Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:5902

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-08-2019
Datum publicatie
23-08-2019
Zaaknummer
C/13/668905 / KG ZA 19-731
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding in aanbestedingszaak. Vervolg op een vonnis van de voorzieningenrechter van 9 mei 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:4206) waarin is geoordeeld dat de gemeente Amsterdam tot herbeoordeling moet overgaan. Thans wordt geoordeeld dat de herbeoordeling door de gemeente voldoet aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. De vorderingen van de partij die als nummer drie is geëindigd worden dan ook afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2019/1267
JAAN 2019/175
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/668905 / KG ZA 19-731 AB/MV

Vonnis in kort geding van 2 augustus 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RICOH NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Den Bosch,

eiseres bij dagvaarding van 5 juli 2019,

advocaten mrs. R.S. Damsma en J.U. Vonk Noordegraaf te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. K. Imaalitane te Amsterdam,

en tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
XEROX (NEDERLAND) B.V.,
gevestigd te Breukelen,

tussenkomende partij,
advocaten mrs. G. Verberne en P.W. Juttmann te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Ricoh, de Gemeente en Xerox worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 25 juli 2019 heeft Ricoh gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en overeenkomstig de eveneens in kopie aan dit vonnis gehechte akte wijziging van eis. De Gemeente heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.

Xerox heeft een incidentele conclusie tot tussenkomst, althans tot voeging ingediend. Ricoh en de Gemeente hebben hiertegen geen bezwaar gemaakt, waarna de gevorderde tussenkomst is toegestaan.
Alle partijen hebben een pleitnota en producties in het geding gebracht.
De Gemeente had ook een conclusie van antwoord ingediend.
Ter zitting waren – voor zover van belang – aanwezig:

aan de zijde van Ricoh [vertegenwoordiger RICOH 1] , [vertegenwoordiger RICOH 2] en [vertegenwoordiger RICOH 3] met
mrs. Damsma en Vonk Noordegraaf;

aan de zijde van de Gemeente [vertegenwoordiger Gemeente] met mr. Imaalitane;
aan de zijde van Xerox mrs. Verberne en Juttmann.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
Vonnis is bepaald op 8 augustus 2019. Bij e-mailbericht van de griffier van 1 augustus 2019 zijn de raadslieden van partijen ervan in kennis gesteld dat op 2 augustus 2019 vonnis wordt gewezen.

2 De feiten

2.1.

De Gemeente heeft een Europese aanbesteding Scannen en Printen uitgeschreven. Zij hanteert hierbij de zogenoemde Best Value benadering. Op basis van de inschrijvingen en op basis van interviews met de inschrijvers beoordeelt de Gemeente met welke inschrijver zij de concretiseringsfase ingaat. Pas na afronding van de concretiseringsfase zal de Gemeente de opdracht voorlopig gunnen.

2.2.

De aanbestedingsprocedure is nader omschreven in de Inschrijfleidraad aanbesteding Scannen en Printen. In het kader van die procedure zijn twee Nota’s van Inlichtingen verstrekt waarin antwoord is gegeven op vragen van inschrijvers. Ook is aan de inschrijvers de Bijlage bij inschrijfleidraad, Best Value (Best Value Procurement) verstrekt.

2.3.

In paragraaf 1.4.1 van de Inschrijfleidraad is opgenomen dat gunning van de opdracht plaatsvindt aan de inschrijver die de Economisch Meest Voordelige Inschrijving heeft gedaan op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, waarbij de kwaliteitscriteria voor 80% meewegen en de inschrijfprijs voor 20%. Het criterium Kwaliteit is onderverdeeld in drie subcriteria, te weten Prestaties 45%, Risico’s 20% en Kansen 15%.

Verder is in deze paragraaf het volgende opgenomen:
De beoordeling van de Inschrijving bestaat uit 4 fasen:
1. Bevindingen schriftelijke plannen:
● De prestatieonderbouwing

● Het kansendossier

● Het risicodossier
2. Afnemen interview t.b.v. de beoordeling van de kwaliteitscriteria
3. Beoordeling kwaliteitscriteria a.h.v. bevindingen schriftelijk en antwoorden tijdens interview.
4. Bekendmaken prijs.
De score wordt vastgesteld nadat de interviews zijn afgerond.

2.4.

