Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:5520

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-07-2019
Datum publicatie
22-08-2019
Zaaknummer
7475825 CV EXPL 19-1701
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wijziging pensioenuitvoerder door werkgever. Uitleg toezegging in verband met overdracht opgebouwd pensioen is dat dit gelijk geindexeerd moet worden als nadien op te bouwen pensioen. Dat pensioenverzekeraar twee polissen gebruikt maakt dit niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0900
PJ 2019/125
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7475825 CV EXPL 19-1701

vonnis van: 26 juli 2019

fno.: 8622

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. L. Schuijt-Olde Heuvel

t e g e n

de besloten vennootschap Carlson Wagonlit Nederland B.V.

kantoor houdend te Diemen

gedaagde

nader te noemen: CWT

gemachtigde: mr. G.R. Derksen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 7 januari 2019 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties.

Vervolgens is tussenvonnis gewezen en een datum bepaald voor een comparitie van partijen. De comparitie heeft plaats gevonden op 20 juni 2019. [eiser] is verschenen met de gemachtigde. Namens CWT zijn verschenen mevrouw [naam 1] ( [functie 1] ) en de heer [naam 2] ( [functie 2] ) met de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht en de gemachtigden hebben pleitaantekeningen overgelegd. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[eiser] is op 1 juli 1973 in dienst getreden bij CWT . Met ingang van 1 februari 1976 is hij deelnemer geworden aan de pensioenregeling van CWT , op dat moment ondergebracht bij Nationale Nederlanden (verder: NN). Met ingang van 1 januari 2007 heeft CWT het pensioen ondergebracht bij Zwitserleven. Op dat moment gold voor de opgebouwde pensioenaanspraken dat deze werden geïndexeerd, indien en voorzover de middelen dit toelieten.

1.2.

Op 10 augustus 2007 stuurde CWT aan [eiser] een brief waarin onder meer staat:
Overdracht van pensioenaanspraken aan Zwitserleven
Zoals eerder medegedeeld, is vanaf 1 januari 2007 de pensioenregeling van Carlson Wagonlit Travel ondergebracht bij Zwitserleven in plaats van bij Nationale-Nederlanden. De keuze voor deze wijziging is ingegeven door de betere verzekeringsvoorwaarden van Zwitserleven. Bovendien is de verwachting dat bij Zwitserleven de kans op indexatie van de pensioenaanspraken groter is.
Overdracht naar ZwitserLeven; geen gevolgen voor uw opgebouwde pensioen
Het is de bedoeling dat alle werknemers van Carlson Wagonlit Travel hun opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten overdragen aan Zwitserleven. Belangrijk is dat er voor u niets veranderd. Dit met uitzondering van de kans op indexatie van uw pensioen. De verwachting is dat door de gunstigere verzekeringsvoorwaarden bij Zwitserleven, de kans op indexatie groter is dan bij Nationale-Nederlanden het geval was.
Instemming
(…)
Indien u instemt, hoeft u niets te doen; de overdracht vindt dan automatisch plaats. (…) Door de overdracht naar Zwitserleven vervallen uw pensioenaanspraken die u uit hoofde van de pensioenregeling heeft gekregen ten opzichte van Nationale Nederlanden. Maar dat is logisch, u krijgt immers gelijke pensioenaanspraken bij Zwitserleven.
Mocht u het niet eens zijn met de overdracht, dan kunt u ons dat schriftelijk laten weten. (…)
In dat geval blijven uw opgebouwde pensioenaanspraken bij Nationale-Nederlanden verzekerd onder de daar geldende voorwaarden. Hierbij dient u zich te realiseren dat in dat geval er een zeer beperkte kans is op een indexatie van uw pensioenaanspraken.

1.3.

De waarde van de door [eiser] tot 1 januari 2007 opgebouwde pensioenaanspraken is aan Zwitserleven overgedragen en daar geadministreerd onder polisnummer [nummer polis 1] . De pensioenaanspraken die [eiser] vanaf 1 januari 2007 heeft opgebouwd zijn geadministreerd onder polisnummer [nummer polis 2] . Voor beide polissen geldt hetzelfde pensioenreglement met een indexering voor zover de middelen dat toelaten.

1.4.

