Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:573

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-01-2019
Datum publicatie
29-01-2019
Zaaknummer
13-993114-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beleggingsfraude, oplichting, gewoontewitwassen en valsheid in geschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13-993114-17

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-993114-17

Datum uitspraak: 29 januari 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

Gevestigd op het adres [vestigingsadres] , [vestigingsplaats]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terecht-zittingen van 11 december 2018 en 29 januari 2019.Verdachte was bij de behandeling van haar strafzaak door haar bestuurder vertegenwoordigd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.J. Hart en van wat de vertegenwoordiger van verdachte, [naam vertegenwoordiger] , en de raadsman mr. W. de Vries naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt – na wijziging op de zittingen van 7 september 2018 en 11 december 2018 – ervan beschuldigd dat

1.

zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 augustus 2017 tot en met 23 augustus 2017 te Zaandam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één (1) rekening-courantovereenkomst) (DOC-092) en/of één (1) addendum (DOC-091), zijnde (telkens) (een)geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- die rekening-courantovereenkomst en/of addendum gedateerd en/of ondertekend op een andere datum dan waarop die rekening-courantovereenkomst en/of dat addendum in werkelijkheid is/zijn opgemaakt en/of ondertekend,

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken

en/of

zij in of omstreeks de periode van 17 augustus 2017 tot en met 18 oktober 2017 te Zaandam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden heeft gehad één (1) rekening-courantovereenkomst (DOC-092) en/of één (1) addendum (DOC-091), zijnde (telkens) (een)geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, en, bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens) hierin dat die rekening-courantovereenkomst en/of dat addendum gedateerd en/of ondertekend is/zijn op een andere datum dan waarop die rekening-overeenkomst en/of dat addendum in werkelijkheid is/zijn opgemaakt en/of ondertekend;

2.

zij op één (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2016 tot en met heden te Zaandam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en),te weten een of meer geld-bedrag(en) van in totaal circa Euro 632.413,88 althans circa Euro 602.889,63 (AMB-033), in elk geval enig(e) geldbedrag(en)/voorwerp(en),

voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben overgedragen en/of van dat/die geldbedrag(en) en/of dat/die voorwerp(en) gebruik heeft/hebben gemaakt

en/of

van dat/die geldbedrag(en)/voorwerp(en) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) was/waren en/of wie dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) voorhanden had(den)

terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s), (telkens) wist(en) dat dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk -onmiddellijk of middellijk- (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) daarvan een gewoonte heeft/hebben gemaakt.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Feiten en omstandigheden

3.1.1

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

3.1.2

Inleiding

Naar aanleiding van een melding van de AFM 2 augustus 2017 dat obligatiefonds [verdachte] (hierna: [verdachte] ) mensen laat investeren in projecten waarvan het twijfelachtig is of deze ooit gerealiseerd worden, is de FIOD een strafrechtelijk onderzoek gestart.

[naam vertegenwoordiger] (hierna: [naam vertegenwoordiger] ) heeft de besloten vennootschappen [verdachte] (hierna ook: [verdachte] ) en [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] )opgericht, met als – ogenschijnlijk – doel het aantrekken van gelden van investeerders ter financiering van de aankoop en exploitatie van grondposities. Op deze grondposities zouden zonneparken worden gebouwd.2 [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) is enig aandeelhouder en beheerder van [verdachte] . [naam vertegenwoordiger] is (al dan niet indirect) enig bestuurder en (indirect) enig aandeelhouder van zowel [verdachte] , [medeverdachte 1] als van [medeverdachte 2] .3