In paragraaf 1.4.2 van de Inschrijfleidraad is opgenomen dat voor de kwaliteitscriteria de cijfers 2 (slecht), 4 (onvoldoende), 6 (voldoende) , 8 (goed) en 10 (uitmuntend) kunnen worden behaald. Deze cijfers leiden tot een correctie van de inschrijfsom, zodat een fictieve inschrijfsom ontstaat.

2.5.

In paragraaf 1.4.3 van de Inschrijfleidraad is beschreven dat met twee sleutelfunctionarissen een interview wordt gehouden. Verder is hierover opgenomen:
Het interview maakt deel uit van de aanbieding van de Inschrijver en wordt vastgelegd in een audio opname.
Op pagina 10 van de bijlage bij de Inschrijfleidraad is onder meer het volgende opgenomen:
Tijdens het interview zijn in de ruimte andere leden van de beoordelingscommissie aanwezig voor de beoordeling. Zij mengen zich niet in het interview, tenzij zij door de interviewer daartoe worden uitgenodigd. (…) Het gestelde in het interview maakt integraal onderdeel uit van de inschrijving.

2.6.

In paragraaf 3.2 van de Inschrijfleidraad is vermeld aan welke eisen de kwalitatieve documenten (prestatieonderbouwing, risicodossier en kansendossier) moeten voldoen. In deze paragraaf is het volgende opgenomen:

2.7.

Ricoh heeft tijdig ingeschreven met een prijs van € xxx. Zij heeft een Prestatieonderbouwing, Risicodossier en Kansendossier ingediend. Het interview met Ricoh was op 13 februari 2019. Ook Xerox heeft tijdig ingeschreven en wel met een prijs van € xxx. Ricoh heeft op de onderdelen prestaties, risico’s en kansen drie keer een 6 gescoord. Dit cijfer leidde niet tot een correctie van de inschrijfprijs. Xerox heeft op die onderdelen respectievelijk een 10 en twee keer een 8 gescoord. Dit leidde tot een correctie op haar inschrijfprijs van respectievelijk
€ xxx, € xxx en € xxx (in totaal € xxx). Daarmee komt de fictieve inschrijfprijs van Xerox uit op € xxx.

2.8.

Bij brief van 19 februari 2019 heeft de Gemeente Ricoh meegedeeld dat op grond van deze cijfers, Xerox als eerste is geëindigd en Ricoh als derde. De Gemeente was daarom van plan met Xerox de concretiseringsfase in te gaan.

2.9.

Omdat Ricoh het niet eens was met die beslissing heeft zij bij dagvaarding van 11 maart 2019 een kort geding aanhangig gemaakt tegen de Gemeente. In dat kort geding is Xerox toegelaten als tussenkomende partij. Bij vonnis van 9 mei 2019 zijn de door Ricoh ingestelde vorderingen gedeeltelijk toegewezen. In het dictum van dat vonnis is onder meer het volgende bepaald:
5.1 gebiedt de Gemeente om de in het kader van de aanbestedingsprocedure voor Scannen en Printen gedane inschrijvingen te laten beoordelen door een nieuw door de Gemeente samen te stellen en onbevooroordeeld beoordelingsteam, met inachtneming van de aanbestedingsstukken en dit vonnis,
5.2 gebiedt de Gemeente om de beslissing om met Xerox de concretiseringsfase in te gaan in het kader van de aanbestedingsprocedure voor Scannen en Printen op te schorten, totdat de inschrijvingen zijn herbeoordeeld als onder 5.1 bedoeld,

2.10.

Daartoe werd onder meer het volgende overwogen:
4.5 De bezwaren van Ricoh richten zich met name erop dat de Gemeente niet heeft voldaan aan de derde onder 4.2 opgenomen eis, te weten dat de gunningsbeslissing zodanig wordt gemotiveerd dat het voor de afgewezen inschrijver redelijkerwijs mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden, te toetsen.

4.6

Om de hiervoor in 4.3 genoemde redenen stond het de Gemeente vrij voor de door haar gehanteerde inschrijvingsmethodiek te kiezen, maar ging die vrijheid gepaard met de aan het slot van deze overweging genoemde verplichtingen. Ook met inachtneming van de hiervoor in 4.4 omschreven ruimte die deskundigen toekomt, heeft het beoordelingsteam onvoldoende aan deze verplichtingen voldaan en heeft de Gemeente als aanbesteder de daardoor in het leven geroepen onduidelijkheden ten onrechte voor haar rekening genomen. Aan dit oordeel liggen de volgende overwegingen ten grondslag.
4.7 Allereerst geldt dat de motivering in de brief van 19 februari 2019 bijzonder summier is, zeker indien deze wordt afgezet tegen alle eisen waaraan een inschrijver moet voldoen, zoals blijkt uit de uitgebreide informatie die is opgenomen in de Inschrijfleidraad en in de daarbij behorende bijlagen.

