] heeft het plaatsvinden en de inhoud van het telefoongesprek op 23 juni 2017 met mr. De Vos niet betwist. De in het gesprek gerelateerde betrokkenheid van HDK en ‘ [naam 2] ’ bij de ondertekening van het Morinaga-contract is toen uiteraard niet uit de lucht komen vallen; die namen waren, zo blijkt uit het gespreksverslag (dat op dezelfde dag door mr. De Vos is opgemaakt, zoals blijkt uit de e-mail aan twee collega’s waarbij het verslag intern is doorgezet), zowel aan mr. De Vos als aan [eiser sub 1] reeds bekend als betrokkenen bij het tekenen van het Morinaga-contract.

Ad (ii) Bij de gedingstukken bevindt zich een verklaring van [eiser sub 1] met zijn reactie op het concept van het Hoffmann-rapport. [eiser sub 1] gaat in die reactie in op een aantal concrete alinea’s van dat concept. Een dergelijke reactie ten aanzien van het definitieve rapport ontbreekt. In het Hoffmann-rapport staat vermeld: dat de bedrijfsrechercheurs aan [eiser sub 1] hebben voorgehouden dat bij HDK geen [naam 2] werkte; dat [eiser sub 1] vervolgens aangaf dit niet te snappen; dat de bedrijfsrechercheurs vervolgens aan [eiser sub 1] hebben gevraagd om ter plekke met HDK te bellen en te vragen naar [naam 2] ; dat [eiser sub 1] dat toen ook heeft gedaan (“Omstreeks 12.55 uur belde de heer [eiser sub 1] met zijn mobiele telefoon het nummer [telefoonnummer] van [HDK]. De telefoon stond op de speaker”); dat de werknemer die de telefoon beantwoordde vervolgens mededeelde dat er geen [naam 2] bij HDK werkte. Dit is een zeer concrete aanwijzing voor de juistheid van de stelling van Warehousing dat [eiser sub 1] aan de Milestone-directie heeft voorgehouden dat HDK en [naam 2] bij de totstandkoming van het Morinaga-contract betrokken waren. [eiser sub 1] heeft het Hoffmann-rapport op dit specifieke punt niet betwist.

Ad (iii) [eiser sub 1] heeft weliswaar aangevoerd dat hijzelf niet degene is geweest die de tijdlijn heeft opgesteld, maar hij heeft niet aangevoerd dat de tijdlijn een onjuiste weergave is van de gebeurtenissen zoals die door [eiser sub 1] zelf zijn gerelateerd, met name dus de betrokkenheid van HDK en ‘ [naam 2] ’ en de recente contacten met die laatste.

4.7.3.

Wat betreft de plaats van ondertekening. Volgens Warehousing heeft [eiser sub 1] aan de Milestone-directie voorgehouden dat de ondertekening plaatsvond in het WTC (met betrokkenheid van HDK en [naam 2] ). Volgens stellingname van [eiser sub 1] is de ondertekeningshandeling verplaatst van het WTC naar Duivendrecht. [eiser sub 1] ontkent hiermee dat hij aan Warehousing heeft voorgehouden dat de ondertekening in het WTC had plaatsgevonden, en hij ontkent daarmee ook dat hij de betrokkenheid van HDK (in het WTC gevestigd) en [naam 2] aan Warehousing heeft voorgehouden. Echter, op 10 juli 2017 heeft de advocaat van [eiser sub 1] richting Hoffmann gereageerd op het door Hoffmann gemaakte gespreksverslag en in die reactie vermeld wat de werkelijke gang van zaken is geweest op de dag van ondertekening van het Morinaga-contract, waaronder de omstandigheid dat “ [eiser sub 1] op het WTC te Amsterdam een bespreking [heeft] gehad met een vertegenwoordiger van Morinaga”; de advocaat van [eiser sub 1] spreekt dus niet van een verplaatsing naar Duivendrecht. Bovendien geldt ook hier, net als wat betreft de betrokkenheid van HDK en ‘ [naam 2] ’ dat de locatie ‘WTC’ als ondertekeningslocatie is vermeld in de door Warehousing bedoelde tijdlijn, die niet door [eiser sub 1] is betwist. De stellingname van [eiser sub 1] houdt dan ook geen stand. Dat [eiser sub 1] op de bewuste dag kennelijk nog bij Duivendrecht heeft geparkeerd, maakt dat niet anders.

4.7.4.

Ten slotte over het paspoort van [naam 1] . Dat [eiser sub 1] niet lang na de ondertekening van het Morinaga-contract heeft gevraagd om een kopie van dat paspoort en dat vervolgens ook heeft gekregen, kan als vaststaand worden aangenomen, omdat Warehousing dit erkent. [eiser sub 1] voert in dit verband aan dat het wel zo moest zijn dat er een overeenkomst tussen Warehousing en Morinaga BV is gesloten omdat anders niet valt in te zien waarom het paspoort zou worden toegezonden. Warehousing heeft de betreffende e-mails tussen [eiser sub 1] en Morinaga (Japan) overgelegd en stelt, met verwijzing naar de inhoud van die e-mails, dat [eiser sub 1] het paspoort niet heeft gevraagd in relatie tot het Morinaga-contract maar in verband met een eenmalige zending van ‘Milestone’ aan een partij binnen het concern van Morinaga (Japan) die in verleden had plaatsgevonden (november 2015) en ter zake waarvan [naam 1] een volmacht had gegeven opdat ‘Milestone’ namens de onderneming van Morinaga (Japan) de douane-aangifte kon doen; [eiser sub 1] heeft blijkens de e-mails aan de vertegenwoordiger van Morinaga (Japan) voorgehouden dat hij het paspoort nog nodig had om de volmacht te completeren, hetgeen een ‘smoes’ was om maar aan een kopie van het paspoort te komen. Aldus Warehousing.