Op 19 februari 2009 schreef CWT aan [eiser] onder meer:
Per 01 januari 2007 heeft CWT haar pensioenregeling ondergebracht bij Zwitserleven, dit was voorheen bij Nationale Nederlanden. In november 2008 zijn de indexaties van de opgebouwde pensioenrechten uitgevoerd tot en met 31 december 2006.
(…)
Gezien de slechte beleggingsresultaten en rente-ontwikkelingen in 2007 en 2008, is er in 2007 geen ruimte om te indexeren en zeer waarschijnlijk zal ditzelfde gelden voor 2008.

1.5.

In een ongedateerde brief schreef CWT aan [eiser] onder meer:
Ons contract met Zwitserleven loopt op 1 januari 2012 af. Inmiddels hebben wij een nieuwe 5-jarig garantiecontract met Zwitserleven kunnen afsluiten. Dit betekent dat je pensioen niet omlaag kan. (…)
In het nieuwe contract is de dekkingsgraad waarbij eventueel kan worden geïndexeerd verhoogd, van 107% naar 113%. De kans op indexatie is dus kleiner geworden, terwijl we die kans juist zo groot mogelijk wilden houden. Daarom ontvang je een compensatie van CWT . De eerste 3 jaar kun je op een indexatie van in totaal 6% rekenen.

1.6.

In de jaren 2012, 2013, 2014 is het door [eiser] onder polisnummer [nummer polis 2] opgebouwde pensioen steeds met 2% geïndexeerd. Het bij polisnummer [nummer polis 1] ondergebrachte pensioen is na 1 januari 2007 in het geheel niet meer geïndexeerd.

1.7.

Op 1 februari 2016 is [eiser] met pensioen gegaan.

vordering en verweer

2. [eiser] vordert bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren – kort weergegeven –:

  1. voor recht te verklaren dat de pensioenaanspraken in polissen [nummer polis 2] en [nummer polis 1] in 2012, 2013 en 2014 met 2% per jaar geïndexeerd moeten worden;

  2. veroordeling van CWT om aan Zwitserleven opdracht te geven tot genoemde indexering over te gaan en daarbij de bijbehorende premies/kosten te voldoen, op straffe van een dwangsom;

  3. voor recht te verklaren dat geen overeenstemming bestaat over de wijziging van de pensioenvoorziening per 1 januari 2007 en dat CWT als compensatie polis [nummer polis 1] alsnog gelijkelijk moet indexeren als polis [nummer polis 2] onder voldoening van aanvullende premies/kosten, op straffe van een dwangsom;

  4. veroordeling van CWT in de proceskosten.

3. Aan de vorderingen legt [eiser] ten grondslag dat voor zijn pensioen tot 1 januari 2007 een voorwaardelijke indexering gold, terwijl uit niets blijkt dat daarin vervolgens verandering is gekomen. Het overgedragen pensioen dient ook overigens gelijk behandeld tot worden als nadien opgebouwd pensioen, zodat de indexeringstoezegging van in totaal 6% op al het opgebouwde pensioen moet worden toegepast.

4. CWT voert verweer tegen de vorderingen. Volgens haar is er wel degelijk een onderscheid tussen polissen [nummer polis 1] en [nummer polis 2] , terwijl [eiser] dat ook moest weten. Zo ontving hij jaarlijks afzonderlijke uniforme pensioenoverzichten. Het tot 1 januari 2007 opgebouwde pensioen vormde een afgesloten geheel en was geparkeerd onder polis [nummer polis 1] en pensioenaangroei vond daar niet meer plaats. Het was evident dat de latere toezegging van drie keer 2% indexering enkel zag op polis [nummer polis 2] . [eiser] was van alles ook volledig op de hoogte, nu hij als lid van de Ondernemingsraad bij de aanloop naar de toezegging(en) betrokken was. Op het verweer zal bij de beoordeling, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

beoordeling

5. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de pensioentoezeggingen van CWT aan [eiser] op het punt van indexering. Die toezeggingen zullen moeten worden uitgelegd overeenkomstig de Haviltexmaatstaf (HR 23 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5262). De vraag wat tussen partijen heeft te gelden op het punt van de indexering van het pensioen moet dan worden beantwoord aan de hand van de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan elkaars wilsuitingen mochten toekennen en van hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