Verder beschrijft Ricoh onder punt 72 en verder van de dagvaarding op welke onderdelen de Gemeente niet heeft voldaan aan de motiveringseisen ten aanzien van de Prestatieonderbouwing. Deze kritiek van Ricoh is ter zitting niet door de Gemeente weersproken, zodat voorshands van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan.

Bovendien is onder punt 94 van de dagvaarding vermeld dat de Gemeente maar van drie van de acht beweringen in de Prestatieonderbouwing van Ricoh heeft gezegd dat die niet voldoende SMART zijn onderbouwd. De Gemeente heeft dit niet gezegd over de overige vijf beweringen, aldus de dagvaarding. Ook dit is door de Gemeente ter zitting niet weersproken. Zij heeft slechts in algemene termen aangevoerd dat zij haar beslissing voldoende heeft gemotiveerd.
4.8 Hierbij komt dat het oordeel, en het daarin besloten verwijt - dat herhaaldelijk terugkeert - inhoudend dat bepaalde antwoorden of beschrijvingen door Ricoh niet SMART zijn onderbouwd, zo vaag en algemeen is dat hiermee voorshands niet aan de (primair aan het beoordelingsteam en vervolgens) aan de Gemeente te stellen motiveringseisen is voldaan.

In dit verband is mede van belang dat de specifieke criteria die liggen besloten in de lettercombinatie SMART dermate algemeen en voor de hand liggend zijn dat die criteria - als beschrijving van wat in de context van een inschrijving een behoorlijke beantwoording van de vragen in het algemeen dient in te houden - niet of nauwelijks meerwaarde hebben boven hetgeen in dit opzicht toch al zou gelden als de eis van een SMART motivering niet zou worden gesteld. Daarom kan de constatering/het verwijt dat Ricoh bepaalde beweringen onvoldoende SMART heeft toegelicht, niet of nauwelijks dienen als behoorlijke motivering waarom de inschrijving op deze punten zou tekortschieten. Anders gezegd: deze constatering/dit verwijt ís geen motivering, maar veronderstélt een motivering, die niet of onvoldoende is gegeven.

4.9

Ten slotte heeft Ricoh terecht aangevoerd dat uit de aanbestedingsstukken en de motiveringsbrief van de Gemeente niet blijkt op welke wijze de interviews meewegen in de uiteindelijke beslissing. Dit is strijdig met het transparantiebeginsel.
2.11. Bij brief van 13 mei 2019 heeft de Gemeente de inschrijvers bericht dat de concretiseringsfase met Xerox werd opgeschort. Bij brief van 29 mei 2019 heeft zij de inschrijvers onder meer het volgende bericht:
De gemeente is reeds gestart met het samenstellen van een nieuwe, onbevooroordeelde beoordelingscommissie. De gemeente is gehouden gelijke gevallen gelijk te behandelen ter bevordering van een mededinging waarbij alle inschrijvers dezelfde kansen krijgen. Om die reden heeft de gemeente besloten in de nieuwe beoordelingsronde geen nieuwe interviews af te nemen. Afgewezen inschrijvers zouden de in de afwijzingsbrief genoemde argumenten voor afwijzing in het interview kunnen gebruiken om de inschrijving te ‘verbeteren’. Xerox heeft dit voordeel niet. Ook ontstaan door het ‘verbeteren’ van de inschrijving het risico dat de inschrijving wezenlijk wijzigt, waardoor feitelijk een nieuwe inschrijving wordt gedaan. Dit is niet toegestaan.

De nieuwe beoordelingscommissie zal de beschikking krijgen over het audiomateriaal van de eerder afgenomen interviews en de inschrijvingen op basis van de schriftelijke stukken en de interviews beoordelen. De interviews worden dus niet opnieuw afgenomen.

2.12.

Bij brief van 6 juni 2019 aan de Gemeente heeft Ricoh hiertegen bezwaar gemaakt. Ricoh is van mening dat de interviews wél opnieuw moeten worden afgenomen. Bij brief aan Ricoh van 17 juni 2019 heeft de Gemeente vastgehouden aan haar standpunt dat de interviews niet opnieuw worden afgenomen.