Dat het opvragen van het paspoort door [eiser sub 1] verband hield met het door Warehousing geschetste onderwerp blijkt inderdaad uit de e-mails, en is door [eiser sub 1] niet meer betwist. Bovendien is niet goed te begrijpen waarom Morinaga (Japan) het paspoort van [naam 1] in verband met de namens Morinaga BV gedane ondertekening van het Morinaga-contract zou opsturen als [naam 1] volgens Morinaga (Japan) en Morinaga BV niet degene is geweest die heeft getekend. Overigens heeft [eiser sub 1] geen toelichting gegeven op de discrepantie die hij denkelijk – een nadere toelichting zijdens [eiser sub 1] ontbreekt immers – heeft waargenomen tussen enerzijds de foto van [naam 1] op de door hem ontvangen paspoortkopie en anderzijds de persoon die de ondertekening van het Morinaga-contract deed, van wie onbetwist is dat die niet [naam 1] was.

4.7.5.

Op basis van het zojuist overwogene moet als vaststaand worden aangenomen dat [eiser sub 1] aan de Milestone-directie in strijd met de waarheid heeft voorgehouden dat de ondertekening van het Morinaga-contract zijdens Morinaga BV heeft plaatsgevonden ten kantore van HDK in het WTC en in het bijzijn van [naam 2] van HDK. Gelet hierop kan niet als vaststaand worden aangenomen dat de ondertekening van het Morinaga-contract zijdens Morinaga BV heeft plaatsgevonden door een persoon die zich jegens [eiser sub 1] presenteerde als [naam 1] , nu [eiser sub 1] dit feit heeft aangevoerd als hebbende plaatsgevonden binnen de context van WTC, HDK en [naam 2] . Als vaststaand moet derhalve worden aangenomen dat [eiser sub 1] het bestaan van het Morinaga-contract heeft verzonnen, meer in het bijzonder dat hij de handtekening van [naam 1] heeft vervalst of heeft laten vervalsen door een ander. […]

4.12.

Het handelen van Loose Ends jegens Warehousing, zoals dat feitelijk door [eiser sub 1] is gedaan en hiervoor is beoordeeld, is in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt en derhalve onrechtmatig. Loose Ends heeft immers haar opdrachtgever Warehousing in de waan gebracht dat een overeenkomst was gesloten met daaraan gekoppelde omzetverwachtingen en verplichtingen in de kostensfeer, op welk een en ander Warehousing zich heeft ingesteld. Loose Ends is dus jegens Warehousing aansprakelijk voor de uit haar onrechtmatig handelen voortvloeiende schade.

Loose Ends heeft echter ook jegens de andere Milestone-vennootschappen onrechtmatig gehandeld; ook die andere Milestone-vennootschappen verkeerden immers, zoals Loose Ends uiteraard wist, in de invloedssfeer van het Morinaga-contract, ook al is wellicht niet door elke afzonderlijke vennootschap daadwerkelijk schade geleden.”

3 Het geschil

3.1.

Loose Ends c.s. vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. primair Warehousing te veroordelen tot betaling aan Loose Ends van de uit hoofde

van de management service overeenkomst verschuldigde management fee en onkostenvergoedingen over de maanden vanaf juli 2017 tot aan de datum waarop deze eindigt, tot en met april 2018 berekend op € 125.888,40 aan management fees (inclusief btw), € 21.078,20 (inclusief btw) aan autokosten en € 4.482,- aan overige verschuldigde vergoedingen. Daarnaast vordert Loose Ends c.s. de veroordeling van Warehousing om vanaf 1 mei 2018 tot aan het einde van de management overeenkomst aan Loose Ends maandelijks te betalen € 10.404,- aan management fee, te vermeerderen met btw, maandelijks € 1.741,94 aan autokosten, te vermeerderen met de btw hierover, dit naast de vergoeding voor het gebruik van internet, mobiele telefonie en door Loose Ends betaalde parkeerkosten;

1. subsidiair Warehousing te veroordelen om aan Loose Ends de uit hoofde van de management service overeenkomst verschuldigde management fee en onkostenvergoedingen over de maanden vanaf juli 2017 tot en met januari 2018 te betalen, te weten € 88.121,88 (inclusief btw) aan management fees, € 14.754,74 (inclusief btw) aan verschuldigde autokosten en € 3.679,- aan overige verschuldigde vergoedingen;

1. meer subsidiair Logistics te veroordelen aan Loose Ends te betalen de uit hoofde van de management serice overeenkomst verschuldigde management fee en onkostenvergoedingen over de maanden vanaf juli 2017 tot en met oktober 2017, te weten € 50.355,36 (inclusief btw) aan management fees, € 8.431,28 (inclusief btw) aan verschuldigde autokosten en