6. Naar het oordeel van de kantonrechter is de brief van CWT van 10 augustus 2007 maar op één manier uit te leggen. In die brief staat – kort gezegd – dat er niets verandert aan het pensioen van [eiser] , behalve dat het bij een andere verzekeraar wordt ondergebracht met een grotere kans op indexering. Het is in de brief in de kern als volgt verwoord: Het is de bedoeling dat alle werknemers van Carlson Wagonlit Travel hun opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten overdragen aan Zwitserleven. Belangrijk is dat er voor u niets veranderd. Dit met uitzondering van de kans op indexatie van uw pensioen. De verwachting is dat door de gunstigere verzekeringsvoorwaarden bij Zwitserleven, de kans op indexatie groter is dan bij Nationale-Nederlanden het geval was.

7. Met die toezegging is onverenigbaar dat de op dat moment opgebouwde pensioenaanspraken nadien helemaal niet meer geïndexeerd hoeven worden, zoals CWT bepleit. Een afspraak met die strekking is ook op een later moment niet gemaakt, of in een pensioenreglement opgenomen, dat is in ieder geval gesteld noch gebleken.

8. Vanaf 1 januari 2007 had [eiser] dus recht op indexering van zowel het overgedragen pensioen als het nadien op te bouwen pensioen overeenkomstig de pensioenregeling bij Zwitserleven. Dat Zwitserleven voornoemde pensioenbestanddelen in verschillende polissen heeft ondergebracht kan daar niet aan afdoen, voor een afwijkende behandeling is een contractuele grondslag nodig. Overigens heeft het er op basis van de beschikbare stukken alle schijn van dat voor indexering na 1 januari 2007 in geen enkel jaar ruimte is geweest, maar geen van partijen heeft hier duidelijkheid over verschaft.
De afzonderlijke indexeringstoezegging van in totaal 6% geldt gelet op grond van het vorengaande voor het gehele pensioen, uit die toezegging blijkt ook niet dat dit anders is. Ook uit correspondentie van de Ondernemingsraad – waar [eiser] lid van was – blijkt onvoldoende dat bij NN opgebouwd pensioen zou worden uitgezonderd van deze indexeringstoezegging, nog daargelaten dat binding van individuele werknemers daar in elk geval niet uit blijkt.

9. Als het uniform pensioenoverzicht niet strookt met het vorengaande leidt dat niet tot een ander oordeel. Dat overzicht is immers gebaseerd op door de pensioenuitvoerder aangeleverde informatie. Als die informatie onjuist is geldt hetzelfde voor het overzicht.

10. Nu het beroep van [eiser] op vernietiging van de instemming met waardeoverdracht is gebaseerd op de andersluidende uitleg die CWT geeft aan de pensioentoezegging uit 2007, behoeft dat geen bespreking.

11. CWT heeft zich er nog op beroepen dat een vordering van [eiser] tot nakoming van de pensioenovereenkomst zoals die luidde tot 1 januari 2007 is verjaard. Nakoming van die overeenkomst wordt echter niet gevorderd, zodat dit beroep niet beoordeeld hoeft te worden.

12. Alhoewel een dwangsom kan worden verbonden aan het betalen van een geldsom aan een derde, ziet de kantonrechter geen aanleiding dat te doen. CWT heeft zich op inhoudelijke gronden verweerd tegen de ingestelde vorderingen, er zijn geen aanwijzingen dat zij een in rechte vastgestelde betalingsverplichting niet zal nakomen. Daar komt bij dat de omvang van de betalingsverplichting niet vast staat.

13. Het vorenstaande leidt ertoe dat de vorderingen zullen worden toegewezen zoals hierna te formuleren.

14. Nu CWT grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, zal zij in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de pensioenaanspraken van [eiser] in polis [nummer polis 1] in 2012, 2013 en 2014 met 2% geïndexeerd moeten worden;

verklaart voor recht dat polis [nummer polis 1] met ingang van 1 januari 2007 gelijk moet worden geïndexeerd als polis [nummer polis 2] ;

veroordeelt CWT alle in verband met voornoemde indexeringen verschuldigde bedragen aan Zwitserleven te voldoen;

veroordeelt CWT in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:
exploot € 104,38
salaris € 720,00
griffierecht € 81,00
-----------------
totaal € 905,38
voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt CWT in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat CWT niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.