2.13.

Op 5 juli 2019 heeft Ricoh de dagvaarding in dit kort geding uitgebracht. Blijkens die dagvaarding vorderde zij – kort gezegd – de Gemeente te gebieden de interviews opnieuw af te nemen.

2.14.

Eveneens op 5 juli 2019 heeft de Gemeente aan Ricoh een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing verstrekt. Hierin is (weer) opgenomen dat Xerox wordt uitgenodigd voor de concretiseringsfase en dat Ricoh met een fictieve inschrijfprijs van € xxx als derde is geëindigd. Ricoh heeft, aldus de brief, op de onderdelen prestatieonderbouwing, risicodossier en kansendossier drie keer een 6 gescoord. Xerox heeft respectievelijk twee keer een 10 en een keer een 8 gescoord. Xerox heeft hiermee een aftrek behaald van € xxx zodat haar fictieve inschrijfprijs
€ xxx is.

2.15.

Naar aanleiding van de nieuwe voorlopige gunningsbeslissing van de Gemeente heeft Ricoh op 19 juli 2019 een akte wijziging van eis ingediend.

3 Het geschil

3.1.

Blijkens de akte wijziging van eis vordert Ricoh – kort gezegd – de Gemeente:
primair
(a) te gebieden de beslissing om met Xerox de concretiseringsfase in te gaan in te trekken;
(b) te verbieden de concretiseringsfase in te gaan met Xerox en de opdracht (voorlopig) aan Xerox te gunnen;
(c) te gebieden de opdracht te staken en gestaakt te houden en voor deze opdracht een heraanbesteding te organiseren, voor zover de Gemeente de opdracht nog altijd wenst te gunnen;
subsidiair

(a) te gebieden de inschrijvingen integraal te laten herbeoordelen door een nieuw door de Gemeente samen te stellen onbevooroordeeld beoordelingsteam, en daarbij de interviews opnieuw te laten afnemen, met inachtneming van de aanbestedingsstukken, van het vonnis van 9 mei 2019 en van dit vonnis;
(b) te gebieden om voorafgaand en na de herbeoordeling openheid van zaken te geven over de aanpak en de procedure van de Gemeente bij de herbeoordeling;
(c) te verbieden om de reeds afgenomen interviews mee te nemen in de herbeoordeling door het nieuwe beoordelingsteam;
meer subsidiair
(a) elke andere voorlopige voorziening te treffen die in goede justitie passend wordt geacht en recht doet aan de belangen van Ricoh;
in alle gevallen
(a) te bepalen dat de Gemeente dwangsommen verbeurt;
(b) met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten, te vermeerderen met rente, en
(c) met veroordeling van de Gemeente in de nakosten, te vermeerderen met rente.

3.2.

Ricoh stelt hiertoe dat het op grond van de aanbestedingsstukken duidelijk is dat de interviews onderdeel zijn van de beoordeling en dus, gezien het vonnis van 9 mei 2019, opnieuw hadden moeten worden afgenomen. Dit blijkt onder meer uit de bijlage bij de Inschrijfleidraad (zie 2.5) waarin is opgenomen dat de leden van het beoordelingsteam aanwezig moeten zijn bij het interview. Een nieuwe interviewronde is niet, zoals de Gemeente heeft aangevoerd, in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Op basis van de nieuwe gunningsbeslissing van de Gemeente komt Ricoh tot de conclusie dat geen rechtmatige herbeoordeling is uitgevoerd. De Gemeente heeft in strijd gehandeld met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel en in strijd met het vonnis van 9 mei 2019. Naast het bezwaar dat de Gemeente de interviews opnieuw had moeten afnemen heeft Ricoh de volgende bezwaren:
(1) Er is geen openheid van zaken gegeven. Na het vonnis van 9 mei 2019 heeft de Gemeente niet duidelijk laten weten hoe zij de herbeoordeling zou uitvoeren; zij heeft alleen laten weten dat zij de interviews niet opnieuw zou afnemen. Wie deel uitmaken van het nieuwe beoordelingsteam en of dit team onbevooroordeeld is, is in het geheel niet duidelijk gemaakt. Het proces van herbeoordeling is dan ook niet transparant.
(2) De aanhoudende betrokkenheid van [vertegenwoordiger Gemeente] acht Ricoh onrechtmatig. Hij was lid van het oorspronkelijke beoordelingsteam en ondertekende en verzond ook na het vonnis van 9 mei 2019 de correspondentie naar de inschrijvers.
(3) Een sterke aanwijzing dat geen herbeoordeling is uitgevoerd is dat bepaalde zinnen uit de eerste gunningsbeslissing (vrijwel) letterlijk zijn overgenomen in de tweede gunningsbeslissing. De overeenkomsten zijn te groot om toeval te kunnen zijn. Het is onrechtmatig dat het nieuwe beoordelingsteam de beschikking heeft gehad over de eerste gunningsbeslissing. Als productie 10 heeft Ricoh een aantal voorbeelden van overeenkomsten in de beide teksten in het geding gebracht.
(4) In de tweede gunningsbeslissing wordt weliswaar het interview met Ricoh heel vaak aangehaald, maar er is onvoldoende ingegaan op de door Ricoh ingediende schriftelijke documenten. De motivering is daarom gebrekkig en de beoordeling ondeugdelijk.
(5) De zogenoemde SMART-motivering komt veelvuldig terug in de tweede gunningsbeslissing, maar is in strijd met het vonnis van 9 mei 2019, omdat de voorzieningenrechter die als te vaag heeft beoordeeld.