€ 2.758,- aan overige verschuldigde vergoedingen;

2. alsmede Logistics te veroordelen om de op grond van de management service overeenkomst verschuldigde bonussen aan Loose Ends te voldoen, over de periode vanaf

l april 2014 tot en met 30 juni 2017 een bedrag van € 207.272,-, te vermeerderen met btw en te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van het instellen van deze vordering;

3. en voor recht te verklaren dat Milestone c.s. ook de op grond van de management service overeenkomst verschuldigde bonus over de periode vanaf 1 juli 2017 tot aan het einde van de geldende management service overeenkomst tussen Loose Ends en Warehousing verschuldigd is;

4. alsmede Logistics, althans Warehousing, te veroordelen om de op grond van de management service overeenkomst verschuldigde bonussen aan Loose Ends over de periode vanaf 30 juni 2017 tot aan het einde van genoemde overeenkomst tussen Loose Ends en Warehousing per maand een bedrag van € 9.072,76 te voldoen, althans over de periode vanaf 30 juni 2017 tot met 31 januari 2018 een bedrag van € 63.509,32, althans over de periode vanaf 30 juni 2017 tot en met 31 oktober 2017 een bedrag van € 36.291,04, genoemde bedragen te vermeerderen met btw en met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van het instellen van deze vordering;

5. Milestone c.s. te veroordelen om als klantenvergoeding aan Loose Ends een bedrag van

€ 108.873,00 te vermeerderen met btw te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding;

6. en Milestone c.s. hoofdelijk te veroordelen om ter zake van materiële- en immateriële

schadevergoeding aan Loose Ends c.s. een bedrag te betalen van € 100.000,-, te

vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding;

7. en Milestone c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, het

nasalaris daar mede onder begrepen.

3.2.

Loose Ends c.s. grondt haar vorderingen, kort samengevat, op nog resterende verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst(en), het op onjuiste wijze beëindigen ervan, op ongerechtvaardigde verrijking en op onrechtmatig/misleidend handelen door Milestone c.s.

3.3.

Milestone c.s. voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De gevoegde zaak en het onrechtmatig handelen van Loose Ends c.s.

4.1.

Ten aanzien van dit punt verwijst de rechtbank voor de relevante feiten naar de feiten zoals deze in het tussenvonnis zijn vermeld onder punt 2.1 tot en met 2.16. Deze feiten zullen ook in deze zaak onverkort gelden. Tot uitgangspunt wordt verder genomen hetgeen eerder al bij dat tussenvonnis in de gevoegde zaak is overwogen en zoals hiervoor onder 2.6 is vermeld.

4.2.

De rechtbank constateert dat in deze zaak geen nieuwe feiten en/of omstandigheden door Loose Ends c.s. zijn gesteld die meebrengen dat de bij tussenvonnis al voorshands aangenomen onrechtmatige daad van de zijde van Loose Ends c.s. moet worden heroverwogen. Loose Ends c.s. herhaalt veelal de stellingen en betwistingen die ook in de procedure in de gevoegde zaak aan de orde zijn gekomen en waarop de rechtbank in het tussenvonnis is ingegaan. In het licht van het al bij tussenvonnis overwogene, zijn dergelijke herhalingen onvoldoende. Voor zover Loose Ends c.s. in deze procedure nog stelt dat het concept-gespreksverslag van het gesprek van Hoffman Bedrijfsrecherche met [eiser sub 1] onsamenhangend en weinig concludent is en dat verbanden pas in het definitieve gespreksverslag in het voorwoord en de conclusies worden aangebracht, maar die verbanden niet blijken uit het gespreksverslag zelf, doet dat niet af aan de juistheid ervan. Niet is gebleken dat Hoffman Bedrijfsrecherche in haar verslag uitgaat van onjuiste feiten en/of omstandigheden. Dat het gespreksverslag niet door de werknemers van Hoffman Bedrijfsrecherche zelf is ondertekend, brengt nog niet mee dat [eiser sub 1] niet overeenkomstig het verslag heeft verklaard. Ook het argument dat Shimano door tussenkomst van [naam 3] inmiddels wel een grote klant is geworden van Milestone c.s. doet niet af aan de onrechtmatigheid van de eerdere handelwijze van [eiser sub 1] rondom het Morinaga-contract. Ten slotte wordt hier nog aandacht besteed aan de in deze procedure alsmede in de gevoegde procedure door Loose Ends c.s. geuite wens dat de wederpartij de destijds door [eiser sub 1] zakelijk gebruikte laptop in het geding brengt omdat Loose Ends c.s., zo stelt zij, hiermee zou kunnen aantonen dat er – mede door tussenkomst van [naam 3] – over het contract met Morinaga onderhandeld is, dat over de voorwaarden hiervan overeenstemming is bereikt en dat er een afspraak is gemaakt voor ondertekening van het Morinaga-contract. Het gaat Loose Ends c.s. onder meer om de volgende documenten uit de laptop:

  • -

    door [eiser sub 1] namens Milestone aan Morinaga uitgebrachte offertes;

  • -

    e-mailwisseling met [naam 3] , waaruit blijkt van onderhandelingen met Morinaga over een te sluiten overeenkomst;

  • -

    e-mailwisseling met [naam 3] , waaruit blijkt van de gemaakte afspraak op 29 juni 2016;

