Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:6148

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2019
Datum publicatie
22-08-2019
Zaaknummer
13/684422-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Tussentijdse ISD toetsing, voortzetting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/684422-17 (tussentijdse toets)

BESLISSING

De rechtbank te Amsterdam heeft op 18 januari 2018 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] .

Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • -

    het vonnis van deze rechtbank van 18 januari 2018;

  • -

    de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 7 augustus 2018, waarbij na een tussentijdse toetsing is beslist dat de ISD-maatregel dient te worden voorgezet;

  • -

    het verzoek ex artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de veroordeelde en zijn raadsvrouw mr. M.M.R. Slaghekke van 8 februari 2019 tot toetsing van de voortgang en opheffing van de ISD-maatregel;

  • -

    een proces-verbaal van de terechtzitting van 25 april 2019 waaruit blijkt dat de behandeling van het verzoekschrift voor bepaalde tijd is aangehouden tot de terechtzitting van 11 juli 2019;

  • -

    een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 12 juni 2019;

  • -

    een voortgangsrapport van Terwille Verslavingszorg van 7 juli 2019;

  • -

    de stand van uitvoering van het verblijfsplan van 9 juli 2019;

  • -

    een voortgangsverslag toezicht in het kader van ISD van 10 juli 2019 door H. van Dellen.

De rechtbank heeft op 11 juli 2019 de officier van justitie mr. J. Kouwenhoven en de gemachtigde raadsvrouw van veroordeelde, mr. M.M.R. Slaghekke, advocaat te Amsterdam in openbare raadkamer gehoord.


De veroordeelde is niet verschenen.

Beoordeling

Verloop van het ISD-traject

Uit de zeer recente stand van uitvoering van het verblijfsplan en het voortgangsverslag van GGZ VNN Groningen blijkt onder meer dat veroordeelde inmiddels verblijft in kliniek [locatie kliniek] . Ook blijkt dat hij zich actief opstelt, dat hij deelneemt aan de dagbesteding en dat hij een open houding heeft tijdens de behandel- en begeleidingstrajecten. Tenslotte blijkt ook dat veroordeelde het verblijf in de [locatie kliniek] beschouwt als een noodzakelijke tussenstop naar een toekomstig verblijf in een setting voor beschermd wonen in Amsterdam.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verklaard dat de situatie van haar cliënt is verbeterd ten opzichte van het moment waarop het verzoekschrift is ingediend. Inmiddels staat hij positief tegenover de begeleiding en is hij erg opgelucht dat hij in de extramurale fase is beland. Het standpunt van cliënt is daarom gewijzigd en de verdediging zal daarom niet langer verzoeken de ISD-maatregel te beëindigen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Sr is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van veroordeelde.

Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde in openbare raadkamer stelt de rechtbank vast dat sprake is van een positieve ontwikkeling in de behandeling van veroordeelde, maar dat het belangrijk is om nu in het kader van de klinische opname vervolgstappen te kunnen zetten binnen de ISD-maatregel.

Daarom wordt als volgt beslist.

Gezien artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Deze beslissing is gegeven door

mr. R.C.J. Hamming, voorzitter,

mrs. W.M.C. van den Berg en Y. Moussaoui, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.D. van der Heiden, griffier,

en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 11 juli 2019.