3.3.

De Gemeente heeft in haar conclusie van antwoord (die een reactie vormt op de dagvaarding) aangevoerd dat zij na het vonnis van 9 mei 2019 een nieuwe en onbevooroordeelde beoordelingscommissie heeft samengesteld. Deze commissie heeft de inschrijvingen, dat wil zeggen de schriftelijke stukken en de audiobestanden van de opgenomen interviews, opnieuw beoordeeld. Deze commissie is niet betrokken geweest bij de eerste gunningsbeslissing en had geen kennis van de oorspronkelijke ranking. Het opnieuw afnemen van interviews (waarin een inschrijver een betere of meer overtuigende toelichting zou kunnen geven) zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel. Een deel van de inschrijving zou dan immers opnieuw worden gedaan, waardoor de inschrijving inhoudelijk kan wijzigen. Dit kan niet de bedoeling zijn van het vonnis van 9 mei 2019. Op grond van dat vonnis hoeft immers alleen stap 3 (zie hiervoor onder 2.3) te worden overgedaan. Het interview is onderdeel van de inschrijving, niet van de beoordeling.
De verwijzing door Ricoh naar de letterlijke tekst van de aanbestedingsstukken waaruit het tegendeel zou moeten blijken gaat niet op; die stukken zijn immers niet geschreven met het oog op een herbeoordeling.
Ter zitting heeft de Gemeente, naar aanleiding van de gewijzigde eis, aangevoerd dat de tweede gunningsbeslissing niet het gevolg is van favoritisme. Het is niet zo dat de Gemeente heeft aangestuurd op een herleving van de eerste gunningsbeslissing. De herbeoordeling heeft plaatsgevonden door een nieuwe commissie, waarvan [vertegenwoordiger Gemeente] geen deel uitmaakte; hij had slechts een coördinerende rol. Er is geen sprake van identieke afwijzingsbrieven. De gelijkenissen zijn het gevolg van het werken met formats en het feit dat de beoordeling wederom is gebaseerd op de Bijlage Best Value, zodat het logisch is dat bepaalde formuleringen identiek zijn. In de tweede gunningsbeslissing heeft de Gemeente uitgebreid toegelicht waarom een bepaalde bewering niet SMART is onderbouwd. Zij heeft niet alleen gesteld dat een bewering niet SMART is onderbouwd. Zij heeft hiermee voldaan aan het vonnis van 9 mei 2019. Ook heeft zij uitdrukkelijk verwezen naar de schriftelijke stukken van Ricoh en niet alleen naar het interview.

3.4.

In haar incidentele conclusie tot tussenkomst concludeert Xerox tot afwijzing van de vorderingen van Ricoh en een gebod aan de Gemeente om de herbeoordeling louter te baseren op de oorspronkelijk bij de Gemeente bekende informatie, althans de Gemeente te verbieden de inschrijvers in staat te stellen, bijvoorbeeld door het afnemen van nieuwe interviews, hun bieding te wijzigen.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Geen nieuwe interviews

4.1.