  • -

    e-mailwisseling met [naam 3] , waaruit blijkt van de gemaakte afspraak om de loods te bezoeken;

  • -

    e-mailwisseling met de eigenares van de loods en/of haar makelaar, waaruit blijkt van de gemaakte afspraak om de loods te bezoeken;

  • -

    e-mailwisseling tussen [eiser sub 1] en [gedaagde sub 3] , waaruit blijkt dat [eiser sub 1] [gedaagde sub 3] op de hoogte heeft gehouden van de ontwikkelingen m.b.t. de contractsonderhandelingen met [naam 3] /Morinaga;

  • -

    e-mailwisseling tussen [eiser sub 1] en [gedaagde sub 3] / [gedaagde sub 4] , waaruit blijkt dat [eiser sub 1] [gedaagde sub 3] en/of [gedaagde sub 4] heeft uitgenodigd om bij de ondertekening van de overeenkomst aanwezig te zijn;

  • -

    e-mailwisseling waaruit blijkt dat Morinaga achteraf een kopie van het paspoort van [naam 3] heeft toegezonden.

De rechtbank heeft (de inhoud van) de laptop echter niet als gedingstuk opgevraagd, omdat de door Loose Ends c.s. bedoelde documenten, indien die inderdaad als bestaand bewezen worden, geen afbreuk doen aan de overwegingen en conclusie zoals opgenomen in het tussenvonnis onder 4.4 t/m 4.7.5.

4.3.

De rechtbank komt daarmee in de onderhavige zaak tot het oordeel dat als vaststaand moet worden aangenomen dat [eiser sub 1] de handtekening van [naam 1] onder het Morinaga-contract heeft vervalst of doen vervalsen. Dat levert, overeenkomstig het bepaalde in het tussenvonnis, een onrechtmatige daad van Loose Ends c.s. jegens de Milestone vennootschappen op.

Ten aanzien van de vordering zoals verwoord onder 3.1 onder 1.

4.4.

Om deze vorderingen te kunnen beoordelen, is allereerst relevant de vraag of de door Loose Ends c.s. verrichte werkzaamheden nog vielen onder de oude met Logistics gesloten management service overeenkomst, dan wel dat de samenwerking al door Warehousing was overgenomen en/of de werkzaamheden al vielen onder de nieuw nog te ondertekenen managementovereenkomst tussen Warehousing en Loose Ends c.s.

4.5.

Loose Ends c.s. stelt hiertoe dat er wel al in voldoende mate wilsovereenstemming bestond tussen Loose Ends en Warehousing over de nieuwe, nog te ondertekenen managementovereenkomst en dat deze al van kracht was. Loose Ends heeft de onder de management service overeenkomst verschuldigde management fee vanaf februari 2017 al gefactureerd aan Warehousing en deze facturen werden ook door Warehousing voldaan. Loose Ends c.s. verwijst in dit verband naar de aan Warehousing gerichte facturen, de email-correspondentie tussen partijen over de nieuw te sluiten overeenkomst alsmede de al wel opgestelde maar nog niet ondertekende concept managementovereenkomst. Daarmee is volgens Loose Ends c.s. voldoende aannemelijk dat de nieuwe managementovereenkomst met Warehousing al in werking was getreden en gold in plaats van de met Logistics gesloten management service overeenkomst. Deze nieuwe overeenkomst is bovendien nimmer opgezegd.

4.6.

Milestone c.s. betwist dat er al wilsovereenstemming bestond over de nieuw te sluiten managementovereenkomst. Partijen waren hierover nog in overleg, onder meer nog over de definitieve vorm van samenwerking en over de financiële eisen van Loose Ends c.s. Ook bepaalt artikel 11 van de conceptversie van de nieuwe overeenkomst dat deze pas rechtsgeldig is wanneer alle partijen de overeenkomst rechtsgeldig hebben ondertekend. Ondertekening had nog niet plaatsgevonden, omdat partijen over een aantal wezenlijke punten nog geen overeenstemming hadden bereikt.

4.7.

De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat er al op alle essentiële onderdelen wilsovereenstemming was bereikt ten aanzien van de nieuw te sluiten managementovereenkomst tussen Warehousing en Loose Ends c.s. Hiertoe heeft Loose Ends c.s. onvoldoende gesteld en dat dit al het geval was blijkt ook niet uit de door Loose Ends c.s. overgelegde e-mails en/of de nog niet ondertekende conceptovereenkomst die bovendien nog handgeschreven opmerkingen bevat. Ook kan er niet van worden uitgegaan dat Warehousing inmiddels de oude service management overeenkomst van Logistics had overgenomen. Loose Ends c.s. heeft onvoldoende gesteld waaruit blijkt dat dit door partijen zou zijn beoogd, vooruitlopend op de nieuw te sluiten overeenkomst, terwijl de uit hoofde van deze overeenkomst door Loose Ends gezonden facturen, die weliswaar aan Warehousing waren gericht, feitelijk nog steeds (via doorfacturering) door Logistics werden voldaan.

4.8.