3.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

3.2.1

Valsheid in geschrift

De in de tenlastelegging genoemde rekening-courantovereenkomst en het addendum zijn valselijk opgemaakt. Vlak nadat [naam vertegenwoordiger] van de bank te horen had gekregen dat onder meer op de zakelijke rekening van [verdachte] beslag was gelegd, heeft [naam vertegenwoordiger] naar [naam 1] van het administratiekantoor [naam administratiekantoor] ge-e-maild over rekening-courantovereenkomsten. [naam 1] heeft nieuwe overeenkomsten opgemaakt met als datum 17 augustus 2017. [naam vertegenwoordiger] heeft met haar gebeld dat de data aangepast moesten worden, waarop de data zijn veranderd naar 1 januari 2017 en de overeenkomsten naar [naam vertegenwoordiger] zijn gemaild. [naam vertegenwoordiger] wilde kennelijk geantedateerde overeenkomsten hebben die hij aan de bank kon overleggen om te bewijzen dat hij rechtmatig bedragen van [verdachte] en [medeverdachte 2] had geleend. De overeenkomsten zijn in het systeem van [naam administratiekantoor] opgeslagen met wijzigingsdatum 18 augustus 2017.

Hetzelfde geldt voor het addendum, met dien verstande dat dit op 21 augustus 2017 is opgemaakt door [naam 2] van administratiekantoor [naam administratiekantoor] . Met dit addendum wilde [naam vertegenwoordiger] voorwenden dat alles al lang was afgesproken. [naam vertegenwoordiger] heeft deze valse overeenkomst en dit valse addendum opgemaakt samen met dan wel namens de vennootschappen [verdachte] en [medeverdachte 2] .

De overeenkomst en het addendum zijn aangetroffen in het beslag onder [naam vertegenwoordiger] , op het kantooradres van [verdachte] en [medeverdachte 2] . Verdachte heeft deze stukken voorhanden gehad.

3.2.2

Gewoontewitwassen

De officier van justitie is van mening dat bewezen kan worden dat [verdachte] gelden, afkomstig uit enig misdrijf, te weten oplichting, althans verduistering heeft witgewassen.

Op de rekening van [verdachte] is in totaal € 632.500,- gestort door beleggers die ervan uitgingen dat de inleg zou worden gebruikt voor investering in grond voor de aanleg van zonneparken. Door [verdachte] is van dit bedrag € 632.413,88 overgeboekt naar andere aan [naam vertegenwoordiger] gelieerde ondernemingen en daarmee omgezet. In het excel-overzicht is te zien dat op 16 augustus 2017, de dag waarop beslag is gelegd op de bankrekening van [verdachte] , de bankrekening van [verdachte] nagenoeg leeg was. Hiermee staat vast dat dit bedrag is omgezet en gebruikt.

3.3

Het standpunt van de verdediging

3.3.1

Valsheid in geschrift

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak van de tenlastegelegde valsheid in geschrift bepleit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat het ondertekenen van een onjuist geschrift geen valsheid in geschrift oplevert. Daarbij komt dat de rekening-courantverhouding tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] bij de oprichting van [verdachte] is aangegaan, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de overboekingen, waar staat “rekening-courant”. [naam vertegenwoordiger] heeft verzocht deze reeds bestaande verhouding schriftelijk vast te leggen. De overeenkomsten zijn qua datering onjuist, inhoudelijk echter niet. Er is geen misleidend element. Daar komt bij dat [naam vertegenwoordiger] geen opdracht heeft gegeven tot het onjuist opstellen van de documenten, waardoor er geen sprake is van medeplegen en evenmin was [naam vertegenwoordiger] zich bewust van de onjuistheid, waardoor er geen sprake is van opzet.

3.3.2

Gewoontewitwassen

Primair heeft de raadsman betoogd dat nu [naam vertegenwoordiger] moet worden vrijgesproken van oplichting en verduistering er geen sprake is van een gronddelict om tot een bewezenverklaring van witwassen te komen.

Subsidiair kan [naam vertegenwoordiger] als (indirect) aandeelhouder van [medeverdachte 2] met [verdachte] en [medeverdachte 1] worden vereenzelvigd. Hiermee kan het overdragen en omzetten worden gezien als een ‘vestzak-broekzak-handeling’. Het verwerven en voorhanden hebben vallen hierbij onder de kwalificatie-uitsluitingsgrond. Ten slotte blijkt niet dat [naam vertegenwoordiger] of de vennootschappen de herkomst van het onttrokken geld hebben willen verhullen, zodat vrijspraak dient te volgen.

