Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:6036

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-08-2019
Datum publicatie
16-08-2019
Zaaknummer
C/13/669518 / KG ZA 19-775
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een drugsverslaafde huurder moet vertrekken uit zijn woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/669518 / KG ZA 19-775 CdK/MvG

Vonnis in kort geding van 15 augustus 2019

in de zaak van

de stichting

WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 19 juli 2019,

advocaat mr. M.G. Blokziel te Almere,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEAUFIN B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder van

[gedaagde sub 1]

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. N. el Ouahhabi te Alkmaar,

2. HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, PLAATSELIJK BEKEND ALS [gedaagden sub 2],

gedaagden,

niet verschenen.

Eiseres zal hierna Eigen Haard worden genoemd en gedaagde sub I [gedaagde sub 1] .

1 De procedure

Ter zitting van 1 augustus 2019 heeft Eigen Haard gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagde sub 1] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Eigen Haard heeft producties in het geding gebracht en [gedaagde sub 1] een pleitnota.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

- aan de zijde van Eigen Haard: [naam medewerker] , medewerker zorg en overlast, en

mr. Blokziel.

- [gedaagde sub 1] , [naam bewindvoerder] , bewindvoerder, en mr. El Ouahhabi.

Verder waren aanwezig: [naam wijkagent] , wijkagent in de Indische buurt, en

[naam gemeenteambtenaar] van de gemeente Amsterdam, stadsdeel Oost.

Tegen de niet verschenen gedaagden is verstek verleend.

Nadat de behandeling ter zitting was gesloten heeft de bewindvoerder desgevraagd per e-mail de beschikking, waarin de goederen van [gedaagde sub 1] onder bewind zijn gesteld, aan de rechtbank toegestuurd.

2 De feiten

2.1.

Met ingang van 18 augustus 2003 verhuurt (de rechtsvoorganger van) Eigen Haard aan [gedaagde sub 1] de woning aan de [adres] (hierna: de woning). De woning maakt onderdeel uit van een appartementsgebouw met in totaal acht woningen, die via het gemeenschappelijke trappenhuis bereikbaar zijn.

2.2.

Op grond van artikel 9.3 van de toepasselijke algemene voorwaarden mag [gedaagde sub 1] geen overlast of hinder veroorzaken aan omwonenden en is hij aansprakelijk voor alle gedragingen van anderen die zich met zijn goedvinden in de directe omgeving van de woning bevinden.

2.3.

Bij beschikking van 3 juni 2019 van deze rechtbank zijn de goederen van [gedaagde sub 1] onder bewind gesteld, met benoeming van Beaufin B.V. tot bewindvoerder.

2.4.

Eigen Haard ontvangt al jaren klachten van omwonenden over door [gedaagde sub 1] veroorzaakte overlast. De klachten gaan er over dat verslaafde personen dan wel drugsdealers zich ophouden in of rond de woning en over geluidsoverlast in verband met schreeuwpartijen tussen [gedaagde sub 1] en zijn vriendin, die recent uit elkaar zijn gegaan.

2.5.

Eigen Haard heeft de afgelopen jaren met behulp van verschillende instanties geprobeerd deze overlast terug te dringen.

2.6.

Op 25 februari 2019 hebben een medewerker van Eigen Haard en van de GGD een huisbezoek gebracht aan [gedaagde sub 1] . Naar aanleiding daarvan heeft Eigen Haard bij aangetekende brief van 14 maart 2019 [gedaagde sub 1] onder meer als volgt bericht:

(…) Wij bespraken met u de overlastklachten die Eigen Haard van meerdere omwonenden over uw adres recentelijk had ontvangen. De overlast bestond uit aanloop van gebruikers, het vervuilen van de gemeenschappelijke ruimtes, het vernielen van de algemene toegang deuren van zowel het portiek als de berginggang en het onveilige gevoel dat deze zaken uw woonomgeving bezorgen.