Nu de oude management service overeenkomst niet als door Warehousing overgenomen dient de worden beschouwd, en er nog geen nieuwe managementovereenkomst tot stand was gekomen, dient ervan te worden uitgegaan dat ten tijde van de opzegging de voorwaarden golden zoals vermeld in de management service overeenkomst en dat er uitsluitend een contractuele relatie bestond tussen Loose Ends c.s. en Logistics.

4.9.

Vervolgens is aan de orde de vraag of Logistics de management service overeenkomst per direct heeft mogen opzeggen zonder een opzegtermijn in acht te nemen.

Loose Ends c.s. stelt in dit verband dat een opzegging met onmiddellijke ingang volgens de overeenkomst niet mogelijk is. Logistics is de overeengekomen vergoedingen, waaronder de management fee, nog verschuldigd gedurende de overeengekomen opzegtermijn.

Milestone c.s. voert, samengevat, aan dat uit de onrechtmatige gedragingen van Loose Ends c.s. rondom het Morinaga-contract voortvloeit dat zij de management service overeenkomst met onmiddellijke ingang mocht beëindigen.

4.10.

Zoals de Hoge Raad eerder heeft overwogen op 2 februari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:141), neemt de rechtbank het volgende tot uitgangspunt. Of en, zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. In dit geval voorziet de overeenkomst in overeengekomen opzegtermijn van drie maanden, zulks behoudens directe opzegmogelijkheid voor specifiek genoemde, zich hier niet voordoende situaties.

Maar ook indien de overeenkomst voorziet in een regeling van een opzegging, kan een beroep op de in de overeenkomst opgenomen opzegbepaling op grond van artikel

6:248, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn en kan een opzegging zonder inachtneming van een opzegtermijn onder omstandigheden zijn toegestaan.

4.11.

Naar het oordeel van de rechtbank brengt het onrechtmatig handelen van Loose Ends c.s., zoals hiervoor onder 4.3 vastgesteld, mee dat het van Milestone c.s. niet langer kon worden gevergd om nog gedurende de overeengekomen opzegtermijn van drie maanden met [eiser sub 1] samen te werken. Mede gelet ook op de aard en de ernst van het onrechtmatige handelen en de hierdoor tussen partijen ontstane vertrouwensbreuk, zou het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn om Milestone c.s. aan de contractueel overeengekomen opzegtermijn van drie maanden te houden en heeft Milestone c.s. daarom de management service overeenkomst met onmiddellijke ingang mogen opzeggen op

6 juli 2017.

4.12.

Dat betekent dat Loose Ends uitsluitend nog tot 6 juli 2017 aanspraak kan maken jegens haar contractspartij Logistics op uit de management service overeenkomst voorvloeiende vergoedingen, zoals management fee, vergoeding voor autokosten en de overige overeengekomen vergoeding voor parkeren, internet en telefonie. Dat betekent verder dat het in 3.1 onder 1. primair en 1. subsidiair gevorderde zal worden afgewezen.

4.13.

Nu de overeenkomst per 6 juli 2017 is opgezegd, kan Loose Ends c.s. tot die datum nog wel aanspraak maken op de overeengekomen management fee, vergoeding voor autokosten en op de overigens overeengekomen vergoeding voor gemaakte parkeerkosten, internetgebruik en mobiele telefonie. Loose Ends c.s. heeft niet, althans onvoldoende betwist gesteld dat de afgesproken management fee € 12.588,84 inclusief btw per maand bedraagt en de vergoeding voor autokosten € 2.107,75 inclusief btw per maand. Gelet op de opzegging per 6 juli 2017 stelt de rechtbank de nog door Logistics over de periode 1 tot en met 5 juli 2017 aan Loose Ends verschuldigde vergoedingen naar evenredigheid vast op 5/31 deel van deze vergoedingen, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 2.030,46 inclusief btw aan management fee en € 339,96 inclusief btw aan vergoeding voor autokosten. Voor deze periode stelt de rechtbank de vergoeding voor parkeergelden, internetgebruik en gebruik van mobiele telefonie vast op 5/31 deel van € 525,57 inclusief btw (zijnde het gemiddelde maandbedrag over de periode juli 2017 tot en met januari 2018), derhalve op

€ 84,77. Het onder 1 meer subsidiair gevorderde is daarmee toewijsbaar tot een totaalbedrag van € 2.455,19 (€ 2.030,46 + € 339,96 + € 84,77).

Ten aanzien van de vorderingen zoals verwoord onder 3.1 sub 2., 3. en 4. (de bonus)

4.14.

Ten aanzien van de in de management service overeenkomst overeengekomen bonus wordt het volgende overwogen. Gelet op de geldige opzegging van de overeenkomst per 6 juli 2017 kan Loose Ends c.s. hooguit tot aan het moment van opzegging aanspraak maken op een eventueel overeengekomen bonus, mits aan de daarvoor gestelde voorwaarden is voldaan.

De periode april 2014 – maart 2016

4.15.

Partijen zijn het erover eens dat ten aanzien van de periode april 2014 tot maart 2016 een bonusafspraak is gemaakt die afhankelijk gesteld was van het resultaat van de inspanningen van Loose Ends c.s. in die zin dat voor de berekening van een eventuele bonus uitsluitend in aanmerking komt de door Loose Ends zelf aangebrachte omzet. Beide partijen gaan er ook vanuit dat de bruto winst over deze periode van twee jaar zou moeten uitkomen op minimaal € 1.008.000,-. In zoverre bestaat er dus geen geschil over de uitleg van de overeenkomst ten aanzien van de aanspraak op een eventuele bonus over deze periode. Partijen verschillen wel van mening over de vraag of Loose Ends c.s. deze drempel van

€ 1.008.000,- heeft gehaald. Het is daarbij aan Loose Ends c.s. om te stellen en bij betwisting te bewijzen dat zij deze drempel inderdaad heeft gehaald.