3.4

Het oordeel van de rechtbank

3.4.1

Valsheid in geschrift

Uit financieel onderzoek is gebleken dat door de investeerders van [verdachte] in totaal € 632.500,- is ingelegd.4 Voorts is gebleken dat een groot deel van de geïnvesteerde gelden van de rekening van [verdachte] via [medeverdachte 2] is overgeboekt naar de rekening van [naam vertegenwoordiger] .5 [naam vertegenwoordiger] heeft aangegeven dat aan de overboekingen van [verdachte] naar [medeverdachte 2] en van [medeverdachte 2] naar zijn privérekening, rekening-courantovereenkomsten ten grondslag liggen.6

Bij de doorzoeking van het kantoor van [verdachte] en [medeverdachte 2] op 7 september 2017 is een groot aantal documenten in beslag genomen, waaronder:

Een rekening-courantovereenkomst tussen verdachte en [medeverdachte 2] . Dit document is gedateerd op 1 januari 2017 en ondertekend door [naam vertegenwoordiger] , zowel namens [verdachte] , als namens [medeverdachte 2] .7

Een addendum op een rekening-courantovereenkomst tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] , waarbij het rekening-courantbedrag wordt opgehoogd naar € 200.000,-. Dit document is gedateerd op 1 november 2016 en op de zelfde wijze ondertekend.8

Op 7 september 2017 zijn bij het administratiekantoor [naam administratiekantoor] de dossiers van [verdachte] en [medeverdachte 2] inbeslaggenomen, evenals digitale gegevens met betrekking tot [naam vertegenwoordiger] en zijn ondernemingen. In de digitale gegevensbestanden van administratiekantoor [naam administratiekantoor] zijn dezelfde documenten910 aangetroffen:

In de gegevensbestanden van [naam administratiekantoor] is te zien dat het bestand van de addendum van 1 november 2016 is gewijzigd op 21 augustus 2017 om 13.31 uur. Het bestand van de rekening-courantovereenkomst die ondertekend is op 1 januari 2017 is gewijzigd op 18 augustus 2017 om 15.10 uur.11

De rechtbank is van oordeel dat [naam vertegenwoordiger] deze documenten heeft laten vervalsen en dat hij dit deed mede als bestuurder van [verdachte] en [medeverdachte 2] .

De rechtbank baseert dit op het volgende.

Rekening-courantovereenkomst

Op 17 augustus 2017 om 11.24 uur stuurt [naam vertegenwoordiger] een e-mail van Knab bank door aan de FIOD betreffende het beslag op zijn zakelijke rekeningen.12

Hierna volgen e-mails tussen [naam vertegenwoordiger] en medewerkers van [naam administratiekantoor] . De e-mails zijn bijna allemaal verzonden vanaf en naar het e-mailadres van [medeverdachte 2] .

17 augustus 2017 om 14.56 uur stuurt [naam vertegenwoordiger] een mail door aan [naam 1] . Dit betreft een mail van 19 dec 2014, met als bijlage een getekende rekening-courantovereenkomst tussen [naam vertegenwoordiger] en [medeverdachte 2] d.d. 18 december 2014.13 Om 16.22 uur reageert [naam 1] en geeft aan dat er aanpassingen aan de rente zijn gedaan. Als bijlage zendt zij onder meer de rekening-courantovereenkomst tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] . Deze is gedagtekend op 17 augustus 2017.14 Om 16.51 uur mailt [naam 1] aan [naam vertegenwoordiger] dat de rekening-courantovereenkomsten zijn aangepast. Als bijlage is (onder meer) de rekening-courantovereenkomst tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] opnieuw bijgevoegd, met dien verstande dat de dagtekening daarin is aangepast naar 1 januari 2017.15

Op 18 augustus 2017 om 14.29 uur mailt [naam 1] aan [naam vertegenwoordiger] . Dit betreft de verbetering van een fout. In eerdere mails (van 9.38 uur en 10.49 uur, die onder de mail van 14.29 uur staan) wordt gevraagd om de verhuisdata die nodig zijn om de juiste adressen in de overeenkomsten te kunnen opnemen.16