U gaf in ons gesprek aan dat u zelf ook overlast heeft ondervonden van de bezoekers aan uw adres en heeft ons toegezegd voortaan geen bezoekers meer toe te laten tot uw woning, met uitzondering van een enkele goede vriend/vriendin. Wanneer er toch ongewenste bezoekers bij u voor de deur staan, zegde u toe de politie te zullen bellen, deze weten van uw adres af en zullen dan ook adequaat optreden bij een melding.

Verder spraken wij af dat u actief zal reageren op woningnet, omdat u aangaf dat u wilt verhuizen en het liefst naar een andere wijk én u gaf aan dat u wederom kort zal worden opgenomen in een afkicktraject en een afspraak heeft met CIVIC voor een schuldsaneringstraject.

Wij hebben nogmaals benadrukt dat u ervoor moet zorgen dat er geen nieuwe overlast vanaf uw woning komt.

U ging hiermee akkoord.

Ik zet de gemaakte afspraken voor u op een rijtje:

- U laat geen gebruikers meer toe op de woning;

- Wanneer zij onverwachts bij u voor de deur staan, stuur u ze weg;

- Als zij niet vrijwillig vertrekken, belt u de politie (112).

Huurovereenkomst

Uw buren breng ik ook op de hoogte van deze afspraken. U bent als hoofdhuurder verantwoordelijk voor hetgeen zich in –en rondom uw woning en box ruimte afspeelt. Wanneer er alsnog nieuwe meldingen komen over overlast dan beraad ik mij direct op juridische vervolgstappen. Dit kan betekenen dat u uw woning kwijtraakt.”

2.7.

Op 16 april 2019 heeft de gemeente Amsterdam een zogenaamde einde interventieverklaring zonder laatste kans afgegeven. Hierin staat dat er sinds 2013 vanuit het Meldpunt Zorg en Woonoverlast Oost en haar convenantpartners diverse interventies zijn geweest gericht op het bestrijden van de extreme overlast die [gedaagde sub 1] veroorzaakt in zijn woonomgeving. Omdat ondanks de inspanningen de deelnemers er niet in zijn geslaagd de overlast te doen ophouden of tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, is besloten tot einde interventie zonder laatste kans, aldus de verklaring.

2.8.

In een brief van 13 mei 2019 heeft Eigen Haard [gedaagde sub 1] verzocht de huurovereenkomst op te zeggen. Aan dat verzoek heeft [gedaagde sub 1] geen gehoor gegeven.

2.9.

[naam medewerker] , medewerker zorg en overlast bij Eigen Haard, heeft ter zitting op haar mobiele telefoon een e-mail van 23 juli 2019 getoond van een omwonende, waarin wordt meegedeeld dat de door [gedaagde sub 1] veroorzaakte overlast onverminderd doorgaat.

3. Het geschil

3.1.

Eigen Haard vordert – samengevat – gedaagden te veroordelen:

I. om de woning aan de [adres] binnen 48 uur na betekening van dit vonnis geheel en leeg ontruimd ter beschikking te stellen en met alle daarin aanwezige personen en goederen te verlaten en te ontruimen, bij gebreke waarvan Eigen Haard wordt gemachtigd de ontruiming zelf te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie;

II. in het geval zij niet vrijwillig aan de onder I gevraagde veroordeling tot ontruiming voldoen, en Eigen Haard de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder zelf dient te bewerkstelligen, aan haar de kosten van ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming;

III. in de proces- en nakosten van deze procedure, beide te vermeerderen met de wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis voldoening daarvan heeft plaatsgevonden.

3.2.

Eigen Haard stelt zich, kort gezegd, op het standpunt dat [gedaagde sub 1] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden door voor een langere periode en structureel overlast te veroorzaken waarvan de omwonenden hinder ondervinden. Deze tekortkoming geeft Eigen Haard het recht de huurovereenkomst te ontbinden en de ontruiming te vorderen. De overlast die [gedaagde sub 1] veroorzaakt is dermate ernstig dat het belang van [gedaagde sub 1] bij behoud van zijn woning moet wijken voor het belang van omwonenden bij een rustige woonomgeving.

3.3.