4.16.

Loose Ends c.s. stelt in deze periode een bruto marge van € 1.499.840,- te hebben gehaald. Ter onderbouwing van haar stelling heeft Loose Ends c.s. ter gelegenheid van de gehouden comparitie van partijen lijsten overgelegd met een overzicht van de met door [eiser sub 1] ingebrachte klanten behaalde brutomarge. Het zonder enige toelichting aanstrepen van een aantal klanten op deze lijst kan niet worden aangemerkt als een gemotiveerd verweer van Milestone c.s., aldus Loose Ends c.s.

Milestone c.s. betwist de door Loose Ends c.s. genoemde behaalde omzet van € 1.499.840,- en heeft op de lijst met rood de klanten aangestreept die volgens haar voor het berekenen van de bonus niet meetellen. Loose Ends c.s. blijft met een met haar klanten behaalde bruto winst van € 758.564,- ruim onder het drempelbedrag van € 1.008.000,-, aldus Milestone c.s.

4.17.

Met Milestone c.s. is de rechtbank van oordeel dat Loose Ends c.s. niet heeft voldaan aan haar stelplicht ten aanzien van haar bonusaanspraak. Het pas ten behoeve van de comparitie van partijen toezenden van een lijst met een specificatie van de volgens Loose Ends c.s. per eigen klant behaalde bruto winst is hiertoe onvoldoende, temeer nu Milestone c.s. heeft betwist dat al deze klanten voor het vaststellen van de bonus meetellen. Milestone c.s. heeft in dit verband ten verwere aangevoerd dat de rood aangestreepte klanten niet door [eiser sub 1] zijn aangebracht maar al klant van Milestone c.s. waren dan wel door anderen binnen Milestone c.s. zijn aangebracht. Het had op de weg van Loose Ends c.s. gelegen om vervolgens aanknopingspunten te geven waaruit volgt dat het wel door haar aangebrachte klanten betreft. Het argument dat relevante gegevens niet kunnen worden aangeleverd omdat Milestone c.s. de laptop van [eiser sub 1] had ingenomen, gaat hierbij niet op. Loose Ends c.s. was immers desondanks ook in staat om ter gelegenheid van de comparitie van partijen een overzicht in het geding te brengen, en bovendien heeft Milestone c.s. onbetwist gesteld dat deze lijst niet nieuw was maar al in 2016 is gebruikt en beschikbaar was. Dat eventuele bonusaanspraken eerder al zouden zijn erkend, kan niet worden afgeleid uit in deze procedure overgelegde correspondentie, en volgt evenmin uit de verhoging van het beoogde percentage te verkrijgen aandelen van 30 naar 40 procent, waarvoor meerdere beweegredenen kunnen bestaan. Milestone c.s. heeft ter zitting ook toegelicht dat hieraan een andere, juridische reden ten grondslag lag.

De periode april 2016 – 6 juli 2017

4.18.

Loose Ends c.s. stelt dat er ook in de periode na maart 2016 tussen partijen bonusafspraken golden en dat ook de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de bonusafspraken ook na maart 2016 doorliepen.

Milestone c.s. betwist het bestaan van dergelijke, na maart 2016 geldende afspraken. In de visie van Milestone c.s. is hier nooit wilsovereenstemming over bereikt.

4.19.

De rechtbank overweegt als volgt. Dat er ook in de periode na 31 maart 2016 tot aan de opzegging van de overeenkomst per 6 juli 2017 bonusafspraken golden, is niet komen vast te staan. Loose Ends c.s. heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat dat het geval was, terwijl evenmin is komen vast te staan dat Loose Ends c.s. over die periode wel de eventueel geldende drempel heeft gehaald.

Slotsom ten aanzien van de gevorderde bonussen

4.20.

Gelet op het hiervoor overwogene, zullen de vorderingen, zoals hiervoor onder 3.1 onder 2., 3. en 4. weergegeven, worden afgewezen.

Ten aanzien van de vordering als genoemd in 3.1 onder sub 5.

4.21.

Loose Ends c.s. stelt dat zij, nu zij niet meer meeprofiteert als aandeelhouder en via de nieuw te sluiten managementovereenkomst, nog geen compensatie heeft ontvangen voor de toekomstige winsten van Milestone c.s. ten gevolge van door Loose Ends c.s. aangebrachte klanten. Loose Ends c.s. maakt daarom, naar analogie met een agentuurovereenkomst, aanspraak op een vergoeding van €108.873,-. Subsidiair grondt zij haar vordering op ongerechtvaardigde verrijking. Doordat Milestone c.s. nu niet door middel van een overdracht van aandelen aan Loose Ends een vergoeding voor de toekomstige omzet betaalt, wordt Milestone c.s. in wezen ongerechtvaardigd verrijkt, aldus Loose Ends c.s.