Op 18 augustus 2017 om 15.07 uur reageert [naam vertegenwoordiger] en stuurt hij [naam 1] de getekende documenten toe. In de bijlage is (onder meer) een getekend exemplaar van de rekening-courantovereenkomst tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] (deze komt overeen met doc-092) opgenomen. De overeenkomst is gedagtekend 1 januari 2017.17

De rechtbank concludeert uit bovenstaande e-mailwisselingen in combinatie met de wijzigingsdata van de pdf-bestanden in het digitale archief van [naam administratiekantoor] , dat de rekening-courantovereenkomst in opdracht van [naam vertegenwoordiger] , mede namens de door hem vertegenwoordigde vennootschappen [verdachte] en [medeverdachte 2] , is vervalst teneinde aan Knab bank/Aegon aan te tonen dat er sprake was van een al langer bestaande rekening-courantverhouding.18

Addendum

Op 20 augustus 2017 om 15.41 uur mailt [naam vertegenwoordiger] aan [naam 2] dat hij wil praten over zijn salaris over boekjaar 2016. Hij vraagt of 21 augustus schikt en of [naam 2] dan de overeenkomsten die nog moeten worden gemaakt in tweevoud wil opstellen, zodat hij die meteen kan ondertekenen.19

Op 21 augustus 2017 om 10.38 uur antwoordt [naam 2] . Hij stuurt de aanvullingen op. Als bijlage bij deze mail is onder meer het addendum op de rekening-courantovereenkomst tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] (gedateerd 1 november 2016) opgenomen.20

Op 23 augustus 2017 om 12.31 uur stuurt [naam vertegenwoordiger] vanaf het mailadres van [verdachte] een mail aan [naam 2] met de mededeling dat [naam platform] er nog bij moet. Hij vraagt of dat vandaag nog kan, zodat hij straks tot ondertekening kan overgaan.21

De rechtbank concludeert uit bovenstaande e-mailwisseling in combinatie met de wijzigingsdata van de pdf-bestanden in het digitale archief van [naam administratiekantoor] , dat het addendum op de rekening-courantovereenkomst tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] in opdracht van [naam vertegenwoordiger] , mede namens de door hem vertegenwoordigde vennootschappen [verdachte] en [medeverdachte 2] , zijn vervalst teneinde aan Knab bank/Aegon aan te tonen dat er sprake was van een al langer bestaande rekening-courantverhouding.22

Voorhanden hebben

Op 7 september 2017 zijn de ondertekende rekening-courantovereenkomst en het addendum bij [naam vertegenwoordiger] in het kantoor van [verdachte] en [medeverdachte 2] aangetroffen. De documenten zijn in de periode van 17 augustus 2017 tot en met 23 augustus 2017 aangemaakt, zoals hier-boven is vast komen te staan. De rechtbank is van oordeel dat hiermee bewezen is dat verdachte (en daarmee in ieder geval [naam vertegenwoordiger] als bestuurder van verdachte) de documenten in de periode van 17 augustus 2017 tot en met 7 september 2017 voorhanden heeft gehad. Deze geschriften waren bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen en verdachte wist dat deze geschriften waren bestemd om te worden gebruikt als ware zij echt en onvervalst.

3.4.2

Gewoontewitwassen

De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met [naam vertegenwoordiger] en [medeverdachte 2] in de periode van 9 september 2016 tot en met 17 augustus 2017 € 632.413,88 heeft witgewassen.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Zoals in 3.4.1 ook is beschreven, heeft een groot aantal investeerders in totaal € 632.500,- belegd in het obligatiefonds [verdachte] . Van de rekening van [verdachte] zijn vervolgens grote bedragen overgemaakt aan [medeverdachte 2] en via [medeverdachte 2] aan [naam vertegenwoordiger] . Ook zijn er per saldo grote bedragen contant van de rekeningen opgenomen.23