[gedaagde sub 1] heeft het volgende verweer gevoerd. Eigen Haard heeft geen spoedeisend belang, omdat na 23 april 2019 geen meldingen van overlast meer zijn gedaan door omwonenden. De huurachterstand van € 365,00 rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst niet. [gedaagde sub 1] is niet verantwoordelijk voor de overlast die bezoekers veroorzaken, zodat de verweten gedragingen niet aan hem kunnen worden toegerekend. Tot slot heeft [gedaagde sub 1] aangevoerd dat hij druk bezig is zijn leven te beteren. Op zijn verzoek is bewind over zijn goederen uitgesproken en hij heeft de hulp van Jellinek ingeschakeld. Zijn belang bij behoud van de woning dient zwaarder te wegen dan het belang van Eigen Haard. In het geval de ontruiming wordt toegewezen, heeft [gedaagde sub 1] verzocht om een term de grace.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Over de goederen van [gedaagde sub 1] is een bewind ingesteld. Eigen Haard is op juiste wijze tot dagvaarding overgegaan door niet [gedaagde sub 1] maar de bewindvoerder te dagvaarden. In het arrest van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de rechten die een rechthebbende ontleent aan een huurovereenkomst, zoals het recht op huurgenot, ‘goederen’ zijn als bedoeld in artikel 1:431 Burgerlijk Wetboek (BW). Dit betekent dat een vordering tot ontbinding van een door de rechthebbende voor de instelling van het bewind gesloten huurovereenkomst, en tot ontruiming van het gehuurde, dient te worden ingesteld tegen de bewindvoerder, zodat Eigen Haard ontvankelijk is in haar vorderingen.

4.2.

In een kort geding is een vordering tot ontruiming slechts toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter gronden ziet voor ontbinding van de huurovereenkomst en de vordering eveneens zal toewijzen en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat deze de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

4.3.

De huurachterstand is niet door Eigen Haard aan de ontruiming ten grondslag gelegd. Het verweer van [gedaagde sub 1] dat de hoogte van de huurachterstand de ontruiming niet rechtvaardigt, behoeft daarom geen verdere bespreking.

4.4.

Op grond van de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden moet [gedaagde sub 1] zich als een goed huurder gedragen en mag hij geen overlast of hinder veroorzaken aan andere omwonenden.

4.5.

Gelet op de in het geding gebrachte verklaringen van omwonenden, de einde interventieverklaring en de verklaring van [gedaagde sub 1] kan worden vastgesteld dat hij gedurende langere tijde voor overlast heeft gezorgd door het (toestaan van) dealen dan wel gebruik door derden van drugs in en rondom zijn woning. Dat [gedaagde sub 1] niet de enige is geweest die overlast heeft veroorzaakt, maar ook anderen voor overlast hebben gezorgd, maakt niet dat hij vrijuit gaat. [gedaagde sub 1] is als huurder verantwoordelijk voor degenen die met hem in verband staan en die zich met zijn goedvinden in en rondom zijn woning bevinden.

4.6.

Tijdens het huisbezoek op 25 februari 2019 hebben partijen duidelijke afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in de brief van 14 maart 2019 van Eigen Haard aan [gedaagde sub 1] (zie r.o. 2.6.). Afgesproken werd dat [gedaagde sub 1] actief zou reageren op woningnet, geen gebruikers meer zou toelaten tot de woning, hij ze wegstuurt in het geval zij wel voor de deur stonden, bij gebreke waarvan hij de politie moest bellen. Het moet [gedaagde sub 1] duidelijk zijn geweest dat hem een laatste kans werd geboden om zijn woning te behouden, nu in de brief stond dat nieuwe meldingen van overlast konden betekenen dat hij zijn woning kwijtraakt.

4.7.

Ter zitting is gebleken is dat [gedaagde sub 1] zich niet aan deze afspraken heeft gehouden. Hij heeft meegedeeld zich niet te hebben ingeschreven op woningnet en heeft dus niet gereageerd op woningen. Verder heeft [gedaagde sub 1] meegedeeld dat hij één keer de politie heeft gebeld op het moment dat er bezoekers voor zijn woning dan wel de gemeenschappelijke toegangsdeur stonden. Hij vond echter dat de politie niet snel genoeg ter plaatse was en heeft in het vervolg niet meer gebeld.