In het vonnis van 9 mei 2019 is de Gemeente veroordeeld om de inschrijvingen door een nieuw samen te stellen onbevooroordeeld beoordelingsteam te laten beoordelen, met inachtneming van de aanbestedingsstukken en dat vonnis.

Reden voor die veroordeling was dat de eerdere beoordeling te licht was bevonden, omdat die beoordeling niet zodanig was gemotiveerd dat het voor de afgewezen inschrijver mogelijk was om te toetsen hoe die had plaatsgevonden. De motivering was te summier en ging op bepaalde onderdelen niet in. Het criterium ‘onvoldoende SMART’ is dermate algemeen en voor de hand liggend bevonden dat het op zichzelf niet als motivering kan dienen, en uit de motivering bleek niet op welke wijze de interviews waren meegewogen in de uiteindelijke beslissing.

4.2.

Het komt erop neer dat de Gemeente de mogelijkheid kreeg alsnog te komen met een nieuwe, wèl voldoende gemotiveerde, beoordeling van de bestaande, eerder door haar beoordeelde, inschrijvingen. Zoals uit de hiervoor onder 2.5 geciteerde passages uit de Inschrijfleidraad blijkt maakt het interview onderdeel uit van de inschrijving. Dat betekent dus dat de voorliggende inschrijvingen, waaronder de audio opnamen van de gehouden interviews, opnieuw moesten worden beoordeeld. Als die interviews hadden moeten worden overgedaan, dan zouden verschillen ontstaan met de eerder gehouden interviews. Daarmee verandert de inschrijving en zou de nieuw samengestelde commissie dus iets anders moeten beoordelen dan de oude heeft gedaan. Bovendien zouden de afgewezen inschrijvers zich naar aanleiding van de kritiek in hun eerdere beoordeling kunnen verbeteren, terwijl winnaar Xerox, die alleen te horen heeft gekregen dat zij eerste was geworden, die mogelijkheid niet zou hebben. Een zo flagrante strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel is hoogst ongewenst en er is dan ook geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat dit in het vonnis van 9 mei 2019 zou zijn bedoeld, te minder nu over het afnemen van de interviews en het resultaat daarvan in die procedure niet was geklaagd.

4.3.

Ricoh beroept zich op de hiervoor in 2.3. weergegeven passage uit de Inschrijfleidraad en op de in 2.5. genoemde bijlage daarbij, waaruit volgt dat de beoordeling uit vier fases bestaat, waaronder afnemen interview, waarbij leden van de beoordelingscommissie in dezelfde ruimte aanwezig moeten zijn voor de beoordeling. Om tot een nieuwe, alsnog voldoende gemotiveerde, beoordeling te komen, hoeven echter niet al deze fases te worden overgedaan. Klaarblijkelijk ziet het vonnis dan ook alleen op de daadwerkelijke beoordeling van fase 3, ‘beoordeling kwaliteitscriteria a.h.v. bevindingen schriftelijk en antwoorden tijdens interview’.

Overigens is niet duidelijk welk belang Ricoh, die zich zeer tevreden toonde met het eerder gehouden interview, zou hebben bij een nieuw interview. Een uitleg ten nadele van haar als inschrijver is dan ook niet aan de orde.

4.4.

De normaal oplettende inschrijver, die het vonnis van 9 mei 2019 naast de aanbestedingsdocumentatie legde, moet hebben begrepen dat de interviews niet over zouden worden gedaan. Van strijd met het transparantiebeginsel of het gelijkheidsbeginsel is dan ook geen sprake. Zoals hiervoor overwogen zou een andere uitleg van het vonnis in het licht van de aanbestedingsstukken, juist tot strijd met het gelijkheidsbeginsel hebben geleid.

Geen openheid van zaken

4.5.

Ricoh verwijt de Gemeente dat zij na het vonnis niet duidelijk heeft laten weten hoe zij de herbeoordeling zou gaan uitvoeren. Dat verwijt is niet terecht. De Gemeente heeft tijdig laten weten dat en waarom geen nieuwe interviews zouden worden gehouden. De Gemeente heeft de nieuwe beoordelingscommissie samengesteld volgens paragraaf 1.4.2. van de Inschrijfleidraad. Als Ricoh hun functies had willen weten dan had zij daarnaar kunnen vragen. Namen zijn beide keren niet verstrekt. Verder is net zo te werk gegaan als bij de eerste beoordeling.

Betrokkenheid [vertegenwoordiger Gemeente]

4.6.