De privérekening van [naam vertegenwoordiger] wordt voornamelijk gevuld met gelden van [medeverdachte 2] (welk geld voornamelijk afkomstig is van [verdachte] ) en met contante stortingen. Van de rekening van [naam vertegenwoordiger] worden bedragen overgemaakt naar [verdachte] onder vermelding van “aflossing alle privé opnames”, “deel aflossing privé opnames” en “restitutie deelaflossing privéopnames”.24 Ook worden grote bedragen overgemaakt naar de rekeningen van [naam Holding] en [naam platform] , andere aan [naam vertegenwoordiger] gelieerde vennootschappen.25

Van het totaal in [verdachte] geïnvesteerde bedrag is op 16 augustus 2017, de dag waarop beslag is gelegd op de rekeningen van [verdachte] , nog € 86,12 op de rekening van [verdachte] aanwezig.26

De rechtbank stelt vast dat de door investeerders in [verdachte] ingelegde bedragen grotendeels zijn overgeboekt naar [medeverdachte 2] . Van de rekeningen van deze vennootschappen wordt ook geld contant opgenomen door [naam vertegenwoordiger] en wordt geld overgeboekt naar de rekeningen van [naam vertegenwoordiger] en andere vennootschappen ( [naam platform] en [naam Holding] ) van [naam vertegenwoordiger] . Hiermee worden de bestanddelen “omzetten” en “overdragen” feitelijk vervuld. Tevens worden de geïnvesteerde bedragen onder meer besteed aan aflossing van (zakelijke) schulden27, betalingen van salarissen, betaling van facturen, betalingen aan de belastingdienst en privéuitgaven van [naam vertegenwoordiger] .28 Hiermee is voldaan aan het bestanddeel “gebruik maken”.

Door de overboekingen tussen de vennootschappen en de contante opnames van en stortingen op diverse rekeningen is de herkomst van de bedragen verhuld.

[naam vertegenwoordiger] , en daarmee verdachte, wist dat het geld van de beleggers van misdrijf afkomstig was, namelijk van oplichting. De rechtbank verwijst hiertoe naar het vonnis van heden (parketnummer 13-845211-17) waarbij [naam vertegenwoordiger] is veroordeeld voor (onder meer) oplichting aangezien hij – kort gezegd - nimmer van plan is geweest de gelden van de beleggers te gebruiken voor het aankopen van grond om daarop een zonnepark te kunnen laten realiseren, maar van meet af aan van plan was dit geld in zijn eigen zak te steken en dat hij de hele constructie met dat doel heeft opgetuigd en met diverse oplichtingsmiddelen beleggers ertoe heeft bewogen geld in te leggen in (onder meer) [verdachte] . De wetenschap van [naam vertegenwoordiger] moet worden toegerekend aan [verdachte] , waarvan hij immers (al dan niet indirect) enig bestuurder en enig aandeelhouder is.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van gewoontewitwassen, nu het betreft het over een langere periode een veelvuldig overboeken en besteden van uit misdrijf verkregen gelden.

De raadsman heeft betoogd dat geen sprake is van witwassen, nu [naam vertegenwoordiger] , [verdachte] , [verdachte] en [medeverdachte 2] moeten worden gezien als één entiteit. De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn verweer. De vennootschappen zijn immers in het leven geroepen om de beleggers voor te wenden dat sprake was van een afgescheiden vermogen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van feit 1

in de periode van 17 augustus 2017 tot en met 23 augustus 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen één rekening-courantovereenkomst (DOC-092) en één addendum (DOC-91), geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft doen opmaken, immers hebben zij, verdachte en haar mededaders valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – die rekening-courantovereenkomst en dat addendum doen dateren en ondertekend op een andere datum dan waarop die rekening-courantovereenkomst en dat addendum in werkelijkheid zijn opgemaakt en ondertekend, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en

in de periode van 17 augustus 2017 tot en met 7 september 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk voorhanden heeft gehad één rekening-courantovereenkomst (DOC-092) en één addendum (DOC-091), geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl zij, verdachte en haar mededaders wisten dat die geschriften bestemd waren tot gebruik als ware die geschriften echt en onvervalst, en bestaande die valsheid hierin dat die rekening-courantovereenkomst en dat addendum gedateerd en ondertekend zijn op een andere datum dan waarop die rekening-overeenkomst en dat addendum in werkelijkheid zijn opgemaakt en ondertekend;