4.8.

Anders dan [gedaagde sub 1] heeft aangevoerd, heeft Eigen Haard ook na april 2019 klachten van omwonenden ontvangen. Ter zitting heeft [naam medewerker] een e-mail van 23 juli 2019 getoond van een omwonende die bij Eigen Haard klaagde dat de overlast die [gedaagde sub 1] veroorzaakt onverminderd doorgaat.

4.9.

Uit bovenstaande volgt dat voorshands voldoende aannemelijk is dat [gedaagde sub 1] zich niet als een goed huurder heeft gedragen en hij overlast en hinder heeft veroorzaakt aan andere omwonenden. Hiermee heeft hij in strijd met de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden gehandeld. Dat de bodemrechter zal oordelen dat deze tekortkomingen van [gedaagde sub 1] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst de ontbinding daarvan rechtvaardigen is eveneens voldoende aannemelijk. Eigen Haard heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, omdat zij moet opkomen voor de belangen van omwonenden gezien de aard van de overlast.

4.10.

Ook het woonbelang van [gedaagde sub 1] staat niet aan ontruiming in de weg. Aannemelijk is dat [gedaagde sub 1] groot belang heeft bij voortzetting van de huur en het voor hem mogelijk niet eenvoudig zal zijn een andere woning te vinden. Deze omstandigheden wegen echter niet op tegen het belang van Eigen Haard bij ontruiming van de woning. Gezien de jarenlange overlast en gevoelens van onveiligheid die [gedaagde sub 1] en of zijn bezoekers de omwonenden hebben bezorgd, wegen de belangen van Eigen Haard en de omwonenden zwaarder. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat Eigen Haard [gedaagde sub 1] ruime tijd de gelegenheid heeft geboden om de overlast weg te nemen, welke gelegenheid hij niet te baat heeft genomen. De einde interventieverklaring zonder laatste kans van het Meldpunt Zorg en Overlast van 16 april 2019 toont dat er in der minne alles aan is gedaan om de overlast weg te nemen. Ter zitting heeft mevrouw [naam gemeenteambtenaar] van de gemeente verklaard dat [gedaagde sub 1] op zijn minst tijdelijke opvang zal worden geboden.

4.11.

[gedaagde sub 1] heeft wel aannemelijk gemaakt dat hij thans bezig is zijn leven te beteren. Zo is op zijn verzoek het bewind over zijn goederen uitgesproken en heeft hij zich gewend tot de Jellinek. [gedaagde sub 1] wordt daarom tot uiterlijk 30 september 2019 de tijd gegund om tot ontruiming over te gaan, om hem in staat te stellen in overleg met het Meldpunt Zorg en Woonoverlast elders onderdak te vinden.

4.12.

Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat het tegen de niet verschenen gedaagden gevraagde verstek zal worden verleend. De tegen hen gerichte vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen op dezelfde wijze als de vordering tegen [gedaagde sub 1] .

4.13.

Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Eigen Haard worden begroot op:

- dagvaarding € 94,79

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat € 980,00

Totaal € 1.713,79,

te vermeerderen met de advertentiekosten en wettelijke rente.

4.14.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook op de navolgende wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt gedaagden om de woning aan de [gedaagden sub 2] na betekening van dit vonnis en uiterlijk op 30 september 2019 met de hunnen en het hunne te ontruimen en te verlaten en ter vrije beschikking van Eigen Haard te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalde,

5.2.

veroordeelt gedaagden, indien zij niet vrijwillig aan de hiervoor gegeven veroordeling tot ontruiming voldoen en Eigen Haard de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder zelf bewerkstelligt, aan Eigen Haard de kosten van de ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming,

5.3.

veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van Eigen Haard tot op heden begroot op € 1.713,79, te vermeerderen met de kosten van de in artikel 61 Rv voorgeschreven advertentie, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na heden,

5.4.

veroordeelt gedaagden in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,- voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 82,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2019.1

1 type: MvG coll: mb