, tactisch inkoper bij het Facilitair Bureau van de Gemeente, heeft een begeleidende en coördinerende taak bij deze aanbesteding. Hij is niet betrokken geweest bij de samenstelling van de nieuwe commissie en maakte daarvan ook geen deel uit. Dat zijn naam, ook na het vonnis van 9 mei 2019, onder de brieven van de Gemeente staat en onder de nieuwe gunningsbeslissing, wijst dan ook niet op enige (schijn van) bevoordeling.

Zelfde gunningsbeslissing

4.7.

Ricoh wijst op een groot aantal overeenkomsten tussen de oude en de nieuwe gunningsbeslissing en concludeert dat het er alle schijn van heeft dat de tweede beoordelingscommissie, die kennelijk de beschikking had over de oude beslissing, deze heeft aangevuld met een nadere motivering. De Gemeente heeft gemotiveerd betwist dat de nieuwe beoordelingscommissie de beschikking heeft gehad over de eerdere beoordeling, zodat daarvan moet worden uitgegaan.

Uitgangspunt is steeds dat objectieve gegevens tot gerede twijfel moeten leiden dat niet onbevooroordeeld is gehandeld. Louter veronderstellingen zijn daarvoor niet genoeg. Verder heeft de Gemeente de gesignaleerde overeenkomsten afdoende verklaard uit de omstandigheden dat dezelfde inschrijvingen volgens dezelfde methode zijn getoetst aan dezelfde criteria, en dat de beoordelingen vervolgens in hetzelfde stramien van een voorlopige gunningsbeslissing zijn gegoten.

Verhouding interview/inschrijving

4.8.

Volgens Ricoh is de verhouding tussen deze beide beoordelingselementen zoek, omdat nauwelijks wordt ingegaan op de ingediende schriftelijke documenten.

De Gemeente heeft echter op tal van plaatsten gewezen, waar zowel bij de beoordeling van het prestatiedossier als die van het risicodossier wordt ingegaan op de schriftelijke stukken.

Motivering in strijd met het vonnis

4.9.

Volgens Ricoh staat in de nieuwe beoordeling nog steeds vele malen dat de inschrijving niet SMART is en heeft de nieuwe beoordelingscommissie daarnaast volstaan met het noemen van de onderdelen van het woord SMART, dat staat voor specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Daarmee voldoet de beoordeling volgens haar niet aan het vonnis.

Dat verwijt is niet terecht. In de uitgebreide nieuwe beoordeling worden de beweringen, risico’s en kansen uit de prestatieonderbouwing, het risicodossier en het kansendossier stuk voor stuk besproken, waarbij steeds gemotiveerd is aangegeven waarom een bewering, risico of kans uit de inschrijving een mindere beoordeling heeft gekregen. Het komt erop neer dat Ricoh in de inschrijving wel veel beweert, maar vaak nalaat die bewering te staven met voldoende bewijsstukken of andere gegevens waaraan de juistheid van die beweringen kan worden afgemeten. Daardoor kan ook niet goed worden vastgesteld of zo’n bewering wel realistisch is.

Dat SMART en de onderdelen waar dat woord voor staat nog steeds in de beoordeling voorkomen is logisch, want die vormen nu eenmaal het criterium aan de hand waarvan is beoordeeld.
Daarmee is de gunningsbeslissing nu zodanig gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver als Ricoh redelijkerwijs mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen.
De slotsom is dat de motivering van de nieuwe beoordeling in ieder geval de marginale toets die in een kort geding als dit pleegt te worden aangelegd kan doorstaan. Er is dan ook geen reden voor een herbeoordeling, laat staan voor een heraanbesteding.

4.10.

Bij deze stand van zaken behoeft de door Xerox ingestelde vordering, die bovendien is achterhaald door de nieuwe gunningsbeslissing van de Gemeente, geen verdere bespreking.

4.11.

Ricoh zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de Gemeente en Xerox worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

De kosten aan de zijde van Xerox worden begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

Tevens zal Ricoh worden veroordeeld in de door de Gemeente gevorderde nakosten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt Ricoh in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 1.619,00,

5.3.

veroordeelt Ricoh in de na dit vonnis ontstane kosten, aan de zijde van de Gemeente begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis,

5.4.

veroordeelt Ricoh in de proceskosten, aan de zijde van Xerox tot op heden begroot op € 1.619,00,

5.5.

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2019.1

1 type: MV coll: TF