Ten aanzien van feit 2

in de periode van 1 september 2016 tot en met 17 augustus 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging anderen, geldbedragen van in totaal Euro 632.413,88 heeft omgezet en heeft overgedragen en van die geldbedragen gebruik heeft gemaakt en van die geldbedragen de herkomst heeft verhuld terwijl zij, verdachte en haar mededaders, wisten dat die geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf, terwijl zij, verdachte en haar mededaders daarvan een gewoonte hebben gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaar-digingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 25.000,- (vijfentwintigduizend euro), met een proeftijd van 3 jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Zij heeft een rekening-courantovereenkomst en een addendum op een rekening-courantovereenkomst laten opmaken en laten antedateren. Dit is gedaan nadat onderzoek naar de geld-stromen is gedaan en de FIOD beslag heeft laten leggen op rekeningen van [verdachte] . Verdachte heeft met haar handelen willen doen voorkomen dat de geldstromen tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] legitiem waren.

Ook heeft verdachte gelden, waarvan zij wist dat deze van misdrijf afkomstig waren, witgewassen.

Verdachte heeft met haar handelen gefaciliteerd in het verhullen van de criminele herkomst van grote geldbedragen en de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast. Tevens heeft zij eraan meegewerkt dat een grote groep beleggers is gedupeerd.

Gelet op de hoogte van het bedrag is de rechtbank van oordeel dat een geldboete zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden is. De rechtbank zal deze geldboete geheel voorwaardelijk opleggen omdat zij – met de officier – van oordeel is dat eventueel nog in [verdachte] aanwezige gelden primair moeten worden aangewend om gedupeerde beleggers schadeloos te stellen. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op drie jaar.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 47, 51, 57, 225 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

Medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd

en

Medeplegen van opzettelijk een geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2

Medeplegen van gewoontewitwassen, begaan door een rechtspersoon

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 25.000,- (vijfentwintigduizend euro).

Beveelt dat deze geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J.E. Geradts, voorzitter,

mrs. G.H. Marcus en B.M. Visser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M.M. van Leuven, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 januari 2019.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De overige bewijsmiddelen zijn geschriften.

2 Zie voorwoord informatiememoranda [verdachte] , doc-015;

3 Uittreksels Kamer van Koophandel, doc-007, doc-008 en doc-009, Brief AFM aan [verdachte] / [medeverdachte 1] , d.d. 27 sep 2017, doc-68, p. 6 en 7 en doc-1 voetnoot 1;

4 Doc-034;

5 AMB-033, pag. 9 en pag. 11

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de FIOD, d.d. 20 september 2017, V05-001, pag. 6

7 Doc-092;

8 Doc-091;

9 Doc-116;

10 Doc-118;

11 AMB-037, pag. 2 en 3;

12 Doc-111;

13 Doc-099;

14 Doc-100;

15 Doc-101;

16 Doc-102;

17 Doc-103;

18 E-mail van [naam vertegenwoordiger] aan [naam 3] , Doc-112;

19 Doc 105;

20 Doc-106;

21 Doc-107;

22 E-mail van [naam vertegenwoordiger] aan [naam 3] , Doc-112;

23 AMB-033, pag. 11 en Doc-043;

24 AMB-033, pag. 14;

25 AMB-033, pag. 15;

26 Zie het excel-bestand ‘kopie van Dorado-Overzicht per datum van alle rekeningen t.b.v. RB’ tabblad ‘dashboard’, zoals door de officier van justitie per e-mail van 10 december 2018 toegezonden aan de leden van de rechtbank en de verdediging. Dit bestand is niet in fysieke vorm aan het dossier gevoegd;

27 AMB-034

28 AMB-033, pag. 10, 11