Milestone c.s. voert aan dat iedere grondslag voor een dergelijke vordering ontbreekt. Er is geen sprake van een agentuurovereenkomst en bovendien geldt er ook in geval van agentuurovereenkomsten een uitzondering wanneer beëindiging van de overeenkomst wegens een dringende reden gegrond is op omstandigheden waarvoor de handelsagent een verwijt treft.

4.22.

Tussen partijen is niet in geschil dat de tussen hen gesloten overeenkomst niet kwalificeert als agentuurovereenkomst. Loose Ends c.s. heeft naar het oordeel van de rechtbank te weinig gesteld om aanleiding te zien voor analoge toepassing van de wettelijke bepalingen die specifiek gelden voor agentuurovereenkomsten. Tussen partijen zijn verder in de management service overeenkomst geen bepalingen overeengekomen die meebrengen dat Milestone c.s. aan Loose Ends c.s. een klantvergoeding is verschuldigd na het beëindigen van de samenwerking. Gelet hierop en gelet op het onrechtmatige handelen van Loose Ends c.s. (zie hiervoor onder 4.3), wat het per direct beëindigen van de management service overeenkomst rechtvaardigde, is de rechtbank met Milestone c.s. van oordeel dat de grondslag ontbreekt voor een dergelijke vordering. Dat Milestone c.s. door de beëindiging van de samenwerking wegens een aan Milestone c.s. toe te rekenen omstandigheid ongerechtvaardigd ten koste van Loose Ends c.s. zou zijn verrijkt, is evenmin komen vast te staan. Hiertoe heeft Loose Ends c.s. onvoldoende gesteld. Het hiervoor onder 3.1 onder 5. gevorderde zal daarom worden afgewezen.

Ten aanzien van de vordering als verwoord onder 3.1 onder 6.

4.23.

Loose Ends c.s. stelt dat het plaatsen van de mededeling als hiervoor genoemd onder 2.5 op de website [URL] en het verzenden van de e-mail als bedoeld in 2.4 aan zakelijke en privé-contacten (hierna gezamenlijk: de mededelingen) onrechtmatig was jegens haar in de zin van artikel 6:162 BW en ook misleidend in de zin van artikel 6:167 BW. Het betrof niet uitsluitend het waarschuwen van de eigen relaties van Milestone c.s., waartoe zij een eigen adressenbestand had kunnen en moeten gebruiken, maar de relaties van Loose Ends c.s. waarbij gebruik is gemaakt van een outlook-bestand van [eiser sub 1] . Milestone c.s. lijkt erop uit te zijn karaktermoord op [eiser sub 1] te plegen, met als bijkomend doel de relaties van Loose Ends c.s. aan zich te binden. De handelwijze van [eiser sub 1] rondom het Morinaga-contract vormt onvoldoende reden om een dergelijk bericht op een dergelijke schaal rond te sturen. Milestone c.s. dient met een dergelijk bericht geen te rechtvaardigen belang. Daarnaast is in de mededelingen ten onrechte beweerd dat er al een melding zou zijn gedaan tegen [eiser sub 1] bij het Waarschuwingsregister Logistieke Sector en dat er al aangifte was gedaan bij de politie van enig beweerdelijk door [eiser sub 1] begaan strafbaar feit. Dat is niet alleen onrechtmatig, maar ook feitelijk onjuist en misleidend en schadelijk voor de reputatie van Loose Ends c.s. Loose Ends c.s. heeft door het onrechtmatig handelen van Milestone c.s. materiële en immateriële schade geleden.

Milestone c.s. betwist -kort samengevat- onrechtmatig jegens Loose Ends c.s. te hebben gehandeld. Zoals in kort geding reeds werd overwogen, is een belangenafweging gemaakt tussen de belangen van Milestone c.s. en die van Loose Ends c.s. Het belang van Milestone c.s. rechtvaardigt de mededelingen zoals die zijn gedaan per email en via haar website.

4.24.

De rechtbank overweegt als volgt. De vorderingen tot schadevergoeding vormen een beperking van het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting dat aan Milestone c.s. op grond van artikel 10 lid 1 EVRM toekomt. Dit recht kan slechts worden beperkt indien deze beperking bij de wet is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake wanneer de uitlatingen van Milestone c.s. onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW en/of van artikel 6:167 BW. Bij die beoordeling moeten de wederzijdse belangen van partijen worden afgewogen.

4.25.

Het belang van [eiser sub 1] is er in dit verband in het bijzonder in gelegen dat hij niet wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van Milestone c.s. bestaat erin dat zij haar zakelijke belangen en reputatie moet kunnen beschermen, eventuele reputatieschade moet kunnen beperken en naar haar klanten toe openlijk afstand moet kunnen nemen van de onrechtmatige gedragingen van [eiser sub 1] die Milestone c.s. vertegenwoordigde.

4.26.

Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden van het geval.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is komen vast te staan dat [eiser sub 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de Milestone vennootschappen door de handtekening van [naam 1] onder het Morinaga-contract te vervalsen of te doen vervalsen. Daarmee wordt de beschuldiging aan het adres van [eiser sub 1] dat hij ‘over de schreef is gegaan’, niet onjuist of misleidend geacht. Verder wordt in aanmerking genomen dat Milestone c.s. geen onnodig grievende bewoordingen heeft gebruikt in de mededelingen, geen details heeft vermeld omtrent de handelwijze van [eiser sub 1] die heeft geleid tot het beëindigen van de samenwerking en Milestone c.s. deze handelwijze ook niet heeft gekleurd of heeft overdreven. Niet is gebleken dat Milestone c.s. Loose Ends c.s. met de mededelingen bewust heeft willen schaden. Ook de omstandigheid dat Milestone c.s. voor de mailing onder meer gebruik heeft gemaakt van een outlook-bestand afkomstig van de laptop van [eiser sub 1] wordt toelaatbaar geacht, gelet op de omstandigheid dat [eiser sub 1] de contactpersoon was van een groot aantal klanten van Milestone c.s. Milestone c.s. heeft verder onbetwist aangevoerd dat zij heeft getracht om uit dat adressenbestand zoveel mogelijk privé adressen eruit te filteren. De mail was uitsluitend bestemd voor agenten, klanten en overige zakelijke relaties van Milestone c.s. en er zijn niet 5.432 maar 3.130 e-mails gezonden, aldus Milestone c.s. Het mailen van ruim drieduizend contacten wordt in dit licht bezien niet disproportioneel geacht. De rechtbank gaat ervan uit dat het daarbij overwegend (gezamenlijke) zakelijke relaties betrof en dat Milestone c.s. zoveel mogelijk rekening heeft geprobeerd te houden met de persoonlijke belangen van [eiser sub 1] . Dat Milestone c.s. daarbij mogelijk in strijd heeft gehandeld met de Wet bescherming persoonsgegevens en/of de thans geldende Algemene verordening gegevensbescherming, wat hier verder ook van zij, kan [eiser sub 1] niet baten. Een dergelijke overtreding beoogt immers niet de belangen van [eiser sub 1] te beschermen en brengt daarom nog niet mee dat de handelwijze jegens hem onrechtmatig wordt. Verder acht ook de rechtbank, evenals de voorzieningenrechter, het enkele feit dat er ten tijde van de mededelingen feitelijk nog geen melding was gedaan bij het Waarschuwingsregister, gelet op de aard en omvang van de onrechtmatige gedraging van Loose Ends c.s. jegens Milestone c.s., van onvoldoende gewicht om reeds hierom de mededelingen onrechtmatig of misleidend te achten. Bovendien heeft een dergelijke melding kort daarna wel plaatsgevonden. Dat er ten tijde van de mededelingen al aangifte zou zijn gedaan jegens [eiser sub 1] wordt in de mededelingen niet gesuggereerd.

4.27.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank de uitlatingen van Milestone c.s. in de mededelingen niet onrechtmatig of misleidend jegens Loose Ends c.s. Dat betekent dat de vordering als verwoord onder 3.1 sub 6. eveneens zal worden afgewezen.

Ten aanzien van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] persoonlijk

4.28.

Loose Ends c.s. heeft pas ter gelegenheid van de comparitie van partijen verduidelijkt waarom ook [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] in privé in rechte zijn betrokken. Het verwijt, dat Loose Ends c.s. hen maakt, ziet met name op de vordering onder 6., nu de mededelingen zijn geïnitieerd en ondertekend door [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] als leidinggevenden van Milestone c.s. Loose Ends c.s. verwijt hen wegens hun persoonlijke betrokkenheid eveneens onrechtmatig handelen. Nu de vordering onder 6. echter zal worden afgewezen, kan van enige persoonlijke aansprakelijkheid terzake evenmin sprake zijn. Ook voor het overige heeft Loose Ends c.s. onvoldoende gesteld op grond waarvan [gedaagde sub 3] en/of [gedaagde sub 4] privé aansprakelijk kunnen worden gehouden voor hetgeen Loose Ends c.s. nog van Milestone c.s. te vorderen heeft. De vorderingen jegens [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zullen daarom worden afgewezen.

Ten aanzien van de proceskosten

4.29.

Loose Ends c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Toewijsbaar is immers slechts een zeer klein onderdeel van het totaal door Loose Ends c.s. in deze procedure gevorderde. De proceskosten worden aan de zijde van Milestone c.s., met inbegrip van de kosten van het incident, tot op heden begroot op € 9.297,- aan salaris advocaat (drie punten x tarief VII).

4.30.

De nakosten worden begroot en zijn toewijsbaar op de wijze als bij de beslissing vermeld. Op de vordering daartoe van Milestone c.s. zal de (na)kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5 De beslissing

De rechtbank

veroordeelt Logistics tot betaling aan Loose Ends van een bedrag van

€ 2.455,19 (zegge: tweeduizend vierhonderd vijfenvijftig euro en negentien cent) inclusief btw,

wijst af het meer of anders gevorderde,

veroordeelt Loose Ends c.s. in de kosten van het geding, aan de zijde van Milestone c.s. tot op heden begroot op € 9.297,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na dit vonnis tot aan de dag van voldoening,

veroordeelt Loose Ends c.s. in de nakosten, begroot op een bedrag van € 157,-, te verhogen, onder de voorwaarde dat Loose Ends c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,- en de kosten van de betekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na dit vonnis tot aan de dag van voldoening,

verklaart de hiervoor genoemden veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. van Eekeren, bijgestaan door mr. C.L. de Rijke, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2019.1

1 type: CLdR